Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 16 oktober 2024;
- het exploot van betekening van 4 november 2024;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 13 januari 2025;
- het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken, ingekomen op 7 maart 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw met een aanvullend verzoek partneralimentatie, ingekomen op 26 maart 2025;
- het (aangepaste) formulier verdelen en verrekenen van de man, ingekomen op 28 maart 2025;
- producties 8 t/m 10 van de man, ingekomen op 28 maart 2025;
- het F9-formulier met bijlage van de vrouw, ingekomen op 28 maart 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van de man, ingekomen op 3 oktober 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 6 oktober 2025.
2.De feiten
3.De beoordeling
- de bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw (de partneralimentatie);
- de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk.
afgerond € 714 per maand.
Ten slotte houdt de rechtbank rekening met een fictief bedrag aan ingehouden premies op basis van een 36-urige werkweek. Het NBI is dan € 3.596 per maand.
- te bepalen dat de schuld van € 1.473 aan [naam 1] door beide partijen bij helfte wordt betaald, althans een verklaring voor recht dat deze schuld gezamenlijk is en dat partijen beiden draagplichtig zijn, ieder voor de helft. Indien en voor zover de man meer betaalt dan zijn deel van deze schuld, dient te worden bepaald dat de vrouw wordt veroordeeld op basis van een regresvordering tot betaling van de helft van dit bedrag aan de man;
- te bepalen dat de resterende schuld op de peildatum van € 4.096,28 aan [naam 2] door beide partijen bij helfte wordt betaald, althans een verklaring voor recht dat deze schuld gezamenlijk is en dat partijen beiden draagplichtig zijn, ieder voor de helft. Indien en voor zover de man meer betaalt dan zijn deel van deze schuld, dient te worden bepaald dat de vrouw wordt veroordeeld op basis van een regresvordering tot betaling van de helft van dit bedrag aan de man.
€ 4.000 aan de vrouw zijnde het vergoedingsrecht van de vrouw;
4.De beslissing
S.C. Dijksterhuis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.