ECLI:NL:RBGEL:2026:1786

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
12001911
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 sub e BWArt. 7:671b lid 9 sub b BWArt. 7:673 lid 7 sub c BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet meewerken aan re-integratie en loonstop

Scala 2.0 B.V. verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens het niet nakomen van re-integratieverplichtingen en het niet tijdig inleveren van een leaseauto. De werknemer verschijnt niet op de zitting en voert geen verweer.

De kantonrechter stelt vast dat de werknemer ondanks schriftelijke aanmaningen en loonstop niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. Dit vormt een redelijke grond voor ontbinding op grond van verwijtbaar handelen. Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg omdat de werknemer niet deugdelijke grond heeft voor het niet meewerken.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 18 februari 2026. Scala is geen transitievergoeding verschuldigd. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van €4.700,26 plus wettelijke rente voor kosten en boetes gerelateerd aan de leaseauto. Tevens moet zij de proceskosten betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens niet meewerken aan re-integratie en de werknemer moet kosten en proceskosten betalen zonder recht op transitievergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 12001911 \ HA VERZ 25-85
Beschikking van 18 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Scala 2.0 B.V.
gevestigd te Wijchen
verzoekende partij
hierna te noemen: Scala
gemachtigde: mr. S.W. Kleijer en mr. O.M. Pater
tegen
[naam verweerder]
wonende te [woonplaats]
verwerende partij
hierna te noemen: [verweerder]
die niet is verschenen

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 t/m 47, ingekomen op 27 november 2025;
- de oproepingsbrief van 16 december 2025 van deze rechtbank waarbij partijen zijn opgeroepen te verschijnen op de mondelinge behandeling op 10 februari 2026;
- het door Scala uitgebrachte oproepingsexploot van 6 februari 2026;
- de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Namens Scala is verschenen [naam] en zij werd bijgestaan door mr. Kleijer en mr. Pater. [verweerder] heeft dertig minuten voor de mondelinge behandeling per e-mail geïnformeerd naar de gang van zaken en vijf minuten voor de zitting een verzoek voor een deelname via teams gedaan. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen omdat het niet tijdig is gedaan en er geen klemmende reden is gesteld.
Mr. Pater heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om spreekaantekeningen voor te dragen. De griffier heeft aantekeningen gehouden van hetgeen is besproken.
1.2.
Vervolgens is de datum van de beschikking bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Scala heeft ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] verzocht op de gronden als in het verzoekschrift vermeld.
2.2.
Het verzoekschrift is op 5 december 2025 per gewone en aangetekende post aan [verweerder] gezonden. Daarnaast is op het verzoekschrift op 6 februari 2026 aan [verweerder] betekend aan het adres van [verweerder] . Zij heeft geen verweer gevoerd.
2.3.
Beoordeeld moet worden of de arbeidsovereenkomst tussen partijen dient te worden ontbonden. In dat verband wordt vooropgesteld dat uit artikel 7:669 lid 1 BW Pro volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
2.4.
Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerder] in de weg. Dat opzegverbod is immers niet van toepassing in een geval zoals hier aan de orde, namelijk indien de werknemer zonder deugdelijke grond de wettelijke re-integratieverplichtingen weigert na te komen en de werkgever de werknemer schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van deze verplichtingen of, om die reden, de betaling van het loon heeft gestaakt. Daarbij komt dat [verweerder] zich bij Scala beter heeft gemeld, en zij door Ergatis arbeidsgeschikt is beoordeeld.
2.5.
De door Scala gestelde en door [verweerder] onweersproken gelaten feiten en omstandigheden leveren naar het oordeel van de kantonrechter een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro. Ondanks dat zij door Scala diverse keren schriftelijk is aangemaand en ondanks het doorvoeren van een loonstop, heeft [verweerder] niet voldaan aan de op haar op grond van wet rustende re-integratieverplichtingen en haar verplichtingen met betrekking tot het gebruik en de teruggave van de leaseauto. De arbeidsovereenkomst zal daarom worden ontbonden op grond van de primair aangevoerde ontbindingsgrond (verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] ). Om die reden behoeven de subsidiair en meer subsidiair aangevoerde ontbindingsgronden geen verdere bespreking meer.
2.6.
Aangezien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden in verband met verwijtbaar handelen en nalaten van [verweerder] acht de kantonrechter herplaatsing niet in de rede.
2.7.
De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van zodanig ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van [verweerder] dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub b BW zal worden ontbonden met ingang van de datum van deze beschikking. Er is geen belang dit (ook) voor recht te verklaren.
2.8.
Het voorgaande brengt eveneens mee dat Scala op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro geen transitievergoeding verschuldigd is aan [verweerder] . In zoverre zal een verklaring voor recht worden uitgesproken.
2.9.
Scala heeft ten slotte nog verzocht om [verweerder] te veroordelen een bedrag van
€ 4.700,26 te betalen in verband met door Scala gemaakte kosten voor het gebruik en niet tijdig inleveren van de leaseauto na 10 april 2025 en door [verweerder] veroorzaakte boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals verzocht onder e) en g) van het petitum. Deze verzoeken komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden dan ook toegewezen, behoudens het volgende. Scala verzoekt betaling van een bedrag van minimaal € 4.700,26 te vermeerderen met de kosten die zijn gemaakt na het indienen van het verzoekschrift. Scala heeft haar verzoek op dit punt na het indienen van het verzoekschrift niet vermeerderd, zodat het ervoor wordt gehouden dat er geen verdere kosten zijn gemaakt, dan wel kunnen eventuele toekomstige kosten als onvoldoende gespecificeerd niet worden toegewezen.
2.10.
De gevorderde wettelijke rente het onder 2.9 genoemde bedrag wordt toegewezen aangezien [verweerder] de verschuldigdheid niet heeft betwist en zij deze op grond van artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is.
2.11.
Scala wenst het onder 2.9 genoemde bedrag en de rente daarover, te verrekenen met de eindafrekening van [verweerder] zoals bepaald in artikel 7:632 BW Pro. Artikel 7:632 BW Pro geldt niet bij het einde van de overeenkomst. Scala is evenwel conform het bepaalde in artikel 6:127 BW Pro e.v. gerechtigd om deze vordering te verrekenen met hetgeen [verweerder] rechtens nog toekomt uit hoofde van de eindafrekening, onder overlegging van een deugdelijke specificatie.
2.12.
[verweerder] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Scala worden begroot op:
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
856,00
2.13.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat Scala dat verzoekt en [verweerder] hier geen verweer tegen heeft gevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 18 februari 2026;
3.2.
verklaart voor recht dat Scala op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro geen transitievergoeding verschuldigd is aan [verweerder] ;
3.3.
veroordeelt [verweerder] aan Scala te betalen een bedrag van € 4.700,26 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag dat alles is betaald, welk bedrag Scala met toepassing van artikel 6:127 BW Pro e.v. mag verrekenen met hetgeen [verweerder] rechtens nog toekomt uit hoofde van de eindafrekening;
3.4.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 856,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
18 februari 2026.
40140 \ 560