ECLI:NL:RBGEL:2025:6329
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling dagloon Ziektewet door UWV
Eiser was werkzaam bij een werkgever en trad in september 2022 in dienst bij een andere werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hij meldde zich ziek op 7 november 2022. Het UWV stelde het dagloon vast op €7,46, gebaseerd op het loon uit de laatste dienstbetrekking en de referteperiode van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2022.
Eiser voerde aan dat hij al eerder ziek was en dat het UWV het dagloon onjuist had vastgesteld, onder meer omdat de toepassing van de dagloonregels zou leiden tot een onevenredige uitkomst in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts voldoende zorgvuldig was en dat de eerste ziektedag terecht op 7 november 2022 was vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is op een wettelijke regeling in formele zin zoals artikel 15 van Pro de Ziektewet. De wetgever heeft bewust gekozen voor het hanteren van het loon uit de laatste dienstbetrekking, ook al kan dit nadelig uitpakken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van zijn dagloon op grond van de Ziektewet wordt ongegrond verklaard.