Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar waarin haar bezwaarschrift tegen een omgevingsvergunning voor permanente bewoning van een recreatiewoning niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiseres terecht niet als belanghebbende is aangemerkt omdat zij geen eigendoms- of huurrecht heeft op het terrein en de recreatiewoning op circa twintig kilometer afstand ligt. Hierdoor ondervindt zij geen gevolgen van enige betekenis van het besluit.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel door eiseres leidt niet tot een andere beoordeling, omdat dit pas bij een inhoudelijke beoordeling aan de orde kan komen en niet bij de vraag naar belanghebbendheid. De rechtbank blijft daarom onbesproken over de inhoudelijke gronden van het beroep.
Daarnaast heeft eiseres een verzoek ingediend om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde bijna twee jaar en elf maanden, wat ruim boven de redelijke termijn van twee jaar ligt. De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van € 1.000,- aan eiseres als vergoeding voor deze termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de beslissing op bezwaar en wijst het griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter M. Duifhuizen en griffier R.P.C.M. van Wel op 5 augustus 2024 te Arnhem.