ECLI:NL:RBGEL:2025:11263

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
141699-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor productie vals geld, bedrijfsoplichting en gewoontewitwassen

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 78 maanden wegens medeplegen van productie van vals geld, zes bedrijfsoplichtingen en gewoontewitwassen. De feiten betreffen een periode van januari 2018 tot juli 2020, waarin verdachte samen met medeverdachten vals geld vervaardigde, verspreidde en meerdere bedrijven oplichtte via imitatiebedrijven met valse documenten en bankrekeningen.

Het bewijs berust op uitgebreid forensisch onderzoek, digitale gegevensdragers, chatberichten, financiële transacties en getuigenverklaringen. De rechtbank verwierp het bewijsuitsluitingsverweer over onrechtmatige gegevensuitlezing, oordeelde dat verdachte de gegevensdragers en accounts gebruikte en dat hij een leidende rol had in de criminele organisatie.

De rechtbank achtte het witwassen van grote geldbedragen, goud, virtuele valuta, een Audi A6 en Rolex-horloges bewezen, waarbij verdachte samen met zijn partner en anderen de herkomst van deze voorwerpen verborgen hield. De civiele vorderingen van benadeelde bedrijven werden deels toegewezen met schadevergoedingsmaatregelen. Het verzoek tot het horen van een getuige werd afgewezen. De straf werd gematigd vanwege persoonlijke omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 78 maanden gevangenisstraf en oplegging van schadevergoedingsmaatregelen voor productie vals geld, bedrijfsoplichting en gewoontewitwassen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/141699-24
Datum uitspraak : 9 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] in ( [postcode 1] ) [woonplaats] .
Raadsman: mr. E.G.S. Roethof, advocaat in [plaats 8] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
Inhoudsopgave
1 De inhoud van de tenlastelegging5
2 Geldigheid dagvaarding5
2.1 Het standpunt van de verdediging5
2.2 Het standpunt van de officier van justitie5
2.3 De beoordeling door de rechtbank6
3 Overwegingen ten aanzien van het bewijsuitsluitingsverweer6
3.1 Het standpunt van de verdediging6
3.2 Het standpunt van de officier van justitie7
3.3 De beoordeling door de rechtbank7
3.3.1 Vormverzuimen7
3.3.2 Rechtsgevolgen9
4 Overwegingen ten aanzien van het bewijs - inleiding11
5 De identificaties en aangetroffen gegevensdragers11
5.1 Standpunt van de officier van justitie11
5.2 Standpunt verdediging11
5.3 [verdachte]12
5.3.1 De aangetroffen gegevensdragers12
5.3.2 De verklaringen van [verdachte]16
5.3.3 De toerekening van de gegevensdragers en daaraan verbonden accounts17
5.3.4 De overige accounts18
5.4 [medeverdachte 1]20
5.5 [medeverdachte 2]21
5.6 [medeverdachte 3]21
5.7 [medeverdachte 4]21
6 Feiten 1 tot en met 3 (onderzoek Palestina)21
6.1 Standpunt van de officier van justitie21
6.2 Standpunt van de verdediging22
6.3 De beoordeling door de rechtbank22
6.3.1 Inleidende overwegingen22
6.3.2 Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten23
6.3.3 Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten26
6.3.4 Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek26
6.3.5 Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia28
7 Feiten 4 tot en met 9 (onderzoeken Lega en Reseda)53
7.1 Standpunt van de officier van justitie53
7.2 Standpunt van de verdediging54
7.3 Beoordeling door de rechtbank54
7.3.1 Inleidende overwegingen54
7.3.2 Feit 4 – [bedrijf 1]59
7.3.3 Feit 5 - [bedrijf 2]65
7.3.4 Feit 6 – [bedrijf 3]71
7.3.5 Feit 7 – [bedrijf 4]78
7.3.6 Feit 8 – [bedrijf 5]82
7.3.7 Feit 9 – [bedrijf 6]85
8 Feit 10 (onderzoek Marker)89
8.1 Het standpunt van de officier van justitie89
8.2 Het standpunt van de verdediging89
8.3 Beoordeling door de rechtbank90
8.3.1 Inleiding90
8.3.2 De ten laste gelegde voorwerpen90
8.3.3 De criminele herkomst102
8.3.4 Conclusie witwassen en medeplegen107
8.3.5 Gewoontewitwassen110
9 Het verzoek tot het horen van getuige [getuige 1]110
9.1 De standpunten110
9.2 De beoordeling van de rechtbank110
10 De bewezenverklaring111
11 De kwalificatie van het bewezenverklaarde116
11.1 De standpunten116
11.2 De beoordeling door de rechtbank116
12 De strafbaarheid van de feiten117
13 De strafbaarheid van de verdachte118
14 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel118
14.1 Het standpunt van de officier van justitie118
14.2 Het standpunt van de verdediging118
14.3 De beoordeling door de rechtbank118
15 De beoordeling van de civiele vorderingen122
15.1 [bedrijf 7] / [bedrijf 1]122
15.1.1 Standpunten122
15.1.2 Beoordeling door de rechtbank122
15.1.3 Schadevergoedingsmaatregel123
15.1.4 Hoofdelijkheid123
15.2 [bedrijf 2]123
15.2.1 Standpunten123
15.2.2 Beoordeling door de rechtbank123
15.2.3 Hoofdelijkheid124
15.2.4 Schadevergoedingsmaatregel124
15.3 [bedrijf 3]124
15.3.1 Standpunten124
15.3.2 Beoordeling door de rechtbank124
15.3.3 Schadevergoedingsmaatregel125
15.3.4 Hoofdelijkheid125
16 De beoordeling van het beslag125
16.1 Het standpunt van de officier van justitie125
16.2 Het standpunt van de verdediging125
16.3 De beoordeling door de rechtbank126
17 De toegepaste wettelijke bepalingen126
18 De beslissing126
Bijlage I – De tenlastelegging129
Bijlage II – De beslaglijst134

1.De inhoud van de tenlastelegging

De volledige tenlastelegging is opgenomen als
bijlage Ibij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij als medepleger:
  • feit 1: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 bankbiljetten heeft nagemaakt, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
  • feit 2: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 zich valse bankbiljetten heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
  • feit 3: op of omstreeks 30 juli 2020 een aantal voorwerpen heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten;
  • feit 4: in de periode van september 2019 tot en met december 2019 [bedrijf 1] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van een bedrag van € 56.175,00);
  • feit 5: in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 [bedrijf 2] en/of [bedrijf 8] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 320 haardrogers ter waarde van € 85.210,00 en/of 171 smartwatches ter waarde van € 28.728,00);
  • feit 6: in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf 3] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 400 elektrische tandenborstels);
  • feit 7: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 17 juni 2019 [bedrijf 4] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 1142 speakers);
  • feit 8: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 [bedrijf 5] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 3000 externe harde schijven);
  • feit 9: in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf 6] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van geldbedragen van € 88.650,00 en € 3.000,00);
  • feit 10: in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 ten aanzien van meerdere geldbedragen en/of goederen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

2.Geldigheid dagvaarding

2.1
Het standpunt van de verdediging
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de dagvaarding, voor zover die ziet op het onder feit 10 tenlastegelegde (gewoontewitwassen), partieel nietig is. De dagvaarding omschrijft onvoldoende welke feitelijke handelingen of witwashandelingen verdachte verricht zou hebben. Er is sprake van een zeer omvangrijk dossier. Juist vanwege die omvang is een enkele verwijzing naar het dossier onvoldoende om voor verduidelijking te zorgen.
2.2
Het standpunt van de officier van justitie
Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat sprake is van een geldige dagvaarding. In de tenlastelegging worden de verschillende voorwerpen genoemd waarvan aan verdachte wordt verweten dat hij die heeft witgewassen. De tenlastelegging voldoet daarmee aan de vereisten van artikel 261 van Pro het Wetboek van strafvordering (Sv).
2.3
De beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 261, eerste lid, Sv behelst de inleidende dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het feit begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de inleidende dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat de vraag centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van het feit moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdachte mag er – tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek – redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Voor de rechtbank moet duidelijk en begrijpelijk zijn wat zij concreet ten aanzien van de verdachte te onderzoeken heeft.
Het tenlastegelegde onder feit 10 houdt een overzicht in van de voorwerpen waarvan verdachte (verder te noemen: [verdachte] ) verweten wordt die te hebben witgewassen. Met uitzondering van de drie Rolex horloges, komen de verschillende voorwerpen genoemd op de tenlastelegging terug in het zaaksdossier Marker, meer in het bijzonder in het relaas van het eerste zaaksdossier dat ziet op het witwasvermoeden ten aanzien van [verdachte] . Ook in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling [verdachte] en [medeverdachte 5] (p. 9 en 10), welk rapport onderdeel uitmaakt van het dossier, is een overzicht opgenomen van de voorwerpen, die tevens staan genoemd op de tenlastelegging. Op dit overzicht staan de drie Rolex horloges ook genoemd.
In de tenlastelegging wordt in de en/of-variant een deel van de witwashandelingen genoemd als beschreven in artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Niet beschreven is welke specifieke witwashandeling ten aanzien van welk voorwerp [verdachte] verweten wordt. In het hiervoor genoemde relaas wordt ten aanzien van de verschillende voorwerpen steeds verwezen naar onderliggende processen-verbaal waarin de verschillende verweten witwashandelingen ten aanzien van het specifieke voorwerp beschreven worden, voor zover die witwashandelingen meer inhouden dan het enkel verwerven en voorhanden hebben van dat voorwerp. De verdenking voor het voorhanden hebben volgt telkens uit het aantreffen van de voorwerpen (de processen-verbaal die zien op de verschillende doorzoekingen, dan wel het aantreffen/de afgifte van de voorwerpen). De rechtbank is van oordeel dat daarmee het tenlastegelegde onder feit 10, tegen de achtergrond van het strafdossier, voldoende duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk is. Bij de verdediging kon er dan ook redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen [verdachte] worden verweten. De rechtbank verwerpt het verweer. De dagvaarding is geldig.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijsuitsluitingsverweer

De rechtbank zal hierna allereest het verweer tot uitsluiting van het bewijs, dat ziet op het zogenaamde Landeck-arrest, bespreken.
3.1
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, onder verwijzing maar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Landeck en de arresten van de Hoge Raad van 18 maart 2025 en 9 september 2025, bepleit dat het bewijsmateriaal dat is verkregen door de uitlezing en doorzoeking van de bij [verdachte] inbeslaggenomen mobiele telefoons, laptops en andere informatiedragers als USB-sticks, onrechtmatig is verkregen. De gegevens zijn zonder de wettelijk vereiste rechterlijke toetsing verkregen en daarom dienen zij van het bewijs te worden uitgesloten. Subsidiair heeft de verdediging opgemerkt dat strafvermindering zou moeten volgen.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft primair gesteld dat van een vormverzuim geen sprake is. De gegevensdragers zijn tijdens een doorzoeking in beslag genomen. Die doorzoeking heeft plaatsgevonden onder leiding en na een machtiging van de rechter-commissaris. De machtiging van de rechter-commissaris om goederen in beslag te nemen, houdt ook de bevoegdheid in om de gegevensdragers te doorzoeken. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat kan worden volstaan met het enkel constateren dat sprake is van een vormverzuim.
3.3
De beoordeling door de rechtbank
3.3.1
Vormverzuimen
De rechtbank dient te beoordelen of er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, doordat zonder machtiging van de rechter-commissaris digitale gegevensdragers zijn onderzocht. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.
Naar aanleiding van het arrest in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (HvJ EU
4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830, hierna: Landeck), heeft de Hoge Raad het juridisch kader voor onderzoek aan elektronische gegevensdragers in zijn arresten van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) en 9 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1247) als volgt nader bepaald.
De bevoegdheden van opsporingsambtenaren neergelegd in artikel 94, in samenhang met de artikelen 95 en 96, en in de artikelen 141 en 148 lid 1 Sv, bieden een toereikende grondslag voor een onderzoek aan voorwerpen, waaronder ook elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, als de met dat onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. De wet vereist in zo’n geval geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Het kan dan – naast onderzoek dat slechts strekt tot het identificeren van de gebruiker – onder meer gaan om onderzoek dat een opsporingsambtenaar in het kader van zijn taakuitoefening (handmatig) doet waarbij hij een bij een verdachte aangetroffen elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk bekijkt en daarbij enkele beperkte waarnemingen doet over het feitelijk gebruik daarvan op dat moment of direct daaraan voorafgaand, bijvoorbeeld door na te gaan welke contacten de gebruiker van een telefoon kort tevoren heeft gelegd.
Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is geen sprake als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan de smartphone (of andere elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk) inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie en gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo’n geval onderzoek willen verrichten aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, dan is voor dat onderzoek – behalve in spoedeisende gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, kan deze expliciete voorafgaande toestemming niet worden afgeleid uit de vaststelling dat sprake is van een rechtmatige inbeslagname van de gegevensdrager zelf.
De verdediging heeft gesteld dat voor het onderzoek aan alle in beslag genomen gegevensdragers een machtiging van de rechter-commissaris nodig was. Aan dat standpunt ligt, naar de rechtbank begrijpt, de gedachte ten grondslag dat ook bij onderzoek aan andere gegevensdragers dan smartphones – zoals een laptop en een USB-stick – voorzienbaar is dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt. Die gedachte kan niet zonder meer worden gevolgd. De rechtbank zal zich daarom bij de beoordeling van het verweer in de eerste plaats richten op het onderzoek dat is verricht aan de inbeslaggenomen telefoons.
Uit het dossier volgt dat er tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres 2] in [plaats 1] (België), (hierna te noemen: de woning van [verdachte] ) in totaal 40 telefoons zijn aangetroffen. De politie heeft in totaal elf iPhones onderzocht die in de woning zijn aangetroffen. Eén van die telefoons bleek van medeverdachte [medeverdachte 5] , de partner van [verdachte] , te zijn. [1] De officier van justitie heeft telkens toestemming gegeven de overige tien telefoons uit te lezen. [2] Uit het relaas proces-verbaal algemeen onderzoek blijkt hoe het onderzoeksteam van de politie vervolgens te werk is gegaan bij het onderzoek aan de telefoons. Daaruit volgt dat de telefoons in eerste instantie in hun geheel zijn uitgelezen, waarbij de bulkgegevens van het device zijn bekeken. Daarna zijn de afbeeldingen bekeken, vervolgens de Wickr-chats. Uit die gegevens is vervolgens getracht te achterhalen aan wie bepaalde gegevensdragers toebehoorden en welke verdachten in het onderzoek Parra te koppelen waren aan welke accounts op onder meer Wickr en Telegram. Tot slot zijn processen-verbaal opgemaakt met duiding voor een bepaald deelonderzoek uit het overkoepelende onderzoek Parra. [3]
De rechtbank is van oordeel dat bij dit digitale onderzoek naar de inhoud van deze telefoons op voorhand voorzienbaar was dat het onderzoek een omvang en diepgang zou hebben die een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] tot gevolg zou hebben. Immers zijn ongeclausuleerd alle gegevens geanalyseerd die in de onderzochte telefoons zijn opgeslagen. Dat betreft een ingrijpend onderzoek, waarvoor – behoudens spoedeisendheid, waarvan niet is gebleken – een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris was vereist. Een dergelijke machtiging is niet gevraagd.
Conclusie
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a Sv.
3.3.2
Rechtsgevolgen
De vraag is of aan dit vormverzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel.
3.3.2.1
Het belang van het geschonden voorschrift
De vereiste machtiging beoogt een ongeoorloofde inbreuk te voorkomen op het in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) gewaarborgde recht op eerbiediging van (onder andere) iemands privéleven en communicatie en op bescherming van iemands persoonsgegevens. Dit zijn zwaarwegende belangen. De toegang tot gegevens in een mobiele telefoon kan immers, zeker als die gegevens in onderling verband met elkaar worden gebracht, leiden tot nauwkeurige conclusies over het privéleven van de gebruiker.
3.3.2.2
De ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel waar het gaat om het onderzoek naar de inhoud van de telefoons
De politie heeft in dit geval zonder enige voorafgaande machtiging onderzoek aan de telefoons van [verdachte] verricht. Daarbij is ongeclausuleerde toegang verkregen tot de inhoud van deze telefoons. Er is dus geen sprake geweest van een onderzoek van beperkte omvang. Daarmee is in beginsel sprake van een ernstig verzuim en van een vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] .
Bewijsuitsluiting kan aan de orde zijn als dat noodzakelijk is om een schending van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (het recht op een eerlijk proces) – en het daarmee overeenkomende artikel 47 lid 2 Handvest Pro – te voorkomen. Een dergelijke situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet voor, nu het niet zo is dat door het vormverzuim in het verloop van de strafprocedure complicaties zijn opgetreden die het voeren van de verdediging ernstig hebben bemoeilijkt. Verder kan bewijsuitsluiting aan de orde zijn als sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, waarbij toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk is als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en daarmee als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Ook een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. De politie en het openbaar ministerie hanteren inmiddels een werkwijze die in overeenstemming is met de thans geldende jurisprudentie. Verder is van belang dat de telefoons onderzocht zijn in het kader van onderzoek Parra, waarbij verdenkingen waren ontstaan voor betrokkenheid van [verdachte] bij bedrijfsoplichtingen, de productie van en handel in vals geld en witwassen. Gelet op de ernst en de aard van deze verdenkingen had de rechter-commissaris, indien daartoe een vordering was gedaan, zonder meer een machtiging tot het onderzoek in de datagegevens van de telefoons kunnen verlenen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de resultaten van het onderzoek naar de inhoud van de telefoons van [verdachte] uit te sluiten van het bewijs.
Voor strafvermindering bestaat naar het oordeel van de rechtbank evenmin aanleiding. Dat rechtsgevolg komt slechts in aanmerking indien de verdachte door een vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden en wanneer strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. De verdediging heeft niet gesteld dat en welk nadeel door het vormverzuim is veroorzaakt. Daarnaast geldt ook in dit verband dat [verdachte] niet in een nadeligere positie is geraakt door het vormverzuim. Zoals hiervóór is overwogen, had de rechter-commissaris de toestemming tot het uitgevoerde onderzoek kunnen geven.
De rechtbank concludeert dat kan worden volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim en zal daaraan geen rechtsgevolg verbinden.
3.3.2.3
De overige gegevensdragers
Daarnaast zijn tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] 5 MacBooks en een USB-stick ‘Silicon Power’ in beslag genomen. [4] Eén MacBook bleek van medeverdachte [medeverdachte 5] te zijn. [5] Een MacBook Pro (beslagcode A.01.02.001) kon niet worden onderzocht omdat de notebook beveiligd was met een onbekend wachtwoord. [6] De officier van justitie gaf telkens toestemming de overige laptops uit te lezen en de inhoud te onderzoeken. Van die laptops zijn telkens de aanwezige datagegevens veiliggesteld en ter beschikking van het onderzoeksteam gesteld. De datagegevens zijn onderzocht, waarbij processen-verbaal zijn opgesteld om na te gaan wie de gebruiker van de laptops is. [7] Tot slot is bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] een USB stick ‘Silicon Power’ in beslag genomen. De officier van justitie heeft toestemming gegeven de USB stick uit te lezen en de inhoud te onderzoeken. Door het team digitale opsporing werden de datagegevens uit deze USB stick veiliggesteld, een extractie ervan is ter beschikking gesteld van het onderzoeksteam. [8]
Voor wat deze overige in beslag genomen gegevensdragers betreft overweegt de rechtbank als volgt. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat het onderzoek daaraan, gelet op de aard en omvang, heeft geleid tot een verdergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of tot groter nadeel voor [verdachte] dan het onderzoek aan de telefoons. De verdediging heeft ook niet geconcretiseerd welk nadeel van dat onderzoek voor [verdachte] is ontstaan. Nu de rechtbank ten aanzien van het onderzoek aan de telefoons heeft geoordeeld dat kan worden volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim, zou zulks ook gelden voor een mogelijk meer dan beperkte inbreuk bij het onderzoek aan de overige gegevensdragers. Deze overige gegevensdragers zullen daarom niet afzonderlijk worden besproken.
4
Overwegingen ten aanzien van het bewijs [9] - inleiding
De rechtbank zal hierna telkens per ten laste gelegd feit ingaan op de vraag of zij de feiten bewezen acht, en zo ja, op grond van welke feiten en omstandigheden. Daarbij zal de rechtbank de volgorde aanhouden zoals ten laste gelegd, waarbij feiten 1 tot en met 3 (onderzoek Palestina), 4 tot en met 9 (onderzoeken Lega en Reseda) en 10 (onderzoek Marker) in afzonderlijke hoofdstukken behandeld zullen worden. Alvorens in te gaan op deze feiten zal de rechtbank ingaan op de vraag welke personen kunnen worden aangemerkt als de gebruikers van de in onderzoek Parra in beslag genomen gegevensdragers en welke personen schuil gaan achter de diverse op de gegevensdragers aangetroffen accountnamen, voor zover bij de bespreking van de ten laste gelegde feiten van belang en voor zover dat niet later aan de orde komt.

5.De identificaties en aangetroffen gegevensdragers

5.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verwezen naar het algemeen onderzoek digitale gegevensdragers, waarin door de politie is uiteengezet hoe zij te werk is gegaan bij het onderzoek naar de gegevensdragers. De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de conclusies van de politie ten aanzien van de identificatie van [verdachte] als gebruiker van de verschillende accounts robuust en goed onderbouwd zijn. Deze identificaties zijn niet voor redelijke twijfel vatbaar.
5.2
Standpunt verdediging
De verdediging heeft in algemene zin gesteld dat toerekening van de toestellen, gegevensdragers en accounts aan [verdachte] niet met een voldoende mate van zekerheid mogelijk is. Aan die stelling heeft de verdediging, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd.
De woning fungeerde als werkplek, waar meerdere personen kwamen en werkten. Er ontbreekt forensisch bewijs dat [verdachte] aan de toestellen en accounts koppelt. Er is geen sluitende koppeling gelegd tussen IMEI/serienummer, beslagcode en fotologs, evenmin is broninformatie van digitale bestanden vastgelegd. Daarom is het aantreffen van de toestellen en gegevensdragers in de woning onvoldoende om deze te koppelen aan [verdachte] .
Daarbij komt dat onderzoek naar de gebruikte simkaarten, alsmede onderzoek naar de zendmast- en locatiegegevens van de toestellen, ten onrechte achterwege is gelaten. Daarmee ontbreekt het forensisch fundament om te bepalen dat de toestellen exclusief aan [verdachte] toe te rekenen zijn. De foto’s en filmpjes die op gegevensdragers zijn aangetroffen, vormen evenmin voldoende bewijs. Materiaal kan zijn ontvangen, gedownload, gesynchroniseerd of gedeeld via AirDrop.
Voorts geldt dat Telegram en Wickr gelijktijdig kunnen worden gebruikt op meerdere apparaten. Zonder serverlogs kan uit de aanwezigheid van een account op een toestel niet volgen dat [verdachte] dat account bediende, laat staan exclusief.
Daarnaast heeft de verdediging over de koppeling van specifieke toestellen en accounts aan [verdachte] het volgende opgemerkt.
Ten aanzien van de iPhone van [verdachte] is onduidelijk wat de vindplaats van dat toestel is, aangezien nergens in de Belgische plaats delict-inventaris een iPhone XR met blauw hoesje wordt genoemd. De foto’s die in dat toestel zijn aangetroffen van marmeren vloeren, houten tafels en banken zijn niet uniek. Bovendien kunnen die foto’s door anderen die in de woning kwamen, gemaakt zijn. Omdat ook anderen van die woning gebruik maakten, is ook de verbinding die het toestel maakt met netwerken zoals ‘iPhone van [verdachte] ’ en Telenet-routers geen bewijs van het gebruik van het toestel door [verdachte] . Bovendien zijn er contra-indicaties voor de koppeling van [verdachte] aan de ‘iPhone van [verdachte] ’. Zo geeft de gebruiker van het toestel aan dat hij [medeverdachte 1] heet en geeft die gebruiker aan dat hij het wachtwoord van een protonmailaccount nu niet heeft.
Wat betreft de ‘iPhone van [verdachte] ’ geldt dat de gebruiker van dat toestel niet het alias ‘ [accountnaam 1] ’ voert. Daarnaast kunnen de zeven – veelal in de map downloads – gevonden afbeeldingen geen representatief beeld vormen van de totaal in het toestel gevonden afbeeldingen.
Met betrekking tot de iPhone 7, het Wickr-account [accountnaam 2] en het e-mailadres [accountnaam 2] @protonmail.com geldt als contra-indicatie voor toerekening aan [verdachte] dat er in de notities van het toestel een reclametekst staat voor de verkoop van IPTV-boxen, met verwijzing naar www.iptvbox.online. Dat wijst niet naar [verdachte] , maar naar medeverdachte [medeverdachte 6] .
5.3
[verdachte]
5.3.1
De aangetroffen gegevensdragers
De verdenking van betrokkenheid van [verdachte] bij strafbare feiten volgt grotendeels uit het onderzoek aan in beslag genomen gegevensdragers en uit de identificaties van [verdachte] als gebruiker van Wickr-, Telegram- en Whatsapp-accounts. Die koppeling heeft overwegend plaatsgevonden via het onderzoek aan de gegevensdragers, waarin die accounts of sporen daarvan – in de vorm van schermafbeeldingen van chats – zijn aangetroffen. In onderzoek Parra zijn diverse gegevensdragers in beslag genomen tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres 2] in [plaats 1] (verder: de woning van [verdachte] ), waaronder de hierna te noemen gegevensdragers.
[verdachte] heeft op 30 juli 2020 verklaard dat hij de naam
[verdachte]gebruikt en
een iPhone 11 proheeft met nummer [telefoonnummer 1] . Van die telefoon is hij de enige gebruiker. [10] Bij het onderzoek aan de iPhone 11 pro is gebleken dat de telefoon als ‘owner name’ ‘iPhone van [verdachte] ’ had. In de telefoon is op 11 november 2019 voor het eerst Wickr gebruikt. Het useraccount van Wickr is ‘
[accountnaam 1]’. [11] [getuige 2] , een neef van [verdachte] , heeft verklaard dat hij met [verdachte] contact had via Wickr en dat [verdachte] daarbij ‘ [accountnaam 1] ’ was. [12]
Bij onderzoek aan de
iPhone XS Max, ‘device name’ ‘iPhone van [verdachte] ’ (IBN-code [IBN-code 1] ), die is aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] , is onder meer gebleken dat de gebruiker van de telefoon gebruik maakt van de Wickr-naam ‘ [accountnaam 3] ’en veelal contact heeft met de wickr-naam [accountnaam 38] ( [medeverdachte 6] ) en met familieleden van [verdachte] , te weten ‘ [accountnaam 4] ’ ( [medeverdachte 5] ), ‘ [accountnaam 5] ’ (de moeder van [verdachte] ), ‘ [accountnaam 6] ’ ( [naam 1] , de vader van [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 7] ’ (neef van [verdachte] , [getuige 2] ). Als useraccounts staat op de telefoon onder meer ‘ [verdachte] @gmail.com’ genoemd. Op de telefoon staan ook veel privéfoto’s van [verdachte] , zijn vriendin [medeverdachte 5] en van zijn ouders. Er staan veel foto’s op rondom het tijdstip van de geboorte van hun dochter [naam 2] op [geboortedag] 2018. De verbalisant concludeert op grond hiervan dat [verdachte] de gebruiker van deze telefoon is. [13]
Bij onderzoek aan de
iPhone XS, ‘owner name’ ‘iPhone van [verdachte] ’ (IBN-code [IBN-code 2] ), die is aangetroffen op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is het volgende gebleken. In de telefoon zat geen simkaart. De AppleID van de telefoon is ‘ [verdachte] @icloud.com’. De gebruiker van de telefoon maakt gebruik van de wickr-namen ‘ [accountnaam 8] ’ en ‘ [accountnaam 9] ’. ‘ [accountnaam 9] ’ heeft contact met ‘ [accountnaam 6] ’ ( [naam 1] , de vader van [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 5] ’ (de moeder van [verdachte] ). ‘ [accountnaam 8] ’ heeft contact met ‘ [accountnaam 7] ’ (neef van [verdachte] , [getuige 2] ). Op de telefoon staan tennisgerelateerde berichten en foto’s met betrekking tot [verdachte] waarop [verdachte] te zien is. Ook staan er diverse familiegerelateerde foto’s van [verdachte] op de telefoon. De verbalisant concludeert op grond hiervan dat [verdachte] de gebruiker van deze telefoon is. [14] Op de telefoon staan afbeeldingen van legitimatiebewijzen met daarop een sticker waarop [accountnaam 2] vermeld staat. [15]
Op de
iPhone 7, die is aangetroffen op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is op 2 februari 2020 het
Wickr-accountmet de naam
' [accountnaam 2] 'aangemaakt. Op
31 maart 2020 is het
Telegram-accountmet de naam
' [accountnaam 2]' aangemaakt. Dit account maakt gebruik van een profielfoto in de vorm van een rijbewijspas met daarop de naam ' [accountnaam 10] '. De foto van de rijbewijspas komt overeen met een rijbewijspas die is aangetroffen in de kluis in de slaapkamer van de woning van [verdachte] . De telefoon heeft gebruik gemaakt van de chat-applicaties Wickr Me ' [accountnaam 2] ' en Telegram met de accountnaam ' [accountnaam 2] ID [ID-nummer 1] '. Op 7 juni 2020 is het
e-mail account ' [accountnaam 2] @protonmail.com'aangemaakt. In het toestel zijn foto’s en video's opgeslagen waarop de woning van [verdachte] te zien is. Onder andere is de serre en een gedeelte van het dakraam te zien. Ook de woonkamer en de eerste verdieping zijn te zien. De verbalisant concludeert op grond van onder meer de voornoemde bevindingen dat het zeer waarschijnlijk dat [verdachte] gebruik maakt van de telefoon en de daarop aangemaakte accounts. [16] Verder is uit onderzoek aan de iPhone 7 het volgende gebleken. De accountnamen
' [accountnaam 11] 'en
' [accountnaam 12] 'hebben hetzelfde unieke
Telegram-identiteitsnummer. Dit heeft te maken met hoe men deze heeft genoemd in de contactenlijst van de telefoon. [verdachte] heeft dit Telegram-account opslagen in de iPhone 7 met de accountnaam ' [accountnaam 11] ' en [medeverdachte 1] (verder te noemen: [medeverdachte 1] ) heeft dit Telegram-account opgeslagen in het toestel 'Samsung S9' met de accountnaam ' [accountnaam 12] '. Volgens de verbalisant kan uit deze bevindingen blijken dat [verdachte] gebruik gemaakt van de beide genoemde Telegram-accounts. [17]
Er is een
iPhone XR (' [verdachte] ')in beslag genomen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat onduidelijk is dat deze telefoon daadwerkelijk in de woning van [verdachte] (op het nachtkastje) is aangetroffen. In het proces-verbaal van de Belgische politie over de doorzoeking van de woning van [verdachte] is opgenomen dat op het nachtkastje links van het bed drie iPhones zijn aangetroffen, waaronder een ‘iPhone lichtblauw’. [18] Uit het overdrachtsformulier volgt dat deze telefoon aan de Nederlandse politie is overgedragen. [19] Onder de in Nederland onderzochte toestellen bevindt zich een iPhone XR met een blauw hoesje. [20] Gelet op deze stukken is naar het oordeel van de rechtbank uitgesloten dat hiermee een ander toestel dan die iPhone XR (‘ [verdachte] ’) is bedoeld.
Bij onderzoek aan de
iPhone XR (‘ [verdachte] ’)is het volgende gebleken.
De telefoon maakte gebruik van één simkaart met het
telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Dit nummer behoort bij het
Telegram-account ' [accountnaam 10]ID [ID-nummer 2] '. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat [verdachte] gebruik maakt van dit Telegram-account. [21] Verder is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘ [verdachte] ’) het volgende gebleken. Op 11 november 2019 is het
Wickr-accountmet de naam
' [accountnaam 13] 'op deze telefoon aangemaakt. De applicatie WhatsApp Messenger is aangemaakt op 21 maart 2020. Het
WhatsApp-accountmaakt gebruik van de naam
' [accountnaam 14] '. Op de profielfoto is een Roemeense ID kaart te zien. Een identieke ID kaart is aangetroffen in de kluis in de slaapkamer van [verdachte] en [medeverdachte 5] . Uit onderzoek aan deze telefoon is verder gebleken dat deze gebruik heeft gemaakt van het
Telegram-accountmet de naam
' [accountnaam 10]ID [ID-nummer 2] '. Met de telefoon zijn op 15 januari 2020 en 18 maart 2020 foto's van [verdachte] gemaakt. Op een van de foto's is [verdachte] te zien met in zijn hand een paspoort met daarop de naam [verdachte] . De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk is dat [verdachte] gebruik maakt van deze telefoon en de aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van deze telefoon. [22] Voorts is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘ [verdachte] ’) gebleken dat daarop meerdere foto's staan die grotendeels aantoonbaar in de woning van [verdachte] zijn gemaakt. Op foto's die zijn gemaakt in de periode van 3 februari 2020 tot en met 6 juli 2020 zijn de namen ' [accountnaam 2] ' en ' [accountnaam 11] ' te zien. [23]
Bij onderzoek aan de
iPhone 6S,met 'owner name' ‘iPhone van [verdachte] ', die is aangetroffen in de gang op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is het volgende gebleken. Achterop deze telefoon zat een sticker met de naam ' [naam 3] ' en telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Dit nummer hoort bij het nummer van de simkaart die in deze telefoon is aangetroffen. Op 7 mei 2020 stuurt ' [accountnaam 2] ' via Telegram een foto aan het Telegram-account [medeverdachte 1] (dat is [medeverdachte 1] , en dat is, zoals hierna zal blijken, [medeverdachte 1] ). Op die foto is een scherm te zien van een telefoon met daarop ' [accountnaam 12] ' en het nummer [telefoonnummer 3] . Volgens de verbalisant is het zeer aannemelijk dat [verdachte] gebruik maakte van de telefoon met daarin een simkaartje met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] en daarop op 25 februari 2020 de verificatiecode ontvangt voor het aanmaken van het Telegram-account '
[accountnaam 12]', welke gekoppeld is aan het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . [24]
Bij onderzoek aan de
iPhone XS,'owner name' 'iPhone van [verdachte] ', die is aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] , is het volgende gebleken. Op 6 juli 2020 is op deze telefoon het
Wickr-accountmet de naam
' [accountnaam 15] 'aangemaakt. In een via Wickr gevoerde chat komt ' [accountnaam 15] ' op de lijn met ' [accountnaam 1] '. Met de telefoon zijn foto's gemaakt in de woning van [verdachte] . Ook zijn met de telefoon videofragmenten opgenomen in de woning van [verdachte] en met de telefoon verstuurd via het Wickr-account ' [accountnaam 15] '. De telefoon heeft gebruik gemaakt van de mobiele hotspot van de ‘iPhone van [verdachte] ’. De verbalisant concludeert op basis van het onderzoek dat het zeer waarschijnlijk is dat [verdachte] gebruik maakte van deze telefoon en de daarop aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van de telefoon. [25]
Bij onderzoek aan de
iPhone 6S, 'owner name' 'iPhone van [verdachte] ', die is aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] , is onder meer gebleken dat zich achterop het toestel een sticker bevindt met daarop handgeschreven '
nieuwe Hotspot' en 'print'. Uit verstuurde en ontvangen e-mails blijkt dat bestanden worden verstuurd naar één of naar meerdere e-mailadressen welke in gebruik zijn bij [verdachte] . De e-mails bestaan voornamelijk uit afbeeldingen van bankbiljetten (dollars/euro’s) op een A4 formaat. Er zijn diverse afbeeldingen van vals geld aangetroffen die ook op andere in de woning van [verdachte] aangetroffen telefoons stonden. Van deze telefoons is vastgesteld dat [verdachte] daarvan de gebruiker is. De verbalisant heeft op grond van onder meer deze onderzoeksbevindingen vastgesteld dat [verdachte] de eigenaar is van deze telefoon. [26]
Op de
USB-stick van het merk Silicon Power(IBN-code [IBN-code 3] ), die is aangetroffen op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is bij onderzoek staat een aantal documenten aangetroffen, waarin een auteursnaam is toegevoegd. Eén van de namen die werd gebruikt is ‘ [accountnaam 14] ’. Volgens de verbalisant kan onder meer hieruit blijken dat [verdachte] de beschikking heeft gehad over dan wel gebruik heeft gemaakt van de aangetroffen USB-stick. [27] Het WhatsApp-account in de iPhone XR ‘ [verdachte] ’ maakt gebruik van de naam ‘ [accountnaam 14] ’. [28]
Op de
Macbook Pro(IBN-code [IBN-code 4] ), die is aangetroffen in de gang op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is een notitie aangetroffen waarin reclame wordt gemaakt voor ‘USA IDs, fake money and other products’. Als contactgegevens worden onder meer het Wickr-account ‘ [accountnaam 13] ’ opgegeven en als e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Laatstgenoemd e-mailadres is, zoals hierna zal blijken, gebruikt voor het openen van een rekening bij de N26 Bank op naam van [naam 4] . De politie heeft vastgesteld dat [verdachte] te zien is op de paspoortfoto en de selfie die zijn aangeleverd in het kader van de opening van die rekening. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat de MacBook Pro in gebruik is geweest bij [verdachte] . [29]
5.3.2
De verklaringen van [verdachte]
De rechtbank stelt vast dat de verdediging de hiervóór weergegeven onderzoeksresultaten op zichzelf niet heeft weersproken. Wel heeft de verdediging de daaruit getrokken conclusies betwist. Het verweer van de verdediging komt er in de kern op neer dat de in de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 in beslag genomen gegevensdragers en de daarop aangetroffen accountnamen in gebruik waren bij de personen die al enige tijd vóór die datum in de woning bezig waren op laptops en met het namaken van bankbiljetten. [verdachte] heeft hierover na zijn aanhouding in België bij de politie de volgende verklaringen afgelegd. Nu het verweer verweven is met het aanmaken van valse bankbiljetten in de woning van [verdachte] , zal hier (vooruitlopend op de bespreking van de feiten 1 tot en met 3) ook worden opgenomen wat [verdachte] daarover heeft verklaard.
Op 31 juli 2020 heeft [verdachte] verklaard dat hij de machines via internet heeft besteld en dat hij vermoedt dat hij 500 stuks (
toevoeging rechtbank: valse bankbiljetten) volledig heeft geprint en dat een deel nog uitgeprint moest worden. [30] Tijdens een later verhoor op 28 augustus 2020 heeft [verdachte] verklaard dat hij alle benodigdheden heeft aangekocht en dat het speciale papier door de jongens werd geleverd. De eerste keer was het normaal papier dat hij via Bol.com heeft besteld, de tweede keer was het speciaal papier. Hij kocht printers en inkt en bestelde die goederen onder de naam [verdachte] . Hij heeft verder verklaard dat hij vals geld in een wenskaart heeft verstuurd naar klanten in het buitenland. Het verstuurde geld betrof 20 of 50 euro biljetten die hij zelf heeft nagemaakt. Hij heeft ook biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij kon de biljetten afdrukken via wifi. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten uit A4 vellen gesneden. [31] [verdachte] heeft in alle verhoren verklaard dat hij vanaf juni 2020 “voor goed” is beginnen te drukken, in opdracht van een ander met wie hij via Wickr contact had, en dat hij er een vergoeding voor kreeg. Hij had maar met één iemand contact en wist niet of er nog meerdere mensen bij betrokken zijn.
Pas bij de rechter-commissaris in Nederland, tijdens een overigens niet in zijn eigen zaak afgelegde getuigenverklaring op 6 maart 2025, heeft [verdachte] verklaard dat hij “de ruimte” ter beschikking heeft gesteld aan Arabische mannen en dat één van de mannen [naam 5] heet. Ter terechtzittingen van 23 en 25 september 2025 heeft [verdachte] dit herhaald. Daar heeft hij verklaard dat andere mannen, onder wie [naam 5] , in zijn woning bezig waren met laptops en bankbiljetten hebben nagemaakt. [naam 5] heeft de spullen neergezet en [verdachte] wist niet waar die spullen vandaan kwamen. Hij heeft meegeholpen door een keer op een printknop te drukken en papier in de printer te gooien, zo heeft [verdachte] verder verklaard.
De rechtbank constateert dat [verdachte] hiermee op een zeer laat moment voor het eerst heeft verklaard over het ter beschikking stellen van zijn woning aan anderen, waaronder [naam 5] , voor het namaken van bankbiljetten (en andere hem onbekend gebleven werkzaamheden “op laptops”) en over zijn eigen slechts beperkte bijdrage daaraan. Die verklaringen staan haaks op zijn eerdere verklaringen bij de politie in België. Toen heeft hij weliswaar verklaard over het werken in opdracht van anderen, maar over aanwezigheid van anderen in zijn woning heeft hij niet gerept (hij zou via Wickr opdrachten ontvangen), terwijl hij voorts gedetailleerd verslag heeft gedaan van het alleen door hemzelf namaken van valse bankbiljetten (en het versturen daarvan). Daarbij komt dat de latere verklaringen van [verdachte] in vaagheden blijven steken en op geen enkele wijze concreet zijn gemaakt. [verdachte] verklaart niet te weten wie die Arabische mannen zijn, slechts dat een van hen [naam 5] heet. Hij heeft geen verdere gegevens van deze [naam 5] aangeleverd. Er is van deze persoon geen achternaam, geen telefoonnummer en ook geen accountnaam bekend. Bovendien biedt ook het procesdossier geen aanknopingspunten voor het scenario dat [verdachte] zijn woning aan anderen ter beschikking heeft gesteld. Op het moment van de doorzoeking woonden behalve [verdachte] alleen zijn vriendin, [medeverdachte 5] , hun twee dochters, van destijds enkele maanden en 1 jaar oud, en de zoon van [medeverdachte 5] , destijds 14 jaar oud, in de woning. Over [medeverdachte 5] heeft [verdachte] verklaard dat zij er niets mee te maken wil hebben [32] en waar het gaat om de kinderen kan, gelet op hun leeftijd en de inhoud van de gegevensdragers, enige betrokkenheid bij die gegevensdragers worden uitgesloten.
Op grond van het voorgaande hecht de rechtbank geen enkel geloof aan de verklaringen van [verdachte] over het namaken van bankbiljetten (of het verrichten van andere illegale activiteiten) door anderen in zijn woning (noch overigens aan zijn eerdere verklaringen dat hij in opdracht van anderen werkte) en gaat zij daaraan voorbij.
5.3.3
De toerekening van de gegevensdragers en daaraan verbonden accounts
De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt is dat degene die een gegevensdrager, in dit geval een telefoon, een laptop en een usb-stick, voorhanden heeft en daar toegang toe heeft, in het algemeen ook als gebruiker van die gegevensdrager en daaraan verbonden accounts kan worden aangemerkt. Dat geldt ook voor accounts die op de een of andere wijze, bijvoorbeeld via gebruikersnaam of e-mailadres, zijn te herleiden tot een bepaald persoon. Wanneer een aanwijzing dat een gegevensdrager of account ook bij een ander in gebruik is ontbreekt, brengt de enkele theoretische mogelijkheid dat dit wel het geval is ook niet mee dat geconcludeerd moet worden dat de gegevensdrager of het account niet kan worden toegeschreven aan de persoon die de gegevensdrager voorhanden heeft en daar toegang toe heeft.
Voornoemd uitgangspunt gaat naar het oordeel van de rechtbank onverkort op in de onderhavige zaak. Dat de voornoemde in zijn woning aangetroffen telefoons, laptop en usb-stick van Arabische mannen waren, onder wie ene [naam 5] , heeft de rechtbank hiervóór al uitgesloten. [verdachte] heeft niet naar andere personen gewezen als zijnde de gebruiker(s) (dan wel kopers) van die gegevensdragers. Naar het oordeel van de rechtbank kan reeds daarom worden aangenomen dat [verdachte] daarvan de (enige) gebruiker was. Datzelfde geldt voor de op de telefoons aangemaakte accounts.
Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt overigens ook dat de telefoons, laptop en usb-stick telkens via de (meta)data duidelijk aan [verdachte] kunnen worden gekoppeld. De door de verdediging opgeworpen contra-indicaties voor het gebruik door [verdachte] van de telefoons en accounts, te weten dat in de ‘iPhone van [verdachte] ’ in één chatbericht de naam [medeverdachte 1] wordt gebruikt en dat in de iPhone 7 een advertentietekst van ‘ [accountnaam 2] ’ is aangetroffen voor ‘IPTV’, doen daaraan niet af. Deze gegevens zijn zonder meer te verenigen met het gebruik van de telefoons door [verdachte] in het kader van de ten laste gelegde feiten en vormen geen concrete aanwijzing dat (ook) een ander de toestellen en accounts heeft gebruikt.
Tot slot heeft verdediging gewezen op de theoretische (en op zichzelf inderdaad aanwezige) mogelijkheid dat de accounts door meerdere personen konden worden gebruikt. Wie dat dan zouden zijn geweest, heeft [verdachte] niet concreet gemaakt. Niettemin overweegt de rechtbank over dit verweer nog als volgt.
In de data van de onderzochte telefoons zijn schermafbeeldingen aangetroffen van gesprekken die zijn gevoerd via onder meer de Wickr-accounts ‘ [accountnaam 13] ’, ‘ [accountnaam 2] ’ [33] en ‘ [accountnaam 15] ’. [34] Een schermafbeelding wordt in het algemeen gemaakt door degene die de telefoon bedient op het moment dat het betreffende gesprek op het scherm zichtbaar is. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat deze afbeeldingen op een andere wijze op de telefoons zijn terechtgekomen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de gebruiker van de telefoon – van wie hiervoor is geconcludeerd dat het [verdachte] betreft – deze schermafbeeldingen heeft gemaakt. Daarmee staat vast dat [verdachte] de gebruiker was van de betreffende Wickr-accounts.
De Wickr-gesprekken die op de schermafbeeldingen te zien zijn, hebben onder meer betrekking op de productie van en de handel in vals geld. Op de in beslag genomen telefoons zijn daarnaast Telegram- en Whatsapp-accounts aangetroffen waarmee gesprekken zijn gevoerd. Dat betreft de Telegram-accounts ‘ [accountnaam 2] ’en ‘ [accountnaam 10] ’ en het WhatsApp-account ' [accountnaam 14] '. De gesprekken die in die accounts zijn aangetroffen hebben betrekking op dezelfde strafbare feiten en worden gevoerd in dezelfde periode als de Wickr-gesprekken. De rechtbank leidt hieruit af dat ook de communicatie via Telegram en WhatsApp door [verdachte] is gevoerd en dat hij de gebruiker van die accounts was.
5.3.4
De overige accounts
Naast de aan voornoemde telefoons gekoppelde accounts rust op [verdachte] de verdenking dat hij gebruik heeft gemaakt van de Telegram-accounts ‘ [accountnaam 11] ’ en ‘ [accountnaam 12] ’ en van het Wickr-account ‘ [accountnaam 16] ’. Deze accounts zijn niet gekoppeld aan de onderzochte gegevensdragers die bij [verdachte] in beslag zijn genomen.
5.3.4.1
De Telegram-accounts ‘ [accountnaam 11] ’ en ‘ [accountnaam 12] ’
Over deze accounts overweegt de rechtbank, in aanvulling op wat zij daarover hiervoor al heeft vastgesteld, nog als volgt.
Op 7 mei 2020 stuurt ‘ [accountnaam 2] ’ naar een Telegram-account van [medeverdachte 1] een foto van het account ‘ [accountnaam 12] ’ met het verzoek “Kan je die zoeken en me toevoege”. Op de foto is het telefoonnummer + [telefoonnummer 3] te zien dat bij het account ‘ [accountnaam 12] ’ hoort. Uit het toestel van [medeverdachte 1] blijkt dat hij op 7 mei 2020 via Telegram met ‘ [accountnaam 12] ’ een gesprek voert over prijzen en de tekst die gebruikt wordt voor het verkopen van nepgeld op Telegram. Aan het Telegram ID-nummer dat bij ‘ [accountnaam 12] hoort’, is binnen het onderzoek ook de accountnaam ‘ [accountnaam 11] ’ gekoppeld.
In de woning van [verdachte] is, zoals gezegd, een iPhone 6S met de naam ‘iPhone van [verdachte] ’ aangetroffen, met daarop een sticker met de naam “ [naam 3] ” en het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Uit onderzoek naar de simkaart die in dat toestel zat, blijkt dat aan die simkaart het genoemde telefoonnummer gekoppeld was. In de telefoon werd tevens een bericht aangetroffen van 25 februari 2020 met daarin een verificatiecode van Telegram. [35]
De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat [verdachte] de gebruiker is van een Telegram-account dat in het onderzoek naar voren komt onder de gebruikersnamen ‘
[accountnaam 11]’ en ‘
[accountnaam 12]’.
5.3.4.2
Het Wickr-account ‘ [accountnaam 16] ’
Op Beijens rust voorts de verdenking dat hij de gebruiker is van het Wickr-account ‘ [accountnaam 16] ’. Deze verdenking is ontstaan na onderzoek aan de telefoon van [medeverdachte 1] (verder te noemen: [medeverdachte 1] ), waarover hierna meer. Daarin zijn afbeeldingen van Wickr-gesprekken aangetroffen, waaruit blijkt dat ‘ [accountnaam 16] ’ de gebruiker ‘ [accountnaam 17] ’ (zoals hierna zal blijken [medeverdachte 1] ) op meerdere dagen de opdracht geeft tot het storten van specifieke bedragen op rekeningen. Verder blijkt uit de historische telefoongegevens van [medeverdachte 1] dat hij op 15 april 2019 in de avond in België is geweest. Uit een schermafbeelding van een Wickr-gesprek uit de telefoon van [medeverdachte 1] , volgt dat hij die avond het volgende gesprek heeft met ’ [accountnaam 16] ’ [36] :
’ [accountnaam 16] ’:
ja belgen soms beetje dom man haha‘ [accountnaam 17] ’:
ik ben ook al bijna thuishahahaha hoor ik vaker
’ [accountnaam 16] ’:
oke man rij voorzichtig
[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij in België is geweest. Hij trof daar een lange, slanke, blanke man van ongeveer 32 jaar. [37]
De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte 1] een afspraak in België heeft gehad met ‘ [accountnaam 16] ’. [verdachte] woont in België en past wat betreft leeftijd en uiterlijke kenmerken in het door [medeverdachte 1] beschreven signalement.
De rechtbank concludeert dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het account ‘ [accountnaam 16] ’. Dat volgt uit de hiervoor genoemde bevindingen, in samenhang met het bewijs dat hierna bij de bespreking van de bedrijfsoplichtingen aan bod zal komen. In het bijzonder wijst de rechtbank op de daaruit blijkende aansturende rol van verdachte bij die oplichtingen, waarbij ook [medeverdachte 1] betrokken is, en het feit dat [verdachte] zichzelf ziet als investeerder.
5.3.4.3
Het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’
De verdenking is voorts dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] werden bankpassen aangetroffen op naam van [naam 4] bij onder meer Revolut en N26. [38]
Via een EOB werden bij Revolut de klant-, login- en transactiegegevens van een aangetroffen Mastercard op naam van [naam 4] opgevraagd. Uit het antwoord blijkt dat het opgegeven e-mailadres voor die rekening ‘ [e-mailadres 1] ’ is. Daarnaast leverde Revolut Ltd een kopie van een Nederlands paspoort op naam van [naam 4] . Dit paspoort was voorzien van een pasfoto van [verdachte] . Ook was een selfie van [verdachte] bijgevoegd. Uit onderzoek van het afgebeelde paspoort is geconcludeerd dat het vals of vervalst is.
Uit de transactiegegevens van Revolut Ltd volgt dat er op 15 januari 2020 een transactie plaatsvond in opdracht van een klant met e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. [39]
Tot de Duitse autoriteiten is in het kader van onderzoek Parra een verzoek gericht tot het aanleveren van de identificerende gegevens, alsmede een kopie ID van de rekeninghouder van een rekening bij de N26 Bank. Het gaat om rekening [rekeningnummer 1] die op
15 januari 2020 is geopend. De rekening staat op naam van [naam 4] . Het opgegeven e-mailadres is ‘ [e-mailadres 1] ’. De identiteitscontrole had plaatsgevonden middels twee door de klant geüploade documenten. Dit betrof een foto van een Nederlands paspoort en een selfie. De persoon op de paspoortfoto en de selfie is [verdachte] . Het afgebeelde paspoort blijkt vals of vervalst. [40]
Zoals hiervoor al is vastgesteld, is in de woning van [verdachte] een Apple Macbook Pro (IBN-code [IBN-code 4] ) in beslag genomen. In een notitie op de laptop wordt reclame gemaakt voor ‘USA IDs, fake money and other products’. Als contactgegevens wordt onder meer het Wickr-account ‘ [accountnaam 13] ’ opgegeven en het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. [41]
De rechtbank concludeert op basis van de voornoemde onderzoeksbevindingen dat [verdachte] de gebruiker was van het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Hij heeft onder opgave van dat e-mailadres meerdere bankrekeningen geopend. Bovendien wordt het e-mailadres aangetroffen in een notitie op een laptop die in de woning van [verdachte] is aangetroffen en daarom aan hem kan worden toegeschreven. In die notitie wordt bovendien het Wickr-account ‘ [accountnaam 13] ’ genoemd, waarvan eveneens is vastgesteld dat dit [verdachte] is.
5.3.4.4
Conclusie
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat op basis van de uit de het verrichte onderzoek gebleken bevindingen kan worden aangenomen dat [verdachte] de (enige) gebruiker was van de voornoemde telefoons, alsook dat hij schuil ging achter de genoemde Wickr- en Telegram-accounts/accountnamen en achter de naam ‘ [accountnaam 14] ’. Verder kan worden aangenomen dat (onder anderen) [verdachte] gebruik maakte van het e-mailaccount ‘ [accountnaam 2] @protonmail.com’. Datzelfde geldt voor het hierna nog aan bod komende
e-mailaccount ‘ [accountnaam 15] @protonmail.com’, gezien de overeenkomst van de naam ‘ [accountnaam 15] ’ met de bij [verdachte] in gebruik zijnde accountnaam ‘ [accountnaam 15] ’. Bovendien was hij de (enige) gebruiker van de genoemde MacBook Pro en de genoemde USB-stick van het merk Silicon Power. Tot slot kan worden aangenomen dat hij gebruik maakte van het e-mailaccount ‘ [e-mailadres 1] ’. De rechtbank zal hiervan in het navolgende uitgaan.
5.4
[medeverdachte 1]
Op 1 mei 2019 is onder [medeverdachte 1] een Apple iPhone (IMEI-nummer [IMEI-nummer] ) in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [42] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 17] ’ gekoppeld was aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij de naam ‘ [accountnaam 17] ’ heeft gebruikt. [43]
Op 30 juli 2020 is onder [medeverdachte 1] een telefoon van het merk Samsung S9in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [44] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van de telefoon, alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘ [medeverdachte 1] ’ en het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 18] ’. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat de telefoon van hem was. [45]
5.5
[medeverdachte 2]
Onder [medeverdachte 2] is een Samsung Galaxy Note 20 in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [46] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van deze telefoon, die gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer 4] , alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘ [accountnaam 19] ’. Verder is uit verricht onderzoek gebleken dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 20] ’ aan [medeverdachte 2] gekoppeld was en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘ [accountnaam 20] ’ werd genoemd. [47] De rechtbank zal daarom, indien deze accountnaam hierna aan bod komt, ervan uitgaan dat [medeverdachte 2] daarachter schuil gaat en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘ [accountnaam 20] ’ werd genoemd.
5.6
[medeverdachte 3]
Onder [medeverdachte 3] is een Apple iPhone 8 Plus in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [48] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van deze telefoon, alsook dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 21] ’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3] . Verder is uit onderzoek aan de onder [verdachte] in beslag genomen iPhone XR (iPhone van ‘ [verdachte] ’) onder meer gebleken dat ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) aan ‘ [accountnaam 22] ’ vraagt naar zijn adres, waarop ‘ [accountnaam 22] ’ antwoordt: “ [adres 3] [plaats 2] ”. [medeverdachte 3] is op dit adres woonachtig. [49] Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 22] ’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3] . Ook werd hij wel ‘ [accountnaam 22] ’ genoemd. ‘ [accountnaam 21] ’ antwoordt op 6 mei 2020 op de vraag van ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ) of hij ‘ [accountnaam 22] ’ is met “ja”. [50] De rechtbank zal daarom, indien deze (account)namen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat het [medeverdachte 3] betreft.
5.7
[medeverdachte 4]
Uit onderzoek aan een onder [medeverdachte 4] in beslag genomen iPhone X is gebleken dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘ [accountnaam 23] ’. [51] Voorts is uit onderzoek gebleken dat hij gekoppeld was aan de Wickr-accounts met de namen ‘ [accountnaam 24] ’ en ‘ [accountnaam 24] ’. [52] De rechtbank zal daarom, indien de genoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [medeverdachte 4] daarachter schuil gaat.

