ECLI:NL:RBGEL:2025:11775

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11884569
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 lid 2 BWArt. 7:677 lid 3 sub a BWArt. 7:673 lid 7 sub c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens lekken vertrouwelijke informatie bevestigd

De zaak betreft het verzoek van een secretaresse om vernietiging van haar ontslag op staande voet door Stichting Nijmeegs Interkonfessioneel Ziekenhuis (CWZ), dat haar ontsloeg wegens het lekken van vertrouwelijke informatie. CWZ vorderde op haar beurt betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Uit het onderzoek van een extern bedrijf blijkt dat vertrouwelijke documenten op 24 maart 2025 via haar account zijn gescand en naar haar e-mailadres zijn gestuurd, waarna zij deze documenten op 25 maart 2025 via haar digitale werkomgeving bewerkte en verwijderde. De kantonrechter oordeelt dat deze handelingen een dringende reden vormen voor ontslag op staande voet. De secretaresse ontkent betrokkenheid, maar haar verweren worden onvoldoende onderbouwd geacht.

De kantonrechter stelt vast dat CWZ voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat het ontslag onverwijld is gegeven. De verzoeken van de secretaresse tot betaling van transitie- en billijke vergoeding worden afgewezen. De gefixeerde schadevergoeding van € 13.428,96 wordt aan CWZ toegewezen, met een verklaring voor recht dat de secretaresse deze vergoeding verschuldigd is.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en de gefixeerde schadevergoeding aan CWZ wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 11884569 \ HA VERZ 25-63 en,
Zaaknummer / rekestnummer: 11884713 \ HA VERZ 25-64
Beschikking van11december 2025
in de zaak met zaaknummer 11884569 van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
DE STICHTING NIJMEEGS INTERKONFESIONEEL ZIEKENHUIS "CANISIUS-WILHELMINA,
te Nijmegen,
verwerende partij,
hierna te noemen: CWZ,
gemachtigde: mr. M.H.G. van de Mortel.
en in de zaak met zaaknummer 11884713 van
DE STICHTING NIJMEEGS INTERKONFESIONEEL ZIEKENHUIS "CANISIUS-WILHELMINA,
te Nijmegen,
verzoekende partij,
hierna te noemen: CWZ,
gemachtigde: mr. M.H.G. van de Mortel.
tegen,
[verweerster],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] ,
gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,
De zaak in het kort
In deze zaken verzoekt [verzoekster] – kort gezegd – om vernietiging van het ontslag op staande voet en anderzijds verzoekt CWZ om toekenning van de gefixeerde schadevergoeding.
De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoekster] af, omdat het ontslag (rechts)geldig is. Met het gegeven dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet en de dringende reden door opzet of schuld van [verzoekster] is gegeven, is [verzoekster] ook een gefixeerde schadevergoeding aan CWZ verschuldigd. Nu CWZ deze deels al heeft verrekend met de eindafrekening en afziet van haar geldvordering voor het restant, zal worden volstaan met een verklaring voor recht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de zijde van [verzoekster] ,
- het verweerschrift van de zijde van CWZ,
- het verzoekschrift van de zijde van CWZ,
- de mondelinge behandeling van 3 november 2025, waarbij beide zaken zijn gevoegd en bij gelegenheid waarvan CWZ haar eis heeft gewijzigd in die zin dat zij de vordering tot betaling van het restant van de gefixeerde schadevergoeding niet langer van [verzoekster] vordert.
1.2.
De beschikking voor beide gevoegde zaken is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster] , geboren [datum] 1977, is sinds 1 februari 2023 in dienst bij CWZ. De functie van [verzoekster] is secretaresse met een loon van € 4.095,00 bruto per maand, exclusief persoonlijke toeslag, vakantiebijslag en overige emolumenten.
2.2.
[verzoekster] was van aanvang van haar dienstverband tot en met 20 augustus 2024 werkzaam als secretaresse voor de Raad van Bestuur. Met ingang van 21 augustus 2024 was zij werkzaam als secretaresse op de afdeling Kwaliteit & Verbeteren (voorheen kwaliteit, veiligheid en verantwoording).
2.3.
Op 3 juli 2025 is [verzoekster] uitgenodigd voor een gesprek op diezelfde dag met CWZ en [bedrijf 1] . Tijdens dit gesprek is aan [verzoekster] uitgelegd dat vertrouwelijke informatie van de Raad van Bestuur is gelekt naar derden, dat hiernaar onderzoek gaande is en dat [verzoekster] hierbij in beeld is gekomen.
2.4.
Per brief van 4 juli 2025 is [verzoekster] op non-actief gesteld. Uit deze brief wordt geciteerd:
Inleiding
Op 3 juli 2025 spraken [naam 1] (clustermanager bedrijfsvoering M&O)
en de heer M.H.G. van de Mortel (ZO. advocaten te Utrecht en advocaat van CWZ), met
u. Bij dat gesprek was ook uw partner aanwezig. Dit gesprek volgde direct op het
gesprek tussen u en twee onderzoekers van [bedrijf 1] - [naam 2]
en [naam 3] - eerder die ochtend (deels in het bijzijn van uw
partner). [naam 2] en [naam 3] waren eveneens bij het vervolggesprek
aanwezig. De aanleiding voor dit gesprek is als volgt geweest.
