ECLI:NL:HR:2012:BW7172
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Huur van onbebouwde grond met tankstations valt niet onder bedrijfsruimtehuurrecht
In deze zaak ging het om de vraag of een huurovereenkomst tussen de Gemeente Rotterdam en een huurder (eiseres) betrekking had op onbebouwde grond of op bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. De huurovereenkomst betrof percelen grond waarop door de huurder tankstations waren opgericht. De kantonrechter en het hof hadden geoordeeld dat het ging om huur van onbebouwde grond, omdat partijen bij het sluiten van de overeenkomst de bedoeling hadden dat de huurder op eigen kosten een tankpost zou oprichten en dat de grond na afloop onbebouwd zou worden teruggegeven.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van eiseres. De Hoge Raad stelde dat het feit dat de bebouwing reeds aanwezig was bij aanvang van de huurovereenkomst niet betekent dat de overeenkomst automatisch betrekking heeft op bedrijfsruimte. Het gaat om de bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst en de feitelijke situatie. De Hoge Raad benadrukte dat de bepalingen van de overeenkomst en de feitelijke omstandigheden erop wijzen dat het ging om huur van onbebouwde grond met de verplichting tot oprichting van bebouwing.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de opvolgende huurovereenkomsten geen zelfstandige nieuwe overeenkomsten waren die afweken van de eerste overeenkomst. Dezelfde bepalingen werden overgenomen en de aard van de huurovereenkomst bleef gelijk. De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de huurovereenkomst betrekking had op onbebouwde grond en niet op bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW.