ECLI:NL:RBGEL:2025:5227
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werkgeversberoep tegen toekenning WIA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
De rechtbank Gelderland heeft op 4 juli 2025 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente tegen het UWV inzake de toekenning van een WIA-uitkering aan een werknemer. De werknemer was gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard met een percentage van 47,34%, gebaseerd op een praktische schatting van de resterende verdiencapaciteit.
De werkgever voerde aan dat het onderzoek naar de beperkingen van de werknemer onzorgvuldig was en dat de praktische schatting niet passend was omdat de werknemer slechts een deel van haar functie verrichtte en niet op het vereiste niveau functioneerde. Ook werd betoogd dat het loon niet representatief was vanwege een lager werktempo en intensieve begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij dossieronderzoek, gesprekken en hoorzittingen plaatsvonden. De praktische schatting was terecht toegepast omdat de werkzaamheden passend waren binnen de functionele mogelijkheden en de verdiensten representatief waren voor de resterende verdiencapaciteit. Er was geen sprake van een witte ravenbaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de toekenning van de WIA-uitkering op basis van de praktische schatting. De werkgever kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de toekenning van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard en de praktische schatting van 47,34% arbeidsongeschiktheid bevestigd.