Onderzoek
CWZ heeft geconstateerd dat specifieke en vertrouwelijke (bedrijfs)informatie is "gelekt" en daarmee op onrechtmatige wijze in handen is gekomen van derden. Het "lekken" van deze informatie is zeer schadelijk voor CWZ. Het gaat - kort samengevat - om vertrouwelijke correspondentie van en met de raad van bestuur van CWZ. Deze correspondentie is slechts bekend bij en benaderbaar voor een zeer kleine groep personen binnen CWZ. Het betreft onder meer vertrouwelijke e-mailcorrespondentie tussen één van de leden van de raad van bestuur ( [naam 4] ) en de advocaat van CWZ ( [naam 5] ). De kring van personen die (destijds) toegang heeft (gehad) tot deze e-mailcorrespondentie is - naast de verzender en ontvanger van deze correspondentie - terug te brengen tot vijf personen. Eén van die personen bent u. In het licht van het voorgaande heeft CWZ aan [bedrijf 1] gevraagd een niet persoonsgericht onderzoek te doen. Door middel van een beeldherkenningsprogramma is onderzocht of de betreffende correspondentie is terug te vinden in de systemen van CWZ. Uit dat onderzoek is recent naar voren gekomen dat vertrouwelijke documenten - waaronder de betreffende e-mailcorrespondentie tussen [naam 4] en [naam 5] - op 24 maart 2025 via uw persoonlijke account zijn gescand op een printer/scanner van CWZ. Het gaat om scankopieën van vier documenten, waarbij de naam van degene die deze documenten heeft geprint "zwart" is gemaakt. Deze scankopieën zijn daarna naar uw e-mailadres verzonden. Onderzoek heeft tevens uitgewezen dat de betreffende e-mailberichten met als bijlage de scankopieën de
volgende dag, 25 maart 2025, zijn verwijderd uit uw mailbox.
(…)
Aan het begin van dat gesprek heeft [naam 2] een korte samenvatting gegeven
van hetgeen u in het gesprek met hem en [naam 3] heeft verklaard. Daarna
hebben [naam 1] en de heer Van de Mortel u zelf enkele vragen gesteld. Bij
die gelegenheid heeft u (kort samengevat) ontkend vertrouwelijke informatie waartoe u
in uw functie als secretaresse van de raad van bestuur toegang had - zonder instemming
en/of zonder valide reden - te hebben gedeeld met derden. Meer specifiek heeft u hen
verteld dat u de betreffende documenten, die via uw account zijn gescand en naar uw emailadres zijn gestuurd, niet heeft geprint en/of in handen heeft gehad, niet heeft
gescand en ook niet naar uw e-mailadres heeft gestuurd. Ook heeft u hen verteld dat u
de betreffende documenten, die tijdens het gesprek aan u zijn voorgehouden, niet
eerder heeft gezien. Eén van de documenten betreft een scankopie van een afspraak in
outlook die op 27 maart 2024 is gemaakt. Daarvan heeft u verklaard dat u deze afspraak
destijds zelf heeft gemaakt. Tevens heeft u verklaard dat u op dit moment geen
papieren versies van vertrouwelijke documenten in uw bezit heeft.
Desgevraagd heeft u geen verklaring kunnen geven voor het feit dat de betreffende
bestanden via uw account zijn gescand, naar uw e-mailadres zijn gestuurd en vervolgens
uit uw inbox zijn verwijderd. Wel heeft u in het vervolggesprek enkele scenario's de
revue laten passeren, die mogelijk een en ander zouden kunnen verklaren. Zo houdt u
het (bijvoorbeeld) voor mogelijk dat iemand met gebruikmaking van uw persoonlijke pas
(waarvan u heeft verklaard dat u deze niet uitleent aan anderen) documenten heeft
gescand of dat deze persoon documenten heeft gescand vanuit uw account direct nadat
u zelf zou hebben gescand omdat de scanner / printer nog niet zou zijn "uitgelogd". Vervolgens hebben [naam 1] en de heer Van de Mortel u voorgehouden dat,
op basis van de op dit moment bij CWZ bekende informatie uit het onderzoek en bij
gebrek aan een begrijpelijke en logische verklaring, CWZ het ervoor moet houden dat u
betrokken bent geweest bij het lekken van vertrouwelijke informatie aan derden.
Daarbij is u voorgehouden dat dit voor CWZ aanleiding kan zijn uw arbeidsovereenkomst
- al dan niet met onmiddellijke ingang vanwege een dringende reden - te beëindigen.
