ECLI:NL:RBGEL:2025:10844
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
CBR was niet bevoegd rijgeschiktheidsonderzoek op te leggen wegens onvoldoende vermoeden rijden onder invloed
Eiser werd op 19 november 2023 aangehouden wegens rijden onder invloed van cannabis. Het CBR legde op 3 april 2024 een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op, omdat een educatieve maatregel niet meer mogelijk was. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 29 mei 2024 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 3 oktober 2025.
De rechtbank oordeelt dat het proces-verbaal onvoldoende aanvullende gegevens bevat om het vermoeden van rijden onder invloed van drugs te rechtvaardigen. De enkele positieve speekseltest en bloedonderzoek zijn onvoldoende zonder andere aanwijzingen zoals afwijkend rijgedrag of uiterlijke kenmerken. De verklaring van eiser over cannabisgebruik twee dagen eerder vormt geen aanvullend kenmerk dat duidt op ongeschiktheid.
Het CBR stelde zich op het standpunt dat een positieve speekseltest op zichzelf voldoende is, gesteund op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank volgt dit niet en wijkt af van deze jurisprudentie. Gelet hierop was het CBR niet bevoegd het onderzoek op te leggen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het besluit van het CBR tot oplegging van een rijgeschiktheidsonderzoek wordt vernietigd.