In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 9 december 2025 uitspraak gedaan over het beroep van eisers tegen de omgevingsvergunning die is verleend aan derde-partij voor de verbouwing van een café met bovenwoning tot een wooncomplex met negen appartementen. Eisers, bewoners van een naastgelegen woning, zijn van mening dat de vergunning hen onevenredig in hun belangen schaadt, met name op het gebied van lichtinval, privacy en schaduwwerking. De rechtbank heeft vastgesteld dat het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen de vergunning op 8 april 2024 heeft verleend, waarbij het college gebruik heeft gemaakt van de kruimelgevallenregeling uit de Wabo om af te wijken van het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelt dat de beoogde afwijkingen van de bouwhoogte en goothoogte als beperkt kunnen worden aangemerkt en dat de belangen van eisers niet onevenredig worden geschaad. De rechtbank concludeert dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen, en verklaart het beroep van eisers ongegrond. De uitspraak benadrukt dat de negatieve gevolgen van het bouwplan ook zouden kunnen optreden bij een bouw in overeenstemming met het bestemmingsplan, en dat de rechtbank niet zelf oordeelt over de ruimtelijke ordening maar de rechtmatigheid van het besluit beoordeelt.