ECLI:NL:RBGEL:2026:2642
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inhouding op AOW-pensioen wegens beslaglegging ongegrond verklaard
Eiser maakt bezwaar tegen de inhouding van een bedrag op zijn AOW-pensioen door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op grond van een beslaglegging door een derde partij. De SVB voert uit dat zij verplicht is het beslag uit te voeren en daarbij uitgaat van de door de beslaglegger opgegeven beslagvrije voet. Eiser betoogt dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals huwelijkse voorwaarden, vaste lasten in Nederland en Polen, en medische problematiek.
De rechtbank stelt vast dat de bezwaren van eiser betrekking hebben op de rechtmatigheid van het beslag zelf, hetgeen niet door de bestuursrechter kan worden beoordeeld. De SVB mag de geldigheid en omvang van het beslag niet toetsen, maar moet het beslag uitvoeren zoals opgelegd. De rechtbank beoordeelt daarom alleen of de SVB binnen de kaders van het beslag is gebleven.
Uit de beoordeling volgt dat de SVB de beslagvrije voet zoals vastgesteld door de beslaglegger heeft gehanteerd en het bestreden besluit daarop heeft gebaseerd. Er is geen sprake van overschrijding van de kaders van het beslag of onzorgvuldig handelen door de SVB. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding op het AOW-pensioen wegens beslaglegging wordt ongegrond verklaard omdat de SVB binnen de kaders van het beslag is gebleven.