Alvorens te kunnen beslissen welke arbeidsrechtelijke consequenties CWZ aan de
uitkomsten van het onderzoek en uw verklaringen in dat verband zal verbinden, hebben
[naam 1] en de heer Van de Mortel u laten weten dat uw verklaring
aanleiding geeft tot het doen van nader - persoonsgericht - onderzoek door [bedrijf 1]
(onder meer in de laptop die CWZ u ter beschikking heeft gesteld). Dit heeft tot gevolg
dat CWZ genoodzaakt is u op non-actief te stellen.
2.5.
Op 14 juli 2025 heeft het vervolggesprek plaatsgevonden naar aanleiding van het (op 3 juli 2025 aangekondigde) persoonsgerichte onderzoek dat [bedrijf 1] heeft uitgevoerd.
2.6.
Op 15 juli 2025 is [verzoekster] op staande voet ontslagen. Uit de brief van diezelfde datum, ter bevestiging van het ontslag op staande voet, wordt geciteerd:
(…)
2. Vertrouwelijke gegevens
2.1
CWZ is sinds enige tijd verwikkeld in een kwestie met de cardiologen die - via het MSB Cardiologie (het "MSBC") - werkzaam zijn voor CWZ (de "cardiologen"). Deze kwestie heeft veel aandacht gekregen in de landelijke en regionale media.
2.2
CWZ is door (de advocaten van) de cardiologen meerdere keren geconfronteerd met vertrouwelijke documenten, die eerder niet in het bezit waren of konden zijn van de
cardiologen of hun advocaten.
2.3
De advocaten van de cardiologen hebben in dat verband op 1 april 2025 schriftelijk aan CWZ laten weten dat het MSBC "sinds vorige week" de beschikking heeft gekregen over vertrouwelijke correspondentie, memoranda en overige stukken tussen de raad van bestuur van CWZ (de "raad van bestuur") en andere interne en externe betrokkenen bij deze
kwestie.
2.4
Tijdens de kernstafvergadering van de Vereniging Medische Staf op 23 april 2025 hebben de cardiologen - in aanwezigheid van de raad van bestuur - in een presentatie (door middel van PowerPoint) een afbeelding van een vertrouwelijk e-mailbericht van [naam 6]
(extern adviseur CWZ) aan de (adviseurs van de) raad van bestuur d.d. 31 juli
2024 getoond (het "Document [naam 6] "). De cardiologen hebben deze presentatie
nadien, "geschoond" van het Document [naam 6] , aan CWZ doen toekomen.
2.5
In de memorie van eis van 6 juni 2025 - ter inleiding van een door de cardiologen / het MSBC gestarte procedure bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg - zijn door de (advocaten van de) cardiologen als producties 5, 8, 20 en 32 de volgende stukken in het geding gebracht:
(i) een vertrouwelijke notitie betreffende "Project Y";
(ii) het Document [naam 6] ;
(iii) e-mailcorrespondentie tussen [naam 4] (voorzitter raad van bestuur) en
[naam 5] (advocaat CWZ) van 20 februari 2024 (de "Emailcorrespondentie
met ZO."); en
(iv) een rapport van EBBEN waarin wordt verwezen naar specifieke en vertrouwelijke e-
mailcorrespondentie tussen de raad van bestuur en de medisch coördinatoren van NVVC
Advies (de "Emailcorrespondentie met NWC").
2.6
De hiervoor onder randnummer 2.5 genoemde documenten worden hierna tezamen ook aangeduid als: de "Documenten".
2.7
De inhoud van de Documenten is zeer vertrouwelijk en bedrijfsgevoelig. Het feit dat de cardiologen (onder meer) beschikken over de Documenten is onrechtmatig en in het kader van de privacy schadelijk voor CWZ. De kring van personen die (destijds) vanuit CWZ toegang heeft (gehad) tot de Documenten is beperkt. De kring van personen die (destijds) vanuit CWZ toegang heeft (gehad) tot de Emailcorrespondentie ZO. is - naast de verzender en ontvanger- terug te brengen tot vijf personen. U bent één van die vijf personen.
(…)

8.Samenvatting en conclusies

8.1
Op basis van de uitkomsten van het Onderzoek en het Nader Onderzoek alsmede uw verklaringen tijdens de gesprekken op 3 en 14 juli 2025 moet CWZ constateren dat:
(i) u zonder valide reden en zonder toestemming van CWZ een omvangrijke hoeveelheid
vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie van CWZ heeft gedownload dan wel zich
heeft toegeëigend, terwijl deze informatie u niet toebehoort en u in uw huidige functie over
deze informatie niet behoeft te beschikken;
(ii) u zonder valide reden en toestemming een deel van deze vertrouwelijke en
bedrijfsgevoelige informatie heeft "verwerkt", door deze niet alleen te downloaden maar
ook te printen, te scannen, naar uzelf te e-mailen, te bewerken, op te slaan in een ander
format en/of te verwijderen, terwijl u in uw huidige functie dergelijke handelingen niet had
behoeven te verrichten; en
iii) het voor een significant deel vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie betreft die
gerelateerd is aan de kwestie met de cardiologen, waarbij u wist dan wel had kunnen of
moeten weten dat deze kwestie voor CWZ zeer gevoelig is en deze kwestie haar kwetsbaar maakt - dit alles in het licht bezien van de aandacht van deze kwestie in de media vanaf
november 2024 -en u zich alleen al om die reden had behoren tot onthouden van het
"verwerken" van dergelijke vertrouwelijk en bedrijfsgevoelige informatie met het risico dat
dergelijke informatie aan derden zou kunnen worden "gelekt"; en
(iii) u heeft nagelaten zorgvuldig om te gaan met zeer vertrouwelijke en
bedrijfsgevoelige informatie waarover u vanuit uw (vorige) functie kon beschikken.
