ECLI:NL:RBGEL:2026:2834
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WGA-uitkering en arbeidsongeschiktheid van 37,86%
Eiser betwist de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV, die is vastgesteld op 37,86% in het kader van een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een uitgebreid proces met meerdere rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, waaronder een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), oordeelt de rechtbank dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. De arbeidsdeskundige heeft functies geduid die geschikt zijn voor eiser, ondanks enkele aanpassingen in de FML.
Eiser voerde aan dat bepaalde functies, zoals receptionist en productiemedewerker industrie, niet passend zijn vanwege gebrek aan klantcontactervaring en fysieke beperkingen. De arbeidsdeskundige b&b weerlegde deze bezwaren met gedetailleerde rapporten en motiveringen, die de rechtbank volgde. De rechtbank concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de procedure ruim een jaar langer duurde dan redelijk is, en kent een schadevergoeding toe van €1.500, verdeeld over het UWV en de Staat. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan eiser vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn en gemaakte proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard, met toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.