ECLI:NL:RBGEL:2024:7965
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboetes na vrijwillige inkeer bij niet-aangegeven buitenlands box III-vermogen
Belanghebbende, een Italiaanse immigrant die sinds 2006 in Nederland woont, heeft over de jaren 2010 tot en met 2016 niet zijn volledige buitenlandse box III-vermogen aangegeven. Dit vermogen omvatte bankrekeningen en aandelen in diverse landen en een onroerende zaak in Italië. Na vrijwillige inkeer in 2021 heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd. De boetes bedroegen in totaal ruim €170.000.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen voortvarend heeft opgelegd en deze daarom standhouden. Wel is vastgesteld dat belanghebbende grove schuld heeft, omdat hij onvoldoende zorgvuldig is geweest in het aangeven van zijn buitenlandse vermogen, ondanks de omvang en complexiteit daarvan. De rechtbank acht echter de totale boetes disproportioneel gezien de ernst van het vergrijp en de volledige medewerking van belanghebbende na inkeer.
Daarom vermindert de rechtbank de boetes tot een totaalbedrag van €50.000, en vanwege undue delay (een vertraging van 8 maanden boven de wettelijke termijn) wordt dit bedrag verder met 10% verminderd tot circa €45.000, oftewel ongeveer €6.428 per jaar. Daarnaast wordt belanghebbende een forfaitaire proceskostenvergoeding van €2.625 toegekend en wordt het betaalde griffierecht vergoed. De beroepen tegen de boetes worden gegrond verklaard, terwijl die tegen de navorderingsaanslagen en rente ongegrond blijven.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de vergrijpboetes tot €6.428 per jaar wegens disproportionaliteit en undue delay, terwijl de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen standhouden.