ECLI:NL:RBGEL:2026:2667
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongeldig ontslag op staande voet en toekenning vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding
Werknemer was sinds september 2022 in dienst bij werkgeefster op basis van een oproepovereenkomst. Op 23 oktober 2025 ontstond een discussie tussen werknemer en de directeur over het uitklokken, waarna werknemer aangaf de volgende dag niet meer te komen werken. Werkgeefster heeft dit opgevat als opzegging, maar heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de wil van werknemer.
Werknemer kwam op 28 oktober 2025 weer werken, maar werd na een nieuwe discussie naar huis gestuurd en kreeg te horen dat de samenwerking was beëindigd. De kantonrechter oordeelt dat dit een ontslag op staande voet door werkgeefster betreft, maar dat dit ontslag niet rechtsgeldig is omdat er geen dringende reden was en het niet schriftelijk is bevestigd.
Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, gelijk aan het loon over de opzegtermijn, en de transitievergoeding. De gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het feit dat werknemer snel een nieuwe baan vond. De proceskosten worden aan werkgeefster opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en werkgeefster moet vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding betalen.