Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] te [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).
Rechtbank Gelderland
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het geschil over de omvang van de maatwerkvoorziening 'ondersteuning thuis – schoon huis' toegekend aan eiser op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiser, rolstoelafhankelijk door een spierziekte, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp, wasverzorging en warme maaltijdverzorging. Hij betwistte de toegekende omvang van de maatwerkvoorziening, met name de minuten voor was- en maaltijdverzorging.
De rechtbank stelde vast dat het college de maatwerkvoorziening conform de geldende rechtspraak en het HHM-normenkader had herberekend en gemotiveerd. Voor de wasverzorging was 93 minuten per week toegekend, wat de rechtbank voldoende achtte, ondanks het standpunt van eiser dat hij recht had op 139 minuten. Ook voor de warme maaltijdverzorging werd 140 minuten per week toegekend, waarbij rekening werd gehouden met het feit dat de huishoudelijke hulp meerdere dagen kookt en dat andere ADL-ondersteuning door Fokus-medewerkers wordt verleend.
Hoewel eiser verzocht om een levenslange indicatie, oordeelde de rechtbank dat het college de termijn van ruim vijf jaar passend heeft vastgesteld. De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in de besluiten, maar achtte dit niet benadelend voor eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, en het college veroordeeld tot betaling van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de maatwerkvoorziening blijft ongewijzigd; de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.