Uitspraak
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], uit [plaats], hierna: derde-partij; en
Staat der Nederlanden (Minister van Justitie en Veiligheid), hierna: de Staat.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiseres tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven wegens overtreding van het bestemmingsplan door het realiseren van een paardenbak en het gebruik van grond voor paardrijden.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd om van handhaving af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek van eiseres om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit af, aangezien het handhavingsbesluit rechtmatig was.
Wel werd vastgesteld dat de totale procedure, inclusief bezwaar en beroep, de redelijke termijn had overschreden. Zowel het college als de rechterlijke instanties werden verantwoordelijk gehouden voor deze overschrijding. Daarom werden aan zowel eiseres als derde-partij schadevergoedingen toegekend, waarbij het college en de Staat der Nederlanden ieder een deel van de vergoeding betalen.
De rechtbank legde uit dat de overschrijding vooral in de bezwaarfase lag, maar ook in de rechterlijke fase. Het college werd veroordeeld tot betaling van € 2.322,58 aan zowel eiseres als derde-partij, en de Staat tot betaling van € 677,42 aan beiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het overige schadeverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn toegekend.