Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- een bedrag van € 3.558,75 netto aan achterstallig salaris tot en met week 11 van 2026 en het rechtens geldende salaris tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;
- € 9.106,96 bruto aan wettelijke verhoging over het achterstallige loon;
- de wettelijke rente over het achterstallig salaris en de wettelijke verhoging;
- de proceskosten.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- 0,33% aan achterstallige vakantietoeslag over het achterstallige salaris over de periode van 22 augustus 2025 tot en met week 11 van 2026;
- de wettelijke verhoging over het achterstallige salaris over de periode van 22 augustus 2025 tot en met week 11 van 2026;
- de wettelijke rente over het achterstallige salaris over de periode van 22 augustus 2025 tot en met week 11 van 2026,