ECLI:NL:RBGEL:2026:3447
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering verbeurde dwangsommen na handhavingsbesluiten omgevingsrecht
De zaak betreft twee afzonderlijke besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo tot invordering van €125.000 aan verbeurde dwangsommen bij twee eisers, die het niet eens zijn met deze besluiten. De dwangsommen zijn opgelegd wegens het niet verwijderen van zes bouwwerken zonder omgevingsvergunning op bedrijfsterreinpercelen.
Eisers voerden onder meer aan dat het invorderingsbesluit aan eiseres 1 onrechtmatig was vanwege een kennelijke schrijffout in de naam en dat eiseres 1 geen overtreder zou zijn omdat zij huurder is en niet bevoegd om de bouwwerken te verwijderen. De rechtbank oordeelde dat de schrijffout een eenvoudig te herstellen kennelijke verschrijving betrof en dat de bevoegdheid tot invordering niet was verjaard. Ook was het niet evident dat eiseres 1 geen overtreder is, mede omdat de huurovereenkomst op andere percelen ziet dan de overtreding.
Verder stelde de rechtbank vast dat de dwangsommen terecht zijn verbeurd omdat de overtredingen niet tijdig zijn beëindigd. Hoewel er een traject tot legalisering liep en het bestemmingsplan inmiddels is gewijzigd, achtte de rechtbank dit geen bijzondere omstandigheid om van invordering af te zien. Het college had de dwangsommen al met de helft gematigd, en verdere matiging was niet redelijk. De beroepen zijn ongegrond verklaard, waardoor de invorderingsbesluiten in stand blijven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de invordering van verbeurde dwangsommen ongegrond en bevestigt de invorderingsbesluiten.