ECLI:NL:RBGEL:2025:7307
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in voorlopige voorziening Woo-procedure
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die een voorlopige voorziening behandelde in een procedure op grond van de Wet open overheid (Woo). Verzoekster stelde dat zij niet voldoende gelegenheid kreeg om te reageren op laat ingebrachte stukken en dat de rechter partijdig zou zijn door een vooraf gevormde lijn te hanteren.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de zittingsaantekeningen en de schriftelijke stukken. De kamer overwoog dat de rechter de regie voerde tijdens de zitting en verzoekster wel degelijk de mogelijkheid had om te reageren, waardoor geen schending van het beginsel van hoor en wederhoor of het rechtsgelijkheidsbeginsel is vastgesteld.
Verder oordeelde de wrakingskamer dat het verwijzen naar eerdere uitspraken en het hanteren van een toetsingskader geen aanwijzing vormt voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek richtte zich deels op de inhoudelijke beoordeling van het toetsingskader, wat niet aan de orde is in een wrakingsprocedure.
Gelet op het voorgaande concludeert de wrakingskamer dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en wijst zij het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van schending van hoor en wederhoor of rechterlijke partijdigheid.