8.2
CWZ heeft vastgesteld dat vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie in handen is gekomen van de cardiologen en/of hun advocaten, welke door de cardiologen en/of hun
advocaten is en wordt gebruikt in de kwestie die speelt met CWZ. CWZ moet het - in het
licht bezien van de uitkomsten van het Onderzoek en het Nader Onderzoek en in combinatie
met uw verklaringen en alle andere omstandigheden van het geval (zoals opgenomen in
deze briefen hierna verder uitgewerkt) - ervoor houden dat u op enigerlei wijze betrokken
bent geweest bij het ter beschikking stellen van het Document [naam 6] , de E-
mailcorrespondentie met ZO. en/of de E-mailcorrespondentie met NWC aan de cardiologen
en/of hun advocaten.
8.3
Door uw handelingen en gedragingen zoals hiervoor beschreven, zowel onafhankelijk van elkaar als in samenhang bezien, heeft u in strijd gehandeld met de op u rustende geheimhoudingsverplichting (die is vastgelegd in de toepasselijke Cao Ziekenhuizen), de Gedragscode en/of met de op u rustende verplichting zich als goed en zorgvuldig handelend werknemer te gedragen. Daarbij heeft u gebruikt gemaakt van de bijzondere positie die u binnen CWZ in uw hoedanigheid van secretaresse van de raad van bestuur heeft bekleed én de toegang die u in dat verband heeft gehad tot vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie.
8.4
U heeft niet direct openheid van zaken gegeven als gevolg waarvan het Nader Onderzoek is uitgevoerd. Als gevolg daarvan heeft CWZ aanzienlijke extra kosten moeten maken voor (onder meer) het verrichten van het Nader Onderzoek, terwijl dat achterwege had kunnen blijven indien u direct openheid van zaken had gegeven.
8.5
Het Nader Onderzoek heeft uitgewezen dat uw eerdere verklaring tijdens het gesprek op 3 juli 2025 - dat u de Scankopiëen niet eerder heeft gezien én dat u de e-mailberichten waarin de Scankopiëen zijn opgenomen alsmede de Scan-kopieën zelf, niet heeft gelezen en niet heeft geopend - niet juist is geweest. Daarmee is voor CWZ komen vast te staan dat u niet de (volledige) waarheid heeft gesproken.
8.6
Door uw handelingen en gedragingen zoals hiervoor beschreven, zowel onafhankelijk van elkaar als in samenhang bezien, bent u ons vertrouwen onwaardig geworden en heeft u de goede naam van CWZ ernstig in diskrediet gebracht. De gevolgen van uw handelingen en gedragingen zijn verstrekkend voor CWZ en brengen CWZ ernstige schade toe.
8. 7 Bij de totstandkoming van de conclusies zoals beschreven bij randnummers 8.1. en/of 8.2. speelt een rol dat:
(i) zonder valide en verklaarbare redenen de Scankopieën zijn gescand via uw
account, via uw account naar uw e-mailadres zijn gemaild en een aantal
Scankopiëen een dag later op een locatie elders (waarschijnlijk bij u thuis) is
geopend en/of mogelijk ook is bewerkt via de website
www.ilovepdf.com, waarna alle Scankopieën zijn verwijderd (zowel uit de mailbox
als uit de map met verwijderde items);
(ii) uw "digitale handelingen" in de ochtend van 25 maart 2025 rechtstreeks aan zijn
gekoppeld aan de hand van het IP-adres in combinatie met het inloggen in uw
account via Citrix, na daartoe toegang te zijn verleend via een toegangscode die
naar uw privé mobiele telefoonnummer is gestuurd;
(iii) de advocaten van de cardiologen begin april 2025 hebben aangegeven dat zij
"vorige week" - oftewel in de week van 24 tot en met 30 maart 2025 - de
beschikking hebben gekregen over vertrouwelijke documenten, in de wetenschap
dat de Scankopiëen op 24 maart 2025
zijn gescand en gemaild en een deel daarvan op 25 maart 2025 is bewerkt en
vervolgens alle Scankopieën zijn verwijderd uit uw mailbox;
(iv) na uw vertrek als secretaresse van de raad van bestuur via uw account op drie
verschillende momenten (te weten op 27 augustus 2024, 2 en 9 april 2025) de
IBABS-bestanden zijn gedownload, waarvan een significant deel van de IBABS-
bestanden verband houdt met de kwestie met de cardiologen en zeer vertrouwelijke
informatie bevat; en
(v) u kort voorafgaand aan het scannen en verwerken van (een deel van) de
Scankopiëen - in de week van 17 maart 2025 - contact heeft gehad met één van de
cardiologen op het verzoek en het initiatief van laatstgenoemde.