6.Feiten 1 tot en met 3 (onderzoek Palestina)

6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode in Nederland en België schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de productie van vals geld (feit 1) en het medeplegen van de handel in vals geld (feit 2). Wat betreft de productie van bankbiljetten van 200 en 500 euro en de handel in bankbiljetten van 200 euro dient vrijspraak te volgen, omdat daarvan uit het procesdossier niet blijkt. Verder heeft [verdachte] zich op 30 juli 2020 in [plaats 1] in België schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten (feit 3).
6.2
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 3 en daartoe, kort gezegd, het volgende aangevoerd (in aanvulling op het hiervóór al besproken bewijsuitsluitingsverweer en het verweer met betrekking tot de koppeling van gegevensdragers en accountnamen aan [verdachte] ). [verdachte] erkent dat hij zijn woning gedurende (delen van) de ten laste gelegde periode ter beschikking heeft gesteld aan anderen. Hij heeft daarmee hooguit een faciliterende rol gehad, maar geen actieve bijdrage geleverd aan het produceren of verspreiden van vals geld. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachten, noch van een substantiële uitvoeringshandeling van [verdachte] zelf. [verdachte] heeft hooguit de rol van een medeplichtige gehad. Uit niets blijkt dat [verdachte] zelf actief betrokken was bij het produceren van valse bankbiljetten. Wat vast staat is dat anderen dit in zijn woning hebben gedaan, terwijl [verdachte] hooguit de locatie ter beschikking stelde. Verder blijkt uit niets dat [verdachte] ooit zelf vals geld aan iemand heeft afgeleverd of verkocht. Tot slot levert het procesdossier niet het bewijsminimum dat [verdachte] goederen voorhanden had, wetende dat ze tot vervalsen bestemd waren. In een woning die door meerdere personen als werkplek is gebruikt en waarin goederen door anderen zijn ingebracht en bediend, kan [verdachte] niet zonder meer beschikkingsmacht over die goederen worden toegerekend. Feitelijke zeggenschap over de goederen ontbrak.
6.3
De beoordeling door de rechtbank
6.3.1
Inleidende overwegingen
Onderzoek Palestina ziet op de productie van en handel in valse euro- en dollarbiljetten. Zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, zijn op grote schaal euro- en (Amerikaanse) dollarbiljetten nagemaakt. Ten behoeve hiervan en ten behoeve van de verkoop van de valse bankbiljetten werden goederen aangeschaft. De valse bankbiljetten en de goederen zijn bij meerdere doorzoekingen aangetroffen. Hiervóór is al gebleken dat bij die doorzoekingen bovendien een grote hoeveelheid gegevensdragers is aangetroffen. Ook op basis van het onderzoek aan die gegevensdragers zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in beeld gekomen als zijnde betrokken bij het namaken van bankbiljetten en het verkopen van die bankbiljetten. Het proces van het namaken van de bankbiljetten en de verschillende stadia van dat proces, konden in kaart worden gebracht. Daarnaast is in kaart gebracht op welke wijze de verkoop van de valse bankbiljetten plaatsvond.
Hierna zullen eerst de in het procesdossier aanwezige relevante bewijsmiddelen (niet uitputtend) worden weergegeven, te beginnen met wat is aangetroffen bij de doorzoekingen en de uitkomsten van verricht (forensisch) onderzoek aan de aangetroffen biljetten en printers, gevolgd door de onderzoeksbevindingen ten aanzien van drie stadia, te weten het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse bankbiljetten. Op basis hiervan zal de rechtbank tussentijds conclusies trekken ten aanzien van de (reeds) uit deze bewijsmiddelen naar voren komende betrokkenheid van [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bij de drie stadia. Tot slot zal de rechtbank beoordelen of ieder van hen een rol heeft gespeeld in (de diverse stadia van) het proces van het namaken van bankbiljetten, en zo ja, welke rol, en of ingeval van een rol van betekenis wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen.
6.3.2
Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten
6.3.2.1
[verdachte]
Op 30 juli 2020 is de woning van [verdachte] doorzocht. Daarbij zijn onder meer de volgende goederen, gerelateerd aan vals geld, aangetroffen:
20 printers van diverse merken en types, 2 Epson scanners, 3 vals geld detectoren,
3 geldtelmachines, 5 potjes inkt, inkttoners, 9 flesjes spuitverf in diverse kleuren, 13 potjes inkt met 4 flesjes UV inkt, stempelkussens, een potje UV printer inkt met opschrift “Guangzhou Firebird Printing”. [53]
Ook zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen, die te gebruiken zijn bij het produceren van vals geld: 3 perforatoren, 17 drukplaten, een drukpers, 15 vals geld detector pennen, een UV lamp en een UV pen, 2 snijmachines, ScanNCut platen, een drukpers, een handscanner, een doos met daarin veel vellen met hologrammen voor diverse bankbiljetten (1265 hologrammen voor biljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro en hologrammen voor dollarbiljetten), en verschillende soorten ‘speciaal papier’, waaronder papier met in het midden een zogenaamde veiligheidsdraad die ook in echte eurobiljetten is verwerkt. [54] Op verschillende plekken werden bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren, namelijk: een doos met daarin dollarbiljetten en eurobiljetten waarvan de meeste nog niet zijn uitgesneden, een doos met halffabricaten vals geld (onder andere biljetten van 50 dollar en biljetten van 100 euro), en een grote stapel A4 vellen, met op ieder vel een afdruk van drie biljetten van 50 euro. [55]
In België heeft echtheidsonderzoek plaatsgevonden ten aanzien van de aangetroffen biljetten. Daarbij zijn 11 biljetten van 20 dollar, 21 biljetten van 50 dollar en 3 biljetten van 100 dollar vals bevonden. Voorts zijn A4 bladen aangetroffen met daarop in totaal 282 afdrukken van (valse) biljetten van 50 dollar en 2 afdrukken van 100 dollar. Verder werden nog 524 kleefstripjes voor biljetten van 100 dollar aangetroffen. De Chinese tekst op deze bladen doet vermoeden dat deze kleefstripjes van Chinese herkomst zijn. [56] Ook zijn bij het echtheidsonderzoek 19 biljetten van 10 euro, 3 biljetten van 20 euro, 33 biljetten van
50 euro, 1 biljet van 100 euro en 14 biljetten van 500 euro vals bevonden. De 3 biljetten van 20 euro en 32 stuks van de biljetten van 50 euro waren in België in omloop sinds 9 januari 2020. Verder zijn aangetroffen vele A4 bladen met afdrukken van biljetten van 50 en 100 euro. Over 1265 aangetroffen hologrammen voor biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en 843 aangetroffen doorkijkvensters voor biljetten van 20, 50 en 100 euro wordt opgemerkt dat deze te koop worden aangeboden op diverse websites zoals ‘ALIBABA.COM’ en ‘WISH’. Ze kunnen online worden besteld en worden eenvoudigweg met de post opgestuurd. Het onderscheid tussen deze hologrammen en doorkijkvensters en echte hologrammen en doorkijkvensters is voor een leek moeilijk te herkennen. [57]
6.3.2.2
[medeverdachte 1]
Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres 4] in [plaats 2] . [medeverdachte 1] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In en nabij de slaapkamer van [medeverdachte 1] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen:
zes printers, waaronder een printer met in de lade een halffabricaat van een biljet van 50 euro en een printer met in de lade een halffabricaat van een dollarbiljet, een snijmachine, grote hoeveelheden hologrammen voor diverse soorten valse euro- en dollarbiljetten en vier dozen met printercartridges.
Op de slaapkamer van [medeverdachte 1] zijn 9261 bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Het betreft biljetten van 10 euro, 20 euro, 50 euro, 20 dollar en 50 dollar. Er zat veel vals geld in een Jumbo tas, waarin ook zijn aangetroffen een poststuk van de belastingdienst en een aanmaning van Intrum/KPN, beide gericht aan [medeverdachte 3] met het adres [adres 3] te [plaats 2] .
Verder is aangetroffen een doos met daarin ‘speciaal papier’, waarvan gebruik wordt gemaakt bij het vervaardigen van vals geld en waarvan ook deel uitmaakte papier met een zogenaamde veiligheidsdraad. De eigenschappen van het in de doos aangetroffen papier maken het geschikt voor het maken van waardedocumenten.
Ook zijn op de slaapkamer van [medeverdachte 1] in een kast, in een rugtas naast het bed en in een tas aangetroffen: snijafval van biljetten van 20 euro, snippers vals geld en vals geld, en vermoedelijk velletjes waarop hologrammen geplakt hebben gezeten. Voorts zat in de tas een biljet van 20 euro dat aan de zijkanten nog niet volledig was uitgesneden en waarop stond geschreven “695 goed”.
Op 31 juli 2020 heeft [medeverdachte 1] zelf nog een printer en twee tassen met ‘speciaal papier’ naar het politiebureau gebracht. [58]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten heeft uitgewezen dat de ze vals waren. [59] Forensisch onderzoek ten aanzien van een zak met 20 euro hologrammen heeft uitgewezen dat de hologrammen vals waren. [60]
Bij de doorzoeking is in de slaapkamer van [medeverdachte 1] op het bureau ook aangetroffen een doos met daarop een adressticker van Bol.com, gericht aan [medeverdachte 3] , [adres 3] , [postcode 3] [plaats 2] . In deze doos zaten diverse misafdrukken van vervalste euro- en dollarbiljetten. Op een in die doos aangetroffen A4-papier met daarop een biljet van 20 euro is een vingerafdruk van [medeverdachte 1] aangetroffen. [61]
6.3.2.3
[medeverdachte 3]
Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres 3] in [plaats 2] . [medeverdachte 3] woonde toen op dit adres. Op het bureau in de slaapkamer van [medeverdachte 3] werd een printer aangetroffen en een biljet van 500 euro (in een portemonnaie op het bureau). Verder werden in de bij de woning behorende berging grote stapels biljetten aangetroffen van 20 en 50 euro en biljetten van 20 en 50 dollar die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Ook zijn in de berging aangetroffen A4 vellen met daarop afdrukken van biljetten van 20 dollar, nog niet volledig uitgesneden biljetten van 20 dollar, en een tas met daarin heel veel inktcartridges. [62]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 1103 biljetten, heeft uitgewezen dat ze vals waren. [63]
De in de woning aanwezige moeder en zus van [medeverdachte 3] hebben aangegeven dat ze niets wisten van het valse geld en nooit in de berging kwamen. [64] Op een biljet, verpakt in een zilverkleurig zakje, aangetroffen in de bij de woning behorende berging, is een vingerafdruk van [medeverdachte 3] aangetroffen. [65]
6.3.2.4
[medeverdachte 2]
Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres 5] in [plaats 2] . [medeverdachte 2] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In de woonkamer zijn twee papiersnijmachines aangetroffen. Verder is in de slaapkamer van [medeverdachte 2] , onder het bed, een doos aangetroffen met het opschrift ‘PrintAbout.nl’ en met daarin stapeltjes euro- en dollarbiljetten die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Op veel van de stapeltjes zaten briefjes met daarop handgeschreven getallen en teksten als: “opnieuw”, “opnieuw snijden! 265!”, “opnieuw snijden!!! 89x”, “opnieuw snijden 100x”, “21xB+ Te redden!!!”, “B+ 100x”, “200 x € 50”, “200 x 50”, “700 x“, “90 x“, “340 x”, “540 x“, “565“. Ook werd onder het bed een doos aangetroffen, waarin ‘speciaal papier’ had gezeten dat gebruikt kan worden bij het vervaardigen van vals geld. In deze doos zaten stickervelletjes hologrammen voor biljetten van 50 euro, een reepje snijafval van een biljet van 50 euro, en een pincet dat op de hologrammen lag. Onder het bed lag ook een stickervel met nog 19 hologrammen voor biljetten van 20 euro. [66]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 6551 biljetten van 20 en 50 dollar en 50 euro, heeft uitgewezen dat ze vals waren. [67]
6.3.2.5
[medeverdachte 4]
Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de ouders van [medeverdachte 4] aan de [adres 6] in [plaats 3] (verder: de woning van [medeverdachte 4] ). [medeverdachte 4] verbleef daar toen en is daar ook aangehouden. In de slaapkamer van [medeverdachte 4] zijn onder meer aangetroffen: 92 inktcartridges, 6 printers, meerdere soorten ‘speciaal papier’ dat kan worden gebruikt bij het vervaardigen van vals geld, een vals biljet van 20 dollar en 7 valse biljetten van 500 euro. Ook zijn 360 wenskaarten en ongeveer 1000 blanco enveloppen aangetroffen. [68]
6.3.3
Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten
Uit onderzoek is gebleken dat op ieder van de vijf voornoemde zoeklocaties valse euro- en dollarbiljetten zijn aangetroffen waarvan het serienummer overeenkomt met het serienummer op biljetten die op een andere zoeklocatie of meerdere andere zoeklocaties zijn aangetroffen. Zo zijn op alle locaties valse biljetten van 20 dollar met het serienummer IB22822060D aangetroffen. [69]
6.3.4
Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek
Een medewerker van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onderzoek gedaan ten aanzien van de bij de doorzoekingen aangetroffen biljetten van 10, 20 en 50 euro. Het betreffen falsificaten die middels een inkjet-printer worden geproduceerd. Op de biljetten wordt een imitatie van het watermerk geprint. Bij de aangetroffen falsificaten is tevens een imitatie toegevoegd van het hologram gedeelte, waarbij een folie (sticker) op het valse bankbiljet is geplakt.
Onder
het indicatief NLB0010 K00011vallen biljetten van 10 euro met het serienummer SA6044579231, die zijn aangetroffen bij [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , en biljetten van 10 euro met het serienummer SA6057965444, die zijn aangetroffen bij [verdachte] en [medeverdachte 1] . Vastgesteld is dat dit indicatief in 10 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 4.089 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen.
Onder
het indicatief EUB0020 J00008vallen biljetten van 20 euro met meerdere serienummers. Meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [verdachte] en [medeverdachte 1] . Vastgesteld is dat dit indicatief in 20 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 2.495 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen.
Onder
het indicatief EUB0050 J00008vallen biljetten van 50 euro met meerdere serienummers. Een of meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Vastgesteld is dat dit indicatief in 24 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 12.582 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de eerste week van mei 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië en Oostenrijk. Op 11 mei 2020 het eerste exemplaar in België en 14 mei 2020 werden de eerste exemplaren in Nederland aangetroffen. [70]
Ook is
ten aanzien van het indicatief EUB0050 J00008onderzocht of de aangetroffen printers en inktcartridges vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor het printen van de aangetroffen falsificaten op de PD (
rechtbank: plaats delict) en de falsificaten in circulatie. Vanuit de PD zijn er printers en inktcartridges naar DNB getransporteerd. Deze zijn allemaal geïnventariseerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de specifieke merken en types. Ook is geïnventariseerd welke inktcartridges er op moment van inbeslagname aanwezig waren in de printer. Met behulp van de datafiles verkregen van de politie is een deel van het bronbestand aangetroffen. Dit document bevat alleen de achterzijden van de biljetten. In het bronbestand bevinden zich vier verschillende serienummers, waarvan er een in Nederland is aangetroffen, namelijk BR0182924512. Het onderzoek concentreert zich op de falsificaten met dit
serienummer. Er konden twee printers goed getest worden, de CANON TS9150 en de CANON TS6250. In het onderzoek is gestart met het vergelijken van de twee verschillende type cartridges die aangetroffen zijn op de PD, namelijk de originele cartridge van Canon en de cartridges van 1,2,3 inkt. Op basis van het onderzoek zijn
de volgende conclusiesgetrokken:
Aangetroffen falsificaten PD (hypothese H1a en H1b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het veel waarschijnlijker is dat de falsificaten aangetroffen op de PD overeenkomen met de falsificaten aangetroffen in circulatie, dan dat deze afkomstig zouden zijn van een andere productielocatie.
Overeenkomst falsificaten en printers PD (hypothese H2a en H2b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de aangetroffen falsificaten op de PD geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD.
Overeenkomst falsificaten in circulatie met de printers op de PD (Hypothese H3a en H3b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de falsificaten aangetroffen in circulatie geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD.
Als laatste test zijn nog de falsificaten die aangetroffen zijn in [plaats 1] (
rechtbank: in de woning van [verdachte]) vergeleken met de falsificaten aangetroffen op de PD en in circulatie. Ook hier laten deze hetzelfde printbeeld zien en kan geconcludeerd worden dat ook deze falsificaten een link met elkaar hebben.
Verder kan aangetoond worden dat de inkt losgeweekt van de biljetten overeenkomsten laat zien met de printermix inkten aangetroffen in de in beslag genomen printers van de PD. Te zien is namelijk dat de inkten en losgeweekte inkten bij de overeenkomstige banden ook de overeenkomstige Rf (
rechtbank: retentiefactor) waarde hebben. [71]
Biljetten met het serienummer BR0182924512 zijn aangetroffen bij [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Het bronbestand is onder andere aangetroffen op de onder [verdachte] in beslag genomen iPhone, voorzien van een sticker op de achterzijde met de tekst "Nieuwe Hotspot". [72] Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] zijn vier printers in beslag genomen van het merk Canon, type TS9150 en een printer van het merk Canon, type TS6250. [73] Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 4] in [plaats 2] zijn een printer van het merk Canon, type TS9150, en twee printers van het merk Canon, type TS6250, aangetroffen. De tevens aangetroffen cartridges zijn overgedragen aan DNB voor onderzoek. [74]
6.3.5
Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia
Hierna volgt achtereenvolgens met betrekking tot het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de biljetten een (niet uitputtende) weergave van in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen.
6.3.5.1
Ten aanzien van het namaken van bankbiljetten
6.3.5.1.1 Bewijsmiddelen
[verdachte] :
Op een video van 28 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [verdachte] , zijn onder meer te zien vellen met daarop afdrukken van 50 euro die uit de verschillende printers komen. Uit vier printers rollen vellen papier met dergelijke afdrukken. Op minimaal drie printers ligt een smartphone. Uit de printer, die links op de tafel staat, komt een vel papier met daarop een afbeelding van een dollarbiljet. Het gaat zeer waarschijnlijk om een biljet van 50 dollar. Op de printer ligt een telefoon. [75]
Op een video van 29 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [verdachte] , is te zien hoe met ScanNCut printers / raammachines gaatjes worden uitgesneden in bankbiljetten van 50 euro. De gaatjes worden uitgesneden op de plek waar het hologram op deze bankbiljetten zit. Te zien is dat op twee raammachines een vel papier ligt met daarop drie afdrukken van een
50 euro. Beide vellen verdwijnen grotendeels in de raammachines. Er worden kennelijk gaten in de afdrukken van 50 euro uitgesneden. Voor een van de raammachines ligt een smartphone op het bureau waarvan het scherm oplicht. [76]
Op 29 juli 2020 wordt via Wickr een gesprek gevoerd tussen ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) en ene (onbekend gebleven) [accountnaam 25] , waarbij ook drie videobestanden en een foto zijn gedeeld. De verbalisant merkt over deze videobestanden en foto op: Op de videobestanden is de slaapkamer en overloop van de woning van [verdachte] te zien. Ook zijn te zien de printers in werking waarmee het vals geld wordt gedrukt en vellen papier met daarop 50 euro biljetten en 50 dollar biljetten, verspreid op het bed. Verder zijn te zien de ladekasten waarin onder andere de inkt ligt en een doos met afvalgeld. Het gesprek verloopt als volgt:
[accountnaam 25] :
“(…) Lijkt mij wel wat om te doen.”
[verdachte] :
“dat kan man mag onbeperkt
en dan nog stickers plakken
en snijden tot biljet
dat is het process tot nu toe
printen is 15cent per stuk maar je ziet ze rollen er letterlijk uit, met
8-10 printers ga je hard
raampjes snijden ben ik nu testen, prijs weet ik nog nie
plakken+knippen is 0,70 per stuk
dus voor alles bij elkaar kom je op 0,85 ongv maarik heb jongens
die maken 15k stuks per week
dat tikt wel aan
(…)”[accountnaam 25] :
“Smart
Hoe komen we eigenlijk aan die printers?
[verdachte] :
“ik maak groep met die tv gast dan kan hij instaleren voor je
online bestellen maar die betaal ik
of bij mij halen”(…)
“en inkt ook
250 cartridge is zo op
en afval verbrand ik
(…)”[accountnaam 25] :
“(…)
“We houden ff contact dan kom ik bij je langs voor die printers
en dan kan je gelijk even een Real life Demotje laten zien.”
[verdachte] :
“is goed man maar denk er goed over is wel risico
enprinters moet ik bestellen
duurt paar dagen”
(…)
tv staat amper straf op
geld maken wel
het moet ook weg eh
naar stashers/ verkopers
daar ligt grootste risico in mijn ogen
(…)
ja is leuk werk
je eigen geld maken
(…)
kijk enik wissel elke maand serienummers
en je doet 2 jaar met zelfde serials
dan hebben ze daar geen bewijs voor (…)”
[accountnaam 25] :
“Verzin je die zelf?”
[verdachte] :
“serienummers jaman
of we pakke van echte” [77]
[verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] :
Op 29 april 2020 vindt tussen ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ (
[medeverdachte 2]) via Telegram de volgende chat plaats:
[medeverdachte 2] :
“Heb geen briefjes he”
[verdachte] :
“Dat regel ik nu
(…)
[medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]]is ze maken nu”[medeverdachte 2]
“Gaat niet om die 500jes?
[verdachte] :
“Nee50
[medeverdachte 2] :
“Oke laats die zien als kan. Ben benieuwd. Zelfde kwali?”
[verdachte] :
“Mwoa wel goed. Niet perfect”
Op 2 mei 2020 zegt
[verdachte]tegen
[medeverdachte 2]:
We moeten meer makenbro
Deze klant komt volgende week 800 stuks halen
Ik heb veel klanten”
Waarop [medeverdachte 2] antwoordt:
“Oke ik koop printers en inkt enz”
Op 3 mei 2020 vraagt
[verdachte]aan
[medeverdachte 2]:
“Heb jij handel gekregen van Gla [rechtbank: [medeverdachte 3] ]?”
Waarop [medeverdachte 2] reageert:
“Nee niet
Moet ophale
[verdachte] :
Heb klanten bro
Kan je snel fixxe
[medeverdachte 2] :
“Ja is goed
(…)”
[verdachte] :
“Laat zo weten
Haal beste eerstdie voorraadop”
[medeverdachte 2] :
Van [medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]] toch niet van [accountnaam 22] [rechtbank: [medeverdachte 3] ]”
[verdachte] :
“ [accountnaam 22] [rechtbank: [medeverdachte 3] ] volgens mij man”
[medeverdachte 2] :
“Hmm nix em gehoord man
Laat ze mij brenge dan
Kwenie waar ze zogenaamd druk mee zijn”
[verdachte] :
“Doe boys moete wel ff reagere
Denk[medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]]heeft ook 50
[medeverdachte 2] :
“Oke maak groep app met hun”
[verdachte] :
“Miss hij pakt 80stuks voor 300€”
[medeverdachte 2] :
“Krijg vandaag printer enz
Geen trage dinge meer”
[verdachte] :
“Ander 50 voor 200”
[medeverdachte 2] :
“oke”
[verdachte] :
Heb al genoeg goei
Van [medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]]”
[medeverdachte 2] :
“Heb opgehaald net 100 stuks”
(…)
[verdachte] :
Als [medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]]snel snijdkan hij zo meer goeie krijgen
Moet hij ff wachte half uur”
[medeverdachte 2] :
“Ja nee die slechte hebbe geen goeie kleur”
[verdachte] :
[medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]]is nu meer goeie maken. Snapje”
[medeverdachte 2] :
“Oke oke”
[verdachte] :
“Want hij wil er 200 of 300.” [78]
[verdachte] :
In een chat via Whatsapp tussen ‘ [accountnaam 14] ’ ( [verdachte] ) en ene ‘ [accountnaam 26] ’ (met een telefoonnummer met landcode +86, dat is China) vraagt [verdachte] op 2 mei 2020:
i need more stickersyou have stock?”Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt:
“we have stock for new 50 euro stickers, old 50 euro holograms, 10 euro holograms,20 euro holograms and 100 euro holograms all the time.”Waarop [verdachte] antwoordt:
“need 100000 pcswhat is price”Op 7 mei 2020 stuurt [verdachte] een foto van een biljet van 50 euro en zegt:
paper is not good, icant print scharp on itand you still see the line”Op 20 mei 2020 stuurt [verdachte] een foto en zegt:
how do i need to paste thisis it a sticker?”Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt:
“this is a hotstamp hologram.we have paste holograms.”Waarop [verdachte] antwoordt:
yes i need paste(rechtbank:‘plakken’)Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ een foto stuurt en zegt:
“This is paste holograms”Waarop [verdachte] op 21 mei 2020 antwoordt:
“I paid 1000 today100 to test”Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt:
“10000 pieces $for 100 euro hologram?today we ship 10000 pieces to you”Waarop [verdachte] vraagt:
“is it possible to make the stickers 2mm longer down and 2mm upthen i buy 100.000pcsfrom 10/20/50”Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt:
“Yes” [79]
[verdachte] en [medeverdachte 2] :
Op een videobestand dat op 5 juli 2020 door ‘ [accountnaam 19] ’ (
[medeverdachte 2]) naar ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) is verstuurd is een hand met een grote opvallende gouden ring te zien die een hologramsticker op een biljet van 50 euro plakt. Op een op 1 maart 2020 op Facebook gepost videofragment draagt [medeverdachte 2] een soortgelijke gouden ring. De hologramsticker wordt met behulp van een pincet op het biljet van 50 euro geplakt. Dit pincet heeft diverse gaatjes in het handvat en een puntige voorkant. Dit komt overeen met het pincet dat bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] is aangetroffen, in de doos onder zijn bed. In die doos zaten ook hologramstickers en een reepje snijafval van een biljet van 50 euro. [80]
Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr aan ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) vraagt:
“Moet ik sbijden rekenenhebb er pas 1500 gesnede,1500 10tjes gesneden. [verdachte] antwoordt:
“9625 van mij inkoop
2565 helft winst
12190 totaal
600 printen
11.590 krijg ik dan” [81]
Uit een afbeelding van 22 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr het volgende zegt tegen ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]):
2500 50jes geprint [82]
Op 24 juli 2020 start via Wickr een chat tussen ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) die eindigt op 29 juli 2020. De chat verloopt (deels) als volgt (waarbij de verbalisant opmerkt dat het eerste gedeelte een eenzijdig gesprek is, waarin alleen ‘ [accountnaam 15] ’ berichten stuurt, omdat zeer waarschijnlijk de inhoud van de berichten die zijn gestuurd door ‘ [accountnaam 20] ’ door Wickr-Me automatisch zijn verwijderd):
24 juli 2020:
[verdachte] :
“Broik heb nieuwe serienummers om te printenwaar kan ik die heen mailen?
(…)
Ik bedoel stuur eerst 1 foto dan zeg ik of goed is.
Sws per stuk.
(…)
Nieuwe serials gemaild
Ff testen
Of voor en achter goed is
En kleuren
Dan alleen nog die makenai
Elke maand gaan we serials wisselen
Is beter”
Op 25 juli 2020 wordt het gesprek vervolgd (waarbij een afbeelding van een biljet van
50 euro wordt meegezonden waarvan de voor- en achterkant niet juist geprint is):
[medeverdachte 2] :
“Links is oude
Alleen achterkant is nieuw toch
Hebje ook nieuwe voorkant anders krijg je dit
[verdachte] reageert:
“Ik ga checken
Kweetnie man
Ik ga kijke voor je
Ik heb je een andere 50 voorkant gemaild
Check is of die wel goed is
Krijg nie op die foto
Nu wel
Knip em is
Hij lijkt goed toch
Is wel oke toch
(…)
Heb jij veel vellen? Voor andere snijder? Of alles zelf nodig?
Bijv 10tjes
26 juli 2020:
[verdachte] :
“Oke hoeveel?
Oke ik heb iemand die ze kan snijden en plakken. Binne paar dage zijn ook bijna op 10tjes.”
Op 29 juli 2020 stuurt [medeverdachte 2] het volgende bericht:
“Heb geregeld betaal ik de helft van ze huur krijg ik sleutel
Kan ik ook gwn gaan controleren enz weje
Gaan we pompe
En heb 2000 50jes
Geprint
Die gaan we stickeren en snijden zodra we in pand zitte”
[verdachte] reageert:
“Oke.(…) (rechtbank: er worden twee videofragmenten gestuurd door [verdachte] )
En ben nu zelf printen man
t/m dinsdagff volgas
jullie langzaam
ik maak in die paar dagen meer als jullie per maand
[medeverdachte 2] reageert:
“(…)
Zit daar nu gat in
?”
[verdachte] reageert:
“Jaman
Raamje[de rechtbank leest: raampje]heb je dan
Als je plakt [83]
[verdachte] en [medeverdachte 1] :
Op 24 juli 2020 vraagt ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) via Wickr aan ‘ [accountnaam 18] ’ (
[medeverdachte 1]):
“broik heb nieuwe serienummers on te printenwaar kan ik die heen mailen?”Op 25 juli 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 1] :
“ik heb je 3 mails gestuurd met
nieuwe 20 achterkant nieuwe serials
we gaan elke maand de serienummers verranderen dat is beter
test of de positie enzo klopten laat me weten ai
(…)
heb jij veel vellen? voor andere snijder? of alles zelf nodig? [84]
In de Samsung S9 van
[medeverdachte 1]is een notitie aangetroffen met de volgende inhoud:
“(…)
Gekregen van blacka716 x 50jes > 664 goed445 x 20jes > 340 goed
Blacka krijgt €700 voor zijn werk
Gegeven/Gekregen [accountnaam 24] [rechtbank:[medeverdachte 4]]
Gegeven 664 x 50jes
Gekregen €700 euro voor blacka
(…)
Thuis voorraad 340 x 20jes 100X 50jes
Zelf gewekt[de rechtbank leest: gewerkt]
100 x 50jes geknipt
310 x 20jes dollars geprint
200 x 50jes geprint
Kosten gemaakt 85 euro.” [85]
[verdachte] en [medeverdachte 4] :
Uit een afbeelding van 9 april 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) via Wickr een foto van biljetten van 20 dollar stuurt aan ‘ [accountnaam 24] ’ (
[medeverdachte 4]) en zegt:
“bro jw hoeft ze nie allemaal te meten gewoon ff snel tellen de goeie”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Heb ze al gemeten allemaal
52 perfect
En 71 stuks zijkant tussen de 4 en 6 mm (…) Ja zijn allemaal goed”.
Op 25 april 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 4] :
“oke dus zijn 4 mm recht strak gewoon top allemaal”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Ja zijn allemaal goed”. [verdachte] :
“top hoeveel stuks”.[medeverdachte 4] :
“860”.
Op 1 mei 2020 laat [medeverdachte 4] aan [verdachte] weten: “
123 x50 perfect 1 slecht geplakt”.
Op 3 mei 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 4] :
“(…)
ik moet gewoon 1 duidelijk overzicht hebben bijv:
500x50 gehad, 485 zijn netjes
150x20 gehad 144 zijn netjes
ik doe dit 20 keer per dag oh ik kan niet alles bijhouden anders”
[medeverdachte 4] :
Is goed man
Ben ze al aan het tellen
Bro 133 x20
En 201x50 zijn perfect
8 x50 slecht”
Op 26 mei 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 4] :
“dhl gelukt bro”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Ja man
Ik heb wat meer vooraad nodig man
50 € heb ik nog 160 van
20 € heb ik nog 400 van
20 $ heb ik nog 70 van
50 $ heb ik nog 300 van”
Op 2 juli 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 4] :
“hoeveel ontvangen en hoeveel goeie”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“50 usd: 919
50 usd goed: 157
50 usd goed B+: 185
Slecht: 577
20 euro goed : 120
50 euro goed : 2768
50 euro slecht: 221
Bro van die 2768 zittenook die biljetten van [medeverdachte 1][rechtbank:[medeverdachte 1]]erin
Op 6 juli 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 4] :
“heb je hem goeie of slechte gegeven (…)”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Bro voorkant van die biljetten waren allemaal goed
Achterkant sommige waren verkeerd gesneden”. [86]
Uit afbeeldingen die zijn gemaakt op 22 en 23 juli 2020 blijkt van het volgende tussen ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 24] ’ (
[medeverdachte 4]) via Wickr gevoerde gesprek:
22 juli 2020:
[medeverdachte 4] :
“Isveel werkman
Is niet 1 2 gedaan”
[verdachte] :
“hoelang bij je bezig geweest dan bro”
[medeverdachte 4] :
3 uurtjes gezeten gisteren
Zelfde dag daarvoor
[verdachte] :
“6 uur al?
bro net als die dozen sealen totdat ik je uitlegde”
23 juli 2020:
[medeverdachte 4] :
Om 02.35:“Twello heeft2953 goeie biljetten geleverd
Heb ze nu af
Om 11.11:Goeie morgen Niffo
Hoe is het
Ik heb 20jes nodig man”
[verdachte] :
“en hoeveel slechte
enhoeveel 20 heb je nog
[medeverdachte 4] :
“Weinig
Minder dan 100 heb ik
Tussen 180 en 200 slechte
En een stapel vellen
[verdachte] :
“oke” [87]
Op 24 juli 2020 wordt via Wickr het volgende gesprek gevoerd tussen ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 24] ’ (
[medeverdachte 4]):
[verdachte] :
“(…) Kun je vanav ook naar mij
met spullen van [medeverdachte 1] en [accountnaam 20] [rechtbank: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ]
en ik kan eventueel 500 stashe als nodig is”
[medeverdachte 4] :
“Ja ik kan komen man”
[verdachte] :
“neem je mij cash mee
en inkt
en van [accountnaam 20][rechtbank: [medeverdachte 2] ]
inkt fan [medeverdachte 1][rechtbank: [medeverdachte 1] ]
(…)
neem ook 3 pak duur papier mee
ik ga printen en knippen ook
(…)
met streep
3 pakken
jullie langzaam[medeverdachte 4] :
“Ja man3 minuten
(…)
Ben ik er [88]
[verdachte] :
[verdachte] heeft verklaard dat hij biljetten heeft gemaakt door deze te printen met de juiste inkt. Via een gsm kon hij via wifi biljetten afdrukken. Hij heeft biljetten van
20 en 50 euro volledig klaar gemaakt. Biljetten van 20 en 50 dollar heeft hij op vellen gedrukt. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten gesneden. [89]
6.3.5.1.2 Tussenconclusie met betrekking tot het namaken van bankbiljetten
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende.
[verdachte] heeft in zijn woning biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij maakte hierbij gebruik van inkjetprinters en smartphones met daarop bronbestanden van de diverse biljetten. Hij sneed de afdrukken van de valse biljetten uit de A4 vellen met behulp van snij- en raammachines en ScanNCut platen, waarna hij op de biljetten valse hologrammen plakte. Alle voor het namaken van valse biljetten benodigde goederen zijn op 30 juli 2020 in de woning van [verdachte] aangetroffen. Op 30 juli 2020 had [verdachte] valse biljetten van 20 en 50 euro in zijn bezit ten aanzien waarvan aan de hand van de serienummers en de vervalsingsklasse is vastgesteld dat deze sinds 9 januari 2020 in België in omloop waren. Gelet hierop, heeft [verdachte] (in ieder geval) vanaf 1 januari 2020 biljetten nagemaakt.
Ook [medeverdachte 1] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Gelet op de chat tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] van
29 april 2020, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 1] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10, 20 en/of 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar.
[medeverdachte 2] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 2] tegen [verdachte] dat hij die dag een printer krijgt,
‘geen trage dingen meer’. Gelet hierop, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 2] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10 en 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar.
Ook [medeverdachte 4] heeft biljetten nagemaakt. Uit de chats tussen hem en [verdachte] van 22 en 23 juli 2020 kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat [medeverdachte 4] van 20 tot en met 23 juli 2020 werkzaamheden heeft verricht (in ieder geval) ten aanzien van aan hem vanuit Twello geleverde valse bankbiljetten
(“Is veel werk man”, “Twello heeft 2953 goeie biljetten geleverd”, “Heb ze nu af”). Hoewel uit de chats niet blijkt wat de werkzaamheden precies hebben ingehouden, kan het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat hij de vanuit Twello geleverde bankbiljetten heeft gecontroleerd op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten. Deze werkzaamheden heeft [medeverdachte 4] namelijk ook eerder al verricht. Dat blijkt uit de hiervóór weergegeven chat met [verdachte] van 9 april 2020 en de daaropvolgende chats tussen hem en [verdachte] , ook in mei en juli 2020. Het gaat om biljetten van 20 en 50 euro en 20 en 50 dollar.
De rechtbank merkt in dit verband nog op dat (ook) het snijden van biljetten uit
A4 vellen met afdrukken, het plakken van hologrammen op biljetten, en het controleren van de biljetten op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten essentiële stappen zijn om tot een voor uitgifte geschikt (vals) bankbiljet te komen. Ook deze handelingen kunnen daarom worden beschouwd als (een onderdeel van) het ‘namaken’ van biljetten.
Uit het onderzoek ten aanzien van de bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aangetroffen biljetten van 500 euro is gebleken dat deze zijn gemaakt volgens de zogenoemde ‘offset’-methode (PALESTINA AD, pagina 00662). Dat is niet de methode die [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben gebruikt bij het namaken van bankbiljetten. Zoals hiervóór is overwogen, hebben zij biljetten gedrukt met inkjetprinters. Ook anderszins blijkt uit het procesdossier niet dat biljetten van 500 euro zijn nagemaakt. Het namaken van biljetten van 500 euro kan daarom niet bewezen worden. Hetzelfde geldt voor de ten laste gelegde biljetten van 200 euro. Valse biljetten van 200 euro zijn niet aangetroffen bij de doorzoekingen, terwijl uit het procesdossier ook overigens niet blijkt dat ze zijn nagemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het procesdossier onvoldoende dat [medeverdachte 3] biljetten heeft nagemaakt door deze te printen en/of uit te snijden en/of daarop hologrammen te plakken en/of deze te controleren op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten.
6.3.5.2
Ten aanzien van de aankoop van benodigdheden
6.3.5.2.1 Bewijsmiddelen
In de periode van 21 maart 2020 tot en met 28 juli 2020 voerde ‘ [accountnaam 14] ’ (
[verdachte]) via Whatsapp gesprekken met gebruikers van verschillende Chinese telefoonnummers. De chats gingen over de aankoop van grote hoeveelheden hologram stickers, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, verschillende kleuren inkt en snijmachines. [verdachte] bestelde bij meerdere leveranciers hologram stickers voor “10/20/50/100”, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse kleuren inkt die overeen moeten komen met foto’s van eurobiljetten en dollarbiljetten die hij stuurde. In meerdere chats gaf [verdachte] aan dat indien de producten goed zijn, hij grote orders zou gaan bestellen. Uit meerdere chats bleek dat [verdachte] aangaf dat de orders vanuit China naar het adres “ [medeverdachte 1] [adres 4] , [postcode 2] , [plaats 2] The Netherlands”, moesten worden gestuurd. In meerdere chatgesprekken gaf [verdachte] aan dat de goederen zijn ontvangen. Vervolgens deed [verdachte] bij meerdere leveranciers grotere bestellingen van hologram stickers, katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse andere kleuren inkt. Het ging hierbij om bestellingen van tienduizenden stuks. [90] [verdachte] chat onder anderen met de hiervóór al genoemde ‘ [accountnaam 26] ’ in China. Uit de chat blijkt dat orders die zien op onder meer hologram stickers en papier vanuit China naar het adres “ [medeverdachte 1] [adres 4] [postcode 2] [plaats 2] The Netherlands”, worden gestuurd. Bij het doorgeven van dit adres aan ‘ [accountnaam 26] ’ geeft [verdachte] ook aan:
“use my phonenumber”, zijnde het nummer [telefoonnummer 2] . Ook stuurt [verdachte] in deze chat meerdere malen foto’s naar ‘ [accountnaam 26] ’ van bewijzen van betaling middels Western Union bij Primera [plaats 3] , onder andere betalingen op 6, 7, 8, 11 en 20 mei 2020. Op de foto van laatstgenoemde betaling is de naam van de afzender,
[medeverdachte 4], te zien. Vanaf een bankrekening op naam van [medeverdachte 4] zijn meerdere pinbetalingen gedaan bij Primera [plaats 3] , waaronder op 6, 7, 8 en 11 mei 2020. [accountnaam 13] ( [verdachte] ) heeft [accountnaam 24] ( [medeverdachte 4] ) verzocht om een Western Union betaling te doen van 710 dollar
(“710 dollar moet ze krijgen is inkt niks geks”). De afbeelding van het betreffende Wickr-gesprek is gemaakt op 1 mei 2020, de datum waarop [verdachte] de bestelling bij ‘ [accountnaam 26] ’ deed. Dezelfde dag stuurde [verdachte] een afbeelding van een betaalbewijs van 711,35 naar ‘ [accountnaam 26] ’. Op de afbeelding was een gedeelte van een betaalbewijs te zien, waarop is te zien dat er betaald is via Western Union bij Primera [plaats 3] . [91] Ook op 22 mei 2020 is een betaling gedaan middels Western Union bij Primera [plaats 3] . Op een foto daarvan is de naam van de afzender [medeverdachte 4] te zien. [92]
Op de iPhone ‘ [verdachte] ’ van
[verdachte]zijn afbeeldingen van betaalbewijzen gevonden, daterend van 28 en 29 mei 2020 waarop de naam [medeverdachte 1] als afzender stond. Op deze betaalbewijzen stond dat op beide data een bedrag van 500 euro werd overgemaakt naar [naam 6] . [93]
In een bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen verpakking, met daarin hologrammen, zat een factuur met de tekst:
“Company: [bedrijf 9]
LTD, Contact: MRPAN, Phone: [telefoonnummer 5] .
To: Y.
[medeverdachte 1], [adres 4] , [postcode 2] [plaats 2]
The Netherlands
Phone: [telefoonnummer 2] ”
Dit telefoonnummer was in gebruik bij
[verdachte]. [94]
Bij de doorzoeking is ook aangetroffen een factuur waaruit blijkt dat er in totaal
0,6 kilogram “optical variable ink” en 15 pakken katoen en linnen papier zijn besteld bij een webwinkel in China. Het opgegeven e-mailadres is [e-mailadres 1] , waarvan is gebleken dat dit is gebruikt door [verdachte] . Het vermelde telefoonnummer was opnieuw [telefoonnummer 2] . Het adres waar de bestelling naartoe gestuurd wordt, is [adres 4] [postcode 2] [plaats 2] .
Ook is aangetroffen een factuur van [bedrijf 10] , met als factuuradres het adres van [medeverdachte 1] , waaruit blijkt dat op 18 mei 2020 85 Canon XXL verpakkingen à 5 cartridges, dat zijn 425 cartridges, zijn besteld, ter waarde van € 3.594,61. Op de factuur staat voornoemd
e-mailadres [e-mailadres 1] vermeld. [95]
Tussen 20 maart 2019 en 29 juli 2020 zijn bij Bol.com 470 goederen besteld voor een totaalbedrag van € 49.815,-. De goederen zijn onder meer besteld op naam van [verdachte] (
[verdachte]) [adres 2] [plaats 1] , [medeverdachte 3] (
rechtbank:[medeverdachte 3]) [adres 3] [plaats 2] , met het e-mailadres [e-mailadres 1] , [medeverdachte 2] [adres 7] [plaats 2] , met e-mailadres ‘ [accountnaam 15] @protonmail.com’. De goederen die zijn besteld via de genoemde aan [verdachte] toe te rekenen e-mailadressen zijn onder meer verzonden naar:
- [verdachte] [adres 2] [plaats 1]
Dit betroffen na 15 februari 2020 onder meer een vals geld detectiepen, tekenhaken, snijliniaal, scanners, printers, papiersnijmachines, inktcartidges, stempelkussens, wenskaarten en vals geld scanners.
- [medeverdachte 3] (
rechtbank:[medeverdachte 3]) [adres 3] [plaats 2]
Dit betrof tussen 5 april 2020 en 21 mei 2020 voor € 11.573,00 aan snijmachines, scharen, inktcartidges, latex handschoenen, wenskaarten en een vals geld detector.
- [medeverdachte 1] [adres 4] [plaats 2]
Dit betrof op 10 mei 2020 en 13 mei 2020 voor € 4.840,00 aan inktcartridges en printpapier.
- A.
[medeverdachte 2][adres 7] [plaats 2]
Dit betrof op 08 juni 2020 voor € 240,00 aan A4 papier en op 30 juni 2020 € 712,00 voor twee snijmachines. [96]
Op de doos van Printabout.nl met daarin het valse geld, die bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 5] in [plaats 2] is aangetroffen onder het bed van
[medeverdachte 2], was een track&trace barcode en een gedeelte van de adressticker te lezen. Uit gevorderde gegevens bij het bedrijf PrintAbout.nl is gebleken dat deze doos op 8 juli 2020 geadresseerd en verzonden is aan: “ [medeverdachte 4] [
rechtbank:[medeverdachte 4]], [adres 6] te [plaats 3] ”. Het betrof een bestelling van € 1.519,70. [97]
PrintAbout [bedrijf 11] betreft een bedrijf gespecialiseerd in de verkoop van printers, toners en cartridges. Naast bestellingen van inktcartridges op naam van [verdachte] (
[verdachte]) met het adres [adres 2] in [plaats 1] (België) hebben op 16, 22 en 28 april 2020 en op
1 mei 2020 bestellingen van cartridges plaatsgevonden op naam van “ [medeverdachte 3] [
rechtbank:[medeverdachte 3]], [adres 3] [postcode 3] [plaats 2] ”. Op 4 juni 2020 is een bestelling op naam van [medeverdachte 3] veranderd in een bestelling op naam van
[medeverdachte 1]. [98]
Uit een afbeelding van 18 april 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 22] ’ (
[medeverdachte 3]). [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 3] om een lijst van leveringen, waarop [medeverdachte 3] antwoordt:
“Joo broer lijste maa k ik zo tracks heb ik ook (…) 10 canon inkt 5 dozen yellow papier 3 snijmachines”. [99]
Op 2 mei 2020 voeren ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ (
[medeverdachte 2]) via Telegram het volgende gesprek:
[verdachte] :
“Winst 350 net
Delen we door twee
Ik helft jij helft
We moeten meer maken bro
Deze klant komt volgende week 800 stuks halen
Ik heb veel klanten”
[medeverdachte 2] :
Oke ik koop printers en inkt enz
Ja met die geld
Goed
(…)
Ik heb net die briefjes verkocht.
Voor 750
Ik koop daarmee die nieuwe printers inkt en papier
Ik gooi bij me chik op der bank dan kan je bestelle wat je wil
(…)
Oke papier hoeveel pakken”
[verdachte] :
“10 pakke ofzo”
[medeverdachte 2] :
“Oke
183 nog wat
2 printers ga nu inkt en papier doen
Schrijf alles op oke” [100]
Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 5] in [plaats 2] zijn op de slaapkamer van
[medeverdachte 2]kassabonnen aangetroffen van de Mediamarkt. Daaruit blijkt onder andere dat op 1 mei 2020 12 Canon printerinkt verpakkingen, met in elke verpakking 5 cartridges, zijn gekocht ter waarde van € 734,88. Dit bedrag is contant voldaan. Ook op 5 mei 2020 is een Canon printerinkt verpakking gekocht, met daarin 5 cartridges, ter waarde van € 61,99. [101]
Uit een afbeelding van 4 mei 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 18] ’ (
[medeverdachte 1]). [verdachte] vraagt in dit gesprek of de stickers geteld zijn, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij even gaat kijken en daarna aangeeft dat er 903 van 50jes zijn, 2800 van 20jes en 350 vellen. Vervolgens vraagt [verdachte] of het ook vellen van 50 euro zijn. [102]
Uit een afbeelding van 14 mei 2020 blijkt van het volgende door ‘ [accountnaam 18] ’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) gestuurde overzicht:
“Stickers
3600 X 50jes
4200 X 20jes
1000 X 50jes oud
5012 X 10jes
(…)
Gegeven/Gekregen [accountnaam 19] [rechtbank:[medeverdachte 2]]
Totaal8 X inkt connongegeven
5 paken papier [103]
Op een van de dozen met ‘speciaal papier’ (merk Navigator, 5 pakken met ieder 500 vellen), die is aangetroffen in de woning van
[medeverdachte 4]in zijn slaapkamer, zat een verzendsticker met de tekst “Geadresseerde: [naam 4] , [adres 2] [postcode 4] [plaats 1] Belgium”, zijnde het toenmalige woonadres van [verdachte] . [104]
[verdachte] heeft verklaard dat hij alle benodigdheden heeft aangekocht. Hij heeft papier, printers en inkt gekocht bij onder meer Bol.com. Bij Printabout heeft hij inkt besteld. Hij heeft de goederen besteld onder de naam [verdachte] . [105]
[medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij de bij hem aangetroffen vier printers van het merk Canon, een printer van het merk HP en het ‘speciaal papier’ heeft gekregen van [verdachte] . [106]
6.3.5.2.2 Tussenconclusie met betrekking tot de aankoop van benodigdheden
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen (waaronder deels ook de bewijsmiddelen die zijn vermeld ten aanzien van het namaken van bankbiljetten) het volgende worden opgemaakt.
[verdachte] bestelde de voor het namaken van biljetten benodigde goederen online bij Chinese en Nederlandse bedrijven, onder vermelding van zijn telefoonnummer en/of e-mailadres, en liet deze op zijn eigen adres bezorgen of op de adressen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Bij hem bezorgde goederen konden door anderen ook bij hem in België worden opgehaald. [verdachte] betaalde de goederen zelf of hij liet betalingen verrichten door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . Ook [medeverdachte 2] kocht goederen waarmee biljetten kunnen worden nagemaakt. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] deelden op verzoek van [verdachte] informatie over de goederenvoorraad. Er vond ook (her)verdeling plaats van in Nederland geleverde goederen. [medeverdachte 4] bracht goederen naar [verdachte] in België, namelijk inkt van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en “pakken duur papier met streep”, welke goederen hij kennelijk bij hen ophaalde. Voorts zijn door PrintAbout aan [medeverdachte 4] geleverde goederen in de woning van [medeverdachte 2] terecht gekomen. [medeverdachte 1] gaf goederen aan [medeverdachte 2] , namelijk inkt en pakken papier. Kennelijk heeft óf [medeverdachte 1] deze goederen afgegeven bij [medeverdachte 2] óf [medeverdachte 2] heeft ze bij [medeverdachte 1] opgehaald. Van de aanschafkosten (en ook overigens ook van het verrichte ‘werk’) werden lijstjes bijgehouden, zodat verrekening kon plaatsvinden met de te verdelen winst.
Hieruit blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming vergde. Bovendien is duidelijk dat [verdachte] , ook al werden de goederen (deels) niet aan hem maar aan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] geleverd, zeggenschap had ten aanzien van die goederen. Hij bekostigde deze namelijk, direct dan wel via verrekening met de te verdelen winst. Dit alles is van belang voor het in feit 3 ten laste gelegde medeplegen, waarover hierna meer.
6.3.5.3
Ten aanzien van de verkoop van valse bankbiljetten
6.3.5.3.1 Bewijsmiddelen
Uit het onderzoek is gebleken dat het aanbieden van vals geld via meerdere apps en platformen heeft plaatsgevonden. Zo werd vals geld aangeboden via de apps Telegram en Wickr. Ook werd geadverteerd op diverse sites op het darkweb. Op de iPhone ‘ [verdachte] ’ van
[verdachte]zijn diverse foto’s aangetroffen, gemaakt op 3 februari 2020, 1 maart 2020 en 7 mei 2020, die gerelateerd kunnen worden aan de handel in vals geld. Op de foto’s zijn tevens de meest gebruikte zogenaamde vendor-namen zichtbaar, te weten ‘ [accountnaam 2] ’ en ‘ [accountnaam 11] ’. Onder deze namen werd het valse geld aangeboden op diverse platformen. [107]
Op een op de iPhone ‘ [verdachte] ’ van
[verdachte]aangetroffen afbeelding van een scherm van een MacBook, gedateerd 2 februari 2020, zijn inlognamen zichtbaar van het Darknet, met
daarop de inlog van protonmail:
[accountnaam 2] @protonmail.com Moeder
Ook zijn te zien Marketplaces met inloggegevens:
- ‘Empire’ met de accountnaam ‘ [accountnaam 2] ’ en ‘ [accountnaam 2] ’, ‘ [accountnaam 2] ’ en ‘ [accountnaam 2] ’;
- ‘Whitehouse Market’ met de accountnaam ’ [accountnaam 2] ’ en ‘ [accountnaam 2] ’
‘Darkmarket’ met de accountnaam ‘ [accountnaam 2] ’. [108]
Op de iPhone 7 van
[verdachte]is een afbeelding van 28 februari 2020 aangetroffen waarop het scherm van een MacBook Pro te zien is. Op dit scherm is te zien dat ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ) is ingelogd op de ‘Empire Market - Fake Money’. Klanten kunnen via Wickr contact opnemen met ‘ [accountnaam 2] ’. Er heeft sinds 4 februari 2020 33 keer een transactie plaatsgevonden met betrekking tot ‘fake money’. Ook de advertentietekst met betrekking tot ‘fake money’ is te zien. [109]
De autoriteiten in Oostenrijk hebben medio mei 2020 een pseudo order geplaatst bij de verkoper ‘ [accountnaam 2] ’ via ‘White House Market’. Er werd een biljet van 20 euro en een biljet van 50 euro besteld. De bestelling kwam aan in mei 2020. De naam van de ontvanger was handgeschreven aangebracht op de enveloppe en de Belgische postzegel was gestempeld in [plaats 14] . In de enveloppe zat een greeting card van het bedrijf ‘Marant Cards’ met daarin een bankbiljet van 20 euro met serienummer UE0030543232 en een bankbiljet van
50 euro met serienummer RC4990890343. Zowel op de greeting card als op het biljet van
50 euro is een vingerafdruk van
[verdachte]aangetroffen.
Bij de doorzoeking in de woning van
[medeverdachte 1]aan de [adres 4] in [plaats 2] zijn
18 valse bankbiljetten van 20 euro met voormeld serienummer aangetroffen, alsook 21 valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer. Valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer zijn ook aangetroffen in de woning van [verdachte] . [110]
Bij de doorzoeking van de woning van
[verdachte]zijn twee wenskaarten aangetroffen. Deze kaarten zijn opvallend door hun ovale gekartelde vorm, een goudkleurig veiligheidsspeldje en een rode enveloppe. In de woning van
[medeverdachte 4]zijn in zijn slaapkamer (onder andere) zes wenskaarten met dezelfde uiterlijke kenmerken in beslag genomen. [verdachte] heeft verklaard dat hij enveloppen met door hem gemaakte biljetten van 20 en 50 euro via de post heeft verstuurd naar klanten in het buitenland. Dat waren mensen in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Spanje. Hij schreef de adressen met de hand op de enveloppes. Hij stak de valse biljetten in een enveloppe met een wenskaart. [111]
Uit een afbeelding van 29 februari 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 24] ’ (
[medeverdachte 4]) via Wickr een foto van twee biljetten van 500 euro stuurt aan ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) en op de vraag van [verdachte]
“welke is echt”antwoordt [medeverdachte 4]
“Boven”. [112]
Op 18 maart 2020 maakt ‘ [accountnaam 10] ’ (
[verdachte]) de Telegram groep “ [telegram groep 1] ”, met twee andere deelnemers: [accountnaam 23] (
[medeverdachte 4]) en ene (onbekend gebleven) ‘ [naam 7] ’. Er volgt een chat die (deels) verloopt als volgt:
18 maart 2020:
[verdachte] :
“ [medeverdachte 4]
kan je morgen 010”
[medeverdachte 4] :
“Ja tuurlijk
Ik laat je morgen weten hoelaat”
20 maart 2020:
[medeverdachte 4] :
“Jo maatje 7 uur bij jou ??”
[verdachte] :
“geef hem een paarse gratis [medeverdachte 4] ”
[naam 7] :
“Jaa broer
Bospolderplein
7uur baba”
[medeverdachte 4] :
“Is goed man”
[verdachte] :
“geef hem ook een 20
mis hij kan er iets mee”[naam 7] :
“Breng sws die 500
Die is belangrijker
20 niet belangrijk”
[medeverdachte 4] :
“Is goed man”. [113]
Uit meerdere afbeeldingen van 30 maart 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 24] ’ (
[medeverdachte 4]) aan ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) via Wickr foto’s van enveloppen heeft gestuurd. Op de enveloppen zijn handgeschreven adressen te lezen, onder andere in Germany (
rechtbank: Duitsland) en ‘Austria’ (
rechtbank: Oostenrijk). [114]
Op 30 april 2020 heeft ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) de Telegram groep ‘ [telegram groep 2] ’ gemaakt, waaraan ook deelnemen ene (onbekend gebleven) [accountnaam 27] en [accountnaam 23] (
[medeverdachte 4]). [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 4] :
“ [medeverdachte 4]
kan jij [accountnaam 2] in denbosch 25x500 brengen
klant komt 17:30 dus wel optijd bro als kan
[accountnaam 2] hoeft niks te betalen hij werkt met ons”
[medeverdachte 4] antwoordt:
“Top”
[accountnaam 27] :
“Hoelaat kn je brenge bro (…)”
[verdachte] :
“lig je op schema mo”
[accountnaam 27] :
“Karel doormanstraat
Hoever ben je”
[verdachte] :
“Alskan
2x50
Mooie
geef hen
hem” [115]
Op de iPhone ‘ [verdachte] ’ van
[verdachte]is onder andere een foto aangetroffen, met als datum “Created” (
rechtbank: gemaakt) 28 mei 2020, waarop te zien is dat er op een tafeltje heel veel bankbiljetten liggen; 12 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van
20 euro en 8 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van 50 euro. Daarnaast liggen er nog diverse losse biljetten van 20 en 50 euro op het tafeltje. Verder liggen er een rol huishoudfolie, een schaar, een stapel langwerpige witte enveloppen en postzegels. Op een andere foto, ‘Created’ 29 mei 2020, is te zien dat op een tafeltje vele stapels bankbiljetten liggen, al dan niet in doorzichtig plastic ingepakt. Het gaat om stapels van biljetten van
10 euro, 20 euro, 50 euro, 500 euro, 20 dollar en 50 dollar. Op de stapels liggen 2 witte vierkante notitieblaadjes. Op het linker notitieblaadje staat: “ [accountnaam 2] 11777 € $”. Op het rechter notitieblaadje staat: “ [accountnaam 2] 11777”. De foto’s zijn kennelijk gemaakt op de slaapkamer van
[medeverdachte 4]. [116]
Op 1 juli 2020 vraagt ‘ [accountnaam 12] ’ (
[verdachte]) via Telegram aan ‘ [accountnaam 23] ’ (
[medeverdachte 4]) om een filmpje. Op 1 en 12 juli 2020 verstuurt [medeverdachte 4] in totaal drie filmpjes aan [verdachte] van stapels euro- en dollarbiljetten met daartussen briefjes met de tekst ‘ [accountnaam 2] ’, ‘Dream Market’ en ‘Monkey Market’. [117]
Uit een afbeelding van 28 juli 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 24] ’ (
[medeverdachte 4]):
[verdachte] :
“(vraagt 10€ gratis erbij) moet je ook met mij overleggen voordat je het in orders zet”
[medeverdachte 4] :
“Nick moet ik m nou niet geven gewoon”
[verdachte] :
“doe maar wel”
(…)
[medeverdachte 4] :
“Nummer 19 is reship maar geen huis nummer”
[verdachte] :
“sommige hebben geen huisnummer bro”
[medeverdachte 4] :
“Bedoel dat is een reship
Gaat niet zomaar mis almaar als hij geen huis nummer heeft oké”
[verdachte] :
“bijna iedereen heeft huisnummer beter dubbelchecken man
hijs nie voor niks reship vaak” [118]
Onder de usernamen ‘ [accountnaam 12] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ) zijn in april en mei 2020 advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld gepost in meerdere Telegramgroepen, waaronder ‘ [telegram groep 3] ’, ‘ [telegram groep 4] ’, ‘ [telegram groep 5] ’ en [telegram groep 6] . [119]
Op 7 mei 2020 bericht ‘ [accountnaam 12] ’ (
[verdachte]) via Telegram onder meer aan ‘ [medeverdachte 1] ’ (
[medeverdachte 1])
“via hier ga ik verkopen”en
“ik ga je groepen sturen”en:
“Maak een tekst zoals deze maar niet preciez zelfde en stuur me
—Nep Geld te koop—
20€ / 50€ / 500€
20/50usd
afhalen kan in denbosch en [plaats 2]
versturen kan ook
grote voorraad
sws de beste kwaliteit van telegram
wij verkopen top kwaliteit voor dezelfde prijs als alle andere die troep verkopen.
vraag voorfotos in persoonlijk bericht
— Nep Geld te koop —“
[medeverdachte 1] stuurt vervolgens een voorbeeld van een advertentietekst door, waarop [verdachte] reageert met de opmerking dat hij de USD weg moet laten omdat het anders te veel is. [medeverdachte 1] stuurt vervolgens een nieuw bericht met een aangepaste advertentietekst.
[verdachte] stuurt ook een prijslijst aan [medeverdachte 1] .
[medeverdachte 1] vraagt:
“Moet ik dit allemaal in de groep gooien ?”
Waarop [verdachte] antwoordt:
“nee mensen gaan je vragen” (…) “stuur foto”, “stuur prijs” (…) “alleen die tekstje gooi je” (…) “en soms gooi ik kort filmpje”.
Op 8 en 9 mei 2020 plaatst ‘ [medeverdachte 1] ’ (
[medeverdachte 1]), na in opdracht van ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) lid te zijn geworden van een Telegram groep, een advertentie in die groep, waarin 31 contactpersonen zitten, onder wie ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ). De advertentie luidt:
“€€€
Nep geld te koop!!!
20€ / 50€ / 500€
afhalen kan indenbosch en[plaats 2]
versturen kanook
grote voorraad
Beste kwaliteit van telegram
Professioneel gemaakt
Wij verkopen perfecte kwaliteit voor goeie prijs serieuze kopers laat weten
vraag voor fotos in persoonlijk bericht
€€€ Nep Geld te koop!!!”
In dezelfde Telegram groep plaatst [medeverdachte 1] op 3 en 4 juli 2020 een advertentie die luidt:
“€€€€€€ Mensen ik heb nieuwe aanbieding
Nepe 10jeswatermerk zit erin. streep in de midden zit er in. kleuren komen over heen met
de echt voor meer info stuur me privé bricht €€€€€€”.
[medeverdachte 1]ontvangt op 7 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘ [naam 8] ’ over het kopen van vals geld. [medeverdachte 1] geeft hier nadere informatie over en stuurt foto’s. Hij laat hem weten:
“kleur is beste van telegram
En beste wat verkocht woord zijn deze
(stuurt foto’s)
Het gaat door geld machine heen
Laat maar weten als je geïnteresseerd bent”.
[medeverdachte 1] ontvangt op 8 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘ [accountnaam 28] ’ over het kopen van vals geld. [medeverdachte 1] geeft nadere informatie over de prijzen en stuurt foto's en een
video.
In de periode van 3 tot en met 29 juli 2020 krijgt [medeverdachte 1] in totaal 91 privé Telegram berichten over het kopen van vals geld. [medeverdachte 1] reageert op al deze berichten en beantwoordt de vragen over prijzen, echtheid en stuurt daarnaast foto’s en video’s van het valse geld. [120]
[medeverdachte 1]heeft advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld in mei en juli 2020 in vijf Telegram groepen gepost, waaronder ‘ [telegram groep 3] ’ en ‘ [telegram groep 4] ’. [121]
Uit een afbeelding van 13 mei 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘ [accountnaam 18] ’ (
[medeverdachte 1]) en ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]):
[medeverdachte 1] :
Het is verzonden
Deze is zonder track
Moest aleen post zegel op”
[verdachte] :
“bro
moest met track en trace man
en Excel
en wat heb je van neger”
[medeverdachte 1] :
“450 van 20jes
En 600 van 50jes
En die man zij tegen mij dit woord niey
verzonden met track en trace” [122]
Op 26 april 2020 deelt ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) met ‘ [accountnaam 21] ’ (
[medeverdachte 3]) een lijst met daarop prijzen van valse biljetten. Ook deelt [verdachte] onder meer videofragmenten die zijn opgenomen in zijn woning. Het zijn promotievideo’s waarop onder meer biljetten van 20 en 500 euro te zien zijn, met de handelsnaam ‘ [accountnaam 2] ’. Na het delen van de juiste prijslijst vraagt [medeverdachte 3]
: “Kan je mij in de groepen gooien dn”en
“wanneer ga je gooien bro”.Op 6 mei 2020 bericht [medeverdachte 3] aan [verdachte] :
“Ik sprak iemandhij zegt ik ben ook klant van [accountnaam 2] ofs ma ik wil weten of zo is kan ook bullshit zijn”.[verdachte] antwoordt:
“Kweetnie man ff kijke (…) je kan gwn zeggenwe werken samen toch(…) [telegram groep 3] ”.[medeverdachte 3] antwoordt:
“dat heb ik gedaan”. [verdachte] :
”Darkweb.nl, [telegram groep 7] , [telegram groep 4] , Handelzaken.nl”.
De verbalisant merkt op dat uit onderzoek van de Apple iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] uit meerdere telegramgroepen blijkt dat ' [accountnaam 21] ID [ID-nummer 3] ’ de volgende
verkoopadvertentie met betrekking tot het valse geld gepost heeft:
Neppe biljetten in de aanbieding
500€. (Gaat door machine)
50€. Super kwaliteit
€20.
Voor prijzen en meer info pb
Afhaal 
Opsturen ”
In een Telegram groep die opgeslagen is in de iPhone 7 van [verdachte] is deze door [medeverdachte 3] geposte advertentie te zien.
[medeverdachte 3] heeft deze advertentie op 10 mei 2020 gepost in de Telegramgroepen ‘ [telegram groep 4] ’ en ‘ [telegram groep 5] ’. [123]
Bij de doorzoeking zijn op diverse plaatsen in de woning van
[medeverdachte 3]en in de berging bij die woning in totaal vijftien bewijzen van aangetekende verzending via PostNL aangetroffen. Op die verzendbewijzen staan het gewicht van het poststuk, de postcode, het land van bestemming, de datum en tijd van verzending en het tarief. Het gaat om de landen Frankrijk, Duitsland, Zweden, Australië, Verenigde Staten en Malediven. De verzendbewijzen beslaan een periode van 27 februari 2020 tot en met 6 juni 2020.
Ook zijn 21 Western Union ontvangstbewijzen aangetroffen die een periode beslaan van
3 februari 2020 tot en met 2 juni 2020. Als ontvanger staat steeds [medeverdachte 3] vermeld en de afzenders zijn allen woonachtig in de Verenigde Staten. De betaalde bedragen liggen tussen de 100 en 240 dollar.
Verder zijn er twee ‘formulieren van ontvangst’ van ‘MoneyGram’ in beslag genomen. [medeverdachte 3] is de ontvanger, op 11 februari 2020, van twee betalingen van € 110,73 vanuit de Verenigde Staten.
In de berging zijn in een tas onder andere vals geld, een dubbele wenskaart en enveloppen aangetroffen. Sommige enveloppen waren voorzien van een naam en een adres en een handgeschreven notitie. De adressen waren onder andere in België en Italië. [124]
Uit een gemaakte afbeelding blijkt van het volgende tussen ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek:
[verdachte] :
“Jamorgen. Mag je helpen verkopen of nu in telegram groepen
[medeverdachte 2] :
“Wat jij wil bro.Ik sta klaar man.”
[verdachte] :
“Is gewoon copy paste.”
[medeverdachte 2] :
“Waar je nodig heb”
[verdachte] :
(stuurt een advertentietekst)
Dit doe ik de hele dag.Maar ik weinig tijd. Maar vertel niemand over die groepen ai.
https://t.me/markthand3”
[medeverdachte 2] :
“(…) Ma bro om de hoeveel uur doeje plakke”
[verdachte] :
“Ligt eraan.
https://t.me/[telegram groep 6]
kwartier
half uur
soms hele dag niet.
Hoe meer je doet hoe meer mensen je vrage.
Maar als je elke minuut doet blokken ze je
Maar bro overleg met me”
[medeverdachte 2] :
Kzal wel regelmatig je post in die groeps appe gooie
(…)
Ja zal wel kopierenen plakke x per dag fzo of 2x per dag”
[verdachte] :
30 april 2020:
“ai ik zal vaker doen”
[verdachte] deelt een videofragment met [medeverdachte 2] , waarop een biljet van 50 dollar te zien is met het serienummer MF60511758B. Een hoeveelheid biljetten van 50 dollar met dit serienummer is aangetroffen bij de doorzoekingen in de woningen van [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . [125]
Op de Samsung Galaxy Note 20 van
[medeverdachte 2]zijn screenshots van advertentieteksten aangetroffen. De tekst luidt:
nepgeld te kooptwee verschillende kwaliteiten.
20/50/500euro
afhaaldenbosch of[plaats 2]
altijd grote voorraad
geen minimale afname
vraag foto/video
pb me”
Ook is een screenshot van een lijst met prijzen van valse biljetten aangetroffen.
‘ [accountnaam 19] ’ ( [medeverdachte 2] ) heeft de advertentie/prijslijst op 1, 2 en 3 mei 2020 gepost op de Telegram groep
[telegram groep 6]. Op de meegestuurde videofragmenten is het handelsmerk ‘ [accountnaam 2] ’ zichtbaar tussen biljetten van 500 euro. De videofragmenten zijn opgenomen in de woning van [verdachte] . Een soortgelijk videofragment is aangetroffen in de iPhone 7 van [verdachte] , gemaakt op 28 april 2020 met dezelfde muziek “Money, Money”. [126]
Zoals hiervóór al is vermeld voeren ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ (
[medeverdachte 2]) op
2 mei 2020 via Telegram een gesprek waarin [medeverdachte 2] zegt:
Ik heb net die briefjes verkocht
Voor 750”. [127]
Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt van het volgende tussen ‘ [accountnaam 2] ’ (
[verdachte]) en ‘ [accountnaam 19] ’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek:
[verdachte] :
Miss hij pakt 80stuks voor 300€
(…)
[medeverdachte 2] :
“Heb opgehaald net 100 stuks”
[verdachte] :
“Oke dus 150 heb je
4 per stuk kost”
[medeverdachte 2] :
“Kost ons 4 euro
Net zei je 2”
[verdachte] :
“Nee hem kost 4 ps
(…)
Die goekope kan voor 3.25”
[medeverdachte 2] :
“Hoeveel zijn die lelijke”
[verdachte] :
“Die lelijke laat hem maar kiezen
(…)
Want hij wil er 200 of 300”
(…)
[medeverdachte 2] :
“Hij wil 50 en miss
30 nog van die minder goeie”
[verdachte] :
“Klopt of 80 goeie.Laat hem maar kieze. Goeie is gewoon 4
[medeverdachte 2] :
“Ja kgeef mee aan b100”
[verdachte] :
“Mindere 3.25.Hou ook ff lijstje bij van verkoop
Dan kunnen we ffuitrekenen wat ik van jou krijg of jij van mij
[medeverdachte 2] :
“Oke oke.
Ikga vanmaf dese verkoop bij houde [128]
Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) via Wickr aan ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) vraagt:
hoeveel heeft die gast er gekocht. Waarop [medeverdachte 2] antwoordt:
“80 voor 300
En kheb er 20 verkocht voor 90
Is normale prijs?”
[verdachte] :
“jaman” [129]
Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) aan ‘ [accountnaam 13] ’ (
[verdachte]) bericht:
“Die kwaliteit vandie 50jeswas drama man
Echt drama
Scheef gesneden niet recht alles
Waden echt veel.slecht
Ik zij tege die gozer doe ma weg voor 3,50
Want ze woude niet”
Hierop vraagt [verdachte] :
“huh heb je verkocht voor 3.5?” [130]
Uit een afbeelding van 24 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr (‘ [accountnaam 2] @protonmail.com’) aan ene (onbekend gebleven) ‘ [accountnaam 29] ’ laat weten: “100/200 We dont have yet” en “I can suply you with 20 50 500”. [accountnaam 29] wil
“100x20” en “100x50”, waarop [medeverdachte 2] vraagt:
“Dont you want the 500”. [accountnaam 29] laat weten:
“Okay i driving morning 13uhr to [plaats 2] ”en later:
“Im here bro, Beginn with K, German car, BMW”. Ook ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) neemt deel aan dit gesprek.
Op 25 juli 2020 vraagt ‘ [accountnaam 15] ’ (
[verdachte]) aan ‘ [accountnaam 20] ’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr (‘ [accountnaam 2] @protonmail.com’):
“hi [accountnaam 20]
this client (rechtbank: [accountnaam 30] ) want to order 14x500
2310 euro
can you make a appointment with him”
[medeverdachte 2] :
“Yes” [131]
6.3.5.3.2 Tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen het volgende worden opgemaakt.
[verdachte] heeft (in ieder geval) op 2 februari 2020 een aanvang gemaakt met de verkoop van vóór die datum al nagemaakte biljetten. Vanaf 4 februari 2020 heeft hij valse biljetten verkocht via (in ieder geval) ‘Empire Market’. Gaandeweg heeft hij [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ingeschakeld bij het aanbieden, versturen of in persoon afleveren van valse biljetten.
[medeverdachte 3] heeft vanaf 3 februari 2020 valse biljetten naar het buitenland verstuurd. Aangenomen mag worden dat personen in de Verenigde Staten via Western Union betalingen hebben verricht voor ontvangen valse biljetten.
[medeverdachte 4] heeft valse biljetten in wenskaarten verstuurd, ook naar het buitenland, en heeft in Nederland valse biljetten aan derden afgegeven, onder meer 25 valse biljetten van 500 euro op 30 april 2020. Eerder al, op 29 februari 2020, beschikte hij over een vals biljet van 500 euro. Hij verkreeg de valse biljetten van anderen, onder wie [medeverdachte 1] . Hij telde de biljetten en, zoals hiervóór al is vastgesteld, controleerde hij ze op juiste afmetingen en kwaliteit. Met [verdachte] vond hierover nauw overleg plaats. Voor het in orders opnemen van gratis biljetten had [medeverdachte 4] de instemming van [verdachte] nodig. Voorts heeft [medeverdachte 4] promotiefilmpjes van vals geld gemaakt in zijn woning en aan [verdachte] verzonden.
[medeverdachte 2] heeft (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 valse biljetten (“50jes”) verkocht en heeft over aantallen en prijzen nauw contact gehouden met [verdachte] . Hij geeft voorts aan [verdachte] te kennen dat hij vanaf deze datum de verkoop gaat bijhouden. [medeverdachte 2] beschikte dus (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 over valse biljetten.
[medeverdachte 1] heeft op 13 mei 2020 een poststuk verzonden, bevattende valse biljetten, zo kan genoegzaam uit de context van de chat van die datum worden afgeleid. [verdachte] heeft hem terecht gewezen, omdat [medeverdachte 1] heeft verzuimd de biljetten met ‘track & trace’ te verzenden.
In april 2020 is [verdachte] gestart met het aanbieden van valse biljetten in diverse Telegram groepen. Ook [medeverdachte 1] is hiermee gestart vanaf 7 mei 2020. Die maand al, maar vooral in juli 2020, heeft hij in reactie op door hem geplaatste advertenties vragen ontvangen over de valse biljetten en deze beantwoord. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben in mei 2020 gelijksoortige advertenties geplaatst. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn op aangeven van [verdachte] gestart met het plaatsen van de advertenties; [verdachte]
“deed dit de hele dag, maar had weinig tijd”en had daarom hulp nodig van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Hij heeft de advertentieteksten en foto’s en video’s van valse biljetten aangeleverd en verteld op welke Telegramgroepen en hoe vaak de advertenties geplaatst (“gegooid”) moesten worden. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben vervolgens de advertenties geplaatst op Telegramgroepen waarin [verdachte] ook zelf advertenties plaatste. Aangenomen mag worden dat deze advertenties tot daadwerkelijke verkoop van valse biljetten hebben geleid. Dat past ook onder meer bij wat [verdachte] op 2 mei 2020 aan [medeverdachte 2] laat weten:
“We moeten meer maken bro (…) ik heb veel klanten”. En op 29 juli 2020 wil [verdachte]
“volgas”gaan.
6.3.5.4
Conclusie
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande als volgt.
6.3.5.4.1 Feit 1
Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 100 euro, 50 euro,
20 euro en 10 euro en van 20 dollar en 50 dollar, heeft nagemaakt, met het oogmerk om die biljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven. Wat betreft het oogmerk verwijst de rechtbank naar wat zij hiervóór heeft overwogen in de tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse biljetten. [verdachte] heeft zich niet alleen bezig gehouden met het namaken van bankbiljetten, maar ook met het aanbieden, afleveren en versturen daarvan. Reeds daaruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was de nagemaakte bankbiljetten in omloop te brengen.
6.3.5.4.2 Feit 2
Wettig en overtuigend kan worden bewezen worden dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 500 euro en 100 euro en 50 euro en 20 euro en 10 euro en bankbiljetten van 20 dollar en 50 dollar zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad. Daarnaast heeft hij deze biljetten samen met een ander of anderen, vervoerd, ingevoerd (vanuit België over de Nederlandse grens) en doorgevoerd. Ook heeft hij de biljetten alleen dan wel samen met een ander of anderen uitgevoerd (naar andere landen dan Nederland). Hieruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was (oftewel: dat hij het oogmerk had) om de bankbiljetten die hij zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad in omloop te brengen.
6.3.5.4.3 Feit 3
Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] op 30 juli 2020 opzettelijk de ten laste gelegde goederen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het namaken van bankbiljetten.
6.3.5.4.4 Het medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen en de daaruit door de rechtbank getrokken tussenconclusies dat vanaf 29 februari 2020 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] en later ook tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij het namaken van bankbiljetten (feit 1), alsook bij de in feit 2 ten laste gelegde handelingen ( [medeverdachte 3] : vanaf 3 februari 2020). [verdachte] heeft in het gehele proces van het namaken van bankbiljetten, de aanschaf van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse biljetten een leidende en aansturende (en daarmee zonder meer significante) rol vervuld. Het medeplegen kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.
Ook het in feit 2 ten laste gelegde onderdeel, betrekking hebbende op het namaken van de bankbiljetten en de bekendheid met de valsheid daarvan ten tijde van de ontvangst, kan wettig en overtuigend bewezen worden. [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben de bankbiljetten die [verdachte] (samen met hen) in zijn bezit heeft gehad zelf nagemaakt en zij waren ten tijde van de verkrijging van die bankbiljetten bekend met de valsheid daarvan.
Verder acht de rechtbank in dit verband nog het volgende van belang.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verricht werk en gemaakte kosten nauwgezet werden bijgehouden. De rechtbank wijst op de in de Samsung S9 van [medeverdachte 1] aangetroffen notitie (“
Zelf gewerkt, 100 x 50jes geknipt, 310 x 20jes dollars geprint, 200 x 50jes geprint, Kosten gemaakt 85 euro”), kennelijk gemaakt om deze informatie met [verdachte] te delen. Op 3 mei 2020 laat [medeverdachte 2] aan [verdachte] weten dat hij vanaf dan “de verkoop” gaat bijhouden, en op
6 juli 2020 vraagt hij aan [verdachte] “of hij snijden moet rekenen”, waarop [verdachte] hem een berekening stuurt, waarin een bedrag van € 9.625,00 wordt genoemd aan voor rekening van [verdachte] komende inkoopkosten en een vergoeding voor [medeverdachte 2] van € 600,00 voor het printen van valse bankbiljetten. Dit komt overeen met wat in de chat tussen [verdachte] en ‘ [accountnaam 25] ’ wordt gewisseld, erop neerkomende dat [verdachte] de kosten dekte en dat tegenover ‘werk’ een vergoeding stond, namelijk 0,15 eurocent per geprint A4 vel met afdrukken van valse biljetten en 0,70 eurocent per uitgesneden biljet met een daarop geplakt hologram. Ook spreken [verdachte] en [medeverdachte 2] op 2 mei en 6 juli 2020 met elkaar over de verdeling van de winst.
Verder valt op een afbeelding van 20 mei 2020, waaruit blijkt dat ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) via Wickr tegen ‘ [accountnaam 20] ’ ( [medeverdachte 2] ) zegt:
“bro [medeverdachte 1] (rechtbank: [medeverdachte 1] ) zegt dat jij zegt dat er een onderzoek naarons nepgeldis gestart.” [132] Ook valt op het via Telegram op
26 april 2020 gevoerde gesprek, waarin [verdachte] tegen [medeverdachte 3] zegt dat hij kan zeggen “
we werken samen toch”.
Bovendien heeft de rechtbank hiervóór al overwogen, ten aanzien van de aankoop van benodigdheden, dat uit de bewijsmiddelen blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming tussen [verdachte] en de vier anderen vergde. Dat geldt (wat betreft [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ) ook voor het namaken van de bankbiljetten en (wat betreft allen) voor de verkoop daarvan.
Hier wordt voorts herhaald dat op alle zoeklocaties valse biljetten zijn aangetroffen met overeenkomende serienummers. Het behoeft geen betoog dat dat zich alleen laat verklaren doordat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] (waarschijnlijk in wisselende samenstellingen) hebben samengewerkt.
[verdachte] onderhield contact met alle vier de anderen en het beeld dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt laat er tot slot geen twijfel over bestaan dat hij, zoals gezegd, een leidende en aansturende rol vervulde.
De rechtbank concludeert dat het in de feiten 1 en 2 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden. Van het in feit 3 ten laste gelegde medeplegen zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken. [verdachte] liet door hem bestelde goederen, benodigd voor het namaken van valse biljetten, ook wel rechtstreeks op zijn adres bezorgen, en het procesdossier biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] enige zeggenschap hadden over de goederen die [verdachte] op 30 juli 2020 in bezit had.

