ECLI:NL:RBGEL:2025:3958
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering afwijzing ziekengeld door UWV
Eiser diende een aanvraag om ziekengeld in die door het UWV werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde dat het UWV bij het bestreden besluit slechts had gekeken naar de geschiktheid voor de bij de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) geduide functies, maar niet voor de functie van gymleraar die eiser daadwerkelijk vervulde.
De medische onderzoeken en functionele mogelijkhedenlijst (FML) vormden de basis voor het besluit van het UWV, waarbij werd geconcludeerd dat eiser niet arbeidsongeschikt was. Eiser stelde echter dat zijn beperkingen, waaronder meerdere operaties aan zijn rechterhand en pijnklachten, onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet geschikt was voor de geduide functies.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het toetsingskader zoals vastgesteld door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 28 augustus 2024 niet had toegepast. Dit toetsingskader vereist een gecombineerde beoordeling van de geschiktheid voor het laatst verrichte werk en de geduide functies. Omdat het UWV dit naliet, vernietigde de rechtbank het besluit en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de gecombineerde maatstaf.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en juiste toetsing bij aanvragen om ziekengeld na een EZWb en WW-uitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van de gecombineerde maatstaf.