ECLI:NL:CRVB:2011:BP8481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering op basis van passende en duurzame aangepaste arbeid
Appellant, werkzaam als wijkopzichter, meldde zich ziek wegens psychische klachten in verband met de ernstige ziekte van zijn echtgenote. Na een periode van ziekte hervatte hij aangepaste werkzaamheden als assistent hoofd bedrijfsbureau, oplopend tot 28 uur per week.
Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat appellant passend werk verrichtte en zijn verdiencapaciteit duurzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad baseert zich op medische en arbeidskundige rapporten waaruit blijkt dat het aangepaste werk aansluit bij de vakopleiding en ervaring van appellant, en dat hij dit werk duurzaam heeft verricht.
Appellant voerde aan dat de prognose onzeker was en dat hij nog aan het uitproberen was welke arbeid haalbaar was, maar de Raad acht dit onvoldoende om de schatting te verwerpen. Ook latere periodes van uitval door privé-omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel. De Raad concludeert dat het loon uit het aangepaste werk representatief is voor de resterende verdiencapaciteit en dat de weigering van de uitkering terecht is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.