7.Feiten 4 tot en met 9 (onderzoeken Lega en Reseda)

7.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de onder 4 tot en met 9 ten laste gelegde feiten.
7.2
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van het onder 4 tot en met 9 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte de feiten heeft gepleegd, omdat alle oplichtingshandelingen door anderen zijn vervuld. Verder heeft de raadsman bepleit dat de bedrijven, die aangifte hebben gedaan van oplichting, hun eigen verantwoordelijkheid in het handelsverkeer volledig hebben verzaakt. Zij hebben orders van tienduizenden euro's geplaatst op basis van uittreksels van de Kamer van Koophandel of nieuw aangemaakt e-mailadressen zonder de minste verificatie.
7.3
Beoordeling door de rechtbank
7.3.1
Inleidende overwegingen
7.3.1.1
De modus operandi
De ten laste gelegde feiten, als besproken in de dossiers van de onderzoeken Lega en Reseda, zien op een zestal bedrijven dat, zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, is opgelicht. Die oplichting bestond er in vier gevallen uit dat goederen gekocht werden zonder daarvoor te betalen. In twee gevallen ging het om een verkoop van goederen waarbij levering uitbleef. De onderzoeken zijn gestart nadat op 28 juni 2019 in een loods aan de [adres 8] in [plaats 2] na een inbraakmelding een zeer grote hoeveelheid elektronische goederen werd aangetroffen, onder meer harddisks van Toshiba, verschillende typen JBL geluidsboxen en tandenborstels van Oral-B. De geluidsboxen en tandenborstels zijn deels van een gelijk merk en type als ten aanzien waarvan aangifte is gedaan. Ten aanzien van de aangetroffen harddisks is steekproefsgewijs vastgesteld dat de serienummers overeenkomen met een door aangever [bedrijf 5] aangeleverd Excel-bestand met serienummers van hun producten. Het adres van de loods werd nooit vermeld in correspondentie met de bedrijven, zoals hierna zal blijken. De loods lijkt dan ook te zijn gebruikt als geheime ruimte voor de opslag van door opgelichte bedrijven geleverde goederen.
Bij de oplichtingen werd een vaste ‘modus operandi’ gevolgd die, kort gezegd, neerkwam op het volgende:
Na het opvragen van gegevens van een kredietwaardig bedrijf bij de Kamer van Koophandel (KvK), werd bij de KvK een bedrijf ingeschreven (het zogenaamde ‘imitatiebedrijf’) met een naam gelijkend op die van het kredietwaardige bedrijf (het bedrijf wiens naam door de verdachten werd misbruikt) en werd een bankrekening geopend. Ook werd een website aangemaakt voor het imitatiebedrijf en werd in de correspondentie met het opgelichte bedrijf gebruik gemaakt van briefpapier met daarop vermeld het e-mailadres, het telefoonnummer, het bankrekeningnummer en het BTW-nummer van het imitatiebedrijf. Ten behoeve van de levering van goederen door het opgelichte bedrijf werd verder een pand geregeld dat werd voorzien van het logo van het imitatiebedrijf. Het imitatiebedrijf sloot vervolgens een overeenkomst met het opgelichte bedrijf waarin óf goederen te koop werden aangeboden aan dit bedrijf, eventueel onder toezending van een foto van gereedstaande goederen, óf goederen werden gekocht van dit bedrijf, na eerst een ‘goodwill’-aankoop te hebben gedaan en betaald. In het geval van verkoop van goederen, werden na betaling door het opgelichte bedrijf de goederen niet geleverd. In het geval van aankoop van goederen, werden de goederen van de op de goodwill-aankoop volgende levering door het opgelichte bedrijf niet betaald. Na afronding was het imititatiebedrijf niet meer te benaderen door het opgelichte bedrijf.
7.3.1.2
Bespreking verweer nalatigheid opgelichte bedrijven
In reactie op het verweer van de verdediging dat de betrokken bedrijven hun eigen verantwoordelijkheid in het handelsverkeer volledig hebben verzaakt, overweegt de rechtbank in dit verband reeds als volgt.
De rechtbank begrijpt het verweer zo dat de betrokken bedrijven door de gang van zaken, zoals die uit de bewijsmiddelen blijkt, niet zijn bewogen tot afgifte dan wel betaling en dat daarom van oplichtingen geen sprake is. De rechtbank verwerpt dat verweer.
Oplichting in de zin van artikel 326 Sr Pro is niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder diens eigen gedragingen en kennis van
zaken – de onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien. In de bewezenverklaarde feiten 4 tot en met 9 doet zich die situatie niet voor.
Bij de betrokken bedrijven is, zoals hierna zal blijken, door meerdere oplichtingsmiddelen de schijn gewekt dat zij van doen hadden met betrouwbare tegenpartijen. Zij hebben op basis van de informatie die door de veronderstelde bonafide handelspartner zijn verstrekt controles verricht en daarna pas gehandeld. Dat de bedrijven in de gegeven omstandigheden niet een nog indringender onderzoek hebben gedaan naar de identiteit, kredietwaardigheid en betrouwbaarheid van de partij met wie zij daadwerkelijk van doen hadden, kan de bedrijven niet worden verweten.
7.3.1.3
Betrokkenheid verdachten (inleidend)
[verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn in beeld gekomen in het onderzoek naar de personen die bij de bedrijfsoplichtingen betrokken waren. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de oplichtingen. Opvallend is echter het volgende.
Het procesdossier bevat een geluidsopname van een gesprek dat op 20 maart 2019 is gevoerd tussen twee personen. De stem van de ene persoon is van [naam 9] (hierna: [naam 9] ). Ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst hebben de stem van de andere persoon herkend als de stem van [verdachte] (hierna: [verdachte] ). [133] Het gesprek verloopt op enig moment als volgt [134] :
“ (…)
[naam 9] : ja maar dan zeg ik die andere hal zeg maar, waar ik dus die betaling nog niet voor heb gedaan, die zeggen we nu tabee vanuit Emmeloord, zeg maar?
[verdachte] : ja.
[naam 9] : ok is goed. Dan trek ik die sim-kaart eruit en is dat in ieder geval geregeld.
[verdachte] : ja
[naam 9] : ehm
dan moetje wel zo spoedig mogelijk een nieuwe hal hebben voor spullen he?
[verdachte] :
dat zou wel fijn zijn, maar dan het liefst wel iets met een roldeur ofzo? Iets zodat het wel een beetje op een logistiek gebeuren lijkt.
[naam 9] : dat is goed, dat is prima. Dus gewoon zeg maar een pand met roldeur moetje hebben he? Volgens mij heb ik daar al een van hoor en eeh
[verdachte] :
Iets met een magazijntje in ieder geval. Het mag ook wel half magazijn, half kantoor zijn. Dat als er wat pallets komen, dat we het dan kwijt kunnen daar.
[naam 9] : ja voor het einde van de maand heb je daar de sleutel van. Dat beloof ik.
(…)
[naam 9] : Nee, ehm eventjes omtrent de hal zeg maar van hier. Daar heb ik die
[bedrijf 20]heb ik daar van.
Wil je die nog wel gebruiken of wil je een andere erop zetten?
[verdachte] :
Daar mag wel een andere op.
[naam 9] : Ok. Heb jij daar huh ...
[verdachte] : Die Sell die ga ik wel....
[naam 9] : Want als je met Sell ..ik moet nog effe het contract maken snap je, dus ik heb er al een gemaakt op Sell, maar als jij zegt: Er moet een andere komen dan leg ik die bij die onderhuurder neer weet je wel
(…)
[naam 9] : Ok.
Dat ik bij die onderhuurder een ander contract moet neerleggen als het niet [bedrijf 20] wordt. Heb jij daar.. Kun jij me daar een dinge van sturen? Een kvk?
[verdachte] : Ehm.
Kunnen we er niet eentje van de site afhalen? Van Kamer van Koophandel toevallig?
[naam 9] : Jawel. Kan ik wel voor je doen. Alleen dan zit ik alleen te kijken hoe we die transactie ... Het mooiste is natuurlijk want die transactie kan gewoon elke maand gewoon contant, dus dat is het probleem ook niet. Alleen ehm, ik wil dat eh zeg maar mijn hoofdhuurder niet al te veel problemen krijgt als het wel is. Dat moet wel een beetje zo.
Dan moet ik hem helemaal aan gaan passen en met telefoonnummers die dan kloppen en dat soort dingen dat het dan een aangepaste kvk is.Dan moet ik het zelf gaan regelen.
Dat heb jij het liefst in deze denk ik he?[verdachte] :
ja is wel beter.Wel beter.
[naam 9] : ja ok. Dan ga ik dat zo doen.
Dan ga ik een hele kamer van koophandel aanpassen. Met alle gegevens.Dan is het even mijn dingetje. En leg ik het bij die man neer.
[verdachte] : Ok.
[naam 9] : Dan hebben we daar in ieder geval geen kopzorgen voor. Het zou alleen mooi zijn, als ik dit zo kan realiseren.
Dat we daar geen poppetje op hoeven zetten nu op dit moment. Dat we er wel voor kunnen zorgen dat zeg maar die hoofdhuurder even los van onze 25% zeg maar die wij dan beuren met zijn tweetjes, dus ieder 12,5, dat we die man wel iets kunnen doen als we het gewoon goed hebben weetje wel.
[verdachte] :
ja maar kijk die jongen die dat gaat onderhouden die moet ook verdienen, ik moet verdienen, ik investeer snap je?
[naam 9] : Nee ik ben het wel met je eens, zeker alleen
kijk normaal als je een eigenaar mee hebt of je hebt een jongen pakt hem op naamdan zijn het ook gewoon normaal vaste kosten die met zich meenemen
ik bedoel als jij die [bedrijf 20] gehad hebt bijvoorbeeld en hij zegt, ik ga er wel op, die zou het ook niet voor niets doen laat ik het zo maar zeggen. Het enige wat ik hiermee wil zeggen is van als we gewoon eeh iets voor die eigenaar mee rekenen in het hele verhaal,
het hoeft niet de jackpot te zijn zoals wij hem gaan krijgen, maar dat het allemaal een beetje relaxed loopt.
[verdachte] : ja ok.
Desnoods doen we allemaal wat in de pot weet je wel, Dat komt wel goed.
(…)
[naam 9] : Uhm
op welke naam wil jij dit nieuwe pand hebben staan?
[verdachte] : Uhm
je zou eentje van de Kamer van Koophandel pakken toch?
[naam 9] : Ja, uh nee dan hadden we over het pand dat we nu hebben.
Ik heb het over een nieuw pand voor spullen.
[verdachte] : is dat een beetje een mooi pand?
[naam 9] : ja, uh,
want ik heb hier nog een aantal KVK’s liggen of kan alles wat hier ligt nu gewoon weg en moeten we helemaal opnieuw gaan werken zeg maar?
[verdachte] :
ja ja ja
[naam 9] : OK. Is goed. Dan weet ik genoeg. Ik ga wel... Ik fix het wel maat.
[verdachte] : ja kijk, als het zonder registratie kan dan is het wel het beste, maar als je echt eeh eeeh iets nodig hebt. ... Ik heb nog wel eentje... huh.. op dit moment. Maar ja dat is ook weer voor... huh.. Over 3 weken kan dat weer anders zijn snap je?.
[naam 9] : Ja ik snap wel.
[verdachte] : NTV..voor mij
[naam 9] : ja. Ik ga er zelf wel even mee aan het werk. Ik fiks het wel en dan uhmm hoe heet dat uuuuh kom ik daar bij jou wel eventjes op terug.
[verdachte] : Is goed.
[naam 9] : Dus ik fiks verder het pand. Ik weet het. Ik haal alles wat ik hier nu heb liggen van KVK’s van [naam 10] of andere dingen, ik pomp ze er allemaal uit. Alles gaat weg, gewoon pleite.
[verdachte] : Ja. Is goed
[naam 9] : Ok. En eh, want ze mogen ook nergens meer voor gebruikt worden neem ik aan he?
[verdachte] : Nou die van [naam 10] dat zijn allemaal mensen van [naam 11] ( [naam 11] ), daar heb ik schijt aan hoor.
[naam 9] : Nee, ok ik snap watje bedoelt.
[verdachte] : het zijn allemaal onbetrouwbare honden, dus huh...
[naam 9] : Ja en is het dan, kan het voor jou van negatief affect zijn
dat ik bijvoorbeeld die [naam 10] of weet ik veel gewoon op een pand zet als zijnde de KVK-shitof zeg je van ... beter van niet?
[verdachte] : Van mij mag je dat doen, alleen volgens mij eeh, er zijn ook twee [naam 10] he? Eentje is volgens mij al uitgeschreven en die andere jongen die heeft dus vastgezeten.
[naam 9] : JA, snap het wel.
[verdachte] : En dat die ook gelijk aan het huilen-huilen is nu, dat die hem ook uitschrijft binnenkort dus eh
[naam 9] : Ja ik begrijp het wel. Ok. Nou komt wel goed. Ik regel het wel op mijn manier. Ik pas alles wel aan. Heb jij er geen zorgen, geen hoofdpijn over. Wordt wel gefixt.
[verdachte] : Ok is goed.
[naam 9] : En uhm hoe heet dat uhm watje dus alleen nu zeg maar nu moeten zo snel ohja, dat wilde ik ook nog even tegen jou zeggen
ik heb dat verder gefikst met die anderhalf procentpas voor jou weet je wel? hoe lang wil je die hebben? Voor een jaar ofzo?
[verdachte] :
Ja eeh dat is in principe om voor langere termijn mee te werkenja
[naam 9] : ja ok fijn. Nou goed, ik zorg ervoor. Kan iemand een dezer dagen of begin volgende week die pas bij mij ophalen?
[verdachte] : Ja dat kan altijd. Dat is geen probleem.
[naam 9] : Ok. Als ik alles geregeld heb met betrekking tot die pas en alles loopt dan laat ik je het direct weten en dan kunnen we gelijk schakelen dat iemand die pas komt ophalen bij mij voor jou. Ja?
[verdachte] : Goed.
[naam 9] : Uhm even kijken, uuhhhm, die eeh, ik heb voor...
Ik heb nog een handelsnaam van jou staan zeg maar, uuh die uhm die persoon die heb ik nu, ik heb even gekeken om daar een hele goeie voor te pakken. Die gaat aankomende week wordt die bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, voor die ehm voor die handelsnaam toe te voegen en dan worden er twee bankpassen aangevraagd. Op welke bank wil jij het liefst die dingen?
[verdachte] :
Ik heb het liefst ING, de ABN[naam 9] : ok.
[verdachte] : En ehm Rabo zou ook wel kunnen...
[naam 9] : ok.
[verdachte] : En sowieso geen Bunq, daar heb ik allemaal niets aan.
[naam 9] : Nee.
[verdachte] : En KNAB ook.... Ja
[naam 9] : Nee, maar ik ken het wel. Niet die rare Triodosbanken of Binqbank of Knab daar heb je helemaal niks aan.
Gewoon een grote bank. Prima.
[verdachte] : ja.
[naam 9] : OK. Ik ga daar voor zorgen.
(…).”
Naar het oordeel van de rechtbank kan dit gesprek als volgt geduid worden.
[verdachte] en [naam 9] zoeken naar een hal waarin spullen geplaatst kunnen worden. Bij de KvK moet een bedrijf (“handelsnaam”) worden ingeschreven dat op het adres van deze hal gevestigd is. Ten behoeve van deze inschrijving moeten de bij de KvK geregistreerde gegevens van een bestaand (kredietwaardig) bedrijf worden aangepast. Voor het in te schrijven bedrijf (het imitatiebedrijf) moet een bankrekening worden geopend.
Aldus komt wat [verdachte] en [naam 9] bespreken volledig overeen met de hiervóór beschreven modus operandi in de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen. Opvallend is verder dat zij spreken over “het op een pand zetten” van iemand “als zijnde de KvK-shit” en over “een jongen pakt hem op naam”. Duidelijk is dat hiermee wordt gedoeld op zogenoemde katvangers. Duidelijk is ook dat [verdachte] een aansturende rol heeft; [naam 9] voert uit en met het oog daarop doet hij voorstellen aan [verdachte] waarmee [verdachte] moet instemmen. Verder blijkt uit het gesprek dat [verdachte] eraan moet verdienen, want hij “investeert” en dat de jongen die “dat” (
de hal) gaat onderhouden er ook aan moet verdienen, naast [naam 9] en de hoofdhuurder.
Niet alleen het voorgaande gesprek, maar ook het volgende gesprek is veelzeggend waar het gaat om het verband tussen de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen en [verdachte] . In de iPhone ‘ [verdachte] ’ van [verdachte] is een afbeelding van een Wickr-conversatie aangetroffen die is aangemaakt op 19 november 2019. Het betreft een gesprek tussen ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ), ‘ [accountnaam 22] ’ ( [medeverdachte 3] ) en ‘ [accountnaam 31] ’ ( [medeverdachte 1] ), waarin een afbeelding van een kostenoverzicht wordt verzonden door [verdachte] . Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf 11] ’ met een daarvoor genoemd bedrag van € 18.000,00. Voorts staan er kosten genoemd voor onder meer huur en borg van de loods, de inrichting daarvan en een bedrag voor koeriers. Nadat deze afbeelding is gedeeld, stuurt [verdachte] de volgende berichten:
Dit zijn de kosten
Winst was 280.000 euro
Iets minder maar laten we het daar op houden
Ik stel voor dat we iedereen 5k geven:
black
[accountnaam 19]
lilkleine
hoodz/die neger in mercedes
dw
[accountnaam 38]
dan zijn de kosten € 137.500 tot nu toe
zal niet veel bij komen, bijna alles zit erin” [135]
De rechtbank constateert dat deze ‘kosten/baten berekening’, gezien het op het kostenoverzicht vermelde imitatiebedrijf [bedrijf 11] , verband houdt met de oplichting van het bedrijf [bedrijf 1] (feit 4). Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit gesprek dat [verdachte] , die het genoemde voorstel doet, zicht heeft op de kosten en de bij de bedrijfsoplichting betrokkenen en dat hij de wijze van uitbetaling van de winst regelt. Het verdelingsvoorstel stemt hij af met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Ook hier blijkt daarmee van een aansturende rol van [verdachte] , maar ook van inspraak van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] .
Aldus komt [verdachte] in het procesdossier zowel bij aanvang van de periode waarin de bedrijfsoplichtingen zijn gepleegd als richting het einde van die periode in beeld in een aansturende rol, die voorts blijk geeft van een grote mate van zeggenschap. In dit licht moeten naar het oordeel van de rechtbank de hierna te bespreken feiten worden bezien. De rechtbank weegt voornoemde gesprekken ook mee bij het bewijs van de ten laste gelegde feiten.
Hierna zullen eerst per ten laste gelegde bedrijfsoplichting de vaststaande feiten worden weergegeven, waarna de rechtbank zal toelichten op basis waarvan zij oordeelt dat de betreffende bedrijven zijn opgelicht in de zin van artikel 326 Sr Pro. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een rol hebben gespeeld in de bedrijfsoplichting, en zo ja welke rol, en of wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen.
Dat de rechtbank deze vragen per ten laste gelegde bedrijfsoplichting zal beoordelen, staat er niet aan in de weg dat zij in de beoordeling van het bewijs met betrekking tot een oplichting de overeenkomsten tussen die oplichting en de andere oplichtingen kan betrekken. Hierop aansluitend, merkt de rechtbank over de rol van [verdachte] vooraf het volgende op. Uit de hierna weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] bij alle bedrijfsoplichtingen in beeld komt. Bij de oplichting van de bedrijven [bedrijf 2] en [bedrijf 8] (feit 5) staat wel vast dat het [verdachte] is geweest die onder de valse namen [verdachte] en [verdachte] contact heeft opgenomen met [naam 12] en [naam 13] . Gelet hierop, en gezien de overeenkomsten tussen die bedrijfsoplichting en de andere bedrijfsoplichtingen, alsook gelet op de op gegevensdragers van [verdachte] aangetroffen informatie, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het eveneens [verdachte] is geweest die met gebruikmaking van valse namen als vertegenwoordiger van het betrokken imitatiebedrijf contact heeft gelegd met de andere vijf bedrijven (feit 4: [naam 14] / feit 6: [naam 15] / feit 7: [naam 16] / feiten 8 en 9: [naam 17] ).
7.3.2
Feit 4 – [bedrijf 1]
7.3.2.1
Vaststaande feiten
Op 21 oktober 2019 nam [naam 14] van [bedrijf 11] via Skype contact op met een medewerker van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). Tijdens dat gesprek werd gesproken over smartwatches van het type Samsung R810. Op 4 november 2019 vroeg [bedrijf 1] aan [naam 14] of de smartwatches nog beschikbaar waren. [naam 14] heeft dat bevestigd, maar ook aangegeven dat hij eerst het bedrijf [bedrijf 1] wilde controleren. [naam 14] stuurde via de mail formulieren waarop de bedrijfsgegevens van [bedrijf 11] waren vermeld. Ook stuurde hij kopieën van identiteitsbewijzen van directieleden, bedrijfsdocumenten en uittreksels uit handelsregisters. Nadat alles was gecontroleerd, verstrekte [naam 14] een factuur en een foto van de goederen. [136] De factuur stond op naam van [bedrijf 11] met het adres [adres 9] in [plaats 4] en betrof een bedrag van € 56.175,00 voor in totaal 350 stuks smartwatches van het type Samsung R810. [137] Naast de factuur werd ook een foto verzonden, waarop dichtgeplakte dozen te zien zijn met daarop een sticker met barcodes en een beschrijving van de inhoud van de dozen. [138] Op 6 november 2019 werd door [bedrijf 1] in totaal € 56.175,00 overgemaakt aan [bedrijf 11] op de bankrekening [rekeningnummer 2] . Op 6 november 2019 was het laatste contact met [naam 14] , die aangaf dat de goederen waren verstuurd. Er was met [naam 14] overeengekomen dat de goederen zouden worden geleverd op een adres in Wenen. De goederen zouden op 7 november 2019 aankomen in Wenen, maar dat is niet gebeurd. Er werd geprobeerd contact op te nemen met [naam 14] , maar hij kon niet meer worden bereikt. Ook kon de website niet meer worden bereikt. [139]
[bedrijf 1] heeft bij haar aangifte gevoegd een (
zo begrijpt de rechtbank) van [bedrijf 11] ontvangen uittreksel van de KvK. Daarop zijn de volgende gegevens van [bedrijf 11] te zien. Het KvK-nummer is [KVK-nummer 1] , het bezoekadres is [adres 9] , [postcode 5] in [plaats 4] , het postadres is [adres 10] [postcode 6] in [plaats 5] en de bestuurders zijn [naam 18] en [naam 19] . Verder is de website www. [bedrijf 11] .com vermeld op het uittreksel van de KvK. [140] Uit een daadwerkelijk uittreksel van de KvK van [bedrijf 11] blijkt echter dat het bedrijf – met hetzelfde KvK-nummer en dezelfde bestuurders – alleen is gevestigd op de [adres 9] , [postcode 5] in [plaats 4] . [141]
[bedrijf 1] heeft van [naam 14] kopieën van identiteitsbewijzen van [naam 18] en [naam 19] ontvangen. [142] Deze identiteitsbewijzen zijn volgens de Koninklijke Marechaussee vals of vervalst. [143] [naam 18] heeft mede namens [bedrijf 11] en [naam 19] aangifte gedaan van identiteitsfraude. Zij hebben geen goederen besteld bij [bedrijf 1] en zij hebben geen toestemming gegeven voor het gebruik van gegevens van henzelf en van [bedrijf 11] [144]
Rekeningnummer [rekeningnummer 2] staat op naam van [medeverdachte 3] h/o [bedrijf 11] . [145]
Het bedrijf [bedrijf 11] is de eenmanszaak van [medeverdachte 3] met KvK-nummer [KVK-nummer 2] en heeft als geregistreerd bezoekadres [adres 3] [postcode 3] in [plaats 2] . [146] De handelsnaam [bedrijf 11] werd volgens de KvK vanaf 6 september 2019 gevoerd door deze eenmanszaak van [medeverdachte 3] . [bedrijf 19] is de andere handelsnaam van deze eenmanszaak. [147]
Op 4 november 2019 is via het mailadres [naam 14] @ [bedrijf 11] .com een e-mail verzonden naar ‘Office Upcomtelekom’. In die e-mail is [bedrijf 1] gevraagd om een formulier in te vullen en terug te sturen. Op dat formulier staat als adres van [bedrijf 11] zowel het adres in [plaats 4] als het adres [adres 10] [postcode 6] in [plaats 5] vermeld en daarnaast staat daarop als rekeningnummer van [bedrijf 11] [rekeningnummer 2] . [148]
7.3.2.2
De geldstroom
[bedrijf 1] heeft op 6 november 2019 in totaal € 56.175,00 overgeboekt naar de bankrekening op naam van [medeverdachte 3] handelend onder de naam [bedrijf 11] . Daarna is van die bankrekening € 51.293,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 12] en is € 4.900,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 4] op naam van [medeverdachte 3] . Uit de transactiegegevens is gebleken dat het bedrag van € 4.900,00 in drie transacties contant is opgenomen vanaf de bankrekening van [medeverdachte 3] bij een geldautomaat van de ING-bank in [plaats 2] .
Uit de analyse van de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 12] blijkt dat kort nadat het bedrag van € 51.293,00 binnenkomt vanaf de rekening van [medeverdachte 3] in twee overboekingen € 41.648,00 (€ 28.665,00 + € 12.983,00) is overgeboekt naar de bankrekening op naam van [bedrijf 13] . Vanaf die bankrekening wordt vervolgens in twee betalingen op 6 en 7 november 2019 € 32.750,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 5] op naam van [bedrijf 2] . [149] Dit bedrag was, zoals hierna zal blijken, bestemd voor de vertrouwensaankoop bij dat bedrijf.
7.3.2.3
Betrokkenheid verdachten
7.3.2.3.1 [medeverdachte 3]
De woning van [medeverdachte 3] is doorzocht en daar zijn meerdere stempels met daarop de tekst ‘ [bedrijf 11] ’ aangetroffen. Op de eerste stempel stond de tekst:
“ [bedrijf 11]
[adres 9] - [postcode 5] [plaats 4]
The Netherlands
[bedrijf 11] @ [bedrijf 11] .com
tel [telefoonnummer 6]
BTW-nr [BTW-nummer] KvK
[KVK-nummer 1] ”
Op de tweede stempel stond de tekst:
“ [bedrijf 11]
[adres 10] - [postcode 6] [plaats 5]
The Netherlands
[bedrijf 11] @ [bedrijf 11] .com
tel [telefoonnummer 6]
BTW-nr [BTW-nummer] KvK
[KVK-nummer 1] ” [150]
De rechtbank stelt vast dat het bonafide bedrijf [bedrijf 11] niet was gevestigd op de [adres 10] in [plaats 5] , maar (alleen) op de [adres 9] in [plaats 4] .
In de woning van [medeverdachte 3] werd een kassabon aangetroffen van 16 oktober 2019 van ‘Dogan Copyshop & Drukkerij’ waarop vier stempels staan voor een bedrag van € 100,00. Daarnaast werd een vrachtbrief met daarop drie afdrukken van de twee hiervoor genoemde stempels van [bedrijf 11] aangetroffen. [151]
Uit de gegevens die zijn opgevraagd bij Copyshop & Drukkerij Dogan is gebleken dat er twee stempels zijn vervaardigd op naam van [bedrijf 11] op 16 oktober 2019. De tekst op de stempels die in het systeem bij Copyshop & Drukkerij Dogan zijn aangetroffen, komt exact overeen met de twee stempels die bij [medeverdachte 3] zijn aangetroffen. [152]
7.3.2.3.2 [medeverdachte 1]
In het onderzoek Apida is [naam 9] getapt. Op 9 september 2019 vindt er een gesprek plaats tussen [naam 9] en een persoon genaamd [naam 20] , naar later blijkt de verhuurder van de loods gelegen aan de [adres 10] te [plaats 5] [153] , het adres dat als adres van [bedrijf 11] genoemd stond op het formulier dat op 4 november 2019 naar [bedrijf 1] is gestuurd en het door [bedrijf 1] bij zijn aangifte gevoegde uittreksel van de KvK van [bedrijf 11] . In dat gesprek geeft [naam 9] aan dat hij belangstelling heeft voor het huren van de hal. [154] Een dag later is er weer contact tussen [naam 9] en [naam 20] . [naam 20] geeft aan dat het door kan gaan. [naam 9] gaat zijn compagnon bellen en dan komen ze zo snel mogelijk voor de overdracht en dergelijke dingen. [naam 9] stelt donderdag de 12de voor. [naam 20] denkt dat donderdag wel moet lukken. [155] Op 12 september 2019 is er weer contact tussen [naam 9] en [naam 20] en spreken ze af om 4 uur. [156]
Door verbalisanten is gezien dat [medeverdachte 1] en [naam 9] op 12 september 2019 naar het adres aan de [adres 10] te [plaats 5] zijn gereden. De verbalisanten zagen dat [naam 9] en [medeverdachte 1] om 16:05 uur contact maakten met een vrouw en dat zij de geopende loods gelegen aan de [adres 10] te [plaats 5] binnengingen. Ongeveer 20 minuten later zagen de verbalisanten dat [naam 9] en [medeverdachte 1] aan de straat stonden en dat [naam 9] met papieren in zijn hand richting het bedrijfsverzamelgebouw wees en daarbij tegen [medeverdachte 1] aan het praten was. [157]
In het onderzoek Apida is van 3 tot en met 16 oktober 2019 een camera geplaats op de loods aan de [adres 10] te [plaats 5] . Op de camerabeelden is op 7, 9 (op twee tijdstippen) en 10 oktober 2019 een witte Fiat bestelauto met kenteken [kenteken 1] te zien. Deze auto stond op dat moment op naam van [medeverdachte 1] . [158] Ook blijkt uit verschillende opgenomen telefoongesprekken van [medeverdachte 1] dat hij zich op 25, 28 en 31 oktober 2019 bevindt op het adres aan de [adres 10] in [plaats 5] . [159]
De politie is naar het adres [adres 10] in [plaats 5] geweest en heeft een foto gemaakt van het pand en op deze foto is op het pand een logo met de tekst ‘ [bedrijf 11] ’ te zien. [160] Dit logo en de tekst komen overeen met een bestelling (ordernummer DDB4481836) bij Drukwerkdeal.nl die is gedaan door “ [medeverdachte 1] – [medeverdachte 1] ” en betaald via de rekening ten name van [bedrijf 11] . [161] Door diezelfde persoon is ook een bestelling (order DDB4524379) gedaan bij Drukwerkdeal.nl voor het logo van [bedrijf 13] [162] , dat hierna bij de bespreking van feit 5 aan de orde komt.
Op 11 oktober 2019 is een telefoongesprek opgevangen tussen [medeverdachte 1] en een persoon genaamd [naam 21] van Drukwerkdeal.nl. [medeverdachte 1] belt voor een geplaatste order en noemt het ordernummer DDB4481836. [naam 21] zegt dat de verwachte leverdatum op 15 oktober staat en de belettering op 17 oktober. Dinsdag zijn de gewone stickers er en de belettering op donderdag. [medeverdachte 1] zegt dat hij het dinsdag ophaalt. [163]
Nu de sticker van [bedrijf 11] is besteld door een persoon die zich [medeverdachte 1] noemt en [medeverdachte 1] in het telefoongesprek met Drukwerkdeal.nl het ordernummer noemt dat ziet op de bestelling van de sticker van [bedrijf 11] , stelt de rechtbank vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die de sticker van [bedrijf 11] heeft besteld en opgehaald. Omdat het logo van [bedrijf 11] op het pand aan de [adres 10] te [plaats 5] overeenkomt met de bestelde sticker en belettering en [medeverdachte 1] ook veelvuldig bij dat pand is gesignaleerd, stelt de rechtbank verder vast dat de door [medeverdachte 1] bestelde sticker en belettering ook zijn gebruikt voor het pand aan de [adres 10] te [plaats 5] .
7.3.2.3.3 [verdachte]
Op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] is een mappenstructuur aangetroffen waarin onder andere ‘ [bedrijf 11] ’, ‘kvk [bedrijf 11] .pdf’, ‘ [bedrijf 11] krediet 1.pdf’en ‘ [bedrijf 11] krediet 2.pdf’ zijn opgenomen. In deze mappen zit een uittreksel van de KvK van het bestaande kredietwaardige bedrijf [bedrijf 11] , een creditsafe formulier en een rapport kredietrapportaanvragen.nl van het bestaande kredietwaardig bedrijf [bedrijf 11] [164]
In een MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] is een afbeelding van een doos aangetroffen. De serienummers en de aangebrachte tape die op die foto te zien zijn, zijn identiek aan serienummers en de aangebrachte tape op de foto die [bedrijf 1] van [bedrijf 11] heeft ontvangen van de te leveren apparatuur. [165]
Op diezelfde MacBook Pro van [verdachte] zijn eveneens twee logo’s van [bedrijf 11] aangetroffen. [166] Verder zijn tussen de Apple Notes in deze MacBook de teksten 141x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’, ‘171x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’, ‘170x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’ en nogmaals ‘170x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’ aangetroffen. [167]
Daarnaast is op die MacBook Pro e-mailverkeer aangetroffen van 25 november 2019 waarin door European Technical Trading een bestelling wordt gedaan bij [bedrijf 12] voor ‘141 Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold’. [bedrijf 12] heeft op dezelfde datum een factuur aangemaakt voor ‘141 Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold’, geadresseerd aan European Technical Trading. [168] Ook is tussen de ‘notes’ een overzicht gevonden met mailadressen, waaronder [e-mailadres 2] . [169]
Op de iPhone XR van ‘ [verdachte] ’ van [verdachte] zijn twee afbeeldingen aangetroffen van dozen met serienummers en de tekst ‘PRODUCT: ‘SM-R810’. Verder is op een afbeelding een verpakking te zien van een Samsung R810 Rosé Goud. [170] De rechtbank stelt vast dat op de afbeeldingen Samsung smartwatches van het type R810 te zien zijn. Hetzelfde type smartwatches is door [bedrijf 1] besteld bij [bedrijf 11] .
7.3.2.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf 1] is het bonafide bedrijf [bedrijf 11] gebruikt. Er is in het contact met [bedrijf 1] gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 14] van [bedrijf 11] en er zijn vervalste gegevens van [bedrijf 11] verstrekt aan [bedrijf 1] . Daarnaast is een bankrekening op naam van [medeverdachte 3] handelend onder [bedrijf 11] gebruikt voor de overboeking die [bedrijf 1] deed. Dit alles maakte dat [bedrijf 1] ervan uitging dat het handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 11] De positieve uitkomst van de check van de bedrijfsgegevens van [bedrijf 11] sterkte [bedrijf 1] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Op de factuur van de overeenkomst van 4 november 2019 van [bedrijf 11] staat [bedrijf 11] met het adres [adres 9] in [plaats 4] vermeld, terwijl [bedrijf 11] niet betrokken is geweest bij de overeenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens jegens [bedrijf 1] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 1] is bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 56.175,00. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
7.3.2.5
Medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank waren [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf 1] betrokken. Uit ‘de kosten/baten berekening’ opgenomen in de inleidende overwegingen onder 1.1.1.3 volgt dat [verdachte] het voorstel voor het verdelen van de winst deelt met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en met hen afstemt. Dat gesprek op is al een sterke aanwijzing voor het medeplegen door [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Daar komt nog het volgende bij.
[medeverdachte 3] komt bij de oplichting van [bedrijf 1] in beeld omdat het imitatiebedrijf [bedrijf 11] op zijn naam stond. Dat geldt ook voor de bankrekening waarnaar [bedrijf 1] het geld heeft overgeboekt. [medeverdachte 3] heeft dit geld verder overgeboekt naar de bankrekening van [bedrijf 12] en zijn eigen bankrekening. Het geld dat hij naar zijn eigen bankrekening heeft overgeboekt, heeft hij contant opgenomen.
[medeverdachte 1] komt in beeld als ‘compagnon’ van [naam 9] bij de huur van de loods aan de [adres 10] te [plaats 5] . Hij heeft de sticker en belettering met de naam en het logo van [bedrijf 11] besteld en opgehaald, die vervolgens gebruikt zijn voor dit pand. Hij is in ieder geval in oktober 2019 meermalen aanwezig geweest in en bij het pand. Verder geldt voor [medeverdachte 1] dat de rechtbank hierna zal vaststellen dat hij als medepleger betrokken is bij de oplichting van [bedrijf 2] . De geldstroom afkomstig van de oplichting van [bedrijf 1] is gebruikt voor de vertrouwensaankoop bij [bedrijf 2] .
Ten aanzien van [verdachte] overweegt de rechtbank als volgt.
In de inleidende overwegingen is vastgesteld dat [verdachte] met gebruikmaking van de valse naam [naam 14] contact heeft gelegd met [bedrijf 1] . Op 19 november 2019 heeft hij een kostenoverzicht gedeeld met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] dat verband houdt met de oplichting van [bedrijf 1] . Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf 11] ’ voor een bedrag van € 18.000,00.
Op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] staan KvK-uittreksels en checks van de kredietwaardigheid van het bonafide bedrijf [bedrijf 11] Hieruit blijkt dat [verdachte] betrokken is geweest bij het gebruik van de naam [bedrijf 11] bij de oplichting van [bedrijf 1] . In de communicatie met [bedrijf 1] werden gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 11] gedeeld, waarover [verdachte] beschikte. Ook zijn contactgegevens van [bedrijf 1] aangetroffen in de MacBook Pro van [verdachte] . Daarnaast stonden op die MacBook Pro logo’s van [bedrijf 11] en de afbeelding van een doos met goederen, die in het kader van de oplichting aan [bedrijf 1] werd gestuurd.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 1] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het primair ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf 1] wettig en overtuigend kan worden bewezen.
7.3.3
Feit 5 - [bedrijf 2]
7.3.3.1
Vaststaande feiten
[bedrijf 2] (hierna gezamenlijk te noemen: [bedrijf 2] ) hebben op
30 oktober 2019 via Skype contact met [verdachte] gehad. [verdachte] heeft aangegeven dat hij een medewerker is van [bedrijf 14] , gevestigd in [plaats 8] . Daarna heeft [verdachte] met [bedrijf 2] telefonisch contact gehad. Na een aantal gesprekken wilde [verdachte] GoPro-camera’s ter waarde van ongeveer € 32.000,00 kopen van [bedrijf 2] . Er werd overeengekomen dat [verdachte] vijftig procent van het totaalbedrag voor de levering en vijftig procent van het totaalbedrag na de levering zou betalen. [verdachte] gaf direct aan dat een dergelijke betalingsregeling alleen bij de eerste transactie mogelijk was. Na de eerste betaling van vijftig procent van het totaalbedrag, zijn de camera’s geleverd door [bedrijf 2] . Ook de resterende vijftig procent van het totaalbedrag werd betaald. De betaling vond plaats op de bankrekening met nummer [rekeningnummer 6] ten name van [bedrijf 13] .
Vervolgens heeft [verdachte] aangegeven 320 föhns van het merk Dyson, ter waarde van € 85.120,00, te willen kopen van [bedrijf 2] en 171 Samsung Galaxy smartwatches, ter waarde van € 28.728,00 van [bedrijf 2] . Aangezien [bedrijf 2] door de eerste order vertrouwen in het bedrijf had en [bedrijf 2] op internet had gezien dat er een bedrijf genaamd [bedrijf 14] in [plaats 8] bestond, ging [bedrijf 2] op de transactie in. [bedrijf 2] heeft de kredietwaardigheid van [bedrijf 14] gecontroleerd en daarbij bleek dat het bedrijf een goede score had. De goederen zijn op
15 en 16 november 2019 geleverd op het adres [adres 11] in [plaats 6] en de ontvangst van de goederen werd bevestigd. Via Skype heeft [bedrijf 2] een screenshot en documenten ontvangen waaruit bleek dat de goederen zijn betaald. [bedrijf 2] heeft echter nooit een betaling ontvangen. Inmiddels was het niet meer mogelijk contact te krijgen met de koper.
[naam 12] is op 22 november 2019 naar de [adres 11] in [plaats 6] gereden. Hij zag daar dat er een paal stond met daarop een bedrijfsbord met het opschrift [bedrijf 14] . Ook was er een bord met het opschrift [bedrijf 14] op het gebouw geplaatst. De ruimtes van het pand waren echter leeg. Vervolgens is [naam 12] naar [bedrijf 14] in [plaats 8] gereden. [bedrijf 14] houdt zich bezig met beurstransacties, heeft geen goederen van [bedrijf 2] in [plaats 6] in ontvangst genomen en heeft nooit een locatie in [plaats 6] gehad.
Bij de transacties zijn kopieën van legitimatiebewijzen overgelegd. De namen komen overeen met de namen van de directeuren van [bedrijf 14] , maar de pasfoto’s komen niet overeen. [171]
[bedrijf 14] met KvK-nummer [KVK-nummer 3] heeft als bezoekadres [adres 12] in [plaats 8] en heeft als bestuurders [naam 22] , [naam 23] en [naam 24] . [172]
[bedrijf 2] heeft een uittreksel van de KvK ontvangen van [verdachte] van [bedrijf 14] met KvK-nummer [KVK-nummer 3] . Daarop staat dat het bedrijf het bezoekadres [adres 12] in [plaats 8] heeft en het postadres [adres 11] , [postcode 7] in [plaats 6] . [173] Daarnaast heeft [bedrijf 2] van [verdachte] een brief van de Belastingdienst ontvangen waarin is vermeld dat [bedrijf 14] een btw-nummer heeft ontvangen, omdat het bedrijf, via de KvK, bij de Belastingdienst is aangemeld als ondernemer. [174] [bedrijf 2] heeft van [bedrijf 14] een ‘trading application form’ ontvangen. Daarin wordt als registratienummer [KVK-nummer 3] genoemd. Als directeuren zijn genoemd [naam 22] en [naam 23] . Als contactpersonen zijn [verdachte] en [naam 25] genoemd. Het ingevulde afleveradres is [adres 11] en onder bank details staat rekeningnummer [rekeningnummer 6] . Op het formulier staat een handtekening en een bedrijfsstempel van [bedrijf 14] en de naam [naam 23] . [175]
De Koninklijke Marechaussee heeft na onderzoek van het identiteitsbewijs op naam van [naam 22] geconcludeerd dat het afgebeelde identiteitsbewijs vals of vervalst is. [176]
[naam 24] heeft op 25 november 2019 aangifte gedaan van identiteitsfraude door een bedrijf dat zich voordoet als haar bedrijf. Er zijn een KvK-uittreksel en paspoorten vervalst. De domeinnaam van de gebruikte e-mailadressen komt niet overeen met dat van [bedrijf 14] en het vermelde telefoonnummer klopt niet. Tevens is gebruik gemaakt van een website die niet bij [bedrijf 14] in gebruik is. [177]
7.3.3.2
De geldstroom
Zoals uit de bewijsmiddelen opgenomen onder 7.3.2.2 volgt is het bedrag van in totaal € 32.750,00 dat op 6 en 7 november 2019 wordt overgemaakt van de bankrekening [rekeningnummer 6] van [bedrijf 13] naar de rekening van [bedrijf 2] afkomstig van de opbrengst van de oplichting van [bedrijf 1] .
Rekeningnummer [rekeningnummer 6] betreft een zakelijke rekening op naam van [bedrijf 13] . Gemachtigde op deze rekening is [naam 26] . [178] [naam 26] was ook de eigenaar van het imitatiebedrijf [bedrijf 14] . [179]
7.3.3.3
Betrokkenheid verdachten
7.3.3.3.1 [medeverdachte 1]
Op 19 november 2019 is een telefoongesprek opgevangen tussen [medeverdachte 1] en een persoon die opneemt namens Drukwerkdeal.nl. [medeverdachte 1] belt voor een geplaatste order en noemt het ordernummer DDB4581531. De medewerker van Drukwerkdeal.nl zegt dat de stickers nog in de druk staan en 21 november 2019 als verzenddatum hebben. [180] Drukwerkdeal heeft op verzoek van de politie de gegevens van de bestelling met het ordernummer DDB4581531 verstrekt. Hieruit blijkt dat de besteller van deze order [medeverdachte 1] is, dat een sticker is besteld met een logo met daarop de tekst “ [bedrijf 14] ” en dat de iDeal-betaling heeft plaatsgevonden middels de bankrekening [rekeningnummer 6] ten name van [bedrijf 13] . [181]
Op 16 november 2019 heeft een observatieteam van de politie gezien dat een voertuig met het kenteken [kenteken 2] goederen heeft afgeleverd aan de [adres 11] in [plaats 6] en dat [medeverdachte 1] heeft geholpen bij het uitladen. Kort daarna heeft het observatieteam gezien dat [medeverdachte 1] goederen die dezelfde kenmerken en uiterlijk hebben als de goederen die een half uur daarvoor werden geleverd, uit het pand haalt en in een bestelbus laadt en daarin wegrijdt. [182]
Uit de internationale vrachtbrief die bij de aangifte is gevoegd blijkt dat er op 16 november 2019 goederen ‘Dyson Supersonic’ van [bedrijf 2] zijn afgeleverd aan de [adres 11] die werden vervoerd met kenteken [kenteken 2] . Daarbij is getekend voor ontvangst door [bedrijf 14] Als geadresseerde staat vermeld [bedrijf 14] , met adres aan de [adres 12] . Als plaats van aflevering staat dezelfde bedrijfsnaam met adres [adres 11] in [plaats 6] . Bij de ontvanger is een stempel met daaroverheen een handtekening gezet met opnieuw dezelfde bedrijfsnaam, met adres [adres 11] in [plaats 6] . [183]
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is een afleverbon van [bedrijf 8] aangetroffen, gedateerd 14 november 2019, met daarop 171 stuks Samsung Galaxy Watch Rose Gold SM-R810NZDA geleverd aan de firma [bedrijf 14] . [184]
7.3.3.3.2 [verdachte]
Aangetroffen stukken
Op de iPhone XR van ‘ [verdachte] ’ van [verdachte] is een afbeelding aangetroffen die is gemaakt op 11 november 2019 om 16:43:04 uur. Daarop is het volgende bericht te zien van ‘ [naam 12] ’:

Ok is it possible to send me some photos of your office from outside where we can see the company shield…And from inside where we can see how people are workingWe need this to continue bigger deals with you”
Na dit bericht zijn schermafbeeldingen van Wickr-gesprekken gemaakt. In die gesprekken valt het volgende te lezen:
‘ [accountnaam 32] ’:
“Papieren van [bedrijf 14] op tafel donderen snel fotos maken”
‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ):
“ [bedrijf 14]
idd
morgen iemand gaat
[plaats 8]
fotos maken [bedrijf 14] gebpiw
gebouw
zeg me maar moeten we aan
denken”.
‘ [accountnaam 32] ’:
Maak gwn zo veel mogelijk en goeie rechte foto’s of als er ergens een doek hangt met een logo zou ook mooi zijn dan kan ik die vervangen
En dan kan ik 1 uitkiezen”
Ook is een afbeelding, gemaakt op 11 november 2019 om 17:08:56 uur, aangetroffen van een Wickr-gesprek waarin de volgende berichten worden verzonden:
‘ [accountnaam 33] ’:

