Op 9 december 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een hoger beroep betreffende de vaststelling van de WOZ-waarde van een dijkwoning in Haarlemmermeer. De belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. A. Bakker, had beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, die het bezwaar tegen de WOZ-beschikking ongegrond had verklaard. De heffingsambtenaar had de waarde van de woning vastgesteld op € 272.000 per 1 januari 2021. Tijdens de procedure heeft de gemachtigde van de belanghebbende zich afgemeld voor de zitting, wat leidde tot de afwezigheid van zowel de belanghebbende als de heffingsambtenaar op de zitting.
Het Hof oordeelde dat de wijze van procederen door de gemachtigde in strijd was met de goede procesorde. De ingediende stukken voldeden niet aan de vereisten voor beroepsmatig optreden, waardoor het Hof zich genoodzaakt zag zich te beperken tot de vraag of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Het Hof concludeerde dat de heffingsambtenaar erin was geslaagd om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De belanghebbende had geen relevante argumenten aangedragen die tot een ander oordeel konden leiden. Het Hof wees erop dat de gemachtigde in eerdere zaken ook vaak dezelfde ononderbouwde beweringen aanvoerde, wat de beoordeling bemoeilijkte. De uitspraak van het Hof bevestigde de eerdere beslissing van de rechtbank, en er werden geen kosten toegewezen.