ECLI:NL:RVS:2023:704
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen geluidsoverlast eetcafé en poppodium Stathe in Utrecht
Appellanten, bewoners van de Rozenstraat in Utrecht, ervaarden geluidsoverlast van eetcafé en poppodium Stathe en verzochten het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om handhavend op te treden. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit in haar uitspraak van 19 februari 2021, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De appellanten stelden onder meer dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden en dat zij recht hadden op schadevergoeding. De Afdeling oordeelde dat appellanten dit verzoek niet tijdig hadden ingediend en dat de rechtbank daarom niet ambtshalve hoefde te toetsen op overschrijding van de redelijke termijn.
Verder betoogden appellanten dat het terras van het café als overdekt terrein moest worden aangemerkt, waardoor het stemgeluid van bezoekers wel meegewogen moest worden bij de geluidsnormen. De Afdeling stelde vast dat de aanwezige luifel niet voldeed aan de criteria voor een overdekt terrein en dat het terras onverwarmd en onoverdekt was, waardoor het stemgeluid buiten beschouwing mocht blijven.
Ten slotte voerden appellanten aan dat de geluidslimiter gemanipuleerd kon zijn en dat controles niet in de nacht hadden plaatsgevonden. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd dat er geen aanwijzingen waren voor manipulatie en dat ook nachtelijke controles hadden plaatsgevonden zonder overschrijding van geluidsnormen. Het betoog over een andere muziekinstallatie die niet over de limiter liep, werd niet inhoudelijk behandeld omdat het handhavingsverzoek zich uitsluitend richtte op geluidsnormen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college zijn bevestigd.