Hoelaat”
‘ [accountnaam 13] ’:

vroeg
9.3
Of 07:(niet leesbaar)
(…)
‘ [accountnaam 34] ’:

daar zijn
doe maar 08:30
[adres 12]
[plaats 8]”.
Daarna volgen in de telefoon een aantal foto’s van de binnenkant van een gebouw, ook een aantal waarop werkende mensen te zien zijn. [185]
(Stem)herkenning [verdachte]
[naam 12] heeft op 4 december 2019 een mail naar de Duitse politie verzonden waarin hij meedeelt dat door een nieuw bedrijf met de naam [bedrijf 15] (hierna: [bedrijf 15] ) goederen tegen onverslaanbare prijzen werden aangeboden. Een goede zakenrelatie van [naam 12] uit Letland, genaamd [naam 13] , heeft aanbiedingen van dat bedrijf ontvangen en informeerde [naam 12] dat het deels om dezelfde hoeveelheden en modellen ging als de goederen die [bedrijf 2] had geleverd aan [bedrijf 13] . Vervolgens heeft [naam 12] [naam 13] gevraagd zoveel mogelijk goederen te bestellen en te informeren of betaling na ontvangst van de goederen mogelijk zou zijn, wat [naam 13] heeft gedaan. [bedrijf 15] ging in op het voorstel van [naam 13] en leverde de goederen. De serienummers van goederen kwamen overeen met de serienummers van de goederen die door [bedrijf 2] zijn geleverd. [naam 13] had contact met een persoon die zich [verdachte] noemde. [naam 13] heeft een telefoongesprek opgenomen met de persoon die zich [verdachte] noemde en dit verstrekt aan [bedrijf 2] . [186]
Het telefoongesprek is uitgewerkt en vertaald door een vertalingsbureau. Het gesprek gaat over de betaling van goederen die zijn geleverd door ‘ [verdachte] ’, maar die niet zijn betaald. [187] Twee verbalisanten van de Belastingdienst/FIOD hebben de stem van de persoon die zich [verdachte] noemt herkend als de stem van [verdachte] . Deze verbalisanten zijn betrokken geweest bij een eerder onderzoek waarin [verdachte] verdachte is en waarin zij [verdachte] hebben getapt en hem hebben gesproken tijdens een verhoor. [188]
Daarnaast zijn op de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] een KvK-uittreksel van het bonafide [bedrijf 14] aangetroffen en meerdere afbeeldingen en facturen waarop de tekst en het logo ‘ [bedrijf 14] ’ te zien is. Daarnaast is een e-mail aangetroffen van [e-mailadres 3] naar [e-mailadres 4] die is verzonden op 30 oktober 2019. In deze mail wordt ”we want to buy” geschreven en daarna wordt een aantal goederen genoemd en wordt afgesloten met:
“Kind Regards,
[naam 25]
[bedrijf 14]
[adres 12]
[postcode 8] [plaats 8] , The Netherlands
REG: [KVK-nummer 3]
VAT: [vat 1]
TEL: [telefoonnummer 7]
WEB: [bedrijf 14] ”.
Ook is er een e-mail aangetroffen op de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) waarin ‘ [naam 25] ’ een mail heeft doorgestuurd van ‘ [verdachte] ’ met het mailadres [verdachte] @ [bedrijf 14] aan het mailadres [naam 27] @ [bedrijf 14] . Tot slot is de website https:// [bedrijf 14] /services/ bezocht. [189]
7.3.3.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf 2] zijn de gegevens van het bedrijf [bedrijf 14] gebruikt. In het contact met [bedrijf 2] werd gebruik gemaakt van de fictieve naam [verdachte] van [bedrijf 14] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] verstrekt aan [bedrijf 2] . Dit maakte dat [bedrijf 2] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 14] De eerste bestelling betrof een vertrouwensaankoop en werd betaald vanaf een zakelijke rekening op naam van [bedrijf 13] . Dat betrof niet de rekening van het bonafide bedrijf. Die aankoop sterkte [bedrijf 2] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestelling die op 16 november 2019 werd geleverd, waarna geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 14] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 2] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 2] is bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson en 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
7.3.3.5
Medeplegen
Uit de weergegeven bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als medepleger betrokken waren bij de oplichting van [bedrijf 2] . Zij hebben daarbij in ieder geval samengewerkt met katvanger [naam 26] die als eigenaar van het imitatiebedrijf [bedrijf 13] stond geregistreerd en de gemachtigde was van de bankrekening op naam van dat bedrijf. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 2] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
[medeverdachte 1] komt bij de oplichting van [bedrijf 2] duidelijk in beeld. Hij heeft de sticker besteld met daarop de tekst | “ [bedrijf 14] ” en die tekst heeft aangever ook op het pand in [plaats 6] gezien. Ook heeft hij op 16 november 2019 de goederen in ontvangst genomen die zijn geleverd door [bedrijf 2] . Op de internationale vrachtbrief die ziet op de Dyson goederen staat zowel het daadwerkelijke adres van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] als het vervalste adres aan de [adres 11] in [plaats 6] . Op die vrachtbrief is een stempel met die bedrijfsgegevens en een handtekening voor ontvangst gezet op 16 november 2019. Omdat [medeverdachte 1] deze goederen bij de loods van de chauffeur in ontvangst heeft genomen, en er op de beelden van de observatie buiten hen niemand anders te zien is, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat [medeverdachte 1] zich heeft voorgedaan als vertegenwoordiger van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] , een bedrijf waarmee [medeverdachte 1] geen enkele band heeft. In [medeverdachte 1] administratie is daarnaast ook de afleverbon van de overige goederen aangetroffen.
[verdachte] komt ook rechtstreeks in beeld bij de oplichting van [bedrijf 2] . Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen al heeft vastgesteld, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte] onder de valse naam [verdachte] rechtstreeks in contact stond met [naam 12] . [naam 12] vroeg immers om foto’s van de binnen- en buitenzijde van het kantoor van waaruit gewerkt werd, waarna [verdachte] vervolgens instructies heeft gegeven om foto’s te maken van het bonafide bedrijf in [plaats 8] . [verdachte] heeft zich in het contact met [naam 12] voorgedaan als vertegenwoordiger van een kredietwaardig en bonafide bedrijf. [verdachte] beschikte voorts over een KvK-uittreksel van het bonafide bedrijf [bedrijf 14] en over logo’s van dat bonafide bedrijf en diverse facturen waarop dat logo was aangebracht. Bovendien werden diverse e-mails aangetroffen van [e-mailadres 3] . Daarnaast heeft [verdachte] kennelijk de beschikking gekregen over de uit de oplichting verkregen goederen. Hij heeft ze immers onder de valse naam [verdachte] aan derden aangeboden.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 2] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf 2] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
7.3.4
Feit 6 – [bedrijf 3]
7.3.4.1
vaststaande feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Met gebruik van de naam [naam 15] is via e-mail contact opgenomen met [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) om goederen te kopen. Dat contact werd gelegd namens [bedrijf 16] Daarbij werd gebruik gemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 5] , de website www. [e-mailadres 5] en het telefoonnummer [telefoonnummer 8] . [190]
Op de website www. [e-mailadres 5] stonden gegevens vermeld waaronder naam, adres, btw-nummer en gegevens inzake het handelsregister van [bedrijf 16] gevestigd op de [adres 13] , [adres 14] België. Tevens werd het adres [adres 15] en het e-mailadres info@ [e-mailadres 5] gebruikt. De website bestond sinds 27 maart 2019 en op 8 mei 2019 is vastgesteld dat de website offline was. [191] Ook op de facturen werd de naam [bedrijf 16] gebruikt. [192]
[bedrijf 16] is gevestigd in België op het adres [adres 13] , [adres 14] en de gegevens [adres 15] , [telefoonnummer 8] , info@ [e-mailadres 5] en www. [e-mailadres 5] behoren niet toe aan het bonafide [bedrijf 16] Er werkt bij [bedrijf 16] geen [naam 15] . [193]
Op 16 april 2019 werd de eerste bestelling voor een bedrag van € 10.670,00 geplaatst. Dat betrof
110 stuks elektrische tandenborstels Oral-B Genius White 9200W. Deze bestelling werd betaald vanaf de Belgische bankrekening op naam van [rekeningnummer 7] . De goederen werden door expediteur Dachser in Kusterdingen in Duitsland geladen en naar België getransporteerd, waar de goederen in eerste instantie niet werden afgeleverd. De goederen werden door [medeverdachte 1] met een huurwagen met het kenteken [kenteken 3] opgehaald bij Dachser in Moeskroen in België. Bij het ophalen werd het rijbewijs van [medeverdachte 1] gekopieerd. Op 8 mei 2019 werd een tweede bestelling voor een bedrag van € 18.369,10 geplaatst. Dat betrof 150 stuks Oral-B Genius 9200W Black en 40 stuks Oral-B Genius 10200W. De ontvanger van de goederen was volgens de factuur [bedrijf 16] , gevestigd op de [adres 13] in [adres 14] in België en met het afleveradres de [adres 15] , België. Op 10 mei 2019 werd een derde bestelling voor een bedrag van € 22.409,10 geplaatst. Dat ging om 120 stuks Oral-B Genius 9900W + 2e handvat black/roségoud en 90 stuks Oral-B Genius 9200W Black. Ook nu was [bedrijf 16] gevestigd op de [adres 13] in [adres 14] in België volgens de factuur de ontvanger en was het afleveradres [adres 15] [194] . Deze bestellingen werden niet betaald. In totaal gaat het om vierhonderd elektrische tandenborstels van het merk Oral-B Genius die zijn besteld en niet betaald. [bedrijf 3] heeft hierdoor een schade geleden van € 40.778,20. [195] Op 16 mei 2019 was [bedrijf 16] BBVA onbereikbaar voor [bedrijf 3] . [196]
Het bankrekeningnummer waarmee de eerste bestelling is betaald is [rekeningnummer 7] . [197] Deze bankrekening, die op 21 maart 2019 werd geopend, stond op naam van [bedrijf 16] . [198] Op 16 november 2018 is het bedrijf onder een andere handelsnaam opgericht door [naam 28] en op 30 januari 2019 is de handelsbenaming aangepast naar [bedrijf 16] . [199]
7.3.4.2
Betrokkenheid verdachten
7.3.4.2.1 [medeverdachte 1]
Getuige [getuige 3] (directeur van [bedrijf 3] ) heeft verklaard dat de goederen van de eerste (betaalde) bestelling op 30 april 2019 zijn opgehaald door [medeverdachte 1] met een huurwagen van het bedrijf Bo-Rent met kenteken [kenteken 3] . [200] Dit komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 1] . Hij heeft namelijk verklaard dat hij met een busje van Bo-Rent tandenborstels heeft opgehaald bij een ophaalpunt in Duitsland. Het Bo-Rent busje heeft hij zelf gehuurd. [201] Verder zijn in de woning van [medeverdachte 1] twee ‘delivery notes’ aangetroffen van [bedrijf 3] . Hieruit blijkt dat op 8 mei 2019 in totaal 190 Oral-B Genius tandenborstels en op 10 mei 2019 in totaal 210 Oral-B Genius tandenborstels zijn geleverd aan het bedrijf [bedrijf 16] op de [adres 15] in België. [202]
[bedrijf 3] heeft ontdekt dat de door oplichting verkregen tandenborstels door [bedrijf 17] met het adres van [medeverdachte 1] , [adres 4] in [plaats 2] , te koop werden aangeboden. [203] [bedrijf 3] heeft contact laten zoeken met de verkopers en uit een afdruk van een Skypebericht verzonden door ‘ [bedrijf 18] [medeverdachte 1] , NL’ blijkt dat in totaal 361 Oral-B Genius tandenborstels worden aangeboden. Dat betreft 236 x Oral-B Genius 9200W Black, 38 x Oral-B Genius 10200W White en 87 x Oral-B Genius 9200W White. [204] Volgens [getuige 3] zijn de tandenborstels niet erg gangbaar en komen de aangeboden aantallen precies overeen met de aantallen van de artikelen van [bedrijf 3] . [205] [bedrijf 17] en [bedrijf 18] zijn volgens de KvK handelsnamen die worden gebruikt door de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] gevestigd op de [adres 4] in [plaats 2] . [206] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de eigenaar van [bedrijf 17] en [medeverdachte 1] is. [207] Voorts zijn bij de, reeds onder de inleidende overwegingen genoemde, inbeslagname op de [adres 8] in [plaats 2] 276 elektrische tandenborstels van het type Oral-B Genius 9200w in beslag genomen. [208]
De politie heeft ook gegevensdragers van [medeverdachte 1] onderzocht. Op de iPhone XS Max van [medeverdachte 1] (IMEI-nummer [IMEI-nummer] ) is een schermafbeelding aangetroffen, die is gemaakt op 16 april 2019, en deze afbeelding bevat de volgende tekst:
“Stempel 1
[bedrijf 16] [bedrijf 11]
[adres 13]
[adres 14]
Belgium
[vat 2]
[telefoonnummer 8]
info@ [e-mailadres 5] .
Stempel 2
[bedrijf 16] [bedrijf 11]
[adres 15]
Belgium
[vat 2]
[telefoonnummer 8]
info@ [e-mailadres 5] .” [209]
Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] werd daar een factuur van EXIL stempels aangetroffen voor de aankoop van “4 zwarte zelfinkende stempels”. Daarvoor is € 200,00 contant betaald. [210]
Een stempel met exact dezelfde gegevens die in dezelfde volgorde worden vermeld als genoemd onder ‘Stempel 2’ is gebruikt op de vrachtbrief van de bestelling van [bedrijf 16] bij [bedrijf 3] van 8 mei 2019. [211]
Op de iPhone XS Max is een afbeelding aangetroffen van een bestelling van 25 april 2019 van twee reclameborden op naam van [bedrijf 16] op het adres [adres 15] met 30 april 2019 als verwachte bezorgdatum. [212] Voorts zijn op de iPhone XS Max twee video’s aangetroffen die op 30 april 2019 zijn gemaakt met de iPhone XS Max. Op de eerste video is een gebouw en een wit bord met de naam [bedrijf 16] te zien. Uit de metadata blijken de lengte- en breedtegraden van de locatie van deze opname. Het invoeren van deze metadata op de website GPS-coordinaten.nl leverde de politie het adres [adres 15] in België op. De tweede video is vanaf de andere kant van de straat genomen en daarop is een wit bord met de naam ‘ [bedrijf 16] ’ en een busje van Borent.nl te zien. Van deze tweede video is ook een afbeelding op de telefoon aangetroffen. Uit de metadata blijkt dat deze afbeelding ook op
30 april 2019 is gemaakt. [213] In de administratie van [medeverdachte 1] zijn huurcontracten / facturen aangetroffen van de huur van voertuigen. Daaruit blijkt dat [medeverdachte 1] op 29 april 2019 een Toyota Proace heeft gehuurd bij Bo-rent [plaats 5] . De maximale huurtermijn liep tot 30 april 2019 om 10.55 uur. [214]
Voorts zijn op de Samsung S9 van [medeverdachte 1] zes afbeeldingen van verschillende verpakkingen van elektrische tandenborstels van het type Oral-B Genius aangetroffen. Op een aantal van deze afbeeldingen is te zien dat de verpakkingen op een stapel dozen staan. [215]
7.3.4.2.2 [medeverdachte 3]
Uit de vaststaande feiten is gebleken dat de eerste order van € 10.670,00 op 6 mei 2019 is betaald aan [bedrijf 3] vanaf de Belgische bankrekening op naam van [rekeningnummer 7] . Deze transactie was mogelijk door een overboeking op dezelfde dag van € 11.100,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer 4] op naam van [bedrijf 19] . [216] Zoals hiervoor reeds is vastgesteld, is [bedrijf 19] de eenmanszaak van [medeverdachte 3] .
De woning van [medeverdachte 3] op de [adres 3] in [plaats 2] is op 30 juli 2020 doorzocht. Tussen de in beslag genomen administratie zaten vrachtbrieven van [bedrijf 3] aan [bedrijf 16] . Op één daarvan is de datum van ontvangst 9 mei 2019. [bedrijf 3] staat als afzender van de goederen vermeld en in het vak voor de ontvanger staat een stempel van [bedrijf 16] [bedrijf 11] met het adres [adres 15] . Met betrekking tot de waarde van de goederen is een bedrag van € 18.369,10 vermeld. Als omschrijving van de goederen staan 190 stuks Oral-B Genius beschreven. Uit de vrachtbrief volgt dat [bedrijf 16] [bedrijf 11] de goederen heeft opgehaald en heeft vervoerd. [217] Dit komt overeen met de bestelling van 8 mei 2019. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast deze vrachtbrieven behoren bij de bestelling bij [bedrijf 3] door [bedrijf 16] van 8 mei 2019.
Voorts is de iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] in beslag genomen en onderzocht door de politie. Hieruit blijkt dat [medeverdachte 3] een gesprek heeft via Whatsapp met het account ‘ [telefoonnummer 9] @s.whatsapp.net [naam 29] ’ (hierna: ‘ [naam 29] ’). [medeverdachte 3] heeft op 14 mei 2019 om 11:27 uur naar [naam 29] gestuurd:
“Heb wel oral b voor je”. Verder heeft [medeverdachte 3] om 12:12 uur een screenshot van berichten van [accountnaam 16] ( [verdachte] ) naar ‘ [naam 29] ’ verzonden waarop te lezen is
: “in principe is alles verkocht bro”en
“als er iets over blijft laat ik je weten”. Vervolgens heeft [medeverdachte 3] om 12:16 uur naar ‘ [naam 29] ’ gestuurd:
“Ma je mag wel gelijk verwijder e”en
“Ik wou alleen laten zien anders dacht je dat ik jou flash”. [218] De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte 3] kort na de levering van de goederen door [bedrijf 3] producten van Oral-B aanbood en een bericht deelde waaruit blijkt dat het daarbij om tandenborstels ging en dat die verkocht waren. Verder is bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op de [adres 4] in [plaats 2] een vrachtbrief aangetroffen, waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] namens [bedrijf 19] op 15 mei 2019 twintig pakketten met tandenborstels heeft verzonden via UPS. De pakketten hebben een totaal gewicht van 126 kilogram. Deze tandenborstels zijn verzonden naar het bedrijf [bedrijf 1] aan [naam 30] , [adres 16] in Oostenrijk. [219]
7.3.4.2.3 [verdachte]
Op verschillende gegevensdragers zijn bewijsmiddelen aangetroffen die duiden op betrokkenheid van [verdachte] bij de oplichting van [bedrijf 3] . Zo is op de iPhone XS met de naam ‘iPhone van [verdachte] ’ (beslagcode [IBN-code 2] ) van [verdachte] een screenshot aangetroffen van een chat tussen ‘ [accountnaam 35] ’ en ’ [verdachte] ’ op 22 mei 2019. De chat verloopt als volgt:
[accountnaam 35] :
“Hey [verdachte] , heb je kunnen nakijken wat je kan missen voor het tennistoernooi? Grts [accountnaam 35] ”
:
“Hi [accountnaam 35] ik zal 3x oral B electrische tandenborstel doneren ter waarde van 120€ per stuk mvg [verdachte] ”
Na het hiervoor genoemde bericht heeft ‘ [verdachte] ’ een screenshot met daarop een foto gestuurd waarop de tekst ‘Bol.com’ en ‘Oral-B Genius tandenborstel’ te zien is. Daarna gaat de chat verder:
[accountnaam 35] :
“nemen we met veel plezier aan. Ik bel je morgen even voor verder af te spreken. Thx [accountnaam 35] ”
Op 28 mei 2019 wordt het volgende bericht in de chat gestuurd:
[verdachte] :
“ik heb ze thuis liggenik ben vanavond sws thuis.” [220]
In de woning van [verdachte] is een USB-stick aangetroffen met de naam Silicon Power. Daarop is een document met de naam ‘BE 390k zelfde holding [bedrijf 16] ’ aangetroffen. Dit betreft een creditsafe van [bedrijf 16] [bedrijf 11] met registratienummer: 437771292, credit limit 390.000 euro, safe nummer: BE00215379 en het adres [adres 13] , [adres 14] België. Het document is gedateerd op 15 januari 2019 om 19:09 uur. Volgens de politie is dit een document dat is opgevraagd ter controle van de kredietwaardigheid van een bedrijf, teneinde de gegevens van dit bedrijf te gebruiken voor de inrichting en uitstraling van het imitatiebedrijf. [221]
Verder is in de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] een document van de Belgische bank Nagelmackers aangetroffen. In het document zijn details van een overschrijving van bankrekening [rekeningnummer 7] ten name van [bedrijf 16] beschreven. Het betreft een overboeking op 29 april 2019 van een bedrag van € 22.050,00 van opdrachtgever [bedrijf 16] naar een Italiaanse bankrekening. Daarnaast werd in dezelfde MacBook Pro een Skype-ID aangetroffen van [naam 31] @ [e-mailadres 5] . Bij de oplichting van [bedrijf 3] heeft het imitatiebedrijf [bedrijf 16] gebruikgemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 5] . Dit betreft dus dezelfde domeinnaam die is aangetroffen in de MacBook Pro van [verdachte] . Ook werd in de geschiedenis van de browser van de MacBook Pro de website https:// [e-mailadres 5] / aangetroffen. [222]
Daarnaast is een screenshot van een Wickr-chat tussen ‘ [accountnaam 16] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 17] ’ ( [medeverdachte 1] ) aangetroffen in de Samsung S9 van [medeverdachte 1] . [accountnaam 16] ( [verdachte] ) schrijft dat [accountnaam 17] ( [medeverdachte 1] ) de tandenborstels eruit moet halen en twee losse erin moet doen. Verder vraagt [accountnaam 16] ( [verdachte] ) naar de afmetingen en het aantal dozen, waarop [accountnaam 17] ( [medeverdachte 1] ) antwoordt dat het om dertien dozen gaat en dat hij de afmetingen zal doorgeven. [223]
7.3.4.3
Oplichting
In het contact met [bedrijf 3] zijn de gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] gebruikt. Verder werd gebruik gemaakt van de fictieve naam [naam 15] van [bedrijf 16] [bedrijf 11] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] verstrekt aan [bedrijf 3] . Dit maakte dat [bedrijf 3] ervan uitging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] Er is een vertrouwensaankoop gedaan, in de vorm van een eerste bestelling die is betaald van een Belgische bankrekening van een bedrijf [bedrijf 16] dat een handelsnaam voerde die sterk leek op de naam van het bonafide bedrijf. Die aankoop sterkte [bedrijf 3] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestellingen van 8 en 10 mei 2019, waarvoor geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] Het adres waar de leveringen moesten plaatsvinden betrof echter een adres in [adres 15] dat niet aan het bonafide bedrijf toebehoort. Daarnaast werden een website en e-mailadressen genoemd die niet aan het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] toebehoren. De vrachtbrief van de bestelling van 8 mei 2019 werd voorzien van een stempel met de naam van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] en vervalste gegevens. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake is van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 3] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor [bedrijf 3] is bewogen tot afgifte van vierhonderd Oral-B Genius tandenborstels. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
7.3.4.4
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf 3] betrokken waren.
[medeverdachte 1] komt bij de oplichting van [bedrijf 3] duidelijk in beeld. Hij heeft de goederen horend bij de vertrouwensaankoop afgehaald. Zijn betrokkenheid bij de daarop volgende bestellingen blijkt uit het feit dat de leveringsbonnen (‘delivery notes’) daarvan in zijn administratie zijn aangetroffen. Daarnaast blijkt [medeverdachte 1] ook de beschikking te hebben gehad over de goederen die uit de oplichting zijn verkregen. Op zijn telefoon zijn afbeeldingen van verpakkingen van verschillende Oral-B tandenborstels aangetroffen. Via Wickr heeft hij met [verdachte] contact gehad over het herverpakken van dozen met tandenborstels. Tot slot worden via Skype door “ [medeverdachte 1] ” Oral-B Genius tandenborstels aangeboden die qua modelnaam overeenkomen met de uit de oplichting van [bedrijf 3] verkregen goederen. Verder stond een afbeelding op zijn telefoon van een document waarin ‘stempels’ worden beschreven. De in die afbeelding beschreven stempel van het imitatiebedrijf is op een vrachtbrief van de bestelling van 8 mei 2019 aangetroffen. Tot slot zijn videobestanden op zijn telefoon aangetroffen die zijn gemaakt van het adres waar het imitatiebedrijf was gevestigd.
[medeverdachte 3] heeft door een overboeking van de bankrekening van de eenmanszaak op zijn naam naar de bankrekening van [bedrijf 16] , de vertrouwensaankoop mogelijk gemaakt. Daarnaast is in zijn woning een vrachtbrief van één van de niet betaalde bestellingen van tandenborstels aangetroffen. Uit het bezit van die vrachtbrief leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] die bestelling heeft opgehaald. Op die vrachtbrief zijn een handtekening en stempel geplaatst namens het imitatiebedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] De rechtbank gaat ervan uit dat [medeverdachte 3] die handtekening en stempel geplaatst heeft, omdat niet is gebleken dat de bestelling door meerdere personen is opgehaald. Hij heeft zich daarmee uitgegeven als representant van het bonafide bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] , een bedrijf waarmee hij geen enkele binding heeft. Verder heeft [medeverdachte 3] , in een chat die enkele dagen na de oplichting plaatsvindt met ‘ [naam 29] ’, aangegeven dat hij op dat moment beschikt over Oral-B goederen. Uit de verdere berichten die [medeverdachte 3] met ‘ [naam 29] ’ wisselt, blijkt bovendien dat hij wist dat de Oral-B tandenborstels die hij aanbood geen legale herkomst hadden. [medeverdachte 3] verzocht ‘ [naam 29] ’ immers om de berichten over het aanbod van tandenborstels direct te verwijderen.
Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen al heeft vastgesteld, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte] met gebruikmaking van de valse naam [naam 15] contact heeft gelegd met [bedrijf 3] . Verder had hij op zijn gegevensdragers aan [bedrijf 16] [bedrijf 11] te relateren informatie staan. Op de USB-stick van [verdachte] is een check van de kredietwaardigheid van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 16] [bedrijf 11] aangetroffen. Korte tijd later wordt de handelsnaam [bedrijf 16] in gebruik genomen en weer enige tijd later – maar voorafgaand aan de oplichting van [bedrijf 3] – wordt een bankrekening geopend op naam van het bedrijf [bedrijf 16] . Vanaf die bankrekening wordt de vertrouwensaankoop betaald. In de MacBook Pro van [verdachte] is een afbeelding van een overboeking van [bedrijf 16] naar een Italiaanse bankrekening aangetroffen en een Skype-ID waarbij gebruik is gemaakt van de domeinnaam [e-mailadres 5] , die ook bij de oplichting is gebruikt. Uit de berichten die op zijn telefoon zijn aangetroffen blijkt dat [verdachte] kort na de oplichting kennelijk de beschikking had over Oral-B tandenborstels, omdat hij die aanbiedt voor een tennistoernooi.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] ieder een significante en wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 3] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt. [verdachte] was betrokken bij de oprichting van het imitatiebedrijf [bedrijf 16] , bij het directe contact met [bedrijf 3] en bij betalingen die door het imitatiebedrijf werden verricht. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waren het gezicht van [bedrijf 16] [bedrijf 11] voor [bedrijf 3] . Zij hebben goederen opgehaald en zich uitgegeven als vertegenwoordigers van [bedrijf 16] [bedrijf 11] , een bedrijf waarmee zij geen band hadden. Verder volgt uit de bewijsmiddelen dat zij alledrie kort na de oplichting in bezit waren van de uit de oplichting verkregen tandenborstels.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf 3] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
7.3.5
Feit 7 – [bedrijf 4]
7.3.5.1
Vaststaande feiten
Op 5 juni 2019 heeft [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) via Skype een verzoek gekregen van iemand die zich [naam 16] van [bedrijf 17] noemde om zaken te doen. [bedrijf 4] heeft deze persoon om de bedrijfsgegevens gevraagd, zodat ze het btw-nummer kon controleren. [naam 16] verstrekte de gegevens van [bedrijf 17] Vervolgens heeft [bedrijf 4] [bedrijf 17] laten controleren op kredietwaardigheid. Op 7 juni 2019 zijn honderd bestelde JBL Extreem boxen geleverd. Het bedrag van € 13.300,00 werd betaald door middel van een overboeking vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] op naam van [bedrijf 17] . Een werknemer van [bedrijf 4] heeft een selfie gemaakt met de persoon die de goederen kwam afhalen namens [bedrijf 17] Hij heeft ook een foto gemaakt het identiteitsbewijs van deze persoon en een foto van de auto waarmee hij was. Op 12 juni kreeg [bedrijf 4] opnieuw een mail namens [bedrijf 17] Ze wilden nu vierhonderd JBL Extreem boxen ter waarde van € 53.200,00 kopen. Ook deze bestelling is door [bedrijf 17] betaald en de goederen zijn op 13 juni 2019 door dezelfde persoon opgehaald bij [bedrijf 4] . Op 13 juni 2019 is direct opnieuw een bestelling geplaatst voor achthonderd speakers van het merk JBL, type Flip, ter waarde van € 45.770,00. Dezelfde chauffeur heeft de goederen de volgende dag opgehaald. De bestelling is niet betaald. Op 17 juni 2019 werd wederom een bestelling geplaatst door [bedrijf 17] . [bedrijf 17] wilde 342 speakers van het merk JBL kopen, type Extreem 2 / Puls 3 ter waarde van € 50.686,90. Dezelfde chauffeur haalde de goederen op 19 juni 2019 op. Deze bestelling werd echter ook niet betaald door [bedrijf 17] . [bedrijf 4] heeft in totaal schade voor een bedrag van € 96.456,90. Op 3 juli 2019 werd [bedrijf 4] telefonisch benaderd door [naam 32] die vertelde dat zijn gegevens en de gegevens van [bedrijf 17] waren gebruikt voor (
toevoeging rechtbank: het imitatiebedrijf) [bedrijf 17] . [224]
Bij de aangifte is een foto met daarop [medeverdachte 1] en een andere man gevoegd (de rechtbank begrijpt de in de aangifte genoemde selfie). [225] Ook zit bij de aangifte een foto van een identiteitsbewijs/verblijfsdocument op naam van [medeverdachte 1] . [226]
[bedrijf 17] heeft als enig aandeelhouder [naam 32] en is gevestigd op de [adres 17] in [plaats 8] . De website [bedrijf 17] en het e-mailadres [e-mailadres 6] zijn niet in gebruik bij [bedrijf 17] [227]
Op een afdruk van de website van [bedrijf 17] , die bij de aangifte is gevoegd, zijn de volgende gegevens te zien: het telefoonnummer [telefoonnummer 10] , het e-mailadres [e-mailadres 6] , het kantoor- en opslagadres [adres 18] in [plaats 7] en vestigingsadres [adres 17] [plaats 8] . [228] [bedrijf 17] heeft KvK-nummer [KVK-nummer 4] , is één van de handelsnamen van de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] en heeft de [adres 4] [postcode 2] [plaats 2] als bezoekadres. Het bedrijf is op 3 november 2017 ingeschreven bij de KvK en na een aantal eerdere naamswijzigingen is de naam op 19 april 2019 gewijzigd naar [bedrijf 17] . Deze wijziging is per brief bevestigd aan [bedrijf 17] op het vestigingsadres van [bedrijf 17] , namelijk [adres 4] in [plaats 2] . [229]
Op 22 maart 2019 is op naam van [medeverdachte 1] de zakelijke rekening geopend met rekeningnummer [rekeningnummer 8] die werd gebruikt voor eenmanszaak [bedrijf 17] . [230]
7.3.5.2
Betrokkenheid verdachten
7.3.5.2.1 [medeverdachte 1]
Verbalisanten hebben op 12 november 2019 de eigenaar van het pand aan de [adres 18] in [plaats 7] bezocht, de heer [naam 33] . Hij verhuurde dat pand. De huurder had drie jongens in dienst, die bij de loods kwamen. Verbalisanten tonen een foto van [medeverdachte 1] , die door [naam 33] wordt herkend als één van de jongens die bij de loods kwam. [naam 33] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] bij de loods heeft geschilderd en dat er een bord van [bedrijf 17] hing. [231] heeft verklaard dat [bedrijf 17] een bedrijfspand had in [plaats 7] en dat daar spullen konden worden gelegd. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij een paar keer in [plaats 7] is geweest en dat hij de eigenaar van het pand heeft leren kennen. Ook heeft hij het pand ingericht. Hij heeft bevestigd dat er een bord van [bedrijf 17] hing. [232]
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is administratie in beslag genomen. Daarin werden van de bestellingen op 7, 12, 13 en 17 juni 2019 telkens afleveringsbonnen en vrachtbrieven aangetroffen. Daaruit volgt dat goederen telkens in [plaats 16] zijn opgehaald namens [bedrijf 17] [233] Uit de vaststaande feiten volgt dat de goederen telkens zijn opgehaald door [medeverdachte 1] .
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is in zijn slaapkamer een ING-bankpas op naam van ‘ [bedrijf 17] [medeverdachte 1] ’ met het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] aangetroffen. [234] Voor deze rekening is slechts één betaalpas afgegeven. [235] Tevens is een A4 document van de ING-bank gericht aan [bedrijf 17] aangetroffen met daarop de tekst ‘Een nieuwe Betaalpas’. Tussen de administratie op de slaapkamer van [medeverdachte 1] zat ook een brief van de ING-bank met als onderwerp ‘beëindiging bankrelatie’, gedateerd op 24 juli 2019. Op de slaapkamer zijn ook bankafschriften van de hiervoor genoemde bankrekening aangetroffen. [236]
Uit de vaststaande feiten is reeds gebleken dat de eerste order honderd stuks JBL Extreem boxen betrof. Op 6 juni 2019 is een bedrag van € 13.300,00 overgeboekt vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] naar de bankrekening [rekeningnummer 9] ten name van [bedrijf 4] . Deze overboeking was mogelijk door bijschrijvingen van € 10.000,00 en € 3.300,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer 10] ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 18] . Op 12 juni werd een tweede bestelling gedaan van vierhonderd JBL Extreem boxen en op 17 juni 2019 werd het daarbij horende bedrag wederom overgeboekt vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] naar de bankrekening [rekeningnummer 9] ten name van [bedrijf 4] . Deze overboeking was mogelijk door bijschrijvingen van € 800,00 vanaf rekening
[rekeningnummer 11] t. n.v. [medeverdachte 1] h/o [bedrijf 20] en € 52.000,00 vanaf rekening
[rekeningnummer 10] t. n.v. [medeverdachte 1] h/o [medeverdachte 1] . [237]
7.3.5.2.2 [verdachte]
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] zijn op verschillende gegevensdragers bewijsmiddelen aangetroffen die duiden op een betrokkenheid van [verdachte] bij het imitatiebedrijf [bedrijf 17] en de oplichting van [bedrijf 4] in het bijzonder.
Op de USB-stick Silicon Power zijn documenten aangetroffen met de naam “ [bedrijf 17] ”. Het gaat om documenten die zijn aangemaakt op 18 november 2018. Dat betreffen bestanden met de namen:
“NL krediet 2 [bedrijf 17] .pdf
kvk [bedrijf 17] .pdf
[bedrijf 17] krediet.pdf
kvk [bedrijf 17] .pdf”
Het bestand kvk [bedrijf 17] .pdf bevat een KvK-uittreksel van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 17] met het officiële vestigingsadres, de bestuurder en eigenaar. In een map verwijderde bestanden op de USB-stick is een op 4 juni 2019 aangemaakt bestand te vinden dat een KvK-uittreksel betreft van het kredietwaardige bedrijf, aangevuld met gegevens van het imitatiebedrijf. De daadwerkelijke gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf 17] zijn daarbij deels verwijderd. Als postadres is toegevoegd de [adres 18] in [plaats 7] en het e-mailadres is gewijzigd in [e-mailadres 6] .
Daarnaast zijn tussen de verwijderde bestanden op de USB-stick orders van [bedrijf 4] aangetroffen met daarop als koper ‘ [naam 16] ’ en als bezorgadres ‘ [adres 18] [plaats 7] ’. Het eerste orderbestand is aangemaakt op 6 juni 2019 en betreft honderd stuks ‘JBL Xtreme BT Red’ ter waarde van € 13.300,00. Het tweede en derde orderbestand bevat dezelfde gegevens van de koper. Het tweede orderbestand is aangemaakt op 12 juni 2019 en betreft vierhonderd stuks ‘JBL Xtreme BT Red’ ter waarde van € 53.200,00. Het derde orderbestand is aangemaakt op 13 juni 2019 en betreft vijfhonderd stuks ‘JBL Flip 4 Black’, honderd stuks ‘JBL Flip 4 Teal’, honderd stuks ‘JBL Flip 4 Blue’ en honderd stuks ‘JBL Flip 4 White’ ter waarde van in totaal € 45.770,00
Voorts is op de USB-stick een videobestand aangetroffen dat betrekking heeft op een loods aan de [adres 18] te [plaats 7] . Op die beelden is aan de weg een reclamebord met daarop de naam ‘ [bedrijf 17] ’ te zien. De oprit en locatie die te zien zijn op de video komen overeen met de [adres 18] te [plaats 7] zoals te zien is op Google Maps. [238] Verder hebben de verbalisanten ook een reclamebord met daarop ‘ [bedrijf 17] ’ gezien toen zij op de [adres 18] in [plaats 7] waren. [239]
Tot slot is op de USB-stick een videobestand aangetroffen dat is aangemaakt op 26 juni 2019waarop een grote partij dozen in een loods te zien is. Op de dozen staat schuingedrukt ‘JBL’ en op één van de JBL-dozen zat een wit vel papier geplakt met daarop de handgeschreven tekst ‘ [bedrijf 17] ’. [240]
7.3.5.3
Oplichting
Bij de oplichting van [bedrijf 4] zijn de gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] gebruikt. In het contact met [bedrijf 4] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 16] van [bedrijf 17] Ook zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] verstrekt aan [bedrijf 4] . Daarbij heeft [medeverdachte 1] de handelsnaam [bedrijf 17] toegevoegd aan zijn eenmanszaak en een zakelijke rekening geopend voor die eenmanszaak [bedrijf 17] . Die bankrekening werd gebruikt bij de vertrouwensaankopen. Dit maakte dat [bedrijf 4] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Er zijn vertrouwensaankopen gedaan, in de vorm van twee bestellingen die zijn betaald. Die aankopen sterkten [bedrijf 4] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestellingen van 13 en 17 juni 2019, waarna geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf 17] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake is van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 4] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 4] is bewogen tot afgifte van 1.142 speakers van het merk JBL. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
7.3.5.4
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel [medeverdachte 1] en [verdachte] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf 4] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 4] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
[medeverdachte 1] komt ook bij de oplichting van [bedrijf 4] duidelijk in beeld. Het imitatiebedrijf [bedrijf 17] is één van de handelsnamen van de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] . Hij heeft bij de KvK deze handelsnaam zelf toegevoegd aan zijn eenmanszaak en hij is betrokken geweest bij de inrichting van het pand van [bedrijf 17] aan de [adres 18] in [plaats 7] . Hij heeft blijkens de verklaring van de aangever en de bij hem aangetroffen vrachtbrieven en afleveringsbonnen ook telkens de goederen afgehaald die besteld werden, zowel voor de twee vertrouwensaankopen als voor de bestellingen waarvoor niet betaald werd. Hij heeft zich daarbij voorgedaan als vertegenwoordiger van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] , een bedrijf waarmee hij geen band had. [medeverdachte 1] was voor [bedrijf 4] het gezicht van [bedrijf 17] Verder heeft [medeverdachte 1] de enige betaalpas van de bankrekening van [bedrijf 17] voorhanden gehad. Via deze bankrekening zijn de vertrouwensaankopen betaald. Voorts werd de bankrekening van [bedrijf 17] voorafgaand aan de overboekingen naar [bedrijf 4] gevoed door bijschrijvingen vanaf andere bankrekeningen op naam van [medeverdachte 1] .
Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen heeft vastgesteld, heeft [verdachte] onder de valse naam [naam 16] contact gelegd met [bedrijf 4] . Verder komt [verdachte] in beeld bij de oplichting van [bedrijf 4] via de informatie die is aangetroffen op de USB-stick Silicon Power die in zijn woning is aangetroffen. Daarop stonden echte en vervalste KvK-uittreksels van [bedrijf 17] Daarnaast stonden er beeldopnames op van de buitenkant van de loods in [plaats 7] die werd gebruikt door het imitatiebedrijf [bedrijf 17] , alsook een videobestand waarop een grote partij dozen is te zien met daarop ‘JBL’ en een wit vel papier met daarop de handgeschreven tekst ‘ [bedrijf 17] ’. Verder zijn op de USB-stick twee orders van de vertrouwensaankopen en één order horend bij de niet betaalde goederen aangetroffen. De rechtbank concludeert hieruit dat [verdachte] betrokken was bij de oprichting van het imitatiebedrijf [bedrijf 17] en bij de bij [bedrijf 4] geplaatste bestellingen. Bovendien blijkt uit het videobestand met daarop de JBL dozen dat [verdachte] en zijn handlangers kort na de oplichting van [bedrijf 4] de beschikking hadden over een grote hoeveelheid JBL-goederen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 4] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf 4] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
7.3.6
Feit 8 – [bedrijf 5]
7.3.6.1
Vaststaande feiten
[bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) heeft een e-mail gehad waarin zich een nieuwe klant heeft gemeld. Een medewerker van [bedrijf 5] heeft op 5 juni 2019 het eerste skypegesprek gevoerd met de nieuwe klant, die zich [naam 17] van het bedrijf [bedrijf 17] noemde. Hij gebruikte het Skype ID: live: [naam 17] . [bedrijf 5] heeft met [naam 17] bedrijfsgegevens uitgewisseld om een bedrijfscheck te doen. [bedrijf 5] kreeg onder andere een uittreksel van de KvK en aan de hand van het KvK-nummer heeft [bedrijf 5] een creditcheck en bedrijfscheck laten uitvoeren. Daarna is [bedrijf 5] zaken gaan doen met [bedrijf 17] . De eerste order werd geplaatst op 8 juni 2019 en betrof 2.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van in totaal € 69.000,00. [naam 17] heeft aangegeven dat de chauffeur de goederen op de [adres 18] in [plaats 7] moest afleveren. Na inspectie op de [adres 18] in [plaats 7] op 11 juni 2019 werd er middels bankrekeningnummer [rekeningnummer 8] € 69.000,00 op de bankrekening van [bedrijf 5] gestort, waarna de chauffeur de goederen heeft mee gegeven. Een week later kreeg [bedrijf 5] opnieuw een skypebericht van [naam 17] . Hij wilde graag 3.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,00 kopen en hij wilde betalen na de levering. [bedrijf 5] is akkoord gegaan met het verzoek van [naam 17] , omdat bij de eerste deal geen problemen waren voorgevallen. De goederen zijn wederom verzonden naar de [adres 18] in [plaats 7] en de levering is daar op 24 juni 2019 aangekomen. Het was de afspraak dat er de volgende dag betaald zou worden, maar er werd geen geld overgemaakt. [bedrijf 5] heeft op 26 en 27 juni 2019 [naam 17] benaderd met de vraag of hij wilde betalen en [naam 17] vertelde dat het geld was overgemaakt. [bedrijf 5] heeft echter sindsdien geen geld meer ontvangen. [241] Op de factuur van [bedrijf 17] van de 3.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB is als officeadres [adres 17] in [plaats 8] vermeld en als afleveradres [adres 18] in [plaats 7] . [242] Deze adressen zijn ook vermeld op de vrachtbrief. [243]
[naam 32] is de enig aandeelhouder van [bedrijf 17] Dat bedrijf is alleen gevestigd op de [adres 17] in [plaats 8] . Op het uittreksel van de KvK van [bedrijf 17] , dat door [naam 17] is verstrekt aan [bedrijf 5] , staat echter als bezoekadres van het bedrijf de [adres 17] in [plaats 8] en als postadres [adres 18] in [plaats 7] . Als enig aandeelhouder en bestuurder staat [naam 32] vermeld. [244] Bij het uitwisselen van de bedrijfsgegevens heeft [bedrijf 5] een kopie van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [naam 32] ontvangen. [245] De Koninklijke Marechaussee heeft na onderzoek geconcludeerd dat de afgebeelde identiteitskaart vals of vervalst is. [246]
7.3.6.2
De geldstroom
Uit het transactieoverzicht van de bankrekening [rekeningnummer 8] ten name van [bedrijf 17] blijkt dat op 11 juni 2019 een bedrag van € 69.000,00 wordt overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 12] ten name van [bedrijf 5] met als omschrijving ‘2019500347’. Deze transactie werd mogelijk gemaakt door overboekingen van
- € 5.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [medeverdachte 1] op 7 juni 2019,
- € 10.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] op 10 juni 2019,
- € 5.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] op 10 juni 2019,
- € 36.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [medeverdachte 1] op 10 juni 2019, en
- € 4.000,00 vanaf rekening [rekeningnummer 13] ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 20] op 10 juni 2019.
Ook werd er op 8 juni 2019 € 10.000,00 aan contant geld gestort op de bankrekening ten name van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 17] . [247]
7.3.6.3
Betrokkenheid
7.3.6.3.1 [medeverdachte 1]
De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij [bedrijf 17] en de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichting naar wat zij hiervoor bij feit 7 heeft overwogen. Hieruit volgt ook de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij het bedrijf [medeverdachte 1] .
7.3.6.3.2 [verdachte]
De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [verdachte] bij [bedrijf 17] , de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichting en de relatie met de [adres 18] in [plaats 7] naar wat zij hiervoor bij feit 7 heeft overwogen.
Op de USB-stick Silicon Power is in de map verwijderde bestanden ten aanzien van [bedrijf 5] het een bestand aangetroffen dat is aangemaakt op 7 juni 2019. Dat betreft een order van [bedrijf 17] bij [bedrijf 5] met als koper [naam 17] en [adres 18] in [plaats 7] als bezorgadres. Daarbij werd het e-mailadres [e-mailadres 7] gebruikt. De order betrof ‘Toshiba Canvio 1TB HDTB410EK3AA 2000’ ter waarde van € 69.000,00. [248]
Daarnaast is een tweede order van [bedrijf 5] op die USB-stick aangetroffen. Dit document betreft een rekening van de tweede levering goederen van [bedrijf 5] aan [bedrijf 17] met als leveringsadres [bedrijf 17] [adres 18] , [adres 18] [plaats 7] . Het betreft ‘multimedia Toshiba HDD Basics 2018 1TB EU1 24.06.2019 Stk 104.100,00 HDTB410EK3AA’. Dit document is door de verbalisant vergeleken met de tweede rekening van de aangifte en de conclusie van de verbalisant is dat de documenten overeenkomen. [249]
Voorts is er op dezelfde USB-stick een videobestand aangetroffen met aanmaakdatum 26 juni 2019 waarop dozen Toshiba harde schijven, alle voorzien van het productnummer HDTB410EK3AA, en met verschillende serienummers te zien zijn. De serienummers die te zien zijn op één screenshot uit het videofragment, met daarop een vijftal serienummers, komen overeen met de met goederenbijlage van de eerste levering van [bedrijf 5] . Ook zijn serienummers van de eerste en tweede order van [bedrijf 5] aangetroffen in de map verwijderde bestanden. [250]
Op de Macbook Pro (beslagcode [IBN-code 4] ) van [verdachte] is een mail aangetroffen van [e-mailadres 3] naar [e-mailadres 8] verzonden op 30 oktober 2019. In deze mail wordt ‘we want to buy’ geschreven en daarna wordt een aantal goederen genoemd waaronder ‘5000 Toshiba HDD 1 TB HDTB410EK3AA’. [251]
7.3.6.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf 5] is het bonafide bedrijf [bedrijf 17] gebruikt. In het contact met [bedrijf 5] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 17] van [bedrijf 17] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] verstrekt aan [bedrijf 5] . Dat betrof een vervalst KvK-uittreksel en een vervalst identiteitsdocument van de bestuurder van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Dit maakte dat [bedrijf 5] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Er is een vertrouwensaankoop gedaan, in de vorm van een bestelling die is betaald. Die aankoop sterkte [bedrijf 5] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestelling die op 21 juni 2019 werd geleverd, waarna geen betaling volgde, werd opnieuw gebruikgemaakt van de naam en het adres van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 5] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf 5] is bewogen tot afgifte van 3.000 harde schijven van het type Toshiba HDD Basics 2018 1 TB. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
7.3.6.5
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als medepleger bij de oplichtingen van [bedrijf 5] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 5] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
[medeverdachte 1] komt bij de oplichting van [bedrijf 5] in beeld omdat [bedrijf 17] één van de handelsnamen is van de eenmanszaak op naam van [medeverdachte 1] en omdat hij deze handelsnaam bij de KvK zelf heeft toegevoegd. Verder is [medeverdachte 1] betrokken geweest bij de inrichting van het pand aan de [adres 18] in [plaats 7] , waar de goederen zijn geleverd door [bedrijf 5] . Voorts is de vertrouwensaankoop overgeboekt van de bankrekening van [medeverdachte 1] handelend onder [bedrijf 17] , van welke rekening hij de enige betaalpas voorhanden heeft gehad, en is de vertrouwensaankoop grotendeels mogelijk gemaakt door overboekingen van bankrekeningen van [medeverdachte 1] handelend onder zijn eigen naam of handelend onder handelsnamen van zijn eenmanszaak.
Zoals de rechtbank onder de inleidende overwegingen heeft vastgesteld, heeft [verdachte] onder de valse naam [naam 17] contact gelegd met [bedrijf 5] . Op grond van de op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] aangetroffen documenten kan naar het oordeel van de rechtbank voorts worden aangenomen dat [verdachte] betrokken was bij het vervalsen van de KvK-inschrijving van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] en bij de vertrouwensaankoop en de bestelling van de goederen die niet zijn betaald. Verder blijkt uit het op die USB-stick aangetroffen videobestand en het op de MacBook Pro aangetroffen mailbericht dat [verdachte] en zijn handlangers kort na de oplichting de beschikking hadden over een grote hoeveelheid harde schijven die van [bedrijf 5] afkomstig waren.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben aan de oplichting van [bedrijf 5] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf 5] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
7.3.7
Feit 9 – [bedrijf 6]
7.3.7.1
Vaststaande feiten
[bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 6] ) heeft aangifte gedaan van oplichting. Aangever kwam via een tussenpersoon in contact met [naam 17] van [bedrijf 17] . Op 24 juni 2019 nam de tussenpersoon contact op met [bedrijf 6] met de vraag of [bedrijf 6] onder andere 500 stuks PS4 (
de rechtbank begrijpt: Playstation 4) Slim 500 GB wilde kopen. [bedrijf 6] was daarin geïnteresseerd en ontving het Skype ID van de verkoper: [naam 17] . [bedrijf 6] had via Skype contact met [naam 17] . [naam 17] gaf een link van de website [bedrijf 17] Het kwam tot een overeenkomst. [bedrijf 6] heeft het btw-nummer gecontroleerd van [bedrijf 17] op basis van de door [naam 17] gestuurde bedrijfsgegevens. Deze check was positief. Het beleid bij [bedrijf 6] is dat tien procent van het totaalbedrag vooraf wordt betaald en dat negentig procent na levering van de goederen wordt betaald. In eerste instantie betrof de order 200 stuks PS4, waarop [bedrijf 6] op 27 juni 2019 de tien procent van het totaalbedrag (betreffende € 3.000,00) overmaakte naar de bankrekening [rekeningnummer 8] ten name van [bedrijf 17] . Voordat [bedrijf 6] de goederen had ontvangen, heeft [bedrijf 6] gevraagd om de order te verhogen naar 450 stuks PS4. [bedrijf 17] ging hiermee akkoord. Per abuis is door [bedrijf 6] het volledige bedrag van € 88.650,00 overgemaakt naar [bedrijf 17] in plaats van de resterende tien procent (de rechtbank begrijpt:
90 procent) van het volledige bedrag. In totaal is er dus € 91.650,00 overgemaakt naar [bedrijf 17] . [252]
[naam 32] is de enige aandeelhouder van [bedrijf 17] Dat bedrijf is alleen gevestigd op de [adres 17] in [plaats 8] . [naam 17] heeft aan [bedrijf 6] echter een uittreksel van de KvK van [bedrijf 17] verstrekt met daarop het KvK-nummer [KVK-nummer 5] , het bezoekadres [adres 17] [plaats 8] , het postadres [adres 18] [plaats 7] en als enig aandeelhouder en bestuurder [naam 32] . [253] Op de factuur van [bedrijf 17] voor het bedrag van € 88.650,00 staat de naam van [naam 17] als verkoper genoemd, als rekeningnummer [rekeningnummer 8] en als e-mailadres: [e-mailadres 6] . Daarnaast staat daarop het KvK-nummer alsmede het adres in [plaats 8] van [bedrijf 17] [254]
7.3.7.2
De geldstroom
Op 27 en 28 juni 2019 heeft [bedrijf 6] in totaal € 91.650,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] . Op 28 juni 2019 is vanaf die rekening een betaling verricht van € 30.987,00 naar Holland Gold met als omschrijving ‘Bestelling100025230’. Daarnaast is een bedrag van € 10.000,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer 14] op naam van [medeverdachte 1] met als omschrijving ‘2301’. Dit bedrag wordt vervolgens op 28 en 29 juni 2019 bij de ABN Amro geldautomaat aan de [adres 19] te [plaats 2] contant opgenomen. Verder wordt € 5.000,00 overgeboekt naar de bankrekening op naam van [bedrijf 19] ( [medeverdachte 3] ) en € 5.000,00 contant opgenomen van de bankrekening van [bedrijf 17] . Op 28 juni 2019 wordt via de rekening [rekeningnummer 8] van [bedrijf 17] voor een bedrag van € 35.700,00 betaald bij [bedrijf 21] . Op 1 juli 2019 wordt
€ 2.000,00 opgenomen bij de ABN Amro geldautomaat aan de [adres 19] te [plaats 2] . [255]
De betaling aan Holland Gold is voorafgegaan door een bestelling via de website Holland Gold van één baar goud Umicore à 250 gram, één goudbaar Heraeus à 250 gram, één goudbaar Heraeus à 100 gram en vijf troy ounce gouden munten voor in totaal € 30.987,00. Daarbij zijn de gegevens ‘info@ [medeverdachte 1] .nl’ en ‘ [medeverdachte 1] , [adres 4] [postcode 2] [plaats 2] ’ gebruikt. Op 29 juni 2019 werd het pakket afgeleverd aan de [adres 4] [postcode 2] in [plaats 2] aan [medeverdachte 1] (
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) en is getekend voor ontvangst. [256] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de bestelling van Holland Gold thuis in ontvangst heeft genomen. [257]
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] is een visitekaartje van [bedrijf 21] aangetroffen. [258] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op verzoek een Rolex met een zwarte wijzerplaat met diamantjes op de zijkanten heeft afgehaald bij een juwelier in Duitsland en dat hij de betaling heeft verricht door het pinnen van € 36.000,00 bij de juwelier. [259]
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] werd in de slaapkamer het volgende aangetroffen:
  • een Rolex horloge serienummer [serienummer] en een certificaat;
  • een Duitse “Schmuckpass” van [bedrijf 21] voor een Rolex horloge, ‘Armbanduhr [serienummer] Day-Date’ met daarop een afbeelding van een goudkleurig Rolex horloge met donkere wijzerplaat;
  • een Duitse kwitantie van [bedrijf 21] , gedateerd op 28 juni 2019 om 15:56 uur, voor een Rolex Day-Date horloge, serienummer [serienummer] , Goldband, voor een bedrag van € 35.700,00;
  • een kassabon van [bedrijf 21] , gedateerd op 28 juni 2019 om 15:48 uur, voor een betaling van € 35.700,00 per Maestro card.
Onderaan de kassabon staat de tekst ‘ Betaling akkoord’ en daaruit blijkt volgens de politie dat met een Nederlandse bankkaart is betaald.
Verder zijn op de iPhone XS (beslagcode [IBN-code 2] ) van [verdachte] drie foto’s aangetroffen die zijn gemaakt op 28 juni 2019 om 20:42 uur van een soortgelijk goudkleurig Rolex horloge, type Day-Date, met een donkere wijzerplaat die om een pols van persoon zit. Eveneens is een afbeelding aangetroffen die is gemaakt op 24 augustus 2019 waarop één goudbaar Umicore 250 gram, één goudbaar Heraeus 250 gram, één goudbaar Heraeus 100 gram en vijf gouden munten te zien zijn. [260]
7.3.7.3
Betrokkenheid van [medeverdachte 1] en [verdachte]
De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [medeverdachte 1] en [verdachte] bij [bedrijf 17] en de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichtingen, het gebruik van de naam [naam 17] , het gebruikte e-mailadres magazijn@ [bedrijf 17] en de relatie met de [adres 18] in [plaats 7] naar hetgeen zij hiervoor bij de feiten 7 en 8 heeft overwogen, alsook naar wat zij hiervoor onder ‘de geldstroom’ heeft opgenomen.
7.3.7.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf 6] is het bonafide bedrijf [bedrijf 17] gebruikt. In het contact met [bedrijf 6] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam 17] van [bedrijf 17] [naam 17] gaf het btw-nummer van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Daarnaast is een bankrekening gebruikt die op naam stond van [bedrijf 17] . Dit alles maakte dat [bedrijf 6] ervan uitging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf 17] De positieve uitkomst van de checks van de bedrijfsgegevens van [bedrijf 17] sterkte [bedrijf 6] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Op de factuur van 27 juni 2019 van [bedrijf 17] staan als verkoper [naam 17] , als mailadres info@ [bedrijf 17] en als KvK-nummer het KvK-nummer van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf 6] . Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor [bedrijf 6] is bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 91.650,00. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
Uit de weergegeven bewijsmiddelen, waaronder ook de bewijsmiddelen die zin op de uitgave van het door [bedrijf 6] betaalde geldbedrag, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [verdachte] betrokken waren bij de oplichting van [bedrijf 6] . Op de vraag hoe hun rol geduid moet worden, zal de rechtbank hierna ingaan.
7.3.7.5
Medeplegen
De rechtbank is gelet op de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] als medeplegers bij de oplichting van [bedrijf 6] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf 6] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
Ook in dit geval heeft [verdachte] zich bediend van de valse naam [naam 17] en heeft hij onder die naam contact gelegd met [bedrijf 6] . Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van wat is aangetroffen op de USB-stick Silicon Power van [verdachte] voorts worden aangenomen dat hij betrokken bij het vervalsen van de KvK-inschrijving van het bonafide bedrijf [bedrijf 17] Deze vervalste bedrijfsgegevens zijn aan [bedrijf 6] gestuurd voorafgaand aan de oplichting en wekten bij [bedrijf 6] het vertrouwen dat zij met een bonafide en kredietwaardige partij van doen had. [medeverdachte 1] heeft aan de valse hoedanigheid die jegens [bedrijf 6] werd aangenomen bijgedragen door het openen van een zakelijke rekening op naam van [bedrijf 17] , een handelsnaam die hij heeft gekoppeld aan zijn eenmanszaak. Op die bankrekening heeft [bedrijf 6] het geld overgeboekt. Bovendien heeft [medeverdachte 1] het van [bedrijf 6] op zijn bankrekening ontvangen geld deels doorgestort en opgenomen. Van het restant van de opbrengst heeft hij goud en een Rolex gekocht. De Rolex is bij [verdachte] thuis aangetroffen. Op een telefoon van [verdachte] zijn foto’s van goudbaren en gouden munten aangetroffen die overeenkomen met het goud dat door [medeverdachte 1] is gekocht. De rechtbank concludeert hieruit dat [verdachte] [medeverdachte 1] de opdracht heeft gegeven om voor hem een Rolex en goud aan te schaffen van het geld dat is buitgemaakt bij de oplichting van [bedrijf 6] . Ook concludeert de rechtbank hieruit dat de opbrengst van de oplichting (voor een groot deel) aan [verdachte] toekwam. Ook dat duidt erop dat hij een prominente rol heeft gespeeld in die oplichting. Ook aan [medeverdachte 1] kwam kennelijk een substantieel deel van de opbrengst toe, wat wijst op een weliswaar minder grote, maar nog altijd belangrijke bijdrage aan de oplichting.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf 6] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf 6] wettig en overtuigend bewezen kan worden.

