ECLI:NL:RBGEL:2025:5930
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft een laattijdige aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, gebaseerd op zijn stelling dat hij vanaf zijn achttiende levensjaar duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft gehad. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat het arbeidsvermogen volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek verloren is gegaan buiten de vijfjaarstermijn na zijn achttiende verjaardag.
De rechtbank overweegt dat het risico van het ontbreken van gegevens over de relevante periode bij een laattijdige aanvraag voor rekening van eiser komt. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die het bezwaar en beroep behandelden, concluderen dat eiser wel degelijk arbeidsvermogen had in de verzekerde periode, onderbouwd door zijn diensttijd, werkervaring en het behalen van zijn rijbewijs.
Eiser voerde aan dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld door geen nader onderzoek te verrichten naar zijn dienstplicht en dienstverbanden en dat het evenredigheidsbeginsel is geschonden omdat hij nu bijstand ontvangt die lager is dan een Wajong-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is verricht en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom de afwijzing onevenredig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst het beroep af, verklaart het griffierecht niet terug te geven en kent geen proceskostenvergoeding toe. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid binnen de relevante periode.