ECLI:NL:RVS:2020:2472
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen na overtreding bestemmingsplan recreatiewoning
Bij besluit van 29 december 2009 werd aan appellante een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van haar recreatiewoning voor permanente bewoning te staken. De begunstigingstermijn werd verlengd tot 1 december 2016. Na die datum bleef appellante de woning permanent bewonen, waardoor het maximum bedrag van €30.000 aan dwangsommen werd verbeurd. Het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen besloot op 24 oktober 2017 tot invordering van deze dwangsommen.
Appellante voerde onder meer aan dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard en dat bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder een ernstige alcoholverslaving, tot afzien van invordering hadden moeten leiden. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot invordering, de verjaring was gestuit door een aanmaning en uitstel van betaling was verleend. Ook werden de persoonlijke omstandigheden onvoldoende geacht om af te zien van invordering. Het beroep op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel werd eveneens verworpen.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het college had rechtmatig uitstel van betaling verleend, waardoor de verjaringstermijn werd verlengd. De persoonlijke omstandigheden van appellante waren onvoldoende om af te zien van invordering, mede gezien de lange begunstigingstermijn. Bezwaren tegen de rechtmatigheid van het oorspronkelijke last onder dwangsom besluit kunnen niet meer worden aangevoerd tegen het invorderingsbesluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.