8.Feit 10 (onderzoek Marker)

8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door middel van het verwerven en voorhanden hebben van de contante geldbedragen in euro’s en andere valuta die zijn aangetroffen in de woning van [verdachte] , met uitzondering van de aangetroffen 110 dollar waarvan de biljetten vals zijn gebleken. Ook heeft [verdachte] de virtuele valuta, waarvan de ‘seeds’ zijn aangetroffen in de kluis van zijn woning, en de drie Rolex horloges witgewassen door deze te verwerven en voorhanden te hebben. [verdachte] heeft zich verder schuldig gemaakt aan het witwassen van de geldbedragen, aangetroffen in euro’s en buitenlandse valuta, en het goud aangetroffen in de [adres 20] te [plaats 9] en de [adres 21] te [plaats 10] en het geldbedrag en goud afgegeven door [getuige 4] , door deze voorwerpen te verwerven en voorhanden te hebben, de herkomst van deze voorwerpen te verbergen en verhullen, te verbergen en verhullen wie de rechthebbende is van de voorwerpen en te verbergen en verhullen wie de voorwerpen voorhanden had. Ten aanzien van de geldbedragen en het goud dat is aangetroffen in de [adres 21] te [plaats 10] en het geldbedrag en goud dat is afgegeven door [getuige 4] kan tevens worden bewezen dat [verdachte] deze voorwerpen heeft witgewassen door deze over te dragen. Ook het witwassen door het verbergen en verhullen van de rechthebbende van de woning aan de [adres 22] te [plaats 3] en het verwerven, voorhanden hebben, gebruiken en het verbergen en verhullen van de rechthebbende van de Audi A6 met kenteken [kenteken 4] kan worden bewezen. [verdachte] dient te worden vrijgesproken van het witwassen van de virtuele valuta waarvan de ‘seeds’ zijn aangetroffen in de woning aan de [adres 23] te [plaats 3] .
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt primair dat [verdachte] dient te worden vrijgesproken van het witwassen van alle onder feit 10 van de tenlastelegging genoemde voorwerpen. Ten eerste is geen sprake van een gerechtvaardigd vermoeden dat de voorwerpen afkomstig zijn uit misdrijf. Het enkel vermelden van typologieën van witwassen is daarvoor onvoldoende. Ten tweede kan door het tijdsverloop van [verdachte] geen verklaring worden verlangd over de herkomst van de voorwerpen. Dat komt mede doordat de politie essentiële gegevensdragers waarop de benodigde bewijsstukken staan is kwijtgeraakt. Ten derde kan in meer algemene zin worden opgemerkt dat [verdachte] in het verleden veel geld heeft verdiend. Dat over deze verdiensten geen belasting is afgedragen, maakt nog niet dat die verdiensten een criminele herkomst hebben.
Ten aanzien van de virtuele valuta, waarvan aanwijzingen (‘seeds’) zijn gevonden in de woning van [verdachte] en de woning in [plaats 3] , merkt de verdediging op, dat niet is gebleken van een criminele herkomst, laat staan dat aan [verdachte] verweten kan worden dat hij daarvan op de hoogte was. Ten aanzien van het contante geldbedrag dat is aangetroffen in zijn woning had een persoon genaamd [naam 5] aan [verdachte] gevraagd dit voor hem te bewaren. [naam 5] zou hem hebben verzekerd dat het spaargeld was en dat sprake was van een legale herkomst. Niet kan worden bewezen dat [verdachte] weet had van het geldbedrag en het goud dat is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 5] in [plaats 9] , dan wel dat hij enige witwashandeling heeft verricht ten aanzien van die voorwerpen. Hetzelfde geldt voor het goud dat is aangetroffen in de woning van [getuige 2] en het goud dat is afgegeven door [getuige 4] . Wat de Audi A6 betreft erkent [verdachte] dat deze auto van hem was. Hij heeft echter slechts een kleine aanbetaling gedaan. Het overige bedrag zou mogen worden afgelost. Voor zover er nog niet betaald is voor de auto, kan er ook niet zijn witgewassen. Dat de auto niet op zijn naam stond, heeft niets te maken met het verhullen van de criminele herkomst, maar met de feitelijke situatie van [verdachte] op dat moment. Hij was toen voortvluchtig en kon daarom geen auto op naam hebben. Van de drie horloges op de tenlastelegging zijn twee horloges aangekocht voor de ten laste gelegde periode. Het derde horloge was niet van [verdachte] . De woning aan de [adres 22] te [plaats 3] is niet van [verdachte] . De woning kan niet worden herleid naar hem en hij heeft de woning niet gekocht.
Subsidiair acht de verdediging niet bewezen dat [verdachte] een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. Er is niet gebleken van losstaande witwashandelingen gepleegd door [verdachte] , verspreid over langere tijd.
8.3
Beoordeling door de rechtbank
8.3.1
Inleiding
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat hij samen met anderen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 verschillende voorwerpen heeft witgewassen en van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
De rechtbank zal in deze paragraaf telkens eerst de voorwerpen bespreken ten aanzien waarvan het witwasvermoeden bestaat en wat de betrokkenheid is van [verdachte] bij die voorwerpen. Daarna zal de rechtbank bespreken of de voorwerpen, al dan niet rechtstreeks, een criminele herkomst hebben en of [verdachte] dat wist en of er dus sprake is van witwassen. Indien dat laatste het geval is zal de rechtbank tot slot ingaan op de vraag of [verdachte] een gewoonte heeft gemaakt van dat witwassen en of sprake is van medeplegen.
8.3.2
De ten laste gelegde voorwerpen
8.3.2.1
Contant geld en codes voor wallets met virtuele valuta aangetroffen tijdens de doorzoeking woning [adres 2] te België
8.3.2.1.1 Geldbedragen contant aangetroffen in euro’s
Op 30 juli 2020 is de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] in België doorzocht. Dit was op dat moment de woning van [verdachte] en [medeverdachte 5] , die een relatie hadden met elkaar, en hun kinderen. In die woning werden de volgende contante geldbedragen in euro’s aangetroffen:
 bureau living : € 185,00
 kamer zoon : € 130,00 + € 240,00 + € 163,37 = € 533,37
 keukenkast
o naast kluis : € 7.176,00
o in kluis : € 11.705,00
 in kluis in slaapkamer : € 21.550,00. [261]
Uit de inventaris van het in beslag genomen geld en de kennisgeving van inbeslagname volgt dat in totaal € 41.138,37 (IBN-code [IBN-code 5] ) in contanten in beslag is genomen. [262] De rechtbank merkt op dat uit deze inventaris en kennisgeving van inbeslagname een lager totaalbedrag volgt (verschil € 11,00) dan uit de opsomming hiervoor (welke opsomming volgt uit het proces-verbaal van de Belgische politie). De rechtbank zal uitgaan van het geldbedrag genoemd in de inventaris en kennisgeving van inbeslagname, omdat dit het bedrag is dat uiteindelijk is gedeponeerd en waardoor de juistheid van dit bedrag aannemelijker is.
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij toegang had tot de kluis in de slaapkamer. [263]
De rechtbank zal het geldbedrag dat is aangetroffen in de kamer van de zoon van [medeverdachte 5]
(€ 533,37) in mindering brengen op het bedrag genoemd in de inventaris, omdat zij dit geldbedrag niet toerekent aan [verdachte] . Een groot deel van het geldbedrag bestond uit munten en voor het overige uit bankbiljetten met een waarde van niet meer dan € 50,00. Het bezit van een dergelijk geldbedrag door een tiener vindt de rechtbank niet ongebruikelijk. In het vervolg van deze beoordeling zal de rechtbank daarom uitgaan van een contant geldbedrag dat in euro’s is aangetroffen in de woning van [verdachte] van € 40.605,00 (€ 41.138,37 - € 533,37).
8.3.2.1.2 Geldbedragen contant aangetroffen in andere valuta dan euro’s
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 zijn tevens 1.340,00 Amerikaanse dollars (IBN-code [IBN-code 6] ) en 190,00 Britse ponden (IBN-code [IBN-code 7] ) aangetroffen. [264] De rechtbank heeft in het dossier geen stuk aangetroffen waarin de omrekening van deze geldbedragen naar euro’s is beschreven en heeft daarom gebruik gemaakt van een digitale wisselkoerscalculator met als omrekendatum 30 juli 2020. Daaruit volgt:
 1.340 1.340 Amerikaanse dollar = € 1.136,41
 1.340 190 Britse pond = € 209,48. [265]
Dat betekent dat in de woning in totaal een bedrag van omgerekend € 1.345,89 is aangetroffen aan buitenlandse valuta.
In de woning is tevens een geldbedrag van 110 Amerikaanse dollar aangetroffen. De rechtbank acht het op grond van het dossier aannemelijk dat het hier valse dollars betreft. De rechtbank zal het witwassen van deze dollars daarom niet verder bespreken.
8.3.2.1.3 Virtuele valuta
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 zijn in een kluis diverse papieren aangetroffen met lijsten van woorden (
‘seeds’) die duiden op toegang tot een cryptovaluta wallet. Het ging om de toegang tot de volgende wallets en virtuele valuta, die vervolgens in beslag zijn genomen en zijn overgeboekt naar de wallet van het openbaar ministerie. Verminderd met de transactiekosten zijn de volgende cryptovaluta in beslag genomen:
 U3b-WDbOo2XD: 0,20569212 Bitcoin (BTC) (IBN-code [IBN-code 8] );
 U3b-WDbOo2XD: 0,01250056 Bitcoin (BTC) (IBN-code [IBN-code 9] );
 U3b-WDbOo2XD: 0,94850839 Bitcoin (BTC) (IBN-code [IBN-code 10] );
 lmlXU5vFofJa: 9,998299 Ethereum (ETH) (IBN-code [IBN-code 11] );
 r7/wAuORINfr: 1,8858045 Monero (XMR) (IBN-code [IBN-code 12] );
 r7/wAuORINfr: 168,95743 Monero (XMR) (IBN-code [IBN-code 13] ) [266] ;
 Evs_JBIbJEv: 1,40049152 Bitcoin (BTC) (IBN-code [IBN-code 14] ) [267] .
Verder werd op 30 juli 2020 in de woning van [verdachte] een iPhone 11 Pro (‘iPhone van [verdachte] ’) (beslagcode [IBN-code 15] ) (in gebruik bij [verdachte] ) in beslag genomen. Op deze telefoon stonden applicaties met cryptovaluta, die door de politie zijn onderzocht, waarna de volgende virtuele valuta in beslag zijn genomen en zijn overgeboekt naar de wallet van het openbaar ministerie:
 XMp6gDjgaaC_: 0,190769 Bitcoin (BTC) (IBN-code [IBN-code 15] ) [268] .
Deze virtuele valuta zijn door het openbaar ministerie vervreemd. Na aftrek van de transactiekosten bedraagt de totale waarde € 41.037,01. [269]
8.3.2.2
Contant geld (in verschillende valuta) en goud aangetroffen tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 20] te [plaats 9]
Tijdens de doorzoeking van de woning gelegen aan de [adres 20] te [plaats 9] op 30 juli 2020 is in een kamer op de eerste verdieping van de woning, boven in een kast, een rode Kruidvattas aangetroffen die in een handdoek was gewikkeld. In deze tas werden diepvrieszakken met contant geld in euro’s (IBN-codes [IBN-code 16] , zak A; [IBN-code 17] , zak B; [IBN-code 18] , zak C; [IBN-code 19] , zak E, en [IBN-code 20] , zak H), contant geld in vreemde valuta (IBN-code [IBN-code 21] , zak D) en een goudbaar/-staaf in plastic folie met een geschat gewicht van 500 gram in een witte envelop met opdruk Hilton Rotterdam (IBN-code [IBN-code 22] , zak G) aangetroffen. [270]
De diepvrieszakken met contant geld in euro’s bevatten de volgende geldbedragen:
 [IBN-code 16] , zak A: € 25.000,00;
 [IBN-code 17] , zak B: € 28.500,00;
 [IBN-code 18] , zak C: € 14.000,00;
 [IBN-code 19] , zak E: € 18.500,00;
 [IBN-code 20] , zak H: € 6.500,00.
In totaal is dit een geldbedrag van € 92.500,00. [271]
De diepvrieszak met contant geld in vreemde valuta bevatte:
 320 320 Turkse Lira (TRY), omgerekend (na commissie) € 32,19;
 320 1.550 Deense Kronen (DKK), omgerekend (na commissie) € 203,55;
 320 20.300 Tsjechische Kronen (CZK), omgerekend (na commissie) € 703,90 (voor de berekening zie de overweging hierna);
 320 2 Amerikaanse dollars (USD), omgerekend (na commissie) € 1,67;
 320 8.015 Dubai Dirham (AED), omgerekend (na commissie) € 1.545,95;
 320 315 Britse Ponden (GBP), omgerekend (na commissie) € 450,11 [272] .
Wat de Tsjechische Kronen betreft merkt de rechtbank op dat er een verschil zit tussen het aantal genoemd in de kaskwitantie van de politie en de brief van [bedrijf 22] Uit die laatste brief kan aan de hand van de vermelde koers en de commissie de waarde in euro’s worden afgeleid. Op basis daarvan volgt dat 20.300 Tsjechische Kronen na commissie (5%) een waarde hebben van € 703,90 (20.300 x 0,0365 [de koers] * (100% – 5%)).
In totaal is dus een geldbedrag van omgerekend € 2.937,37 in buitenlandse valuta aangetroffen in de woning aan de [adres 20] te [plaats 9] .
De goudbaar had een getaxeerde waarde van € 22.500,00. [273]
Op de buitenzijde van de envelop waarin zich de goudstaaf/-baar bevond zijn onder het logo Hilton Rotterdam twee dactyloscopische sporen veiliggesteld en gecodeerd met de Spoor Identificatie Nummers AAOG8646NL en AAOG8647NL. Deze sporen zijn onderzocht door het team forensische opsporing. Dit heeft voor beide sporen geleid tot een individualisatie van deze sporen op [medeverdachte 5] , waarbij sprake is van een zeer grote mate van overeenkomst. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein. [274]
[medeverdachte 5] was op 30 juli 2020 de huurder van de woning gelegen aan de [adres 20] te [plaats 9] en stond aldaar ingeschreven samen met haar drie kinderen. Zij gebruikte het adres ook als correspondentieadres. [275]
De diepvrieszakken waarin het geld in de [adres 20] te [plaats 9] is aangetroffen betreffen soortgelijke Toppits diepvrieszakken, als de diepvrieszakken waarin het geld en het goud zaten dat door [getuige 4] is afgegeven aan de politie (de rechtbank gaat hierna in de paragraaf 2.3.2.3 ingaan op deze voorwerpen). In de iPhone XS, met de naam ‘iPhone van [verdachte] ’ (beslagcode [IBN-code 1] ) (in gebruik bij [verdachte] ), zijn afbeeldingen aangetroffen van soortgelijke Toppits diepvrieszakken met daarin verpakt eurobiljetten. [276]
De rechtbank acht voor de betrokkenheid van [verdachte] bij het geld en goud dat is aangetroffen in de woning in [plaats 9] van belang dat het geld is aangetroffen in soortgelijke diepvrieszakken als de diepvrieszakken waarin het geld zat dat bij de politie is afgegeven door [getuige 4] en waarvan de rechtbank hierna ook zal vaststellen dat [verdachte] die geldbedragen voorhanden heeft gehad. Bovendien is een afbeelding van eenzelfde soort diepvrieszak met daarin eurobiljetten aangetroffen in de iPhone XS die in gebruik was bij [verdachte] .
8.3.2.3
Contant geld en goud afgegeven door [getuige 4]
Op 5 februari 2021 heeft [getuige 4] een geldbedrag van € 85.000,00 (in coupures van € 500,00) (IBN-code [IBN-code 23] ), een UBS baar goud 100 gram (IBN-code [IBN-code 24] ), met een taxatiewaarde van € 4.850,00, en twee maal Umicore 50 gram goud (IBN-code [IBN-code 25] ), met een taxatiewaarde van € 4.750,00, afgegeven aan de politie. [277] Het goud heeft een totale waarde van € 9.600,00 (€ 4.850,00 + € 4.750,00).
[getuige 4] heeft op 5 februari 2021 verklaard dat hij het geld en het goud van zijn neef [verdachte] heeft bewaard. [verdachte] had via de app gevraagd of hij iets wilde bewaren, waarschijnlijk goud, dat [verdachte] had liggen. [medeverdachte 5] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 5] ) kwam het ‘hen’ brengen in [plaats 10] . Hij woonde toen net als [getuige 2] (de rechtbank begrijpt: [getuige 2] , de broer van [getuige 4] ) nog bij zijn ouders. [getuige 4] denkt dat hij toen ‘alle drie’ (de rechtbank begrijpt: het geld, het goud en de gouden munten) heeft gekregen. Er is nooit goud opgehaald. Hij heeft het bewaard in zijn eigen kamer en in [plaats 11] , waar hij nu vier jaar op kamers woont. Dat geld had hij al een tijd en toen is hij naar Düsseldorf gegaan en daar heeft [verdachte] hem gevraagd of hij meer in bewaring wilde nemen. Daar heeft hij ja op gezegd. Hij kreeg toen DVD-spelers mee, daar zat het geld in. Hij moest ze openschroeven en schat dat hij 150 of 200 duizend heeft gekregen. Er is twee of drie keer geld opgehaald door een persoon die zich [naam 43] noemde. [278] Het geld dat hij heeft afgegeven aan de politie heeft hij geteld. Het is € 85.000,00 en 200 gram goud. [279]
8.3.2.4
Contant geld en goud aangetroffen tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 21] te [plaats 10]
Op 2 februari 2021 is de woning aan de [adres 21] te [plaats 10] doorzocht. Tijdens die doorzoeking werd in een doosje van een lamp een gele Jumbotas met daarin contant geld aangetroffen. Het betrof een contant geldbedrag (IBN-code [IBN-code 26] ) bestaande uit:
 60 60 biljetten van € 50,00 = € 3.000,00;
 60 100 biljetten van € 100,00 = € 10.000,00;
 60 100 biljetten van € 200,00 = € 20.000,00;
 60 50 biljetten van € 500,00 = € 25.000.
In totaal is dit een geldbedrag van € 58.000,00.
Daarnaast zijn in de woning 3 goudstaven van 500 gram (IBN-code [IBN-code 27] ) en 14 gouden munten (IBN-code [IBN-code 28] ) aangetroffen. [280] De goudstaven hadden een taxatiewaarde van in totaal € 67.545,00. De 14 gouden munten zijn getaxeerd op € 20.500,00. [281] De totale waarde van het aan de [adres 21] te [plaats 10] aangetroffen goud is dus € 88.045,00.
De woning aan de [adres 21] te [plaats 10] is de woning van [getuige 2] ; een neef van [verdachte] . [282]
[getuige 2] heeft op 2 februari 2021 verklaard dat het geld en het goud dat bij hem is aangetroffen van [verdachte] zijn, althans dat hij het van hem heeft gekregen. Hij schat het geld en goud ongeveer 2 à 3 jaar in zijn bezit te hebben. Het zat onder een lampje in een doos. Hij had via Wickr contact met [verdachte] als [verdachte] geld nodig had. Iemand bracht dan wat of kwam iets halen. Het ging altijd in opdracht van [verdachte] . Als [verdachte] in een Wickr-gesprek praat over de muziekspeler, dan heeft hij het over geld. [getuige 2] heeft op advies van [verdachte] een Wickr-account aangemaakt. Hij is het account [accountnaam 7] . [getuige 2] gaat ervan uit dat het account [accountnaam 1] [verdachte] is. Als hij via Wickr contact had met [verdachte] gebruikte [verdachte] dat account. [283]
In een Wickr-gesprek van 30 november 2019 wordt tussen de accounts [accountnaam 1] ( [verdachte] ) en [accountnaam 7] ( [getuige 2] ) gesproken over het geld en goud. [accountnaam 1] ( [verdachte] ) vraagt in dat gesprek aan [accountnaam 7] ( [getuige 2] ) om het geld en goud te tellen. Ook vraagt [accountnaam 7] ( [getuige 2] ) hoeveel er in de muziekspeler zit en “dat was 30k toch?”. [284] Verder is in de telefoon ‘iPhone van [verdachte] ’ (beslagcode [IBN-code 2] ) (in gebruik bij [verdachte] ) een screenshot van een Wickr-chat aangetroffen, waarin het account [accountnaam 7] ( [getuige 2] ) een foto stuurt waarop goudbaren en gouden munten te zien zijn en de vraag stelt “Moet je wat hebben? Anders ruim ik het weer op”. [285]
8.3.2.5
Virtuele valuta in relatie tot pand
In de woning van [medeverdachte 4] , gelegen aan de [adres 6] te [plaats 3] , is tijdens de doorzoeking op 2 februari 2021 een notitieboekje aangetroffen met daarin een lijst met woorden die corresponderen met de zogenaamde ‘seed’ van een cryptovaluta wallet (Marker ZD01, p. 00615, 00619). Deze wallet bleek een saldo van 0,012974 Bitcoin te bevatten. Daarop is beslag gelegd. Het saldo is overgeboekt naar een bitcoinwallet van het openbaar ministerie (Marker ZD01, p. 00646). De ontvangen bitcoin is vervreemd. Na aftrek van de transactiekosten is een bedrag van € 666,62 overgemaakt naar de bankrekening van het openbaar ministerie (Marker ZD01, p. 00650).
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat [verdachte] betrokken is bij deze cryptovaluta en zal [verdachte] van dit onderdeel van het tenlastegelegde daarom vrijspreken.
8.3.2.6
Drie Rolex horloges
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 zijn in de keuken twee Rolex horloges aangetroffen, de een met het kenmerk s/n 1R358832 (IBN-code [IBN-code 29] ) en de ander met het kenmerk s/n 1470C273 (IBN-code [IBN-code 30] ). In de slaapkamer van de ouders is een Rolex horloge aangetroffen met kenmerk s/n 6821TOK1 (IBN-code [IBN-code 31] ). De horloges waren telkens opgeborgen in een etui met daarin ook een certificaat. [286] De drie horloges vertegenwoordigen volgens de politie een waarde van € 63.600,00. [287]
[verdachte] heeft verklaard dat één van de horloges van hem was en één van de horloges van [medeverdachte 5] . Hij heeft dat horloge aan [medeverdachte 5] gegeven. Dat was een dameshorloge, half goud, half zilver met een blauwe achterplaat. Hij heeft de twee horloges (de rechtbank begrijpt de horloges met kenmerk s/n 1R358832 en met kenmerk s/n 1470C273) samen gekocht in Duitsland. Dat was lang geleden, nog voor België (
de rechtbank begrijpt: voordat hij in België ging wonen). [288]
Ten aanzien van het horloge met kenmerk s/n 6821TOK1 volgt uit de bewijsmiddelen genoemd in paragraaf 6.3.7 horloge op 28 juni 2019 is aangekocht door [medeverdachte 1] bij [bedrijf 21] in [plaats 12] (Duitsland) voor een bedrag van € 35.700,00. Het geld waarmee het horloge is aangekocht was afkomstig van (de oplichting) van het bedrijf [bedrijf 6] .
8.3.2.7
Audi A6 met kenteken [kenteken 4]
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 is een Audi A6 aangetroffen. Ook tijdens een observatie door de Belgische politie op 8 januari 2020 is gezien dat deze auto voor de woning van [verdachte] stond.
Uit onderzoek kwam naar voren dat deze auto in België twee kentekens heeft gehad, te weten de kentekens [kenteken 5] en [kenteken 6] . In de periode van 9 januari 2019 tot en met 10 juni 2020 stond deze auto, toen voorzien van het kenteken [kenteken 5] , op naam van [naam 34] , geboren op [geboortedatum 2] 1979. In de periode van 10 juni 2020 tot en met 9 november 2020 stond de auto, toen voorzien van het kenteken [kenteken 6] , op naam van [naam 35] . Op 20 november 2020 is de auto ingeschreven in Nederland en voorzien van het kenteken [kenteken 4] . In de periode van 20 november 2020 tot en met 19 december 2020 stond de auto op naam van [naam 36] , een vennoot van [medeverdachte 6] . Vanaf 19 december 2020 staat de Audi A6 op naam van [naam 37] , de vriendin van [medeverdachte 6] .
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 zijn de volgende documenten aangetroffen die zien op de Audi A6:
 een aankoopfactuur d.d. 14-01-2019 (totale prijs € 18.500,00, waarvan € 3.000,00 contant voldaan) met als koper [naam 34] ;
 een eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen d.d. 11 december 2018 van de firma [bedrijf 23] op naam van [verdachte] ( [verdachte] );
 een bon d.d. 11 december 2018 van de firma [bedrijf 23] van een bandenwissel op naam van [verdachte] ( [verdachte] );
 een eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen d.d. 15 januari 2019 van de firma [bedrijf 23] op naam van [verdachte] ( [verdachte] );
 een bon d.d. 15 januari 2019 van de firma [bedrijf 23] van een bandenwissel op naam van [verdachte] ( [verdachte] ). [289]
[verdachte] heeft verklaard dat de Audi A6 in principe van hem was en dat hij de auto kon verkopen. De betaling van de auto is door iemand anders geregeld met het geld of (de rechtbank begrijpt: geleverde) diensten van [verdachte] . Hij heeft nooit in de auto gereden, maar is wel eens ergens naar toe gebracht in de auto. Hij werd ook wel eens door [medeverdachte 5] gereden. [290]
Op 2 februari 2021 is tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 6] , gelegen op het adres [adres 24] te [plaats 13] , een telefoon Apple iPhone X (IBN-code [IBN-code 32] ) in beslag genomen, die in gebruik was bij [medeverdachte 6] [291] . [292] In deze telefoon zijn de volgende documenten aangetroffen in relatie tot de Audi A6:
 een notitie van diverse betalingen waaronder de vermeldingen “20k auto” en “1500 verschil Audi A6 18500”;
 een foto van de bestelbon d.d. 17 december 2018 van de Audi A6 (totale prijs
€ 18.500,00);
 een foto van een paspoort op naam van [naam 34] , geboren op
[geboortedatum 2] 1979;
 een foto van een identiteitsbewijs op naam van [naam 34] , geboren op
[geboortedatum 2] 1979;
 een foto van het Belgische kentekenbewijs deel 1 van de Audi A6 met kenteken
[kenteken 5] ;
 een foto van een verzekeringsbewijs voor de Audi A6 met een geldigheid van
28 februari 2019 tot en met 31 januari 2020 op naam van [naam 34] ;
 een foto van een ‘Ontvangstbewijs penale boeten’ ten laste van de bestuurder [medeverdachte 4] en het betrokken voertuig Audi A6 met kenteken [kenteken 5] , geregistreerd op naam van [naam 34] , waarbij een bedrag van € 5.288,92 in contanten is ontvangen van de bestuurder;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 14 maart 2019 op naam van [naam 34] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 5] op 9 maart 2019;
 een brief kopie aan de overtreder van een proces-verbaal van 15 maart 2019 op naam van [naam 34] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 5] op 24 februari 2019;
 een brief Onmiddellijke inning d.d. 15 maart 2019 van een verkeersovertreding op naam van [naam 34] begaan met het voertuig met kenteken [kenteken 5] op
24 februari 2019;
 een aanmaning tot betalen van een verkeersboete d.d. 15 april 2019 op naam van [naam 34] begaan met het voertuig met kenteken [kenteken 5] op 24 februari 2019;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 10 juli 2019 op naam van [naam 34] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 5] op 25 juni 2019;
 een foto van een aanslagbiljet inzake verkeersbelasting met datum verzending
25 februari 2020 op naam van [naam 34] voor de Audi A6 met kenteken [kenteken 5] ;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 25 maart 2020 op naam van [naam 34] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 5] op 9 januari 2020;
 een foto van een boete van een verkeersovertreding d.d. 13 april 2020 op naam van [naam 34] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken
[kenteken 5] op 4 april 2020;
 een aanmaning tot betalen van een verkeersboete d.d. 12 juni 2020 op naam van [naam 34] voor een overtreding begaan met het voertuig met kenteken [kenteken 5] op 4 april 2020. [293]
Op 18 augustus 2020 belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar het nummer [telefoonnummer 11] . [medeverdachte 6] heeft verklaard dat dit telefoonnummer van hem is. In dit gesprek wordt onder andere het volgende gezegd:
(…)
[verdachte] zit nu alleen nog met die Audi. Die staat op naam van die "taxi" maar dat gaat over een paar dagen veranderen.
NNM zegt; "er is maar 1 optie en dat is exporteren. Naar Nederland. Dus dat we hem gewoon exporteren naar Nederland en dan vinden we een optie, weet je wel, of en we verkopen hem of weet ik veel. Dan heb je in ieder geval iets, snap je?"
[verdachte] zegt dat die dan wel op iemands naam komen.
NNM zegt; "ja, oke"
[verdachte] zegt; "ik weet niet of je daar iets voor hebt?"
NNM zegt; "moet ik die gast nog even in elkaar timmeren of niet?"
[verdachte] zegt; "wie die taxi? Nou dat komt later. Hij moet eerst die Audi van zijn naam afhalen man. En ik krijg nog iets van hem he?”
NNM zegt; "ik sla hem helemaal de tering in, vuile hond"
[verdachte] zegt; "ja het is een viezerik.. ik wist. ..maat ik heb alijd een voorgevoel"
[verdachte] zegt dat ze eerst die auto op safe moeten hebben voordat ze ruzie gaan maken.
NNM zegt; "nee, nee we gaan sowieso geen ruzie met hem maken. Hij gaat eerst van zijn naam af. Ik moet even nadenken hoe ik dat ga doen man, bro. Op een goeie manier. Maar heb jij zijn telefoonnummer dan bel ik hem op'
[verdachte] zegt; "ja ik heb zijn nummer"
NNM zegt; "oke, je moet hem opbellen. Je zegt tegen hem 'luister er belt een jongen, die heet Mo, die gaat het met ou afwikkelen' en klaar"
[verdachte] zegt; "oke, is goed"
[verdachte] zegt dat NNM er ook wel in mag gaan rijden dan pakt [verdachte] hem daarna wel weer.
NNM zegt dat ze dit eerst af moeten wikkelen en vraagt of het op naam van [medeverdachte 5] kan.
[verdachte] zegt dat dat niet kan. Zij heeft er al 1 op naam en kan dat financieel niet verantwoorden.
NNM zegt; "laat me even goed nadenken"
[verdachte] zegt dat die werkverklaring het belangrijkste is nu.
NNM zegt dat hij zijn eigen auto weg doet en het dan regelt voor [verdachte] .
NNM wil het nummer van die man.
[verdachte] zegt; " [telefoonnummer 12] "
(…)” [294]
Uit onderzoek van de politie komt naar voren dat de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 12] woonachtig is op het adres [adres 25] te [plaats 14] . Dit is het woonadres van een persoon genaamd [naam 35] . [295] Dat is de persoon op wiens naam op het moment van het hiervoor aangehaalde telefoongesprek de Audi A6 geregistreerd staat.
Op 24 augustus 2020 belt [verdachte] naar het nummer [telefoonnummer 11] ( [medeverdachte 6] [296] ). In dit gesprek wordt door [medeverdachte 6] onder andere het volgende gezegd:
“(…)
ik ga die auto invoeren nu ik een accoord van je heb, kan ik dat gaan doen en dan laat ik je het weten.
(…)” [297]
De Audi heeft volgens de politie een waarde van € 8.600,00. [298]
De beide hiervoor aangehaalde gesprekken zijn weliswaar van na de ten laste gelegde periode, maar de rechtbank ziet in de gesprekken de bevestiging dat de Audi A6 feitelijk toebehoorde aan [verdachte] . Wat overigens verder volgt uit de verklaring van [verdachte] en de stukken aangetroffen in de woning van [verdachte] en de telefoon van [medeverdachte 6] .
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande verder dat de aankoop van de auto is geregeld door [medeverdachte 6] . Gelet op de vele documenten die zijn aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 6] moet hij ook de contactpersoon zijn geweest van katvanger [naam 34] en degene die deze katvanger voor [verdachte] heeft geregeld.
8.3.2.8
Koopwoning [adres 22] te [plaats 3]
De woning aan de [adres 22] te [plaats 3] is op 17 maart 2020 geleverd aan [medeverdachte 6] en zijn partner [naam 37] voor een bedrag van € 138.500,00. Op 30 juli 2020 (einde ten laste gelegde periode) staat de woning nog steeds op hun naam (MARKER ZD01, p. 00659, p. 00661, p. 00663-00664). Het geldbedrag waarmee de woning is aangeschaft is in de periode tussen 2 en 12 maart 2020 afgeschreven van een rekening op naam van [medeverdachte 6] naar de rekening van [bedrijf 24] . Voorafgaand aan deze overboekingen wordt in meerdere overboekingen een geldbedrag van in totaal € 143.559,00 gestort op de bankrekening van [medeverdachte 6] , telkens met de omschrijving ‘lening volgens contract’. Deze geldbedragen zijn telkens afkomstig van rekeningen die op naam staan van of die via de financiële dienstverlener TransferWise gekoppeld zijn aan, de onderneming [bedrijf 25] (MARKER ZD03, p. 00182-00183; MARKER ZD03, p. 00452-00453,
p. 00468).
Tijdens de doorzoeking van de woning gelegen aan de [adres 24] te [plaats 13] , de woning van [medeverdachte 6] en zijn partner [naam 37] , op 2 februari 2021 is een leningsovereenkomst aangetroffen tussen de uitlener [bedrijf 25] , vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 38] en [medeverdachte 6] . Bepaald is dat de uitlener een bedrag van € 149.500,00 ter beschikking stelt per 1 maart 2020 bedoeld voor “aankoop huis voor dhr [medeverdachte 6] Zakelijke investering van [bedrijf 25] ”. De rente is bepaald op 5% per jaar en dient maandelijks per eerste van de maand, voor het eerst per 1 mei 2020, te worden betaald. De hoofdsom moet binnen 60 maanden zijn afgelost. De grootte van de eindtermijn (
de rechtbank begrijpt: de maandelijkse aflossing) is € 2.491,00. Dat is bovenop de maandelijkse rente. De eerste termijn is verschuldigd per 1 mei 2020 (MARKER ZD01, p. 00671-00672). Vanaf mei 2020 zijn er drie overboekingen gedaan voor een bedrag van in totaal € 2.000,00 naar een rekening op naam van [bedrijf 25] onder vermelding van ‘Terugbetaling lening/aflossing’. Na de aanhouding van [verdachte] in juli 2020 stoppen deze overboekingen (MARKER ZD01, p. 00652).
De vennootschap [bedrijf 25] is opgericht op 20 juni 2019 door [naam 38] , tevens bestuurder van de vennootschap. Volgens de gegevens van de autoriteiten van België zijn sinds de oprichting geen jaarrekeningen ‘neergelegd’. Verder komt uit de informatie van de autoriteiten van België naar voren dat [naam 38] bij de autoriteiten bekend staat als stroman voor ‘Ecofin criminaliteit’ (
de rechtbank begrijpt: als katvanger voor financieel gerelateerde delicten). Op naam van [naam 38] zijn in de periode 2014 tot en met 2020 verschillende criminele activiteiten geregistreerd in relatie tot onder andere witwassen, oplichting, fiscale fraude en faillissementsfraude (MARKER ZD03, p. 00539; MARKER ZD03, p. 00537-00538). In de iPhone X (IBN-code [IBN-code 32] ), die in gebruik was bij [medeverdachte 6] , is een foto van een ID-kaart op naam van [naam 38] aangetroffen. Ook is in de telefoon een groot aantal afbeeldingen aangetroffen van bankoverschrijvingen met betrekking tot, en mutatieoverzichten van, verschillende rekeningen op naam van [bedrijf 25] BV, dan wel [bedrijf 25] SRL, dan wel [bedrijf 25] (MARKER ZD03, p. 00376-00397, p. 00399-00440). Het bij TransferWise opgegeven e-mailadres van [naam 38] is ‘ [e-mailadres 9] ’. Dit account is tevens aangetroffen op de iPhone X die in gebruik was bij [medeverdachte 6] (MARKER ZD03, p. 00460).
Een deel van het geld dat is overgemaakt vanaf de rekeningen van [bedrijf 25] en dat is gebruikt voor de aankoop van de woning, is afkomstig van rekeningen op naam [naam 39] en [bedrijf 26] (voor een totaalbedrag van € 55.799,00). Deze overboekingenzijn voorafgegaan aan goudverkopen. Die goudverkopen zijn onder andere gedaan door [medeverdachte 3] en [naam 40] op 2 en 4 maart 2020 (MARKER ZD01, p. 00655; PARRA FINANCIEEL, p. 00504; MARKER ZD03, p. 00454). De bewijzen van die goudverkopen zijn aangetroffen op de telefoon ‘iPhone van [verdachte] ’ (beslagcode [IBN-code 33] ) (in gebruik bij [verdachte] ) (MARKER ZD01, p. 00655; PARRA FINANCIEEL, p. 00601-00602, p. 00635, p. 00639; MARKER DIGI, p. 00290, p. 00337, p. 00364,
p. 00366-00367).
In de ‘iPhone van [verdachte] ’ is verder een afbeelding van een Wickr-gesprek aangetroffen tussen de accounts [accountnaam 13] ( [verdachte] ) en [accountnaam 36] ( [medeverdachte 6] , MARKER DIGI, p. 01722-01724). De afbeelding is aangemaakt op 1 maart 2020. In het gesprek wordt het volgende gezegd:
[accountnaam 13] : bank gegevens bro
worden wel betalingen van rond de 5000
van 3-4 verschillende rekeningen wel schone
dus 10 betalingen ongeveer
[accountnaam 36] : Oke
[bedrijf 25]
[rekeningnummer 15]
DEKTDE7GXXX
Ook is in deze telefoon een afbeelding van een Wickr-gesprek aangetroffen, aangemaakt op 2 maart 2020, tussen de accounts ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 37] ’ ( [naam 40] , MARKER DIGI, p. 01936-01941) waarin ‘ [accountnaam 13] ’ zegt: “300 gram [accountnaam 37] ” (MARKER ZD01, p. 00655-00657).
De rechtbank overweegt dat uit de voorgaande feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat [medeverdachte 6] feitelijk de beschikkingsmacht had over (de rekeningen van en in gebruik bij) [bedrijf 25] . In de iPhone X van [medeverdachte 6] stonden verschillende afbeeldingen van bankafschrijvingen in relatie tot [bedrijf 25] . Ook stonden het account van het bij TransferWise bekende e-mailadres van [bedrijf 25] en een afbeelding van de identiteitskaart van [naam 38] in zijn telefoon. Uit het voorgaande volgt dat [naam 38] feitelijk een katvanger is. Van een daadwerkelijke lening van [bedrijf 25] aan [medeverdachte 6] ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 22] te [plaats 3] is geen sprake geweest. Er hebben slechts enkele rentebetalingen en aflossingen plaatsgevonden, die bovendien niet overeenkwamen met wat was overeengekomen in de leningsovereenkomst. Ook stoppen de betalingen al na enkele maanden, en wel op het moment dat [verdachte] is aangehouden. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een zogenaamde ‘loan-back-constructie’. Dat houdt in dat de uitlener het geld aan zichzelf uitleent om een schijnbare legale herkomst te creëren.
De rechtbank stelt verder vast dat [verdachte] betrokken was bij het overmaken van in ieder geval een deel van het geld dat gebruikt is voor de aankoop van de woning. Uit afbeeldingen van documenten en Wickr-gesprekken op zijn telefoon volgt zijn betrokkenheid bij de goudverkopen waarvan de opbrengst uiteindelijk via rekeningen bij TransferWise in relatie tot [bedrijf 25] worden overgemaakt naar de rekening van [medeverdachte 6] en vervolgens de notaris. Desondanks komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring voor het witwassen van ‘
de koopwoning ( [adres 22] te [plaats 3] )’ en zal [verdachte] daarvan vrijspreken. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat [verdachte] heeft verborgen en verhuld wie de daadwerkelijke eigenaar is van de woning. De rechtbank begrijpt de officier van justitie zo dat hij heeft bedoeld te zeggen dat [verdachte] als de daadwerkelijke eigenaar van de woning moet worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het procesdossier daarvoor echter onvoldoende bewijs. Dat [verdachte] betrokken was bij het omzetten van een deel van de geldstroom gebruikt voor de aankoop van de woning is daarvoor onvoldoende. Uit het procesdossier volgt ook niet dat [verdachte] wist dat de opbrengst uit de goudverkopen bestemd was voor de aankoop van de woning. Ook voor de betrokkenheid van [verdachte] bij de aankoop (het verwerven) van de woning zelf, het voorhanden hebben of het gebruiken van de woning bevat het procesdossier onvoldoende bewijs.
8.3.3
De criminele herkomst
De rechtbank zal hierna per voorwerp bespreken of kan worden vastgesteld of het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf en of [verdachte] daarvan op de hoogte was.
8.3.3.1
Het Rolex horloge met kenmerk s/n 6821TOK1
Zoals vastgesteld in paragraaf 6.3.7 is het Rolex horloge met kenmerk s/n 6821TOK1 rechtstreeks afkomstig van de oplichting van het bedrijf [bedrijf 6] en dus afkomstig uit enig misdrijf. Nu de rechtbank van oordeel is dat [verdachte] als medepleger betrokken was bij die oplichting en het horloge bij hem thuis is aangetroffen, kan het niet anders dan dat hij wist dat het horloge gefinancierd is met de opbrengst van de oplichting van het bedrijf.
8.3.3.2
De overige voorwerpen
Ten aanzien van de overige voorwerpen op de tenlastelegging, voor zover de rechtbank niet hiervoor al tot vrijspraak heeft geconcludeerd, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat deze rechtstreeks afkomstig zijn uit een bepaald (nader te duiden) misdrijf.
8.3.3.2.1 Juridisch kader
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is voor een bewezenverklaring van het onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ in de op artikel 420bis Sr en verder toegesneden tenlastelegging, gelet op doel en strekking van deze wetsbepaling en mede in het licht van de wetsgeschiedenis, niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent dus dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.
Als de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo’n verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo’n verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs.
8.3.3.2.2 Gerechtvaardigd vermoeden van criminele herkomst
Criminele antecedenten van [verdachte]
heeft zich in maart 2017 onttrokken aan zijn detentie naar aanleiding van een verdenking van carrouselfraude en hield zich aanvankelijk in Duitsland en vanaf medio 2018 in België verborgen voor de Nederlandse autoriteiten. In België leefde hij onder de valse naam [verdachte] . [299] In augustus 2021 is [verdachte] door de rechtbank Overijsel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk voor belastingfraude en valsheid in geschrift, beide meermalen gepleegd, en deelname aan een criminele organisatie. Dit vonnis is nog niet onherroepelijk. [300]
Zoals uit dit vonnis blijkt is [verdachte] sinds maart 2019 als (mede)pleger betrokken geweest bij meerdere grootschalige bedrijfsoplichtingen en de het op grote schaal voorhanden hebben, namaken en verkopen van valse bankbiljetten.
De financiële positie van [verdachte] en [medeverdachte 5]
Volgens de gegevens van de Belastingdienst had [verdachte] sinds 2017 geen inkomsten en had hij geen bezittingen (waaronder onroerend goed) op naam staan. [301] [verdachte] heeft bij de politie in België verklaard dat hij geen maandelijks inkomen heeft. Hij doet dit (de rechtbank begrijpt: het namaken van bankbiljetten) omdat hij al drie jaar op de vlucht is, anders geen geld heeft en “toch moet leven”. Hij kreeg soms klusjes aangeboden om geld te verdienen. Dat waren geen legale klusjes. [302] Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij geld verdiende met tennis, maar niet voldoende om van rond te komen. Hij heeft nu een bedrag van ongeveer 5 miljoen euro aan schulden, waarvan 4,1 miljoen euro aan de Belastingdienst. [303]
[medeverdachte 5] stond van 17 oktober 2012 tot 5 februari 2018 onder bewind. [304] Tot 25 juli 2018 ontving [medeverdachte 5] een uitkering volgens de Participatiewet. Die uitkering is per die datum beëindigd, omdat [medeverdachte 5] niet aan haar inlichtingenverplichting voldeed. [305] Tot maart 2018 ontving [medeverdachte 5] wekelijks een bedrag van de Stichting Kredietbank Nederland met als omschrijving ‘huishoudgeld’. Dit bedrag werd steeds contant opgenomen. Vanaf maart 2018 ontvangt [medeverdachte 5] inkomsten uit haar bijstands- en WW-uitkering en daarnaast kindgebonden budget, kinderbijslag en zorg- en huurtoeslag op haar bankrekening. Vanaf dat moment worden de vaste lasten voor de woning aan de [adres 20] te [plaats 9] ook afgeschreven van de rekening. [medeverdachte 5] had volgens de gegevens van de Belastingdienst in 2018 en haar Aangifte inkomstenbelasting over 2018 geen andere inkomsten of bezittingen (waaronder contant geld voor een bedrag van meer dan € 527,00). Wel wordt in februari 2018 nog een bedrag van € 12.721,08 bijgeschreven op haar rekening in verband met de beëindiging van haar onderbewindstelling. Dit bedrag is vervolgens grotendeels overgeschreven naar de rekening van haar zoon. Het totale inkomen van [medeverdachte 5] over 2018 was volgens haar Aangifte inkomstenbelasting € 9.117,00.
Van oktober 2018 tot en met december 2019 ontving [medeverdachte 5] maandelijks een bedrag van ongeveer € 1.600,00 (in totaal € 24.010,00) op haar bankrekening, dat werd overgemaakt vanaf de rekening ten name van [naam 41] .Ben met als omschrijving ‘Salaire’. Deze inkomsten zijn door [medeverdachte 5] niet opgegeven bij de Belastingdienst. [306] Volgens de politie betreft dit een vals dienstverband. Het betreft volgens de arbeidsovereenkomst een dienstverband voor de duur van 38 uur per week als schoonmaakster bij een supermarkt in [plaats 15] in België. De afstand tussen [plaats 1] en [plaats 15] is ruim 100 kilometer. Verder zitten er in het dossier verschillende afbeeldingen van Wickr-gesprekken waaruit kan worden afgeleid dat geen sprake is van een werkelijk dienstverband. [307] Op basis van de resultaten van het onderzoek van de politie, zoals hiervoor weergegeven, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het hier inderdaad om een fictief dienstverband gaat. Daarbij betrekt de rechtbank dat de oudste dochter van [verdachte] en [medeverdachte 5] , [naam 2] , op 29 oktober 2018 is geboren [308] en de rechtbank het niet waarschijnlijk acht dat [medeverdachte 5] vanaf 1 september 2018, hoogzwanger, op een uur rijden van haar woning, fulltime schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht.
De specifieke feiten en omstandigheden met betrekking tot de voorwerpen
Ten aanzien van de contante geldbedragen in euro’s en buitenlandse valuta die zijn aangetroffen in de woning van [verdachte] , in de huurwoning van [medeverdachte 5] in [plaats 9] en de woning van [getuige 2] in [plaats 10] en het geldbedrag dat is afgegeven aan de politie door [getuige 4] valt op dat het telkens om grote contante geldbedragen gaat, die in woningen waren opgeslagen. Het opslaan van dergelijke geldbedragen in een woning is niet gebruikelijk en brengt het risico op diefstal mee. Wat betreft het geldbedrag dat is afgegeven door [getuige 4] valt op dat het bestond uit coupures van € 500,00, zijnde coupures die lastig te gebruiken zijn in het dagelijkse betalingsverkeer en veel worden aangetroffen in het criminele circuit. Het opslaan van een geldbedrag in grote coupures neemt immers relatief weinig ruimte in beslag. Wat betreft de geldbedragen die waren opgeslagen bij [getuige 2] en [getuige 4] kan uit hun verklaringen verder worden afgeleid, dat daarvoor geprepareerde opslagplaatsen werden gebruikt, namelijk een lampje ( [getuige 2] ) en DVD-spelers ( [getuige 4] ). Ook het in een woning bewaren van vermogen in goud (in de huurwoning van [medeverdachte 5] en bij [getuige 2] en [getuige 4] ) is niet gebruikelijk en brengt het risico van diefstal mee.
Voor de contante geldbedragen, het goud en de horloges geldt verder dat voor deze voorwerpen een administratief spoor ontbreekt. Het herleiden van deze goederen naar een specifieke herkomst of naar een rechthebbende is niet zonder meer mogelijk. De virtuele valuta leiden niet naar een rechthebbende zolang de wallet niet gekoppeld is aan een op naam gestelde persoon.
Van de Audi A6 valt op dat [verdachte] dit voertuig niet zelf op naam had staan, terwijl hij wel kan worden aangemerkt als de feitelijke rechthebbende. De aankoop van de auto is geregeld via [medeverdachte 6] en een katvanger.
Gelet op deze feiten en omstandigheden, de criminele antecedenten van [verdachte] en de financiële situatie van [verdachte] en [medeverdachte 5] , is de rechtbank van oordeel dat er ten aanzien van de contante geldbedragen in euro’s en andere valuta, het goud, de virtuele valuta, de Rolex horloges met de kenmerken s/n 1R358832 en s/n 1470C273 en de Audi A6 een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat deze voorwerpen afkomstig zijn uit misdrijf.
Dat betekent dat van [verdachte] kan worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de voorwerpen niet van misdrijf afkomstig zijn.
8.3.3.2.3 De verklaring van [verdachte] en zijn wetenschap
[verdachte] heeft bij de Belgische politie een beperkte verklaring afgelegd over zijn inkomen (zie paragraaf 2.3.3.2.2). Toen hij later door de Nederlandse politie werd bevraagd over zijn financiële positie en de voorwerpen op de tenlastelegging heeft hij zich telkens beroepen op zijn zwijgrecht.
Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij vroeger geld heeft verdiend, onder andere met het bedrijf dat betrokken is in de FIOD-zaak (de rechtbank begrijpt: de zaak (het onderzoek Berg) waarvoor [verdachte] in 2021 is veroordeeld door de rechtbank Overijssel) en dat hij dus nog iets had. Dat was legaal geld. De FIOD-zaak zag op een klein gedeelte van de omzet van dat bedrijf. Niet alles is toen in beslag genomen. Toen hij in 2018 in [plaats 1] ging wonen had hij crypto. Die had hij ook al toen hij in 2017 werd geschorst (uit de voorlopige hechtenis). Die crypto zijn anoniem en niet traceerbaar. Hij heeft in 2017 een relatief klein bedrag, een aantal duizenden euro’s, geïnvesteerd in crypto, waarvan de waarde is gestegen. Dat geld had hij verdiend met zijn eigen bedrijf, één van de bedrijven die betrokken waren in de FIOD-zaak. [verdachte] kan niet aangeven hoe of waar hij de bitcoin heeft gekocht. De Rolex die in 2019 is aangekocht bewaarde hij voor [naam 5] . [naam 5] liet meer spullen bij hem liggen en maakte gebruik van een deel van zijn woning. Hij heeft [naam 5] via via leren kennen in de periode dat hij voortvluchtig was en nog niet woonachtig in België. Hij weet niet waar hij hem heeft leren kennen en weet ook niet wat de achternaam van [naam 5] is. Hij communiceerde met [naam 5] via Wickr. Hij weet niet meer welke accountnamen [naam 5] gebruikte.
[verdachte] heeft ter terechtzitting geen verklaring willen afleggen over de herkomst van de geldbedragen die in zijn woning zijn aangetroffen. Hetzelfde geldt voor de herkomst van de geldbedragen en het goud die/dat waren/was opgeslagen in de woningen van Vince en [getuige 2] en de woning van [medeverdachte 5] in [plaats 9] . Over hoe de Audi A6 is betaald wilde [verdachte] ook niets zeggen. Vragen van de rechtbank “parkeerde” hij om er “misschien” later op terug te komen. [verdachte] gaf daarbij aan dat hij onvoldoende voorbereid was. Op een later moment tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn zaak, die meerdere dagen in beslag heeft genomen, heeft [verdachte] de vragen niet alsnog beantwoord en is hij ook anderszins niet terugkomen op wat eerder was besproken.
De rechtbank constateert dat [verdachte] slechts in algemene zin en pas ter terechtzitting een beperkte verklaring heeft afgelegd over zijn financiële positie. Ten aanzien van zijn verklaring over de crypto/bitcoin die hij al voor zijn vlucht in 2017 heeft aangekocht merkt de rechtbank op dat deze verklaring niet verifieerbaar is, omdat [verdachte] geen details heeft gegeven over hoe en waar hij die crypto/bitcoin heeft aangekocht. Bovendien zegt de wijze van aankoop nog niets over de herkomst van de gelden waar die crypto/bitcoin dan mee zouden zijn aangekocht. De verklaring van [verdachte] dat hij nog over (legaal) geld beschikte afkomstig van de inkomsten van zijn bedrijf dat betrokken was bij de FIOD-zaak is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de hoge belastingschuld die [verdachte] nu heeft, volstrekt ongeloofwaardig. Bovendien is ook die verklaring niet verifieerbaar.
Over de herkomst van de voorwerpen genoemd op de tenlastelegging heeft [verdachte] in het geheel geen verklaring willen afleggen. Voor zover hij heeft bedoeld te zeggen dat hij een deel van die voorwerpen heeft ontvangen van [naam 5] , volstaat de rechtbank met een verwijzing naar wat zij over de beweerdelijke betrokkenheid van die persoon in paragraaf 4.3.2 heeft overwogen. Aan de verklaring van [verdachte] over deze persoon zal de rechtbank ook in dit verband, nu deze volstrekt ongeloofwaardig is, voorbij gaan.
De verdediging heeft gesteld dat van [verdachte] door het tijdsverloop geen verklaring mag worden verlangd. Die stelling gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op. Van [verdachte] mag gelet op het genoemde beoordelingskader altijd nog een verklaring worden verlangd. Voor zover de verdediging heeft bedoeld te zeggen dat het tijdsverloop het voor [verdachte] moeilijk(er) maakt om te verklaren en zijn verklaring te onderbouwen, merkt de rechtbank op dat het de keuze van [verdachte] is geweest om niet eerder een verklaring af te leggen. Dat dit het (uiterlijk ter terechtzitting) alsnog afleggen van een verklaring en het met stukken onderbouwen daarvan bemoeilijkt, mag zo zijn, maar komt voor rekening en risico van [verdachte] . In dit verband heeft de verdediging verder nog gesteld dat de FIOD stukken heeft zoekgemaakt en dat [verdachte] als gevolg daarvan niet kan onderbouwen dat hij legale inkomsten had. Nog afgezien van de omstandigheid dat niet valt in te zien dat [verdachte] niet op andere wijze (een begin van) bewijs had kunnen leveren dat hij legale inkomsten had, constateert de rechtbank dat de verdediging op geen wijze enkele concreet heeft gemaakt dat relevante stukken door toedoen van de FIOD zijn zoekgeraakt. Reeds om die reden hecht de rechtbank aan die (ongefundeerde) stelling van de verdediging geen belang.
Voorgaande betekent dat [verdachte] geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van de voorwerpen genoemd op de tenlastelegging. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat de geldbedragen, het goud en de Rolex-horloges die zijn aangetroffen in de woning van [verdachte] , de huurwoning van [medeverdachte 5] en de woning van [getuige 2] , alsook het geldbedrag en het goud dat bij de politie is afgegeven door [getuige 4] afkomstig zijn van enig misdrijf en dat [verdachte] dat wist. Datzelfde geldt voor de virtuele valuta waarvan de seeds zijn aangetroffen in de kluis van de woning van [verdachte] en voor de Audi A6.
8.3.4
Conclusie witwassen en medeplegen
8.3.4.1
De voorwerpen die zijn aangetroffen in de woning van [verdachte]
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] (de aanwijzingen naar) de voorwerpen die in zijn woning zijn aangetroffen, te weten:
 een geldbedrag van € 40.605,00;
 een geldbedrag in buitenlandse valuta van omgerekend € 1.345,89;
 de virtuele valuta voor een totale waarde van € 41.037,01;
 de Rolex horloges met de kenmerken s/n 1R358832 en s/n 1470C273;
heeft witgewassen door deze voorwerpen op 30 juli 2020, en wat betreft de horloges al vanaf 1 januari 2018, voorhanden te hebben. Dat [verdachte] deze voorwerpen ook in de ten laste gelegde periode heeft verworven kan naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden.
Voor het horloge met kenmerk s/n 6821TOK1 geldt dat het witwassen door [verdachte] bewezen kan worden, nu hij dit horloge in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] op 28 juni 2019 heeft verworven en vanaf dat moment ook voorhanden heeft gehad. Door het geld afkomstig van [bedrijf 6] om te zetten in het horloge hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] bovendien in nauwe en bewuste samenwerking de herkomst van het horloge verborgen en verhuld. Dat [verdachte] het horloge met kenmerk s/n 6821TOK1 heeft omgezet kan naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden. Dat het geldbedrag afkomstig van [bedrijf 6] is omgezet in het horloge, maakt nog niet dat ook het horloge zelf is omgezet.
Voor geen van de horloges kan naar het oordeel van de rechtbank worden bewezen dat zij door [verdachte] zijn gebruikt.
De rechtbank acht ten aanzien van de voorwerpen die zijn aangetroffen in de woning van [verdachte] verder bewezen dat [verdachte] deze voorwerpen voorhanden heeft gehad in nauwe en bewuste samenwerking met zijn partner en medebewoonster [medeverdachte 5] . Er bestond een financiële verwevenheid tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] , ze hadden samen twee kinderen en voerden een gemeenschappelijke huishouding. [medeverdachte 5] had vanaf augustus 2018 geen eigen inkomsten. In de ten laste gelegde periode waren er nagenoeg geen betalingen via de bankrekeningen van [medeverdachte 5] die zien op huishoudelijke kosten. De contante opnames van de bankrekeningen van [medeverdachte 5] vormen geen verklaring voor de contante uitgaven zoals die naar voren komen uit de kasopstelling die is opgesteld voor [verdachte] en [medeverdachte 5] . [309] De rechtbank leidt hieruit af dat [verdachte] en [medeverdachte 5] leefden van het geld dat in contanten beschikbaar was en het geld dat beschikbaar was via anonieme giftcards en op bankrekeningen op naam van aliassen van [verdachte] of katvangers, waarvan er meerdere in hun woning zijn aangetroffen [310] . Naar het oordeel van de rechtbank kunnen [verdachte] en [medeverdachte 5] onder deze omstandigheden samen verantwoordelijk worden gehouden voor al de geldbedragen en de Rolex horloges die in hun woning zijn aangetroffen en kan worden aangenomen dat beiden beschikkingsmacht hadden over deze voorwerpen. Nu [verdachte] en [medeverdachte 5] pas vanaf ongeveer 1 juli 2018 woonachtig waren in de woning, acht de rechtbank het medeplegen van het voorhanden hebben van de Rolex horloges met de kenmerken s/n 1R358832 en s/n 1470C273 vanaf die datum bewezen.
Dit is enkel anders voor de voorwerpen die zijn aangetroffen in de (grote) kluis die is aangetroffen in de slaapkamer van de woning. Ten aanzien daarvan acht de rechtbank het medeplegen met [medeverdachte 5] niet bewezen. In deze kluis zijn, naast het geldbedrag in euro’s en de ‘seeds’ die toegang geven tot de virtuele valuta, bankkaarten aangetroffen op naam van [naam 4] , een alias van [verdachte] en valse identiteitsbewijzen [311] . Zoals uit dit vonnis blijkt maakte [verdachte] voor zijn criminele activiteiten gebruik van valse identiteiten en bankrekeningen op naam van katvangers en op naam van aliassen. Uit het dossier blijkt niet dat in de kluis voorwerpen lagen die in relatie staan tot [medeverdachte 5] . Gelet op de ‘criminele’ inhoud van de kluis, en omdat het procesdossier geen concrete aanwijzingen bevat dat [medeverdachte 5] toegang had tot deze kluis, kan naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen worden dat [medeverdachte 5] beschikkingsmacht had over de voorwerpen in de kluis. Datzelfde geldt voor de virtuele valuta waarvan de ‘seeds’ zijn aangetroffen in de (grote) kluis en op de iPhone 11 Pro van [verdachte] .
Dat betekent dat de rechtbank het medeplegen slechts bewezen acht voor zover dat ziet op:
 het op 30 juli 2020 voorhanden hebben van een geldbedrag in euro’s van € 19.588,37 (€ 41.138,37 - € 21.550,00) (samen met [medeverdachte 5] );
 het op 30 juli 2020 voorhanden hebben van een geldbedrag in buitenlandse valuta van omgerekend € 1.345,89 (samen met [medeverdachte 5] );
 het van 1 juli 2018 tot en met 30 juli 2020 voorhanden hebben van de twee Rolex horloges met de kenmerken s/n 1R358832 en s/n 1470C273;
 het verwerven op 28 juni 2019 van het horloge met het kenmerk s/n 6821TOK1 en het vanaf die datum verbergen en verhullen van de herkomst daarvan (samen met [medeverdachte 1] ), en het voorhanden hebben van dit horloge vanaf dezelfde datum (samen met [medeverdachte 5] ).
8.3.4.2
Contant geld (in euro’s en buitenlandse valuta) en goud dat is aangetroffen in de woning in [plaats 9]
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] , in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 5] , het geldbedrag van € 92.500,00, het geldbedrag ter waarde van € 2,937,37 in buitenlandse valuta en het goud ter waarde van € 22.500,00 dat is aangetroffen in de huurwoning van [medeverdachte 5] heeft witgewassen door deze voorwerpen op 30 juli 2020 voorhanden te hebben. Door deze voorwerpen te verbergen op een andere plaats dan waar [verdachte] en [medeverdachte 5] daadwerkelijk verbleven, hebben zij op 30 juli 2020 bovendien in nauwe en bewuste samenwerking verborgen en verhuld wie de voorwerpen daadwerkelijk voorhanden had. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet bewezen worden dat [verdachte] de herkomst van en de rechthebbende op de voorwerpen heeft verborgen en verhuld. Het enkel in contanten of goudbaren bewaren van de voorwerpen is daarvoor onvoldoende. Verder kan niet bewezen worden dat [verdachte] de voorwerpen in de ten laste gelegde periode heeft verworven.
8.3.4.3
Contant geld en goud dat in bewaring is gegeven aan [getuige 2] en [getuige 4]
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 5] en [getuige 4] het goud ter waarde van € 9.600,00 en het geldbedrag van in totaal € 85.000,00, dat door [getuige 4] is afgegeven aan de politie, heeft witgewassen door deze voorwerpen voorhanden te hebben. Dit vond plaats vanaf ten minste het begin van de ten laste gelegde periode op 1 januari 2018. [getuige 4] bewaarde het geld voor [verdachte] . [medeverdachte 5] heeft in ieder geval een deel van het geld en het goud naar [getuige 4] gebracht en (in opdracht van [verdachte] ) aan hem overgedragen toen deze nog in [plaats 10] bij zijn ouders woonde en was dus op de hoogte van de aanwezigheid van deze voorwerpen bij [getuige 4] . Dat [medeverdachte 5] het geld en het goud naar [getuige 4] heeft gebracht blijkt uit de verklaring van [getuige 4] van 5 februari 2021. De rechtbank houdt hem aan deze verklaring. Hij noemt daarin onomwonden [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) als zijnde degene van wie hij het geld en het goud heeft ontvangen, terwijl hij ook overigens gedetailleerd heeft verklaard, wat bijdraagt aan de conclusie dat hij naar waarheid heeft verklaard. Dat hij bij de rechter-commissaris zegt niet meer te weten of het [medeverdachte 5] is geweest die het geld bij hem heeft gebracht is mogelijk te wijten aan het tijdsverloop dan wel alsnog terughoudendheid om over [medeverdachte 5] te verklaren. Nu er ook geld is opgehaald door een persoon aangeduid als Skyline 007, naar de rechtbank aanneemt in opdracht van [verdachte] , is tevens sprake van het in de ten laste gelegde periode in nauwe en bewuste samenwerking met een ander overdragen van de voorwerpen.
De rechtbank acht voorts bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 5] en [getuige 2] het goud ter waarde van € 88.045,00 en geldbedrag van in totaal € 58.000,00 dat bij [getuige 2] is aangetroffen, ten minste vanaf het begin van de ten laste gelegde periode op 1 januari 2018 heeft witgewassen door deze voorwerpen voorhanden te hebben. [getuige 2] heeft verklaard dat hij het geld bewaarde voor [verdachte] . Op grond van de verklaring van [getuige 4] , zoals aangehaald in paragraaf 2.3.2.3, stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 5] (in opdracht van [verdachte] ) het geld en het goud aan ‘hen’ ( [getuige 2] en [getuige 4] ) heeft overgedragen toen zij beiden nog bij hun ouders in [plaats 10] woonden. Zoals verklaard door [getuige 2] brachten of haalden ook door anderen ‘iets’ in opdracht van [verdachte] , waardoor ten aanzien van het overdragen ook sprake is van nauwe en bewuste samenwerking met anderen in te de laste gelegde periode. Waar het gaat om de periode heeft [getuige 2] bovendien op 2 februari 2021 verklaard dat hij het geld en het goud ongeveer 2 à 3 jaar in zijn bezit heeft gehad.
Gelet op de (financiële) verwevenheid tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat [medeverdachte 5] in de periode dat het geld en het goud bij Vince en [getuige 2] lag daarover ook beschikkingsmacht had. Door de voorwerpen op te slaan bij Vince en [getuige 2] hebben [verdachte] en [medeverdachte 5] , in nauwe en bewuste samenwerking met Vince en [getuige 2] , verborgen en verhuld wie de voorwerpen voorhanden had en verborgen en verhuld wie de rechthebbende op de voorwerpen was. De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] de voorwerpen in de ten laste gelegde periode heeft verworven en dat hij heeft verborgen en verhuld wat de herkomst van de voorwerpen was.
8.3.4.4
Audi A6 met kenteken [kenteken 4]
De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] de Audi A6 met kenteken [kenteken 4] in de periode van 11 december 2018 (dat is de datum van de bon bandenwissel firma [bedrijf 23] ) tot en met het einde van de ten laste gelegde periode heeft witgewassen door deze auto in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 5] voorhanden te hebben en te gebruiken. De auto stond in de ten laste gelegde periode op naam van [naam 34] (van 9 januari 2019 tot en met 10 juni 2020) en [naam 35] (van 10 juni 2020 tot het einde van de ten laste gelegde periode), die dienden als katvangers. Daarmee heeft [verdachte] in de genoemde periode ook in nauwe en bewuste samenwerking met hen de auto witgewassen door deze voorhanden te hebben. In de telefoon van [medeverdachte 6] zijn notities aangetroffen, alsook afbeeldingen van identiteitsdocumenten op naam van [naam 34] en andere hiervóór genoemde stukken. Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank bovendien worden bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 6] in nauwe en bewuste samenwerking met elkaar en met de katvangers (in de periode van 9 januari 2019 tot en met 10 juni 2020 met [naam 34] , en in de periode van 10 juni 2020 tot 30 juli 2020 met [naam 35] ), hebben verborgen en verhuld dat [verdachte] de auto voorhanden had en dat hij de feitelijk rechthebbende op de auto was.
8.3.5
Gewoontewitwassen
Nu [verdachte] de bewezenverklaarde voorwerpen heeft witgewassen over een periode van tweeëneenhalf jaar en het om meerdere voorwerpen gaat, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van de voorwerpen.

