ECLI:NL:CRVB:2003:AF9315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Zwangerschapsverlof telt niet als arbeidsweken voor WW-uitkering om discriminatie te voorkomen
Appellante heeft na werkloosheid tijdelijk gewerkt en ontving daarna ziekengeld wegens bevalling. Bij aanvraag van een WW-uitkering werd zij geweigerd omdat zij niet voldeed aan de eis van minimaal 26 arbeidsweken in de 39 weken voorafgaand aan werkloosheid.
De periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof werd buiten beschouwing gelaten op grond van artikel 17a WW, waardoor appellante niet aan de wekeneis voldeed. Appellante stelde dat deze periode als arbeidsweken moest worden gerekend, verwijzend naar een arrest van het Hof van Justitie van de EG.
De Raad oordeelde dat het buiten beschouwing laten van deze verlofperiode juist voorkomt dat vrouwen worden gediscrimineerd ten opzichte van mannen, omdat anders vrouwen eerder niet aan de wekeneis zouden voldoen. De Raad vond geen grond om zwangerschapsverlof als arbeidsweken te beschouwen en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat zwangerschaps- en bevallingsverlof niet als arbeidsweken tellen voor de WW-uitkering, waardoor de uitkering wordt geweigerd.