Uitspraak
hierna te noemen: de bewindvoerder en [rechthebbende] ,
1.De procedure
2.De feiten
‘Kijk maar zou het wel echt heel fijn vinden als je er bent’en
‘2 kraantjes anders stil’.
En stort 200€ van mn salaris direct naar mij ipv naar mn bewind ik heb het nodig (…).’
Dat is het om 2200 liet weten
3.Het verzoek en het verweer
We stoppen ermee” kan niet anders worden opgevat dan als een ontslag op staande voet. Omdat er echter geen sprake is van een dringende reden, komt [rechthebbende] , kort gezegd, een billijke vergoeding toe (art. 7:681 BW Pro). Daarnaast zijn vanwege het onterechte ontslag op staande voet ook andere vergoedingen verschuldigd, zoals de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Tot slot moet [verweerster] nog achterstallig loon en vakantiedagen (uit)betalen, aldus de bewindvoerder.