ECLI:NL:RBGEL:2025:10753
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen invordering dwangsom wegens voortzetting onvergunde verbouwactiviteiten
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen een dwangsom van €50.000,- gevorderd van eisers vanwege het voortzetten van verbouwactiviteiten zonder de vereiste omgevingsvergunning, ondanks een eerder opgelegde bouwstop. Eisers hebben beroep ingesteld tegen dit invorderingsbesluit.
De rechtbank stelt vast dat de omgevingsvergunning uit 2019 de verbouwing reguleerde, maar dat tijdens controles in 2023 en 2024 onvergunde bouwactiviteiten zijn geconstateerd, waaronder aanpassingen aan de achtergevel en een dakterras. Eisers hebben deze overtredingen erkend tijdens de hoorzitting. De rechtbank oordeelt dat het college terecht de dwangsom heeft opgelegd en dat de hoogte daarvan niet ter discussie kan worden gesteld in deze fase, omdat eisers destijds geen bezwaar hebben gemaakt tegen de last onder dwangsom.
Eisers voerden aan dat de overtreding tijdelijk was en inmiddels hersteld, en dat de invordering onevenredig is vanwege hun financiële situatie. De rechtbank wijst dit af, omdat het belang van handhaving zwaar weegt en eisers onvoldoende hebben aangetoond dat zij niet kunnen betalen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eisers gehouden zijn de dwangsom te voldoen en geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en eisers moeten de dwangsom van €50.000,- betalen.