ECLI:NL:RBGEL:2025:9579

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
11876017
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:686 BWArt. 7:265 BWArt. 7:673 lid 1 onderdeel b onder 2 BWArt. 7:671c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet-betaling loon met recht op transitievergoeding

De werknemer is sinds 1 mei 2007 in dienst bij Dorrestijn Timmerfabriek als algemeen medewerker. Vanaf 1 november 2024 is het loon niet volledig uitbetaald, waarna de werkgever op 30 april 2025 door de rechtbank is veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon.

De werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar nalaten van de werkgever wegens de loonachterstand. De werkgever stemt in met ontbinding maar betwist het recht op transitievergoeding.

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever tekort is geschoten in haar betalingsverplichting en dit ernstig genoeg is voor ontbinding. Ondanks eerdere jurisprudentie over het ontbreken van transitievergoeding bij ontbinding op grond van artikel 7:686 BW Pro, wordt hier het recht op transitievergoeding toegekend vanwege ernstig verwijtbaar handelen.

De hoogte van de vergoeding wordt nog nader vastgesteld, waarbij partijen de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten en wordt geadviseerd tot overleg. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbare loonachterstand en de werknemer heeft recht op transitievergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 11876017 \ HA VERZ 25-138
Beschikking van 5 november 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. R.A.D. Koppelaar,
toevoegingsnummer: [nummer]
tegen
DORRESTIJN TIMMERFABRIEK B.V.,
gevestigd te Buren,
verwerende partij,
hierna te noemen: Dorrestijn Timmerfabriek,
gemachtigde: Bierman Advocaten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- aanvullende stukken van [verzoeker] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2025, waarbij beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigde van [verzoeker] heeft het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen welke zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 1 mei 2007 in dienst bij Dorrestijn Timmerfabriek. De functie van [verzoeker] is algemeen medewerker.
2.2.
Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor de Timmerindustrie (hierna: de cao) van toepassing.
2.3.
Vanaf 1 november 2024 is het loon van [verzoeker] niet volledig uitbetaald.
2.4.
Op 30 april 2025 is Dorrestijn Timmerfabriek veroordeeld tot betaling van onder meer het achterstallig loon over de periode vanaf 1 november 2024.
2.5.
Op 19 september 2025 is [verzoeker] toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen met benoeming van [naam] als bewindvoerder en
mr. O. Nijhuis als rechter-commissaris.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, na vermeerdering van zijn verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden met veroordeling van Dorrestijn Timmerfabriek tot betaling van de transitievergoeding van € 21.712,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid totdat alles is betaald, met veroordeling van Dorrestijn Timmerfabriek in de proceskosten.
3.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat Dorrestijn Timmerfabriek tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:686 jo Pro. 7:265 BW) en verzoekt een transitievergoeding toe te kennen omdat sprake is van ernstig verwijtbaar nalaten van Dorrestijn Timmerfabriek door het loon vanaf 1 november 2024 (gedeeltelijk) onbetaald te laten.
3.3.
Dorrestijn Timmerfabriek legt zich neer bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar kan zich niet verenigen met toekenning van een transitievergoeding.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover hier van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden en of [verzoeker] aanspraak kan maken op de transitievergoeding.
4.2.
Artikel 7:686 BW Pro bepaalt dat de bepalingen van afdeling 9, titel 10, boek 7 BW voor geen van beide partijen de mogelijkheid uitsluit om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Een kernverplichting van de werkgever die voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst is de verplichting tot betaling van het salaris van de werknemer. Nu Dorrestijn Timmerfabriek vanaf 1 november 2024 het salaris van [verzoeker] niet (volledig) heeft voldaan en de betalingsachterstand inmiddels is opgelopen tot een bedrag van € 22.623,58 (per 20 oktober 2025), staat voldoende vast dat Dorrestijn Timmerfabriek tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Deze tekortkoming van Dorrestijn Timmerfabriek is voldoende ernstig om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te komen. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per heden.
4.3.
[verzoeker] maakt voorts aanspraak op de transitievergoeding. Hoewel de Hoge Raad in zijn beschikking van 21 februari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:283) lijkt te overwegen dat bij een ontbinding op grond van artikel 7:686 BW Pro geen aanspraak kan worden gemaakt op een transitievergoeding, overweegt de kantonrechter als volgt. Artikel 7:673 lid 1 onderdeel Pro b onder 2 BW bepaalt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is als de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer is ontbonden als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Hiervan kan zowel bij een ontbinding op grond van artikel 7:671c BW als bij een ontbinding op grond van 7:686 BW sprake zijn. In dit geval kwalificeert de kantonrechter de tekortkoming, het (gedeeltelijk) onbetaald laten van het salaris van [verzoeker] sinds 1 november 2024 waardoor per 20 oktober 2025 een achterstand van
€ 22.623,58 bestaat, eveneens als ernstig verwijtbaar handelen c.q. nalaten van Dorrestijn Timmerfabriek. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [verzoeker] recht heeft op een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid Pro 1, onderdeel b, onder 2 BW. Dat aan de zijde van Dorrestijn Timmerfabriek sprake is van betalingsonmacht, hoe vervelend ook, doet daaraan niets af nu dit voor haar rekening en risico komt.
4.4.
De hoogte van de transitievergoeding heeft [verzoeker] , uitgaande van een brutosalaris van € 3.259,69 per vier weken, waar ook in het vonnis van de kantonrechter van 30 april 2025 vanuit wordt gegaan, omgerekend € 3.520,41 per maand berekend op
€ 21.712,41. Dorrestijn Timmerfabriek heeft ter zitting aangevoerd dat het brutosalaris
€ 2.858,83 bedraagt en heeft daarbij verwezen naar de salarisstrook over periode 9 van 2025 (productie 1 bij het verweerschrift). Zij komt tot dit bedrag door het ziektegeld van
€ 2.653,70, te vermeerderen met de prestatietoeslag van € 204,85 en de aanvulling hogere werkweek van € 312,20 en te verminderen met € 311,92. Hierop is ter zitting door [verzoeker] niet inhoudelijk gereageerd. De kantonrechter stelt daarom [verzoeker] in de gelegenheid zich uit te laten over de hoogte van het brutosalaris en de hoogte van de transitievergoeding (uitgaande van einde dienstverband per heden). Daarna krijgt Dorrestijn de mogelijkheid hierop te reageren. Om proceseconomische redenen en gelet op het relatief kleine verschil in hoogte, geeft de kantonrechter partijen in overweging met elkaar in overleg te treden om te bezien of zij het eens kunnen worden over de hoogte van de verschuldigde transitievergoeding.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per heden,
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid zich uit te laten over de hoogte van het brutosalaris en de hoogte van de transitievergoeding als bedoeld onder 4.4.,
5.4.
bepaalt dat, als [verzoeker] zich wil uitlaten, hij dit uiterlijk op woensdag 26 november 2025 schriftelijk, onder vermelding van het zaaknummer, dient te doen middels een schrijven aan de griffie van het team kanton en handel, rechtbank Gelderland, locatie Arnhem,
5.5.
vervolgens zal Dorrestijn Timmerfabriek de gelegenheid krijgen daarop eveneens binnen een termijn van drie weken schriftelijk te reageren,
5.6.
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.
44356 \ 61525