Uitspraak
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling
€ 995,33 wordt toegewezen.
3.De beslissing
- aan loon over september en oktober 2025 een bedrag van € 12.859,62 bruto, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid totdat alles is betaald,
- aan beëindigingsvergoeding een bedrag van € 1.197,08 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid totdat alles is betaald,
- aan eindejaarsuitkering een bedrag van € 5.336,72 bruto, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid totdat alles is betaald,
- aan vakantietoeslag een bedrag van € 2.571,92 bruto, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid totdat alles is betaald,
- aan onkostenvergoeding een bedrag van € 67,38 netto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid totdat alles is betaald,
- de wettelijke verhoging tot 9 september 2025 over het niet betaalde salaris over augustus 2025 en tot 18 september 2025 over het na 9 september 2025 niet betaalde gedeelte van het salaris over augustus 2025, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid totdat alles is betaald,
- de buitengerechtelijke incassokosten van € 995,33,