8.8
U heeft betwist dat u zich schuldig heeft gemaakt aan de handelingen en
gedragingen zoals beschreven bij randnummers 8.1 tot en met 8.6. Echter de
verklaringen die u heeft gegeven voor hetgeen in het Onderzoek en het Nader
Onderzoek aan de hand van technische digitale gegevens is geconstateerd, zijn
ongeloofwaardig en onlogisch.
(i) U heeft geen begrijpelijke of logische - aan de hand van concrete feiten te
verifiëren - verklaring gegeven voor het feit dat de Scankopiëen via uw account zijn
gescand, naar uw e-mailadres zijn gestuurd en vervolgens uit uw mailbox zijn
verwijderd.
(ii) U heeft geen begrijpelijke of logische - aan de hand van concrete feiten te
verifiëren - verklaring gegeven voor het feit dat enkele Scankopieën via uw account
en in de Citrix-omgeving vanaf het IP-adres vanaf (waarschijnlijk) uw huisadres via
uw zakelijke laptop zijn gedownload en mogelijk zijn bewerkt=.
(iii) U heeft geen begrijpelijke of logische - aan de hand van concrete feiten te
verifiëren - verklaring gegeven voor het feit dat op verschillende moment de IBABS-
bestanden via uw account zijn gedownload.
(iv) U heeft daarentegen aangegeven dat mogelijk anderen via uw account
bestanden hebben gescand, naar u hebben gemaild en/of hebben gedownload,
terwijl het Nader Onderzoek die mogelijkheid voor wat betreft in ieder geval een
aantal Scankopiëen heeft uitgesloten.
8.9
Uw verklaringen heeft CWZ, aan de hand van de uitkomsten van het Onderzoek en
het Nader Onderzoek, beoordeeld. Desalniettemin komt CWZ tot de conclusie dat
uw verklaringen onaannemelijk en onlogisch zijn. Het gebruik van uw IP-adres in
combinatie met het gebruik van de tweefactor autorisatie maakt de tussenkomst
van een "hacker" uitermate ongeloofwaardig en zeer onaannemelijk. Dat zou
immers moeten betekenen dat de "hacker" via uw IP-adres - en zonder daarbij
andere digitale "sporen" achter te hebben gelaten - en met gebruikmaking van uw
mobiele telefoongegevens zich de toegang tot uw account via Citrix en de systemen
van CWZ zou hebben verschaft en daarnaast documenten in papieren vorm zou
hebben gescand op een printer/ scanner die zich bevindt in de kantoorruimtes van
CWZ.
8.1
Uw volhardende ontkenning van het downloaden en bewerken van enkele
Scankopiëen op 25 maart 2025, terwijl aan de hand van de technische en digitale
gegevens van het Nader Onderzoek is gebleken dat u daar rechtstreeks betrokken
bij bent geweest, maakt ook dat wij aan uw overige verklaringen geen enkele
waarde meer kunnen hechten.
2.7.
Bij brief van 30 juli 2025 maakt (de gemachtigde van) [verzoekster] bezwaar tegen het gegeven ontslag op staande voet. Zij stelt dat geen sprake is van een dringende reden en het ontslag bovendien niet onverwijld is gegeven.

3.Het verzoek en het verweer

In de zaak met nummer 11884569
3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter – na wijziging van verzoek – een verklaring voor recht te geven dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en CWZ te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.
3.2.
[verzoekster] heeft – samengevat – het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. [verzoekster] betwist ten eerste dat sprake is van een dringende reden. Zij betwist dat zij de stukken waar het in deze procedures om gaat zich heeft toegeëigend of gedownload. Ook ontkent [verzoekster] de stukken hebben bewerkt, onder andere via ilovepdf.com; ze kent deze site helemaal niet. [verzoekster] heeft niets te maken met het geschil tussen de Raad van Bestuur en de cardiologen. Zij had geen enkel (eigen) belang bij het verstrekken van deze documenten aan de cardiologen. Eén van de cardiologen, [naam 7] , heeft bovendien verklaard dat de documenten die zij in bezit hebben gekregen niet van [verzoekster] afkomstig zijn.
