Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 mei 2026
[belanghebbende] B.V., uit [plaats 1], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Winterswijk, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- veelvuldig verwijzen naar vermeende rechtsregels, die, zo blijkt uit onderzoek van de rechtbank, nimmer volgen uit de genoemde jurisprudentie/ECLI-nummers. Dit is slechts anders als verwezen is naar door de heffingsambtenaar aangehaalde jurisprudentie;
- standpunten vermelden, die in de individuele zaken leiden tot een hogere waarden, terwijl gemachtigde lagere waarden bepleit. Zo wordt gepleit voor een lager leegstandsrisico en/of een hogere grondwaarde in combinatie met een hogere opstalwaarde. In geval van een gecorrigeerde vervangingswaardeberekening wordt gepleit voor een hogere restwaarde;
- onbegrijpelijke standpunten vermelden en/of standpunten vermelden die in combinatie met de rest van de tekst een hogere waarde suggereren, terwijl in die zaak een lagere waarde wordt bepleit;
- niet ter zake doende standpunten vermelden, zoals betwisting van de grondwaarde, terwijl de grond in die zaak niet afzonderlijk in de waarde is betrokken. Ook wordt in een zaak de frictieleegstand betwist, terwijl die niet in het leegstandrisico (uitsluitend aanvangsleegstand) wordt betrokken;
- vragen om informatie die niet ter zake doende is en/of die van gemachtigde of belanghebbende zelf afkomstig is, zoals omzetgegevens en/of huurovereenkomsten;
- bol staan van adviezen aan gemachtigde over de te volgen processtrategie en daarmee duidelijk niet bedoeld zijn voor de heffingsambtenaar en/of de rechtbank.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.