9.Het verzoek tot het horen van getuige [getuige 1]

9.1
De standpunten
De verdediging heeft verzocht [getuige 1] (opnieuw) als getuige te horen. Het horen van deze getuige is eerder op grond van het verdedigingsbelang toegewezen in de zaak van [verdachte] . De getuige is ter terechtzitting gehoord, maar wilde op de meeste vragen geen antwoord geven. Wel gaf de getuige aan mogelijk wel antwoord te geven op vragen als hij zou worden bijgestaan door een advocaat. Het is in het belang van de waarheidsvinding de getuige effectief te kunnen ondervragen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. [getuige 1] is een aantal keren opgeroepen. Hij is zowel bij de rechter-commissaris als ter terechtzitting zonder advocaat verschenen en heeft een verklaring afgelegd. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij [medeverdachte 5] en [verdachte] niet kent. Voor het overige heeft hij zich op het verschoningsrecht beroepen. Dat recht heeft hij. Het openbaar ministerie heeft nog geen definitieve beslissing genomen over zijn vervolging. Het is gelet op die omstandigheden maar de vraag of [getuige 1] anders zou verklaren in het bijzijn van een advocaat. Daarnaast heeft verdediging haar verzoek onvoldoende onderbouwd.
9.2
De beoordeling van de rechtbank
Zoals ook al ter terechtzitting aangegeven is de rechtbank van oordeel dat de verdediging geen effectieve mogelijkheid gehad om haar recht tot het ondervragenvan de getuige [getuige 1] uit te oefenen, doordat de getuige ter terechtzitting een beroep heeft gedaan op zijn verschoningsrecht.
In haar aanvankelijke verzoek d.d. 4 oktober 2024 tot het horen van de getuige, aangevuld ter terechtzitting van 24 februari 2025, heeft de verdediging haar verzoek onderbouwd door te stellen dat [getuige 1] een katvanger zou zijn en vanwege het feit dat in de woning van [verdachte] bankpasjes op naam van [getuige 1] / [bedrijf 26] zijn aangetroffen.
De rechtbank overweegt dat [getuige 1] in het onderhavige vonnis indirect naar voren komt bij de bespreking van het ten laste gelegde witwassen van de woning aan de [adres 22] te [plaats 3] . Via de bankrekening van [bedrijf 26] wordt geld overgemaakt in verband met de verkopen van goud. De opbrengst van deze verkopen is via de rekeningen op naam van [bedrijf 25] vervolgens gebruikt voor de aankoop van de woning. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank [verdachte] zal vrijspreken voor het witwassen van deze woning. Voor het overige komen [getuige 1] , dan wel de vennootschap [bedrijf 26] niet naar voren in relatie tot de ten laste gelegde/bewezen verklaarde feiten. Dat betekent dat [verdachte] geen redelijk belang heeft bij het (opnieuw) horen van [getuige 1] als getuige. Door de afwijzing van het verzoek is ook geen sprake van strijd met artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank wijst het verzoek tot het horen van getuige [getuige 1] af.

10.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 2] en/of te [plaats 3]
en/of elders in Nederlanden/of te [plaats 1] ,
althansin België, samen met
een ander ofanderen en/of alleen, opzettelijk
(een
) (grote
)hoeveelhe
(i
)d
(en
)bankbiljetten van
500 euro en/of 200 euro en/of100 euro en
/of50 euro en
/of20 euro en
/of10 euro en
/ofbankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en
/of50 (Amerikaanse) dollar, heeft nagemaakt
/ vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
2.
hij in
of omstreeksde periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 2] en/of te [plaats 3] en/of elders in Nederland en/of te [plaats 1] ,
althansin België samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk
(een
) (grote
)hoeveelhe
(i
)d
(en)bankbiljetten van 500 euro
en/of 200 euroen/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, die verdachte en
/ofzijn mededaders zelf hebben nagemaakt
/ vervalstof waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en
/ofzijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven, zich heeft verschaft en
/ofin voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd;
3.
hij op
of omstreeks30 juli 2020 te [plaats 1] (in een woning aan de [adres 2] ),
althansin België,
samen met een ander of anderen en/of alleen,opzettelijk (onder meer)
een of meersnijmachine
(s
)en
/ofeen (grote) hoeveelheid (valse) hologrammen en
/ofeen hoeveelheid (ongesneden) eurobiljetten en
/ofdollarbiljetten en
/of een of meerprinter
(s
)en/
of (een)raammachine
(s
)en
/of (een)scanappara
(a)t
(en
)en
/of (een)gelddetector
(en
)en
/ofeen hoeveelheid inkt en
/ofinkttoners en
/ofUV (printer)inkt en
/of(spuit)verf en
/ofeen hoeveelheid cartridges en
/ofstempelkussens en
/of (een)perforator
(en
)en
/of (een)drukpla
(a)t
(en
)en
/ofeen drukpers en
/of (een)vals geld detector pen
(nen
)en
/ofeen UV-lamp en
/ofUV-pen en
/of (een)(zogenaamde) Scan
NCutpla
(a)t
(en
)en
/ofeen hoeveelheid (speciaal) printpapier,
heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/ofvoorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd
was /waren tot het namaken
/ vervalsenvan bankbiljetten;
4.
hij in de periode van september 2019 tot en met
november2019 te [plaats 2] en
/of te[plaats 5] en
/of te Arnhem en/of te[plaats 1] (B),
althans in Nederland en/of België en/of Oostenrijk,tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een)ander
(en
)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 1] ,
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van € 56.175,-,
althans enig geldbedrag,immers
heeft/hebben hij verdachte en zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten “ [bedrijf 11] ”, opgestart
en/of op laten startenen
/of
- een website
(www. [bedrijf 11] .com
)gebouwd
en/of laten bouwen van het bedrijf en
/ofbedrijfsgegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf 11] te [plaats 4]
(waaronder
)een uittreksel van de Kamer van Koophandel en
/ofeen brief van de Belastingdienst met BTW-nummer en
/ofkopieën van
(valse/vervalste
)identiteitsbewijzen van de directeuren en
/offormulieren met de bedrijfsnaam [bedrijf 11] en de bedrijfsgegevens van [bedrijf 11] , die de indruk moesten wekken dat [bedrijf 11] een bestaand
/legaalbedrijf betrof, aan [bedrijf 1] toegestuurd en
/of
-
(voorts
)daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(een
) vals(e)/vervalst
(e)formulier
enmet daarin o.a. vermeld het
kantooradres en/of leveradres [adres 10] te [plaats 5] en
/of
-
telefonisch en/ofvia email en
/ofvia Skype contact opgenomen
en/of laten opnemenen
/ofgehad
en/of laten hebbenmet [bedrijf 1] over een order
/bestellingvan 350 smartwatches van het merk Samsung
(R810
)bij [bedrijf 11] en zich hierbij voor te doen
en/of laten voordoenals bonafide vertegenwoordiger
/medewerker (onder de naam [naam 14]
)van het bedrijf [bedrijf 11] en
/of (vervolgens
)
- een factuur met foto' s van dichtgeplakte dozen met streepjescodes en beschrijving van de apparatuur aan [bedrijf 1] gestuurd
/laten sturen, waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 1] , in de veronderstelling met een betrouwbare koper in zee te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
5.
hij in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 te [plaats 2] en
/of te[plaats 6] en
/of te Kerkrade, althans en/of eldersin Nederland en/of te [plaats 1] (B)
althans in België, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 2]
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-),
althans enig goeden
/of[bedrijf 8] althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy (ter waarde van € 28.728,-),
althans enig goed,immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger
/medewerker (onder de naam [verdachte]
)van het bedrijf [bedrijf 14] en
/of (via Skype
)contact opgenomen
/laten opnemenmet de firma [bedrijf 2] en
/of
- daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(valse/vervalste
)kopieën van paspoorten
/ID-bewijzenvan personen werkzaam bij de bestaande firma [bedrijf 14] te [plaats 8] en
/of
-
(voorts
)daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(een)vals
(e
)/vervalst(e
)formulieren met daarin
(onder meer
)vermeld het leveradres [adres 11] te [plaats 6] en
/of
- om vertrouwen te wekken bij de firma [bedrijf 2] een eerste order, te weten een hoeveelheid GO Pro camera’s
(ter waarde van € 32.750,-
)besteld
/laten bestellenen betaald
/laten betalenen
/of
-
(vervolgens
)een tweede order van 320 haardrogers van het merk Dyson
(ter waarde van € 85.120,-
)en
/of171 Samsung Galaxy Smartwatches
(ter waarde van € 28.728,-
)bij [bedrijf 2] en
/of[bedrijf 8] besteld
/laten bestellenen
/ofafgenomen
/laten afnemenwaardoor
(een)medewerker
(s
)van [bedrijf 2] en
/of[bedrijf 8] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 2] en
/of[bedrijf 8] gelet op de bij [bedrijf 2] en
/of[bedrijf 8] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 14] , met een betrouwbare koper in zee dacht
(en
)te zijn gegaan, werd
(en
)bewogen tot omschreven afgifte;
6.
hij in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 te [plaats 2] en
Kusterdingen (D) enMoeskroen (B),
althans in Nederland en/of Duitsland en/of België, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een)ander
(en
)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 3] ,
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van
(totaal
)400 elektrische tandenborstels van het merk Oral-B,
althans enig goed,immers
heeft/hebben hij verdachte en zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk
eweergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten [bedrijf 16] , opgestart
en/of op laten startenen
/of
- een website
(www. [e-mailadres 5]
)gebouwd
en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf 16] , waarop
(onder meer
)de inschrijving in de
(Belgische
)Kamer van Koophandel te zien was en
/ofandere bedrijfsgegevens
(van
(het bestaande bedrijf
)[bedrijf 16] [bedrijf 11] , [adres 13] , [adres 14] , België
)die de indruk moesten wekken dat [bedrijf 16] een bestaand
/legaalbedrijf betrof en
/of-
telefonisch en/ofvia email
en/of via Skypecontact opgenomen
en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebbenmet [bedrijf 3] en zich
(vervolgens
)voorgedaan
en/of laten voordoenals bonafide vertegenwoordiger
/medewerkervan het bedrijf [bedrijf 16] en
/of (vervolgens
)- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf 3] een eerste order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B besteld
/laten bestellenen betaald
/laten betalenen
/of
-
(vervolgens
)een tweede en derde order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B bij [bedrijf 3] besteld
en/of laten bestellenen
/ofafgenomen
en/of laten afnemenwaardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 3] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 3] gelet op de bij [bedrijf 3] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 16] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
7.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 19 juni 2019 te [plaats 2] en
/ofte [plaats 16] (D),
althans in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen,
althans alleen,
(telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een
)ander
(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 4] ,
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van
(in totaal
)1142 speakers van het merk JBL,
althans enig goed, immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een imitatiebedrijf, te weten [bedrijf 17] , opgestart en
/of op laten starten en/ofingeschreven
en/of laten inschrijvenin de Kamer van Koophandel
(en daarbij gebruikmakend van gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf 17] gevestigd op het adres [adres 17] te [adres 17] [plaats 8]
)en
/of
- een website gebouwd
en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf 17] , waarop
(onder meer) de inschrijving in de Kamer van Koophandel te zien
is/was en
/ofandere bedrijfsgegevens die de indruk moesten wekken dat het hier om een bestaand
/legaalbedrijf ging en
/of
- zich
(vervolgens
)voorgedaan
en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger
/medewerkervan het bedrijf [bedrijf 17] en
/of
-
(telefonisch)contact opgenomen
en/of laten opnemenmet [bedrijf 4] en
/of
- zich
(daarbij
)voorgedaan als zijnde
de/een medewerker van het bedrijf [bedrijf 17]
en/ofals bonafide en
/ofbetalende klant en
/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf 4]
een eersteorder
sspeakers van het merk JBL besteld en betaald en
/of
-
(vervolgens
)een twee
de en derdeorder
sspeakers van het merk JBL bij [bedrijf 4] besteld
en/of laten bestellenen
/ofafgenomen
en/of laten afnemen
waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 4] door de betaling van de eerste order
sen de omstandigheid dat [bedrijf 4] en de bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 17] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
8.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 te [plaats 2] ,
althans in Nederland en/of Kirchheim (D) althans in Duitsland,tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een
)ander
(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 5]
, althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB, althans enig goed, immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordige
r/medewerker (onder de naam [naam 17]
)van het bedrijf [bedrijf 17] en
/of (via Skype
)contact opgenomen
/laten opnemenmet [bedrijf 5] en
/of
- daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan een
vals/vervalst uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf 17] gevestigd op het adres [adres 17] te [adres 17] [plaats 8] en aan de hand waarvan [bedrijf 5] een creditcheck heeft
uitgevoerd/laten
uitvoeren met het oog op de kredietwaardigheid en betrouwbaarheid en
/of
-
(voorts
)daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(een
)vals
(e
)/vervalst(e)formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres (“office”) [bedrijf 17] en het leveradres (“Delivery address”) [adres 18] te [adres 18] [plaats 7] en
/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf 5] een eerste order van 2000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 69.000,- besteld
/laten bestellenen betaald
/laten betalenen
/of
-
(vervolgens
)een tweede order van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,- bij [bedrijf 5] besteld
/laten bestellenen
/ofafgenomen
/laten afnemenwaardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 5] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 5] gelet op de bij [bedrijf 5] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 17] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
9.
hij in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 te
Plzen (Tsjechië) en/ofin [plaats 2]
en/of in [plaats 8] en/of in andere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een
)ander
(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 6]
, althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 88.650,- en een geldbedrag van € 3.000,-,
althans enig bedrag,immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een
(imitatie
)bedrijf, te weten [bedrijf 17] , opgestart
en/of op laten startenen
/ofingeschreven
en/of laten inschrijvenin de Kamer van Koophandel (KVK nummer [KVK-nummer 4] ) en
/ofdaarbij misbruik gemaakt van bedrijfsgegevens van het bedrijf [bedrijf 17] (met KVK nummer [KVK-nummer 5] ) te [plaats 8] en
/of
- zich
(vervolgens
)voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger
/medewerkeronder de naam [naam 17] van [bedrijf 17] en
/of (vervolgens
)via Skype
en/of email viaeen tussenpersoon contact
opgenomen/gelegd met voornoemde [bedrijf 6] en
/of
- aangegeven
/laten aangeveneen partij Playstation 4 te willen verkopen en te leveren na betaling van € 3.000,- en
/of€ 88.650
, althans enig geldbedrag (aanbetaling)door [bedrijf 6] ;
10.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 1] en/of [plaats 9] en/of [plaats 10] en/of [plaats 11] en/of [plaats 3] ,
althans in België en/of Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens)
(een)geldbedrag
(en
)en
/of (een)voorwerp
(en
), te weten:
  • een contant geldbedrag van €
  • een contant geldbedrag van €
  • een contant geldbedrag van € 92.500,
  • een contant geldbedrag van €
  • een contant geldbedrag van € 58.000,
  • een contant geldbedrag van € 85.000,
  • virtuele valuta met een waarde van € 41.037,01,
  • virtuele valuta met een waarde van € 666, althans een geldbedrag en/of
  • goud met een waarde van € 22.500 en
  • goud met een waarde van € 88.045 en
  • goud met een waarde van € 9.600 en
  • een koopwoning ( [adres 22] te [plaats 3] ) met een (WOZ-)waarde van € 189.000 en/of
  • een auto (Audi A6 met kenteken [kenteken 4] ) met een waarde van € 8.600 en
  • 3 Rolex horloges (met een gezamenlijke waarde van € 63.600),
verworven en/of voorhanden gehad, overgedragen
en/of omgezeten/of gebruikt
en/of
de herkomst verborgen en
/ofverhuld en/of verborgen en
/ofverhuld wie de rechthebbende op
dit/deze geldbedrag
(en
)en
/ofvoorwerp
(en
)was en/of verborgen en
/ofverhuld wie
dit/deze geldbedrag
(en
)en
/ofvoorwerp
(en
)voorhanden had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat
dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -
(mede)afkomstig
was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

11.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

11.1
De standpunten
De verdediging heeft zich met betrekking tot het onder feit 10 bewezenverklaarde op het standpunt gesteld dat het witwassen van het geldbedrag dat is aangetroffen in de woning van [verdachte] enkel als eenvoudig witwassen kan worden gekwalificeerd. Volgens de officier van justitie is met betrekking tot dit geldbedrag sprake van (gewoon) witwassen.
11.2
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van de artikelen 420bis en 420quater Sr er niet aan in de weg staan dat iemand die wordt veroordeeld voor witwassen, als hij een in die bepalingen omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit een misdrijf dat hij zelf heeft begaan. Dit betekent niet dat elke gedraging als in artikel 420bis lid 1 Sr omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht ‘om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen’. Gelet hierop moet worden aangenomen dat, als vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd. Er moet dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan alleen het verwerven of voorhanden hebben van een door eigen misdrijf verkregen voorwerp.
De rechtbank acht het gelet op de criminele antecedenten van [verdachte] en zijn betrokkenheid bij de misdrijven zoals bewezen in dit vonnis aannemelijk dat in ieder geval een deel van de euro’s en buitenlandse valuta aangetroffen in de woning van [verdachte] afkomstig zijn van een door hemzelf gepleegd misdrijf. De rechtbank heeft voor deze voorwerpen enkel bewezen verklaard dat [verdachte] deze voorwerpen (deels samen met [medeverdachte 5] ) heeft witgewassen door deze voorhanden te hebben. De rechtbank merkt op dat uit het dossier echter niet volgt dat de contanten direct afkomstig zijn uit de door [verdachte] zelf gepleegde misdrijven. [verdachte] heeft ook geen verklaring afgelegd over hoe hij voor die misdrijven werd betaald. Uit de bewezenverklaring van de oplichtingsfeiten blijkt dat sprake was van bancaire betalingen door opgelichte bedrijven. De rechtbank leidt uit het dossier verder af dat de betaling van de handel in de nagemaakte bankbiljetten in ieder geval deels verliep in virtuele valuta. Ook de betalingen in verband met de feiten waarvoor [verdachte] in 2021 door de rechtbank Overijssel is veroordeeld moeten, gelet op de aard van deze feiten, hebben plaatsgevonden via bancaire betalingen of hebben geleid tot bancaire opbrengsten. Dat betekent dat de kwalificatieuitsluitingsgrond al niet van toepassing is op grond van het feit dat niet aannemelijk is dat de gelden onmiddellijk (direct) afkomstig zijn uit misdrijf. Daarbij komt dat contant geld op zichzelf al geschikt is om de herkomst te verbergen en verhullen en te verbergen en verhullen wie de rechthebbende is op deze gelden. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Ook overigens is de kwalificatiegrond niet van toepassing op het witwassen van de voorwerpen zoals bewezenverklaard.
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Het medeplegen van het namaken van bankbiljetten met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
feit 2:
Het medeplegen van het opzettelijk bankbiljetten, die verdachte en zijn mededaders zelf hebben nagemaakt of waarvan de valsheid verdachte en zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, zich verschaffen, in voorraad hebben, vervoeren, invoeren, doorvoeren en uitvoeren;
feit 3:
Het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het namaken van bankbiljetten;
feiten 4 tot en met 9, telkens:
medeplegen van oplichting;
feit 10:
medeplegen van gewoontewitwassen
en
gewoontewitwassen.