[verzoekster] stelt verder dat het mogelijk is dat iemand met verkeerde bedoelingen van haar pasje gebruik kan hebben gemaakt. Zij had deze weliswaar meestal bij zich, maar af en toe lag hij ook op haar bureau. Bovendien is zij er mee bekend dat bij de Raad van Bestuur allerlei (vertrouwelijke) stukken ‘gewoon’ op bureaus lagen/liggen, waar iedereen die dat zou willen, kennis van zou kunnen nemen. Ook had zij kennelijk nog lang toegang tot deze vertrouwelijke documenten, terwijl zij al maanden geleden was overgeplaatst naar een andere afdeling en aldus niets meer met deze documenten van doen had. Beleid van CWZ omtrent dergelijke vertrouwelijke documenten is er niet, althans wordt niet nageleefd. Er is in het onderzoek teveel gefocust op haar persoon, terwijl andere mogelijkheden niet of onvoldoende zijn onderzocht. Ook heeft zij ten onrechte geen inzicht gekregen in het onderzoek van [bedrijf 1] .
Daarnaast stelt [verzoekster] dat het ontslag niet onverwijld is gegeven, omdat CWZ niet voldoende voortvarend heeft gehandeld. Reeds op 23 april 2025 was zij ervan op de hoogte dat het vertrouwelijk stuk [naam 6] in het bezit was van de cardiologen. Op 6 juni 2025 wist zij dat er nog meer vertrouwelijke stukken bij de cardiologen waren terechtgekomen en dat er vijf personen toegang hebben gehad tot deze stukken. Pas op 3 juli 2025 is [verzoekster] uitgenodigd voor een eerste gesprek en uiteindelijk heeft pas op 15 juli 2025 het ontslag op staande voet plaatsgevonden.
Door de handelwijze van CWZ is [verzoekster] flink beschadigd. Ze ervaart als gevolg van het handelen van CWZ fysieke en psychische klachten. Ze heeft altijd naar eer en geweten gehandeld en altijd goed gefunctioneerd. Waar nodig heeft zij overgewerkt. Allemaal in belang van CWZ. Dat CWZ zo handelt voelt als een flinke schop na.
3.3.
CWZ voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. CWZ voert ‑ samengevat ‑ aan dat weldegelijk sprake is van een dringende reden. Deze volgt uit het onderzoek van [bedrijf 1] . Volgens CWZ blijkt uit dit onderzoek dat onomstotelijk vaststaat dat [verzoekster] betrokken is geweest bij het downloaden, scannen, bewerken en/of verwerken van vertrouwelijke documenten van de Raad van Bestuur, terwijl zij op dat moment niet meer werkzaam was voor de Raad van Bestuur. Zij wist bovendien dat alle stukken die met de kwestie van de cardiologen te maken hadden uiterst gevoelig lagen. De verklaringen die [verzoekster] heeft gegeven zijn uiterst onaannemelijk en vinden geen steun in de onderzoeksresultaten van [bedrijf 1] .
CWZ betwist dat zij niet onverwijld zou hebben gehandeld. Zij heeft juist voortvarend gehandeld, maar wel gemeend grondig en nauwkeurig onderzoek te moeten doen. De kwestie ligt erg gevoelig en heeft grote impact in het geschil met de cardiologen. Zij heeft, nadat zij in kennis is gekomen van het feit dat de cardiologen beschikken over vertrouwelijke stukken van de Raad van Bestuur in dit geschil, [bedrijf 1] ingeschakeld teneinde onderzoek te doen naar de bron. Dit onderzoek heeft, vanwege de omvang van de te onderzoeken stukken en objecten, enige tijd in beslag genomen. CWZ heeft echter telkens wanneer er informatie bekend was direct gehandeld en een gesprek met [verzoekster] gepland teneinde hoor en wederhoor toe te passen.
In de zaak met nummer 11884713
3.4.
CWZ verzoekt de kantonrechter – na vermindering van verzoek – om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat [verweerster] aan CWZ de gefixeerde schadevergoeding, ten bedrage van € 13.428,96, verschuldigd is.
3.5.
CWZ grond haar verzoek op artikel 7:677 lid 2 jo Pro. lid 3 sub a BW, nu zij zich op het standpunt stelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig aan [verweerster] is gegeven en [verweerster] door opzet en/of schuld een dringende reden heeft gegeven aan CWZ. [verweerster] is gezien het andere verzoekschrift een andere mening toegedaan en verweert zich daarom tegen de verschuldigdheid van de gefixeerde schadevergoeding.
3.6.
Op de standpunten van partijen, voor beide zaken, zal hierna nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaken om de vraag of het ontslag op staande voet al dan niet rechtsgeldig is gegeven en of CWZ moet worden veroordeeld tot betaling van de gebruikelijke vergoedingen bij een onterecht gegeven ontslag op staande voet. Daarnaast gaat het om de verschuldigdheid van de gefixeerde schadevergoeding.
4.2.
Omdat de verzoeken van beide partijen volledig met elkaar samenhangen, zullen zij hierna gezamenlijk worden beoordeeld.
Rechtsgeldig ontslag op staande voet
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De
kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
Dringende reden
4.4.
CWZ heeft [verzoekster] op 15 juli 2025 op staande voet ontslagen omdat zij volgens CWZ vertrouwelijke documenten, die de kwestie met de cardiologen betreft, heeft bewerkt of verwerkt nadat zij als secretaresse van de Raad van Bestuur is gestopt. Zij heeft deze betrokkenheid telkens ontkent, maar geen valide reden gegeven voor de uitkomsten van het onderzoek van [bedrijf 1] .
