ECLI:NL:RBGEL:2025:11776

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11958741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis in kort geding over loonvordering wegens achterstallig salaris

In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van achterstallig loon van IT Signal. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelt het spoedeisend belang van eiser en de kans van slagen van de vordering in de bodemprocedure. Gezien het niet weersproken bestaan van de arbeidsovereenkomst en de loonvordering, wordt de vordering toegewezen.

IT Signal wordt veroordeeld tot betaling van €1.500 netto per maand vanaf 1 april 2025 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro. Tevens worden de proceskosten van €768 toegewezen aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: IT Signal wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11958741 \ VV EXPL 25-78
Vonnis in kort geding van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P. van Wegen,
[toevoegingsnummer] ,
tegen
IT SIGNAL B.V.,
te Tolkamer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IT Signal,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
2.2.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering, te weten een loonvordering vanwege (achterstallig) salaris.
2.3.
[eiser] heeft de veroordeling gevorderd van IT Signal, overeenkomstig de dagvaarding, op de gronden als in de dagvaarding vermeld.
2.4.
Aan de vordering is door [eiser] de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst ten grondslag gelegd. De vordering zal, omdat deze niet is weersproken en deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, worden toegewezen.
2.5.
IT Signal is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal IT Signal niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
Totaal
768,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt IT Signal tot betaling van (achterstallig) loon van € 1.500,00 netto per maand, met reservering van vakantietoeslag en overige emolumenten, vanaf 1 april 2025 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt IT Signal tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro,
3.3.
veroordeelt IT Signal in de proceskosten van € 768,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
17 december 2025.
32548 / 560