ECLI:NL:RVS:2022:2227
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing voormalig postkantoor ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder verleende op 16 juli 2019 een omgevingsvergunning aan Tuin Projectontwikkeling B.V. voor het verbouwen van het voormalig postkantoor aan de Middenweg in Den Helder tot bedrijfsruimten en woningen. Het bouwplan omvat een vierde verdieping die de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan overschrijdt. Appellanten [appellant A] en [appellant B] stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant A] niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep van [appellant B] ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten diverse bezwaren aan, waaronder het ontbreken van belanghebbendheid van [appellant A], het onrechtmatig gebruik van de afwijkingsbevoegdheid van artikel 2.12 Wabo door het college, de onjuiste toepassing van het Besluit omgevingsrecht, en de aantasting van privacy, uitzicht en ruimtelijke kwaliteit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat [appellant A] geen belanghebbende is omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervindt. Verder is de bevoegdheid om van het bestemmingsplan af te wijken niet beperkt tot oudere of bredere bestemmingsplannen en is het college bevoegd geweest de omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12 Wabo en artikel 4 van Pro bijlage II van het Bor.
De Afdeling vond dat het college de afwijking voldoende heeft gemotiveerd, mede op basis van adviezen van de stedenbouwkundige en de welstandscommissie, en dat de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast. Ook werd geoordeeld dat het college voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [appellant B] omtrent privacy en uitzicht. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezegging was dat het uiterlijk van het postkantoor niet zou worden gewijzigd. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.