4.5.
Omstreeks april 2025 is CWZ ervan op de hoogte geraakt dat de cardiologen in het bezit zijn van vertrouwelijke documenten van de Raad van Bestuur. Als gevolg daarvan heeft zij een onderzoek laten uitvoeren door [bedrijf 1] . Uit het onderzoeksrapport van [bedrijf 1] volgt dat op 24 maart 2025 vier documenten, waaronder het document [naam 6] , vanaf een multifunctional (hierna mfa) in het ziekenhuis zijn gescand en naar de e-mailbox van [verzoekster] zijn verstuurd. In de ochtend van 25 maart 2025 heeft [verzoekster] via een tweefactor authenticatie (hierna: 2fa), vanaf vermoedelijk haar huisadres, ingelogd op de digitale werkomgeving. Dit blijkt onder andere uit het gebruikte IP-adres dat veelvuldig is geregistreerd bij een inlog van [verzoekster] , waardoor het vermoeden bestaat dat dit het IP-adres is dat gekoppeld is aan haar privé internetaansluiting thuis. De toegangscodes voor de inlog via 2fa zijn naar haar privé mobiele telefoonnummer gestuurd. Tevens is gebleken dat de documenten die een dag eerder als scandocumenten naar de e-mailbox van [verzoekster] zijn gestuurd, in de ochtend van 25 maart 2025 zijn bewerkt via de website ilovepfd.com en smallpdf.com, waarna deze bestanden als downloads zijn aangetroffen binnen de Citrixomgeving van [verzoekster] . Omstreeks 10.00 uur die ochtend zijn al deze documenten verwijderd uit de ‘verwijderde items’, van het e-mailaccount van [verzoekster] .
4.6.
[verzoekster] betwist de door CWZ gesteld betrokkenheid bij voorgaande handelingen. Zij heeft meerdere verweren gevoerd. Zij stelt voorop dat zij iedere betrokkenheid bij deze documenten ontkent. Nadat zij is vertrokken als secretaresse van de Raad van Bestuur heeft zij geen enkele bemoeienis meer gehad met dergelijke documenten. Zij voert aan dat haar pas of inloggegevens mogelijk zijn misbruikt om de betreffende documenten te scannen. Ook het bewerken van de documenten betwist zij; zij kent de genoemde websites waarmee de documenten zouden zijn bewerkt niet. Verder voert zij aan dat het gebruikelijk was dat allerlei documenten van de Raad van Bestuur onbeheerd op hun bureaus lagen en dat het daarom goed mogelijk is dat iemand de betreffende documenten op die manier in handen heeft gekregen en aan de cardiologen ter beschikking heeft gesteld. Zij voert aan dat zij bovendien geen enkel belang heeft bij de kwestie met de cardiologen. Zij trekt het onderzoek door [bedrijf 1] in twijfel, omdat zij geen toegang heeft gekregen tot het onderzoeksmateriaal en er geen onafhankelijk onderzoek plaats heeft kunnen vinden. Zij stelt zich op het standpunt dat er teveel op haar persoon is geconcentreerd en onvoldoende onderzoek is gedaan naar de andere vier personen die ook in beeld waren aan het begin van hun onderzoek.
4.7.
[verzoekster] betwist iedere betrokkenheid zoals door CWZ is gesteld, maar komt niet met een plausibel en met stukken onderbouwd alternatief als onderdeel van haar betwisting, terwijl dat naar het oordeel van de kantonrechter wel van haar kon worden verwacht gelet op de gedegen onderbouwing door CWZ via het rapport van [bedrijf 1] . Zo staat vast dat haar inloggegevens zijn gebruikt op 24 maart 2025 voor documenten waar zij geen enkele bemoeienis meer bij zou moeten hebben. Een dag later worden deze documenten bewerkt en uit haar e-mailbox verwijderd middels een 2fa inlog in het systeem via haar privé telefoon en vanaf het IP-adres van haar woonadres, hetgeen zij beide niet (gemotiveerd) betwist. Vervolgens trekt zij het onderzoek van [bedrijf 1] in zijn geheel in twijfel, maar laat na om, bijvoorbeeld aan de hand van een eigen deskundige, het rapport van [bedrijf 1] inhoudelijk te beoordelen. Er is voor de kantonrechter geen aanleiding om, met deze stand van zaken, aan de betrouwbaarheid van het onderzoek van [bedrijf 1] te twijfelen. Er wordt dan ook geen aanleiding gezien om een deskundige te benoemen om nogmaals onderzoek te doen.
