Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
mr. O. Nijhuis als rechter-commissaris.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
€ 22.623,58 bestaat, eveneens als ernstig verwijtbaar handelen c.q. nalaten van Dorrestijn Timmerfabriek. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [verzoeker] recht heeft op een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid Pro 1, onderdeel b, onder 2 BW. Dat aan de zijde van Dorrestijn Timmerfabriek sprake is van betalingsonmacht, hoe vervelend ook, doet daaraan niets af nu dit voor haar rekening en risico komt.
€ 21.712,41. Dorrestijn Timmerfabriek heeft ter zitting aangevoerd dat het brutosalaris
€ 2.858,83 bedraagt en heeft daarbij verwezen naar de salarisstrook over periode 9 van 2025 (productie 1 bij het verweerschrift). Zij komt tot dit bedrag door het ziektegeld van
€ 2.653,70, te vermeerderen met de prestatietoeslag van € 204,85 en de aanvulling hogere werkweek van € 312,20 en te verminderen met € 311,92. Hierop is ter zitting door [verzoeker] niet inhoudelijk gereageerd. De kantonrechter stelt daarom [verzoeker] in de gelegenheid zich uit te laten over de hoogte van het brutosalaris en de hoogte van de transitievergoeding (uitgaande van einde dienstverband per heden). Daarna krijgt Dorrestijn de mogelijkheid hierop te reageren. Om proceseconomische redenen en gelet op het relatief kleine verschil in hoogte, geeft de kantonrechter partijen in overweging met elkaar in overleg te treden om te bezien of zij het eens kunnen worden over de hoogte van de verschuldigde transitievergoeding.