ECLI:NL:RVS:2025:4650
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bouwstop en last onder dwangsom wegens afwijkingen bouw paardenstal
Het college van burgemeester en wethouders van Renkum legde aan appellant een bouwstop en last onder dwangsom op vanwege het bouwen van een bouwwerk op het perceel te Oosterbeek in afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning voor een paardenstal en buitenbak. Appellant is sinds 2018 eigenaar van het perceel en de vergunning was verleend aan zijn rechtsvoorganger.
Toezichthouders constateerden dat werd gebouwd in afwijking van de vergunning en goedgekeurde bouwtekeningen, met name door het realiseren van voorzieningen die het bouwwerk als woning doen kwalificeren. Het college handhaafde de bouwstop en last onder dwangsom, en vorderde een verbeurde dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, vernietigde de preventieve last onder dwangsom en herroept het besluit van 21 juli 2020, maar verklaarde het beroep voor het overige ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat geen sprake was van overtreding, dat de last onvoldoende duidelijk was, en dat het college onzorgvuldig en onevenredig had gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van vier jaar was overschreden, waardoor appellant recht heeft op een schadevergoeding van € 1.500,00, die wordt verdeeld over de Staat en het college.
De Afdeling veroordeelde de Staat en het college tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten van het verzoek om schadevergoeding. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhaving van de bouwstop en last onder dwangsom blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van de bouwstop en last onder dwangsom wordt bevestigd.