12.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

13.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

14.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

14.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven jaren, met aftrek van het voorarrest.
14.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, onder verwijzing naar strafopleggingen in andere (nader genoemde) strafzaken, de oplegging van een forse taakstraf bepleit, mogelijk van meer dan 240 uren, naast een voorwaardelijke gevangenisstraf. [verdachte] is ook bereid een boete te betalen. Onder meer de forse overschrijding van de redelijke termijn, de toen jeugdige leeftijd van [verdachte] en zijn huidige persoonlijke situatie vormen reden om af te zien van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
14.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.
[verdachte] heeft in 2019 samen met anderen zes buitenlandse bedrijven op geraffineerde en slinkse wijze opgelicht. Daarbij schuwde hij niet volop gebruik te maken van valse namen en vals opgemaakte stukken. Aan de bedrijven is aanzienlijke schade toegebracht. Het totale benadelingsbedrag bedroeg € 503.007,90. Bovendien schenden dit soort oplichtingen ernstig het vertrouwen in het internationale handelsverkeer.
In januari 2020 is [verdachte] begonnen met het op grote schaal en op professionele wijze namaken van euro- en dollarbiljetten van diverse coupures. In zijn woning zijn vele valse bankbiljetten en halffabricaten aangetroffen en een grote hoeveelheid hologrammen die bestemd waren om valse bankbiljetten te vervaardigen. Hij heeft in zijn woning een ‘werkplaats’ ingericht met alle voor het productieproces benodigde goederen. Alles was erop gericht de bankbiljetten zoveel mogelijk op echte bankbiljetten te laten lijken. Hij maakte gebruik gemaakt van vele inkjetprinters en onder meer ‘speciaal papier’ met veiligheidsdraad en hologrammen. [verdachte] , en later ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , zijn er kennelijk ook in geslaagd bankbiljetten af te drukken (en uit te snijden) die moeilijk van echte bankbiljetten te onderscheiden waren. De valse bankbiljetten zijn immers voor het eerst op 9 januari 2020 in het betalingsverkeer terecht gekomen en vonden ook daarna gretig aftrek bij kopers in binnen- en buitenland.
[verdachte] heeft ook valse bankbiljetten van 500 euro verkregen. Ten aanzien van deze bankbiljetten is bij onderzoek in België gebleken dat het een extreem verontrustend vervalsingstype betreft, omdat de bankbiljetten een zeer sterke gelijkenis vertonen met echte bankbiljetten en door ingrepen die zijn toegepast bij de productie daarvan zelfs bepaalde automatische detectiesystemen om de tuin kunnen worden geleid. Wat in dit verband opvalt is dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hierop ook hebben gewezen in de geplaatste advertenties (
“gaat door geldmachine heen”).
Tot 30 juli 2020 is [verdachte] druk doende geweest met het aankopen van benodigdheden, het namaken van bankbiljetten en de verkoop daarvan. Vlak voor die datum wilde hij nog “volgas” gaan.
Men moet vertrouwen kunnen hebben in de echtheid en waarde van bankbiljetten. Dit is een essentiële voorwaarde voor het goed functioneren van het economische en financiële verkeer. Door het in omloop brengen van valse bankbiljetten wordt ernstig inbreuk gemaakt op dit vertrouwen. Daarnaast wordt de ontvanger van de valse bankbiljetten in zijn vermogen getroffen, zeker als wordt ‘betaald’ met de door [verdachte] aangeboden valse bankbiljetten van 500 euro. De ontvanger levert feitelijk immers ‘om niet’ goederen of diensten. Zoals De Nederlandsche Bank heeft berekend, is de daadwerkelijke en potentiële schade van de bij de doorzoekingen aangetroffen valse bankbiljetten en hologrammen groot. Er zijn 6.140 valse bankbiljetten in omloop aangetroffen die een schade hebben veroorzaakt van € 253.840,00. Vóór circulatie zijn 13.133 valse bankbiljetten aangetroffen, met een geschatte potentiële schade van € 479.280,00. Er is voor een totaalbedrag van $ 110.960,00 aan valse dollarbiljetten aangetroffen. De potentiële schade van de aangetroffen hologrammen is tot slot begroot op een bedrag van € 2.281.750,00. De bewezenverklaarde feiten zijn dan ook zeer ernstig.
Uit de weergegeven bewijsmiddelen komt duidelijk naar voren dat [verdachte] ten opzichte van [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] een initiërende, aansturende en leidende rol vervulde. Omdat hij voortvluchtig was, moest er op illegale wijze geld worden verdiend en, omdat hij bij het ontplooien van de criminele praktijken ‘onder de radar’ moest blijven, heeft hij “jongens” om zich heen verzameld met wie hij zich bezig is gaan houden met het oplichten van buitenlandse bedrijven ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ) en het namaken van bankbiljetten ( [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ). Voor de rechtbank is duidelijk dat [verdachte] ‘het brein’ was achter de criminele praktijken.
Alles wijst er ook op dat [verdachte] [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] heeft verleid tot het plegen van criminele activiteiten. Veelzeggend is in dit verband (wat betreft de bewezenverklaarde feiten 1, 2 en 3) de chat tussen [verdachte] en ene ‘ [accountnaam 25] ’, die duidelijk maakt hoe [verdachte] het namaken van valse bankbiljetten aanprees als zijnde
“leuk werk”waarmee gemakkelijk geld kon worden verdiend (
“je ziet ze rollen er letterlijk uit”). Ook zegt hij:
Ik heb jongensdie 15k per week maken, dat tikt wel aan.”Maar
“het grootste risico”lag bij
“de stashers/verkopers”. [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] waren die “jongens” die (onder meer) valse bankbiljetten onder zich hadden (“stashten”), aanboden, verstuurden en afleverden. De rechtbank vindt dit te meer zeer kwalijk wat betreft [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] die nog jong waren en daarom makkelijk beïnvloedbaar en te verleiden tot criminele praktijken tegen een geldelijke vergoeding. [verdachte] heeft schaamteloos misbruik van hen gemaakt en zich niet bekommerd om de mogelijke gevolgen die het ‘criminele pad’ voor hen zou hebben.
Voorts heeft [verdachte] (grotendeels samen met anderen) over een lange periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 een gewoonte gemaakt van het witwassen van de criminele opbrengsten. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Daarnaast werkt het faciliterend voor (ander) strafbaar handelen.
De rechtbank rekent [verdachte] de bewezen verklaarde feiten zwaar aan. Hij heeft alleen oog gehad voor het geld dat hij met zijn criminele praktijken verdiende en heeft kennelijk nooit stilgestaan bij de schade die hij anderen berokkende. Hij heeft ook geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, wat allerminst in zijn voordeel spreekt.
Naar het oordeel van de rechtbank is enkel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend. De rechtbank ziet in door de raadsman genoemde omstandigheden geen reden om hiervan af te zien. Het geopperde alternatief van een forse taakstraf dan wel een boete zou volstrekt onvoldoende recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de centrale rol die [verdachte] daarin heeft vervuld en de schade die hij heeft berokkend. De bewezenverklaarde feiten (die alleen al waar het gaat om de feiten 1 en 2, uitgaande van (alleen) ‘plegen’, worden bedreigd met een maximale gevangenisstraf van 9 jaren) rechtvaardigen zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 98 maanden.
Daarbij gaat de rechtbank uit van een gevangenisstraf van 36 maanden voor de bedrijfsoplichtingen (6 maanden per oplichting). Dat is hoger dan de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor fraude, waarbij in geval van oplichting in een frauduleuze context, waar hier zeker sprake van is, aansluiting kan worden gezocht. Meer specifiek kijkt de rechtbank naar schaal f. van de oriëntatiepunten voor fraude (benadelingsbedrag € 500.000,00 tot € 1.000.000,00: gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden). Gelet op het feit dat het hier gaat om zes oplichtingen, de hoge mate van geraffineerdheid en de leidende rol van [verdachte] , waarbij hij gebruik maakte van andere jonge personen, gaat de rechtbank uit van de hogere gevangenisstraf dan genoemd.
Gelet op enerzijds de omstandigheden waaronder de op het valse geld betrekking hebbende feiten zijn gepleegd (professioneel, op grote schaal en - evenals bij de bedrijfsoplichtingen - met inschakeling van andere (ook jonge) personen), en gezien anderzijds de (relatief beperkte) duur van de pleegperiode van 7 maanden, gaat de rechtbank voor die feiten uit van een gevangenisstraf van 42 maanden.
Ook voor het witwasfeit heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de het oriëntatiepunten voor fraude. Het witwasfeit ziet op een bedrag van ruim € 510.000,00, waarbij hetzelfde uitgangspunt geldt als genoemd bij de oplichtingen. Gelet hierop, en gezien enerzijds de aard van de witwashandelingen (waarbij alleen bij de Audi A6 gesproken kan worden van een frauduleuze context) en anderzijds de (strafverzwarende) omstandigheid dat sprake is van (grotendeels het medeplegen van) gewoontewitwassen, gaat de rechtbank uit van een gevangenisstraf van
20 maanden voor het witwassen.
De rechtbank beseft daarbij dat het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een ontwrichtend effect zal hebben op het leven van [verdachte] , die met zijn huidige (zwangere) vrouw een nieuw leven heeft opgebouwd, werk heeft en forse schulden moet aflossen. Ook heeft hij met [medeverdachte 5] twee nog jonge dochters en is zijn moeder ernstig ziek. De rechtbank ziet daarin echter geen zodanig klemmende omstandigheden dat van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden afgezien. Van belang daarbij is nog dat de beide dochters niet afhankelijk zijn van de zorg van [verdachte] ; zij wonen bij [medeverdachte 5] en zij draagt voornamelijk de zorg voor hen. Wel zal de rechtbank met de genoemde omstandigheden enigszins in strafmatigende zin rekening houden.
Over de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] merkt de rechtbank op dat hij in de vijf jaren voorafgaand aan 1 januari 2018 is veroordeeld voor een soortgelijke feit, te weten op 9 april 2015 voor overtreding van artikel 337 Sr Pro (bedrog met handelsnaam- of merk). De rechtbank zal hier ten nadele van [verdachte] rekening mee houden. Op 27 augustus 2021 is [verdachte] veroordeeld voor een fiscaal delict, valsheid in geschrift en deelneming aan een criminele organisatie. Er is hem een gevangenisstraf van drie jaren opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Deze veroordeling, en een strafbeschikking van 26 november 2025 (snelheidsovertreding), brengen mee dat artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Verder dient rekening te worden gehouden met het feit dat de redelijke termijn is overschreden. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. Ingeval van overschrijding van de redelijke termijn is vermindering van de op te leggen straf de aangewezen sanctie. De duur van de redelijke termijn is blijkens vaste jurisprudentie mede afhankelijk van de ingewikkeldheid van de zaak, waaronder begrepen de gelijktijdige berechting van meerdere zaken tegen een verdachte. Ook andere omstandigheden kunnen verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel twee jaren is aangevangen op
30 juli 2020, de datum waarop [verdachte] in België is aangehouden en voor de eerste maal is verhoord over de verdenking van het namaken van valse bankbiljetten. Vanaf die datum kon hij er rekening mee houden dat hij zou worden vervolgd. Tussen die datum en de datum van dit eindvonnis ligt een periode van vijf jaren en ruim vier maanden. Onderzoek Parra betreft een heel groot onderzoek, dat vijf deelonderzoeken omvat. Er is uitgebreid onderzoek verricht naar meerdere personen, onder wie [verdachte] , en vele gegevensdragers, waaronder die van [verdachte] . Het einddossier is, na onder meer nog een verhoor van [verdachte] op 23 augustus 2022, gereed gekomen op 31 oktober 2022. Hierna is sprake geweest van een omvangrijke regiefase, die is aangevangen in september 2024 en is afgerond in augustus van dit jaar. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dat voor de redelijke termijn een langere termijn dan twee jaren in acht wordt genomen. Maar ook dan is de redelijke termijn fors overschreden, dit door omstandigheden waarop de verdediging geen invloed heeft gehad. Zo heeft het na het gereed komen van het einddossier nog bijna twee jaren geduurd voordat het openbaar ministerie (met de dagvaarding van 5 september 2024) de vervolgingsbeslissing heeft genomen en de regiefase kon aanvangen. Ook het rooster van de rechtbank heeft hierbij een vertragende rol gespeeld. Van bijzondere omstandigheden die het forse tijdsverloop rechtvaardigen is niet gebleken.
De rechtbank zal, gelet op de omvang van onderzoek Parra en de andere hiervóór genoemde omstandigheden, uitgaan van een redelijke termijn van drie jaren. Daarmee is in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van twee jaren en ruim vier maanden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdediging, dient dit gecompenseerd te worden door verkorting van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Concluderend acht de rechtbank, rekening houdend met de voornoemde persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn, passend en geboden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 78 maanden (6,5 jaar), met aftrek van de tijd die [verdachte] in verband met de verdenking van de bewezenverklaarde feiten in voorarrest heeft doorgebracht.
Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. De reden daarvan is gelegen in het feit dat de rechtbank, meer dan de officier van justitie heeft gedaan, in strafmatigende zin rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en de overschrijding van de redelijke termijn.
Tenuitvoerlegging
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

15.De beoordeling van de civiele vorderingen

15.1
[bedrijf 7] / [bedrijf 1]
[naam 30] heeft namens [bedrijf 7] een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 56.175,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De schade bestaat uit de door [bedrijf 1] verrichte betaling voor de niet geleverde Samsung smartwatches. In het vorderingsformulier staat vermeld dat [bedrijf 1] ‘
has assigned the case to the parent company [bedrijf 7]’.
15.1.1
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De vordering is ondertekend door [naam 30] , die als ‘
Geschaftsfuhrer” staat genoemd op een door een notaris opgesteld document. Blijkens dat document is [naam 30] ‘
handelsrechtlich’. In dat document wordt ook [bedrijf 1] genoemd. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en verzocht te bepalen dat de vordering hoofdelijk wordt toegewezen.
De verdediging heeft betwist dat [bedrijf 7] bevoegd is om de vordering in te dienen.
15.1.2
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank moet beoordelen of de benadeelde partij ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding ontvankelijk is in het strafproces.
De kring van voegingsgerechtigden volgt uit artikel 51f Sv. Uit de wetsgeschiedenis van dat artikel volgt dat strafbepalingen in het algemeen niet het belang beschermen van rechtsopvolgers of derde belanghebbenden. Beperkte uitzonderingen op dat uitgangspunt zijn neergelegd in artikel 51f, tweede lid, Sv voor natuurlijke personen. Deze uitzonderingen gelden niet voor rechtspersonen. Uit deze regels volgt dat een rechtspersoon als rechtsopvolger onder algemene of bijzondere titel niet beschikt over de bevoegdheid zich te voegen in het strafproces.
Uit de bewezenverklaring volgt dat de rechtspersoon [bedrijf 1] rechtstreekse schade heeft geleden door het strafbare feit. De vordering is echter niet ingediend door [bedrijf 1] , maar door [bedrijf 7] , waaraan de vordering kennelijk is toebedeeld. Deze partij is niet de rechtstreeks benadeelde partij en om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering binnen het strafproces. Dat de heer [naam 30] kennelijk bevoegd is om zowel [bedrijf 1] als [bedrijf 7] te vertegenwoordigen, leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding kan worden behandeld, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
15.1.3
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding is ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [bedrijf 1] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van [verdachte] rechtstreeks schade heeft geleden ten bedrage van € 56.175,00. Voor deze schade is [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat de gevorderde schade niet inhoudelijk is betwist en dat de vordering ook niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat [bedrijf 1] een commerciële rechtspersoon is. Er is geen rechtsregel die ertoe strekt dat in dergelijke gevallen de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven. Zie daartoe ook Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830. [verdachte] zal daarom worden verplicht het vastgestelde schadebedrag van € 56.175,00 en de daarover per 6 november 2019 verschuldigde wettelijke rente aan de Staat te betalen.
15.1.4
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [verdachte] en de mededaders ieder voor de gehele betalingsverplichting (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.
15.2
[bedrijf 2]
( [bedrijf 8] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het onder feit 5 ten laste gelegde feit. Zij vordert schadevergoeding van
€ 28.728,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit betreft de totale verkoopwaarde van de Samsung Galaxy Smartwatches die werden besteld maar niet werden betaald.
15.2.1
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [bedrijf 8] kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en verzocht te bepalen dat de vordering hoofdelijk wordt toegewezen.
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering van [bedrijf 8] .
15.2.2
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [bedrijf 8] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van [verdachte] rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat de (met stukken onderbouwde) schadepost van [bedrijf 8] niet inhoudelijk is betwist en dat de vordering ook niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering volledig tot een bedrag van € 28.728,00 kan worden toegewezen. [verdachte] is vanaf 14 november 2019 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
15.2.3
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [verdachte] en de mededaders ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.
15.2.4
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal daarnaast op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan [verdachte] op te leggen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat [bedrijf 8] een commerciële rechtspersoon is. Er is geen rechtsregel die ertoe strekt dat in dergelijke gevallen de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven. Zie daartoe ook Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830. [verdachte] wordt verplicht het aan [bedrijf 8] toegewezen bedrag van € 28.728,00 en de daarover per 14 november 2019 verschuldigde wettelijke rente aan de Staat te betalen. Deze betalingsverplichting wordt eveneens hoofdelijk opgelegd.
15.3
[bedrijf 3]
( [bedrijf 3] ) heeft zich als benadeelde partij in het strafgeding gevoegd ter zake van het onder feit 6 ten laste gelegde feit. Zij vordert schadevergoeding van
€ 40.778,20, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit betreft het totaalbedrag van de geleverde tandenborstels waarvoor geen betaling heeft plaatsgevonden.
15.3.1
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [bedrijf 3] kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en verzocht te bepalen dat de vordering hoofdelijk wordt toegewezen.
De verdediging heeft gesteld dat er onvoldoende steun in de stukken is te vinden voor de bevoegdheid van de heer [naam 42] om [bedrijf 3] te vertegenwoordigen. Daarnaast heeft de verdediging de hoogte van het schadebedrag betwist omdat onduidelijk is welke goederen aan [bedrijf 3] zijn teruggegeven.
15.3.2
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 51c, tweede en derde lid, Sv kan [bedrijf 3] zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, die daartoe een bijzondere en schriftelijke volmacht heeft van [bedrijf 3] . Deze bepaling strekt zich ook uit tot de voeging door middel van een voegingsformulier als bedoeld in artikel 51g, eerste lid, Sv. In dat formulier is dan ook een voorziening getroffen voor het verstrekken van een dergelijke volmacht. De rechtbank stelt voorop dat een dergelijke volmacht strekt tot het verrichten van rechtshandelingen in het belang van de gevolmachtigde. De volmacht strekt daarmee tot bescherming van de rechtspersoon die de volmacht afgeeft.
De verdediging heeft de vertegenwoordigingsbevoegdheid in dit geval gemotiveerd betwist.
Terecht heeft de verdediging opgemerkt dat stukken ontbreken waaruit volgt dat [naam 42] namens [bedrijf 3] een vordering mag indienen. Een machtiging en/of een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit deze bevoegdheid kan blijken, ontbreekt. Die vertegenwoordigingsbevoegdheid kan bovendien niet worden afgeleid uit het onderliggend strafdossier, waarin de heer [naam 42] niet voorkomt. Ter terechtzitting is namens [bedrijf 3] niemand verschenen om hierover duidelijkheid te verschaffen. Zodoende is niet komen vast te staan dat [naam 42] bevoegd is [bedrijf 3] te vertegenwoordigen.
[bedrijf 3] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding kan worden behandeld, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
15.3.3
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding is ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gebleken dat [bedrijf 3] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van [verdachte] rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat uit de enkele inbeslagname van een deel van deze tandenborstels niet volgt dat deze ook aan de rechthebbende (hier: [bedrijf 3] ) zijn teruggegeven. Dat betekent dat het gehele gevorderde bedrag rechtstreekse schade betreft. Voor deze schade is [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat [bedrijf 3] een commerciële rechtspersoon is. Er is geen rechtsregel die ertoe strekt dat in dergelijke gevallen de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven. Zie daartoe ook Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830. [verdachte] zal worden verplicht het vastgestelde schadebedrag van € 40.778,20 en de daarover per 10 mei 2019 verschuldigde wettelijke rente aan de Staat te betalen.
15.3.4
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [verdachte] en de mededaders ieder voor de gehele betalingsverplichting (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.

16.De beoordeling van het beslag

In
bijlage IIis een beslaglijst opgenomen met de in beslag genomen goederen. De nummers hieronder verwijzen naar de nummers op die beslaglijst.
16.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van alle in beslag genomen goederen gevorderd.
16.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen goederen niet verbeurd dienen te worden verklaard. Er ligt tevens conservatoir beslag op de goederen. De executie van het beslag moet plaatsvinden via de ontnemingsprocedure.
16.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de goederen op de beslaglijst met de nummers 1-10, 11 gedeeltelijk (voor een bedrag van € 40.605,00), 14-18, 20-21, 23-27, 30-33, 35-52, 54-56, 58-80, 82-96, 98-102, 104-114, 118-121, 123-125, 127-128, 133, 137, 141, 143, 146, 150, 152, 154 en 156-158 met behulp waarvan de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid verbeurd verklaren. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de draagkracht van [verdachte] .
De rechtbank zal de goederen op de beslaglijst met de nummers 13 (vals geld) en 57 (doos met vals geld) met betrekking tot welke de onder 1 tot en met 3 bewezen verklaarde feiten zijn begaan en waarvan het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang onttrekken aan het verkeer.
De rechtbank zal de teruggave van de goederen op de beslaglijst met de nummers 11 gedeeltelijk (voor een bedrag van € 533,37 [312] ), 12, 19, 22, 28-29, 34, 53, 81, 97, 103, 115-117, 122, 126, 129-132, 134-136, 138-140, 142, 144-145, 147-149, 151, 153 en 155 aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

17.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 208, 209, 214, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

18.De beslissing

De rechtbank:
 wijst af het verzoek tot het horen van getuige [getuige 1] ;
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 78 (achtenenzeventig) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 13 en 57;
 verklaart verbeurd de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 1-10, 11 gedeeltelijk (voor een bedrag van € 40.605,00), 14-18, 20-21, 23-27, 30-33, 35-52, 54-56, 58-80, 82-96, 98-102, 104-114, 118-121, 123-125, 127-128, 133, 137, 141, 143, 146, 150, 152, 154 en 156-158;
 gelast de teruggave van de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 11 gedeeltelijk (voor een bedrag van € 533,37 [313] ), 12, 19, 22, 28-29, 34, 53, 81, 97, 103, 115-117, 122, 126, 129-132, 134-136, 138-140, 142, 144-145, 147-149, 151, 153 en 155 aan de rechthebbende;
vordering benadeelde partij [bedrijf 7] / [bedrijf 1] :
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf 1] , een bedrag te betalen van € 56.175,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 305 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
vordering benadeelde partij [bedrijf 2] [bedrijf 8] [bedrijf 2] :
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [bedrijf 2] [bedrijf 8] [bedrijf 2] van € 28.728,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf 2] [bedrijf 8] [bedrijf 2] , een bedrag te betalen van € 28.728,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 178 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht
vordering benadeelde partij [bedrijf 3]
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf 3] , een bedrag te betalen van € 40.778,20 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 238 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. M.J. Wasmann en mr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.
Mr. R.P.W. van de Meerakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I – De tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 2] en/of te [plaats 3] en/of elders in Nederland en/of te [plaats 1] , althans in België, samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) bankbiljetten van 500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, heeft nagemaakt / vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 2] en/of te [plaats 3] en/of elders in Nederland en/of te [plaats 1] , althans in België samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) bankbiljetten van 500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt / vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven , zich heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd;
3.
hij op of omstreeks 30 juli 2020 te [plaats 1] (in een woning aan de [adres 2] ), althans in België, samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (onder meer) een of meer snijmachine(s) en/of een (grote) hoeveelheid (valse) hologrammen en/of een hoeveelheid (ongesneden) eurobiljetten en/of dollarbiljetten en/of een of meer printer(s) en/of (een) raammachine(s) en/of (een) scanappara(a)t(en) en/of (een) gelddetector(en) en/of een hoeveelheid inkt en/of inkttoners en/of UV (printer)inkt en/of (spuit)verf en/of een hoeveelheid cartridges en/of stempelkussens en/of (een) perforator(en) en/of (een) drukpla(a)t(en) en/of een drukpers en/of (een) vals geld detector pen(nen) en/of een UV-lamp en/of UV-pen en/of (een) (zogenaamde) ScanCutpla(a)t(en) en/of een hoeveelheid (speciaal) printpapier, heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd was / waren tot het namaken / vervalsen van bankbiljetten;
4.
hij in de periode van september 2019 tot en met december 2019 te [plaats 2] en/of te [plaats 5] en/of te Arnhem en/of te [plaats 1] (B), althans in Nederland en/of België en/of Oostenrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 1] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van € 56.175,-, althans enig geldbedrag, immers heeft/hebben hij verdachte en zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten “ [bedrijf 11] ”, opgestart en/of op laten starten en/of
- een website (www. [bedrijf 11] .com) gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf en/of bedrijfsgegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf 11] te [plaats 4] (waaronder) een uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of een brief van de Belastingdienst met BTW-nummer en/of kopieën van (valse/vervalste) identiteitsbewijzen van de directeuren en/of formulieren met de bedrijfsnaam [bedrijf 11] en de bedrijfsgegevens van [bedrijf 11] , die de indruk moesten wekken dat [bedrijf 11] een bestaand/legaal bedrijf betrof, aan [bedrijf 1] toegestuurd en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres en/of leveradres [adres 10] te [plaats 5] en/of
- telefonisch en/of via email en/of via Skype contact opgenomen en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebben met [bedrijf 1] over een order/bestelling van 350 smartwatches van het merk Samsung (R810) bij [bedrijf 11] en zich hierbij voor te doen en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam 14] ) van het bedrijf [bedrijf 11] en/of (vervolgens)
- een factuur met foto' s van dichtgeplakte dozen met streepjescodes en beschrijving van de apparatuur aan [bedrijf 1] gestuurd/laten sturen, waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 1] , in de veronderstelling met een betrouwbare koper in zee te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
5.
hij in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 te [plaats 2] en/of te [plaats 6] en/of te Kerkrade, althans en/of elders in Nederland en/of te [plaats 1] (B) althans in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 2] althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-), althans enig goed en/of [bedrijf 8] althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy (ter waarde van € 28.728,-), althans enig goed,
immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [verdachte] ) van het bedrijf [bedrijf 14] en/of (via Skype) contact opgenomen/laten opnemen met de firma [bedrijf 2] en/of
- daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (valse/vervalste) kopieën van paspoorten/ID-bewijzen van personen werkzaam bij de bestaande firma [bedrijf 14] te [plaats 8] en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin (onder meer) vermeld het leveradres [adres 11] te [plaats 6] en/of
- om vertrouwen te wekken bij de firma [bedrijf 2] een eerste order, te weten een hoeveelheid GO Pro camera’s (ter waarde van € 32.750,-) besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede order van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-) en/of 171 Samsung Galaxy Smartwatches (ter waarde van € 28.728,-) bij [bedrijf 2] en/of [bedrijf 8] besteld/laten bestellen en/of afgenomen/laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 2] en/of [bedrijf 8] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 2] en/of [bedrijf 8] gelet op de bij [bedrijf 2] en/of [bedrijf 8] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 14] , met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
6.
hij in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 te [plaats 2] en Kusterdingen (D) en Moeskroen (B), althans in Nederland en/of Duitsland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 3] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van (totaal) 400 elektrische tandenborstels van het merk Oral-B, althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijke weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten [bedrijf 16] , opgestart en/of op laten starten en/of
- een website (www. [e-mailadres 5] ) gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf 16] , waarop (onder meer) de inschrijving in de (Belgische) Kamer van Koophandel te zien was en/of andere bedrijfsgegevens (van (het bestaande bedrijf) [bedrijf 16] [bedrijf 11] , [adres 13] , [adres 14] , België) die de indruk moesten wekken dat [bedrijf 16] een bestaand/legaal bedrijf betrof en/of
- telefonisch en/of via email en/of via Skype contact opgenomen en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebben met [bedrijf 3] en zich (vervolgens) voorgedaan en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf 16] en/of (vervolgens)
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf 3] een eerste order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede en derde order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B bij [bedrijf 3] besteld en/of laten bestellen en/of afgenomen en/of laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 3] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 3] gelet op de bij [bedrijf 3] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 16] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
7.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 19 juni 2019 te [plaats 2] en/of te [plaats 16] (D), althans in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 4] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) 1142 speakers van het merk JBL, althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een imitatiebedrijf, te weten [bedrijf 17] , opgestart en/of op laten starten en/of ingeschreven en/of laten inschrijven in de Kamer van Koophandel (en daarbij gebruikmakend van gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf 17] gevestigd op het adres [adres 17] te [adres 17] [plaats 8] ) en/of
- een website gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf 17] , waarop (onder meer) de inschrijving in de Kamer van Koophandel te zien is/was en/of andere bedrijfsgegevens die de indruk moesten wekken dat het hier om een bestaand/legaal bedrijf ging en/of
- zich (vervolgens) voorgedaan en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf 17] en/of
- ( telefonisch) contact opgenomen en/of laten opnemen met [bedrijf 4] en/of
- zich (daarbij) voorgedaan als zijnde de/een medewerker van het bedrijf [bedrijf 17] en/of als bonafide en/of betalende klant en/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf 4] een eerste order speakers van het merk JBL besteld en betaald en/of
- ( vervolgens) een tweede en derde order speakers van het merk JBL bij [bedrijf 4] besteld en/of laten bestellen en/of afgenomen en/of laten afnemen
waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 4] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 4] en de bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 17] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
8.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 te [plaats 2] , althans in Nederland en/of Kirchheim (D) althans in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 5] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB, althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam 17] ) van het bedrijf [bedrijf 17] en/of (via Skype) contact opgenomen/laten opnemen met [bedrijf 5] en/of
- daarbij gebruik gemaakt/laten maken van een vals/vervalst uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf 17] gevestigd op het adres [adres 17] te [adres 17] [plaats 8] en aan de hand waarvan [bedrijf 5] een creditcheck heeft uitgevoerd/laten voeren met het oog op de kredietwaardigheid en betrouwbaarheid en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres (“office”) [bedrijf 17] en het leveradres (“Delivery address”) [adres 18] te [adres 18] [plaats 7] en/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf 5] een eerste order van 2000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 69.000,- besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede order van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,- bij [bedrijf 5] besteld/laten bestellen en/of afgenomen/laten afnemen
waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf 5] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf 5] gelet op de bij [bedrijf 5] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf 17] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
9.
hij in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 te Plzen (Tsjechië) en/of in [plaats 2] en/of in [plaats 8] en/of in andere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 6] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 88.650,- en een geldbedrag van € 3.000,-, althans enig bedrag, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf, te weten [bedrijf 17] , opgestart en/of op laten starten en/of ingeschreven en/of laten inschrijven in de Kamer van Koophandel (KVK nummer [KVK-nummer 4] ) en/of daarbij misbruik gemaakt van bedrijfsgegevens van het bedrijf [bedrijf 17] (met KVK nummer [KVK-nummer 5] ) te [plaats 8] en/of
- zich (vervolgens) voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker onder de naam [naam 17] van [bedrijf 17] en/of (vervolgens) via Skype en/of email via een tussenpersoon contact opgenomen/gelegd met voornoemde [bedrijf 6] en/of
- aangegeven/laten aangeven een partij Playstation 4 te willen verkopen en te leveren na betaling van € 3.000,- en/of € 88.650, althans enig geldbedrag (aanbetaling) door [bedrijf 6] ;
10.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 te [plaats 1] en/of [plaats 9] en/of [plaats 10] en/of [plaats 11] en/of [plaats 3] , althans in België en/of Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) (een) geldbedrag(en) en/of (een) voorwerp(en), te weten:
  • een contant geldbedrag van €41.138,37, althans een geldbedrag en/of
  • een contant geldbedrag van €1649,15 (bestaande uit diverse buitenlandse valuta), althans een geldbedrag en/of
  • een contant geldbedrag van €92.500, althans een geldbedrag en/of
  • een contant geldbedrag van €3.811 (bestaande uit buitenlandse valuta), althans een geldbedrag en/of
  • een contant geldbedrag van €58.000, althans een geldbedrag en/of
  • een contant geldbedrag van €85.000, althans een geldbedrag en/of
  • virtuele valuta met een waarde van €41.037,01, althans een geldbedrag en/of
  • virtuele valuta met een waarde van €666, althans een geldbedrag en/of
  • goud met een waarde van €22.500 en/of
  • goud met een waarde van €88.045 en/of
  • goud met een waarde van €9.600 en/of
  • een koopwoning ( [adres 22] te [plaats 3] ) met een (WOZ-)waarde van €189.000 en/of
  • een auto (Audi A6 met kenteken [kenteken 4] ) met een waarde van €8.600 en/of
  • 3 Rolex horloges (met een gezamenlijke waarde van €63.600)
verworven en/of voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt
en/of
de herkomst verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) was en/of verborgen en/of verhuld wie dit/deze geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) voorhanden had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/ waren uit enig (eigen) misdrijf.
Bijlage II – De beslaglijst

Voetnoten

1.Relaas proces-verbaal, MARKER DIGI, p. 16-17.
2.Processen-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 76 (iPhone XR ‘ [verdachte] ’ beslagcode: [IBN-code 34] ), p. 572 (iPhone 11 Pro ‘ [verdachte] ’ beslagcode [IBN-code 15] ), p. 640 (iPhone XS ‘ [verdachte] beslagcode [IBN-code 35] ), p. 710 (iPhone 6 ‘Q’ beslagcode [IBN-code 36] ), p. 767 (iPhone 6S ‘ [verdachte] ’ beslagcode [IBN-code 37] ), p. 832 (iPhone 7 beslagcode A.02.01.001), p. 869 (iPhone 6S ‘ [verdachte] ’ beslagcode [IBN-code 38] ), p. 881 (iPhone 6S ‘Arbo’ beslagcode [IBN-code 39] ), p. 886 (iPhone XS ‘S’ beslagcode [IBN-code 2] ), p. 977 (iPhone XS ‘S’ beslagcode [IBN-code 1] ).
3.Relaas proces-verbaal, MARKER DIGI, p. 10.
4.Relaas proces-verbaal, MARKER DIGI, p. 56-66.
5.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 02186.
6.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01979.
7.Processen-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01981 (MacBook Pro beslagcode [IBN-code 40] ), p. 01994 (MacBook Pro beslagcode [IBN-code 41] ), p. 0232 (MacBook Pro beslagcode [IBN-code 4] ).
8.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 02195.
9.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, opsporingsonderzoek Parra, dossiernummer ON3R018117, gesloten op 31 oktober 2022, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden (inclusief die van de bij het onderzoek Parra behorende deelonderzoeken Palestina, Lega, Reseda en Marker), tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
10.Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , PARRA PD01, p. 63-64
11.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00573-00585.
12.Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] , MARKER ZD01, p. 00328.
13.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00756-00765.
14.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00885-00892.
15.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00893-00895, p. 00906-00907, p. 00914, p. 00927,
16.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00582-00616.
17.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00490-00496.
18.Schriftelijk bescheid federale gerechtelijke politie – provincie Antwerpen, MARKER AD, p. 00265.
19.Schriftelijk bescheid, te weten een ontvangstbewijs, MARKER DIGI, p. 00080.
20.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00083.
21.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00482-00485.
22.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00031-00034, p. 00067, p. 00070, p. 00078-00079.
23.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00617-00619.
24.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00486-00489.
25.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00641-00643, p. 00655-00659..
26.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00406-00407, p. 00431-00432.
27.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00488-00493.
28.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00033.
29.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA AD, p. 00773-00779.
30.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD01, p. 67.
31.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD01, p. 71-72.
32.Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , PARRA PD01, p. 73.
33.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00136 -00288.
34.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00660-00708.
35.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00869; proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI,
36.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00987.
37.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00990.
38.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00129-00132.
39.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00133-145.
40.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00215-00218.
41.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 0232.
42.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01675.
43.Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , PALESTINA ZD01, p. 01084.
44.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00714
45.Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , PALESTINA ZD01, p. 01080.
46.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00873.
47.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00892.
48.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD03, p. 170.
49.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD03, p. 178.
50.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00670-00671.
51.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00822.
52.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00866; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00868; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 01164.
53.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00257-00262.
54.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00263-00265.
55.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00266.
56.Proces-verbaal, PALESTINA ZD01, p. 00813-00819.
57.Proces-verbaal, PALESTINA ZD01, p. 00820-00829.
58.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 280-299; Proces-verbaal documentonderzoek aan papier, PALESTINA AD, p. 543.
59.Processen-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 468-472,
60.Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse hologrammen, PALESTINA AD, p. 545.
61.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00311; Proces-verbaal forensisch onderzoek sporen, PALESTINA ZD01, p. 315; Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek, PALESTINA ZD01, p. 320; Rapport dactyloscopisch onderzoek, PALESTINA ZD01, p. 328.
62.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 400-406; Proces-verbaal van bevindingen met Bijlage in beslag genomen goederen, p. 00398.
63.Processen-verbaal van forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD,
64.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 397.
65.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00836; Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek, PALESTINA AD, p. 00440; Rapport dactyloscopisch onderzoek, PALESTINA ZD01,
66.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 513-517.
67.Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 00678.
68.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00457-461; Processen-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 00745 en p. 00746; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00489.
69.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00731, met Bijlage.
70.Falsificaat-informatie d.d. 1 maart 2022, De Nederlandsche Bank, Nationaal Analyse Centrum, PALESTINA ZD01, p. 00750-00781; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, 00738-00744.
71.Technisch onderzoek, NAC Team, De Nederlandsche Bank, PALESTINA ZD01, p. 00792-00810.
72.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00748.
73.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00259.
74.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00282 en p. 00288.
75.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00610-00611.
76.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00613-00615.
77.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00223-227.
78.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00628-00631.
79.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, po. 00085, p. 00090-00091 en p. 00095-00096.
80.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00631-00634.
81.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00897.
82.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00609.
83.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00227-00233; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00607-00610.
84.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00245 en p. 00247.
85.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00626.
86.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD05, p. 00131-00132, p. 00134-00135 en p. 00137-00138.
87.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00271-00272.
88.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00252-00254.
89.Proces-verbaal verhoor [verdachte] , PALESTINA ZD01, p. 01007.
90.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00531.
91.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00085-00097; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00539-00541.
92.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00900.
93.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00541.
94.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00286-00287.
95.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00292 en p. 00295.
96.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00550-00551.
97.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00515; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00525.
98.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00524-00525.
99.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00534.
100.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00532-00534.
101.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 518-519.
102.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00535-00536.
103.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00537.
104.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00460.
105.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD01, p. 71-72.
106.Processen-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] [medeverdachte 6] , PALESTINA ZD01, p. 01160 en p. 01162.
107.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00657-00660.
108.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00198.
109.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00684.
110.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00839.
111.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00491 en p. 00494; Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PALESTINA ZD01, p. 01006-01007.
112.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD05, p. 00129-00130.
113.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00828 en p. 00840-00843.
114.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00727-00728.
115.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00707.
116.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00496-00508.
117.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00828-00830 en p. 00844-00846.
118.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00729.
119.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI. p. 00678-00680 en p. 00689-00695
120.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00727-00765; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00766-00808.
121.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00677 en p. 00686-00688.
122.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00688.
123.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00668-00671; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00681-00682 en p. 00702.
124.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00406-00409 en p. 00412-00413.
125.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00678-00681.
126.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00674-00676; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00685 en p. 00696-00701.
127.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00532.
128.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00630-00631.
129.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00894.
130.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00896.
131.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00900-00905.
132.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD-1, p. 00636.
133.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p, 00072; proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p. 00073.
134.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA AD, p. 00231-00236.
135.Proces-verbaal van bevindingen, Reseda AD, p. 00368-00369.
136.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00127.
137.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 11] , RESEDA ZD01, p. 00096.
138.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een mail met bijlage, RESEDA ZD01, p. 00100-00102.
139.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00127-00128.
140.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00127; Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 11] , RESEDA ZD01, p. 00136.
141.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 11] , RESEDA ZD01, p. 00134-00135.
142.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00127; Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een kopie van een identiteitsbewijs, RESEDA ZD01, p. 00090; Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een kopie van een identiteitsbewijs, RESEDA ZD01, p. 00091.
143.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00259-00262.
144.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00168-00170.
145.Proces-verbaal verstrekking van gegevens, PARRA FINANCIEEL, p. 00162.
146.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 11] , RESEDA ZD01,
147.Schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van de wijzigingen van de Kamer van Koophandel van KvK-nummer [KVK-nummer 2] , RESEDA ZD01, p. 00140.
148.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een mail met bijlage verstuurd door [naam 14] @ [bedrijf 11] .com, RESEDA ZD01, p. 00086-00088.
149.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00395.
150.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00333-00334.
151.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00335.
152.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van stempels op naam van [bedrijf 11] , RESEDA ZD01,
153.Proces-verbaal van verhoor getuige, RESEDA ZD01, p. 00298-
154.Tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00267.
155.Tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00268.
156.Tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00269.
157.Proces-verbaal van observatie, RESEDA ZD01, p. 00278-00279.
158.Relaas, RESEDA ZD01, p. 00009; proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00281-00288.
159.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00293-00294.
160.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00263.
161.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00328.
162.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00328.
163.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00309; tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00312.
164.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00462-00463.
165.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00372-00374; Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00227-00229.
166.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00216.
167.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00218.
168.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00231-00232.
169.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 0272.
170.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00095-00098.
171.Proces-verbaal van verhoor van getuige, RESEDA ZD02, p. 00177-00181.
172.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 14] , RESEDA ZD02, p. 00212.
173.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 14] , RESEDA ZD02, p. 00214.
174.Schriftelijk bescheid, te weten een brief van de Belastingdienst aan [bedrijf 14] , RESEDA ZD02, p. 00215.
175.Schriftelijk bescheid, te weten een Trading Application Form, RESEDA ZD02, p. 00227-00231.
176.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00217.
177.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD02, p. 00220-00221.
178.Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, RESEDA ZD02, p. 00235.
179.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 13] , RESEDA ZD02, p. 00234.
180.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00281; tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00287.
181.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00300 en p. 00303.
182.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00256-00278.
183.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00065.
184.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00444-00446.
185.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00076-00083.
186.Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail [naam 12] , RESEDA ZD02, p. 00189.
187.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00313-00318.
188.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00319.
189.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00206-00213.
190.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00074; proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD01, p. 00092-00093.
191.Proces-verbaal van verhoor van getuige, LEGA ZD01, p. 00201.
192.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur, LEGA ZD01, p. 00194; schriftelijk bescheid, te weten een factuur, LEGA ZD01, p. 00198.
193.Proces-verbaal van verhoor van getuige, LEGA ZD01, p. 201.
194.Onderzoeksrapport Hoofdbureau van politie Reutlingen, LEGA ZD01, p. 00072, [bedrijf 3] Invoice d.d. 8 mei 2019, LEGA-ZD01, p. 00194, en [bedrijf 3] Invoice d.d. 10 mei 2019, LEGAZD01, p. 00198.
195.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00064-00065; Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD01,
196.Getuigenverhoor aangever [getuige 3] d.d. 16 mei 2019, politie Kirchentellinsfurt (Duitsland), LEGA ZD01-00097.
197.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00064.
198.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 01539.
199.Aanvullend proces-verbaal van bevindingen met nummer ON33019004.000061, p. 2.
200.Proces-verbaal van verhoor getuige, LEGA ZD01, p. 00103.
201.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , LEGA ZD01, p. 00859.
202.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00507.
203.Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD01, p. 00094.
204.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00107.
205.Proces-verbaal van verhoor getuige, LEGA ZD01, p. 00103.
206.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 17] , LEGA ZD02,
207.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , LEGA ZD01, p. 00833 en p. 00851.
208.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA AD, p. 00461.
209.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00437.
210.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00523.
211.Schriftelijk bescheid, te weten een vrachtbrief, LEGA ZD01, p. 00197; Schriftelijk bescheid, te weten een vrachtbrief, LEGA ZD01, p. 00200.
212.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00440.
213.Proces-verbaal van bevindingen. LEGA ZD01, p. 00433-00435.
214.Proces-verbaal van bevindingen,LEGA ZD01, p. 00525-00526.
215.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00539.
216.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00618.
217.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00494-00496.
218.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00572-00574.
219.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00369-00371.
220.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00763-00764.
221.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00423.
222.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00775-00777.
223.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00538.
224.Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD02, p. 00072-00073.
225.Foto, LEGA ZD02, p. 00083; relaas, LEGA ZD02, p. 00034.
226.Foto, LEGA ZD02, p. 00084.
227.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00176.
228.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van de website van [bedrijf 17] , LEGA ZD02, 00074.
229.Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, LEGA ZD02, p. 01323-01324; schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 17] , LEGA ZD02, p. 01365.
230.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 00104.
231.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00571.
232.Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , LEGA ZD03, p. 00706-00708.
233.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00231-00236.
234.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 01366-01368.
235.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 00147.
236.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 01366-01368.
237.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00522-00523.
238.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00255.
239.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00781 en p. 00800.
240.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00255-00261.
241.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00047-00049; Proces-verbaal van bevindingen LEGA ZD01,
242.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur op naam van [bedrijf 17] , LEGA ZD03, p. 00072.
243.Schriftelijk bescheid, te weten een vrachtbrief, LEGA ZD03, p. 00074.
244.Schriftelijk bescheid, te weten een aan [bedrijf 5] verstrekt uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 17] , LEGA ZD03, p. 00058.
245.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een identiteitskaart, LEGA ZD03, p. 00060.
246.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00205.
247.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00372.
248.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03,p. 00100.
249.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00103.
250.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03,p. 00100-00103; Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD03,
251.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00528.
252.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00030-00032.
253.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf 17] , LEGA ZD04, p. 00051.
254.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur van 27 juni 2019, LEGA ZD04, p. 00048.
255.Relaas, LEGA ZD04, p. 00018.
256.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00207-00208.
257.Proces-verbaal van verhoor Y. [medeverdachte 1] , LEGA ZD04, p. 000693-00696.
258.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00212.
259.Proces-verbaal van verhoor Y. [medeverdachte 1] , LEGA ZD04, p. 00693-00696.
260.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00209-00211.
261.Proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie, MARKER ZD01, p. 00530; proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD01, p. 64; proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] , PARRA PD07, p. 00037.
262.Opsomming der in beslag genomen valuta, MARKER ZD01, p. 00533; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00926.
263.Verklaring van [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2025.
264.Proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie, MARKER ZD01, p. 00578; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00930; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00932.
265.Https://www.wisselkoers.nl/calculator.
266.Kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00873-00874; aanvullend proces-verbaal Overzicht onderzoekswensen, proces-verbaal van bevindingen vervreemding virtuele valuta, p. 1-2.
267.Kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00876-00877.
268.Kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00916-00917.
269.Aanvullend proces-verbaal Overzicht onderzoekswensen, proces-verbaal van bevindingen vervreemding virtuele valuta, p. 1-2.
270.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p. 00973-00974; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD p. 1002.
271.Kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00983-00984; kaskwitantie, MARKER AD, p. 00986.
272.Kaskwitantie, MARKER AD, p. 00986; verklaring [bedrijf 22] , MARKER AD, p. 00987.
273.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p. 00505.
274.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00616; proces-verbaal datyloscopisch vooronderzoek, MARKER ZD02, P. 00627; proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor, MAKER ZD02, p. 00628; rapport dactyloscopisch onderzoek, MARKER ZD02, p. 00631-00634; proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor, MAKER ZD02, p. 00635; rapport dactyloscopisch onderzoek, MARKER ZD02, p. 00638-00641.
275.Proces-verbaal aanvraag machtiging doorzoeking, MARKER AD, p. 00954.
276.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00031-00032; proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00722.
277.Kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 01297-01300; aanvullend proces-verbaal Overzicht onderzoekswensen, proces-verbaal van bevindingen taxatie waarden goud, p. 1.
278.Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , MARKER ZD01, p. 00348-00349, 00351-00352.
279.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00347.
280.Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, MARKER AD, p. 01224; bijlage in beslag genomen goederen, MARKER AD, p. 01226-01227.
281.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p. 00505.
282.Proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, MARKER AD, p. 01216-01217.
283.Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , MARKER ZD01, p. 00326-00330.
284.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD13, p. 00016.
285.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00915.
286.Proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie, MARKER ZD01, p. 00529; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00918; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00920; kennisgeving van inbeslagname, MARKER AD, p. 00922.
287.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, p. 10.
288.Verklaring van [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 23 september 2025.
289.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00211-00214; eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen van de firma [bedrijf 23] , MARKER ZD02, p. 00216; bon van de firma [bedrijf 23] , MARKER ZD02, p. 00217; eigendomsbewijs van in bewaring gegeven goederen van de firma [bedrijf 23] , MARKER ZD02, p. 00219; bon van de firma [bedrijf 23] , MARKER ZD02, p. 00220.
290.Verklaring van [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 23 september 2025.
291.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01702-01703.
292.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00224-00226; proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD04, p. 101-102.
293.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00224-00226; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 0028; notitie, MARKER ZD02, p. 00230; foto van een ontvangstbewijs penale boete, MARKER ZD02, p. 00231; foto van een verzekeringsbewijs, MARKER ZD02, p. 00233; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 00234; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 00235; foto van een kentekenbewijs deel 1, MARKER ZD02, p. 00236; foto van een paspoort, MARKER ZD02, p. 00238; foto van een aanslagbiljet verkeersbelasting, MARKER ZD02, p. 00241; foto van een boete van en verkeersovertreding, MARKER ZD02, p. 00242; aanmaning tot betaling van een verkeersboete, MARKER ZD02, p. 00244; brief kopie aan de overtreder, MARKER ZD02, p. 00245; brief onmiddellijke inning, MARKER ZD02, p. 00247; aanmaning tot betaling, MARKER ZD02, p. 00250; foto van een identiteitsbewijs, MARKER ZD02, p. 00251; bestelbon, MARKER ZD02, p. 00256.
294.Tapgesprek TA004, sessienummer 57, PARRA PD04, p. 76-77; proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] , PARRA PD04, p, 69.
295.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 01420.
296.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] , PARRA PD04, p. 69.
297.Tapgesprek TA004, PARRA PD04, p. 81, 83.
298.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, p. 11.
299.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00718.
300.Justitiële documentatie [verdachte] d.d. 18-03-2025, p. 2-3.
301.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01, p. 00718.
302.Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , PARRA PD01, p. 63-64, 71.
303.Verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 23 en 25 september 2025.
304.Beschikking rechtbank Noord-Nederland, MARKER ZD02, p. 00085.
305.Brief van De Fryske Marren d.d. 22-08-2018, MARKER ZD02, p. 00182.
306.Aangifte inkomstenbelasting 2018 van [medeverdachte 5] , MARKER ZD02, p. 00087-00089; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00036.
307.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00044; arbeidsovereenkomst, MARKER ZD02, p. 00175-00176.
308.Proces-verbaal van verdenking, PARRA PD07, p. 00012.
309.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00036-00037; rapport wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling [verdachte] en [medeverdachte 5] , p. 00005-00008; ; proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 00893-00895.
310.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD02, p. 00037; proces-verbaal van bevindingen, MARKER ZD01,
311.Proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie, MARKER AD p. 00352, p. 00359-00399.
312.€ 41.138,37 - € 533,37 = € 40.605,00.
313.€ 41.138,37 - € 533,37 = € 40.605,00.