Haar verweer dat de Raad van Bestuur onzorgvuldig omgaat met vertrouwelijke stukken en deze laat ‘rondslingeren’ kan haar niet baten, omdat ook als dit waar zou zijn, het niet wegneemt dat uit het onderzoek blijkt dat zij, nadat zij al lang niet meer voor de Raad van Bestuur werkte, deze documenten in haar bezit heeft gehad. Dat geldt evenzeer voor haar verweer dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de andere vier personen die in beeld zijn gekomen bij het onderzoek. Ook als uit verder onderzoek naar deze personen zou blijken dat zij deze stukken zelfs hebben overhandigd aan de cardiologen, neemt dit niet weg dat hiervoor is vast komen te staan dat ook [verzoekster] deze stukken in haar bezit heeft gehad. De verklaring van cardioloog [naam 7] is onvoldoende om vast te stellen dat [verzoekster] niet betrokken is. Niet alleen heeft CWZ een verklaring overgelegd waarin wordt gesteld dat de documenten zijn verkregen van een voormalig secretaresse van de Raad van Bestuur, maar ook heeft [naam 7] geen inzicht of invloed op het handelen van [verzoekster] . De kantonrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat [verzoekster] haar verweer onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd, waarmee de stellingen van CWZ komen vast te staan. De kantonrechter is van oordeel dat deze handelingen van [verzoekster] een dringende reden opleveren voor een ontslag op staande voet.
Onverwijldheid
4.8.
Hiervoor is geoordeeld dat sprake is van een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet. [verzoekster] heeft echter ook verweer gevoerd tegen de onverwijldheid van het gegeven ontslag. Volgens haar heeft CWZ onvoldoende voortvarend gehandeld in het proces dat heeft geleid tot het ontslag op 15 juli 2025. CWZ heeft dit verweer weersproken en de tijdslijn geschetst vanaf het moment dat zij op de hoogte is geraakt van het in bezit zijn door de cardiologen van de vertrouwelijke documenten tot het moment van het ontslag op staande voet.
4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat CWZ voldoende voortvarend heeft gehandeld en op geen moment sneller had moeten handelen dan zij heeft gedaan. Zij heeft ervoor gekozen uitgebreid onderzoek te laten doen door [bedrijf 1] . De eerste betrokkenheid bleek op 24 juni 2024 en werd op 26 juni 2025 meer concreet, dit heeft [verzoekster] niet betwist. Toen heeft CWZ [verzoekster] uitgenodigd voor een gesprek dat eerst op 3 juli 2025 kon plaatsvinden. Naar aanleiding van dat gesprek heeft [bedrijf 1] verder onderzoek gedaan en – na afronding van dat verdere onderzoek – haar uitgenodigd op 14 juli 2025 voor een tweede gesprek om te reageren op deze resultaten. Vervolgens heeft CZW naar aanleiding van dit gesprek besloten haar direct de volgende dag, 15 juli 2025, op staande voet te ontslaan. De handelwijze van CWZ getuigt naar het oordeel van de kantonrechter slechts van zorgvuldigheid in het kader van het onderzoek. CWZ heeft niet te lang gewacht met het geven van ontslag.
Transitievergoeding en billijke vergoeding
4.10.
Het verzoek om CWZ te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt afgewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoekster] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarom is geen transitievergoeding verschuldigd. [1] Dat geldt ook voor de verzochte billijke vergoeding.
Gefixeerde schadevergoeding
4.11.
Zowel [verzoekster] als CWZ hebben verzocht tot – kort gezegd – veroordeling van de ander tot verschuldigdheid van de gefixeerde schadevergoeding/vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, betekent dat dat het verzoek van [verzoekster] tot veroordeling van CWZ tot betaling van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden afgewezen.
Omdat uit het hiervoor geschetste feitencomplex naar het oordeel van de kantonrechter blijkt dat zij door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven aan CWZ, betekent dit juist dat [verzoekster] op grond van 7:677 lid 2 jo. lid 3 sub a BW de gefixeerde schadevergoeding is verschuldigd. Ter zitting heeft CWZ haar verzoek gewijzigd in die zin dat zij enkel nog vraagt om een verklaring voor recht dat [verzoekster] deze vergoeding is verschuldigd en dat de hoogte hiervan in totaal € 13.428,96 bedraagt. Die verklaring voor recht zal worden gegeven.
Proceskosten
4.12.
In het verzoek van [verzoekster] zal de kantonrechter de proceskosten compenseren, omdat het verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen. Dat betekent dat ieder van partijen haar eigen kosten draagt.
In het verzoek van CWZ komen de proceskosten voor rekening van [verzoekster] , omdat het verzoek van CWZ wordt toegewezen. De proceskosten aan de zijde van CWZ worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
In de zaak met nummer 11884569 \ HA VERZ 25-63
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen haar eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [2] ,
In de zaak met nummer 11884713 \ HA VERZ 25-64
5.4.
verklaart voor recht dat [verweerster] betaling van de gefixeerde schadevergoeding, ter hoogte van € 13.428,96, aan CWZ is verschuldigd,
5.5.
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten, aan de zijde van CWZ begroot op een bedrag van € 949,00, te vermeerderen met de kosten van betekening indien de beschikking aan [verweerster] wordt betekend,
5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
32548 / 53854

Voetnoten

1.Artikel 7:673 lid Pro 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.