Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres heeft in haar bezwaarschrift tegen het besluit van 10 juli 2024 onder meer aangevoerd dat zij wel voldoet aan de wekeneis als de weken waarin zij wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid niet kon werken, worden meegeteld. Eiseres kon in deze weken niet werken vanwege zwangerschap of bevalling. Doordat de wet daarmee geen rekening houdt, maakt de wet een ongeoorloofd onderscheid op grond van geslacht, aldus eiseres.
Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat het UWV handelt in strijd met artikel 11, eerste lid, aanhef en onder d en e, en tweede lid, aanhef en onder b, van het VN-Vrouwenverdrag [4] , door zwangerschapsgerelateerde uitval onterecht te kwalificeren als reguliere ziekte. Deze benadering leidt tot indirecte discriminatie van vrouwen op grond van hun zwangerschap. Door eiseres wordt daarom betwist dat het UWV artikel 17a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW op een juiste wijze heeft toegepast. Eiseres is van mening dat de tijdvakken, waarin zij in de referteperiode wegens zwangerschapsklachten niet heeft kunnen werken, meegeteld moeten worden in de referteperiode en dat zij daarom aan de 26-weken-eis heeft voldaan.
- de werkingssfeer van de regelingen alsmede de voorwaarden inzake toelating tot de regelingen,
- de verplichting tot premiebetaling en de premieberekening,
- de berekening van de prestaties, waaronder begrepen verhogingen verschuldigd uit hoofde van de echtgenoot en voor ten laste komende personen, alsmede de voorwaarden inzake duur en behoud van het recht op de prestaties.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 13 augustus 2024;
- draagt het UWV op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres;
- draagt het UWV op om in het nieuw te nemen besluit op bezwaar te beslissen op het verzoek van eiseres om materiële en immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres in beroep ter hoogte van € 2.721.