AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek UWV bij beoordeling passendheid functie wegens taalbeheersing
Eiseres, sinds 1993 in Nederland woonachtig en met een beperkt beheersing van de Nederlandse taal, verzocht het UWV om herziening van de beëindiging van haar WAO-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat passende functies waren geduid, waaronder administratief medewerker (SBC 315133), waarbij gebruik van vertaalapps mogelijk is.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende Nederlands spreekt om de inhoudelijke taken van de administratief medewerker uit te voeren, zoals het beoordelen en ordenen van inkomende post. Het UWV heeft niet aannemelijk gemaakt dat vertaalapps dit taaltekort kunnen compenseren. Ook is de fictie van artikel 9 SchattingsbesluitPro en de Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden niet toepasbaar vanwege het vereiste opleidingsniveau.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en strijdig is met de artikelen 3:46 en 7:12 Awb. Het UWV krijgt zes weken de tijd om het gebrek te herstellen, waarna de rechtbank een einduitspraak zal doen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank stelt een motiveringsgebrek vast en geeft het UWV zes weken de gelegenheid dit te herstellen.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2273 T
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: A.J. van Klaveren-Drost).
Procesverloop
1. Bij besluit van 15 november 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV het verzoek van eiseres om terug te komen op het besluit van 13 augustus 2020 en de daarop volgende beslissing op bezwaar van 9 maart 2021 afgewezen. Bij besluit van 15 april 2025 (bestreden besluit) is het UWV gebleven bij dat besluit.
1.1.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig met het beroep met zaaknummer ARN 24/3543, op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen. De rechtbank doet in beide beroepen afzonderlijk uitspraak.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. De rechtbank stelt het navolgende vast.
2.1.
Eiseres is geboren op [geboortedag] 1975. Zij is op 11 december 1993 vanuit Turkije naar Nederland gekomen. In Turkije heeft zij lager en enkele jaren middelbaar onderwijs gevolgd. Vanaf 1994 heeft zij bij verschillende werkgevers productiewerk verricht. [1]
2.2.
In 2002 is eiseres uitgevallen met (rechter-)arm- en schouderklachten. Zij is door een verzekeringsarts gezien op een spreekuur.
Eiseres werd in dat gesprek bijgestaan door een kennis, die voor haar tolkte. Daarna is zij gezien door de arbeidsdeskundige. Het opleidingsniveau is door de arbeidsdeskundige vastgesteld op ‘1’.
2.3.
Eiseres heeft op 12 november 2003 en op 15 juni 2004 vanwege toegenomen gezondheidsklachten een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO) aangevraagd. Na een verzekeringsgeneeskundige beoordeling, waar eiseres opnieuw werd bijgestaan door een kennis die voor haar tolkte, is aan eiseres met ingang van 28 september 2004 een WAO-uitkering toegekend.
2.4.
De arbeidsongeschiktheid is in september 2005 verzekeringsgenees- en arbeidsdeskundig [2] opnieuw beoordeeld. Tijdens het spreekuurcontact met de verzekeringsarts is eiseres bijgestaan door een tolk. Volgens de arbeidsdeskundige is zij niet geschikt voor haar eigen werk als inpakster maar wel voor passend werk [3] . Omdat eiseres minder dan 15% arbeidsongeschikt is geacht, is de WAO-uitkering beëindigd per
14 februari 2006. Eiseres heeft tegen dat besluit in bezwaar gemaakt.
In bezwaar heeft opnieuw een verzekeringsgenees- en arbeidsdeskundige [4] beoordeling plaatsgevonden. Eiseres is nog steeds niet geschikt geacht voor haar eigen werk, maar wel voor passend werk. [5]
2.5.
Eiseres heeft zich op 19 juni 2006 ziekgemeld vanuit de Werkloosheidswet (WW).
Aan haar is per die datum ziekengeld toegekend. Eiseres is daarna herhaaldelijk opgeroepen voor de spreekuren van de verzekeringsartsen van het UWV, zo ook op 30 januari 2008 en 15 februari 2008. Op die spreekuren werd eiseres vergezeld door een vriendin, die voor haar tolkte.
2.6.
Op 18 februari 2008 heeft eiseres een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd. Zij is gezien op een spreekuur op 9 april 2008. Zij werd weer vergezeld door een vriendin, die voor haar tolkte.
Na de verzekeringsgeneeskundige beoordeling is aan eiseres opnieuw een WAO-uitkering toegekend.
2.7.
Eiseres is bij (in het Turks geschreven) brief van 21 oktober 2019 opgeroepen voor een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Op verzoek van het UWV is zij onderzocht door Sitagré, de gesprekken met de psycholoog en psychiaters zijn gevoerd met behulp van een tolk. Zij is ook gezien op een spreekuur van een verzekeringsarts, waar zij werd bijstaan door een tolk.
Daarnaast heeft zij met behulp van een tolk gesproken met de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige heeft het niveau van eiseres van de Nederlandse taal beoordeeld als ‘eenvoudig’, er is geen opleidingsniveau vastgesteld.
Na de verzekeringsgenees- [6] en de arbeidsdeskundige [7] beoordeling is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 15%, te weten op 4,72%. Hierop is de WAO-uitkering beëindigd met ingang van 20 oktober 2020. [8]
2.8.
In bezwaar heeft opnieuw een verzekeringsgenees- en een arbeidsdeskundige [9] beoordeling plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (b&b) heeft de door de arbeidsdeskundige geduide functies deels verworpen. Door de arbeidsdeskundige b&b zijn de volgende functies als passend geduid: SBC code 315133 Administratief medewerker (document scannen), SBC code 111180 Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) en SBC code 111220 Medewerker intern transport. De mate van arbeidsongeschiktheid is na heroverweging in bezwaar vastgesteld op 8,48%. Bij besluit van 9 maart 2021 is het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit heeft eiseres geen beroep ingesteld.
2.9.
Eiseres heeft op 23 januari 2024 het UWV verzocht de beslissing waarmee de WAO-uitkering is beëindigd te herzien. [10] De arbeidsdeskundige heeft op 29 oktober 2024 gerapporteerd. [11] Hierna is het primaire besluit genomen.
2.10.
In bezwaar heeft de arbeidsdeskundige b&b gerapporteerd. [12] Vervolgens is het bestreden besluit genomen.
Het geschil
3. De rechtbank moet beoordelen of het UWV terecht heeft geweigerd de besluiten van 19 augustus 2020 en 9 maart 2021 te herzien.
3.1.
Omdat het UWV op inhoudelijke gronden heeft beoordeeld of de arbeidsdeskundigen (b&b) destijds passende functies hebben geduid, die aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag zijn gelegd en waarop de beëindiging van de WAO-uitkering is gegrond, zal de rechtbank ook moeten beoordelen of die beoordeling juist is verricht.
De overwegingen
4. Eiseres voert aan dat de geduide functies niet passend zijn. De functie met SBC code 315113 administratief medewerker is niet passend omdat eiseres het Nederlands niet (voldoende) beheerst. Dat klemt volgens eiseres omdat zij in deze functie stukken op inhoud moet beoordelen om deze vervolgens goed te kunnen verwerken.
De functie met SBC code 111220 medewerker intern transport is niet passend omdat zij, kort gezegd, daarin teveel moet staan en lopen.
Opleidingsniveau
4.2.
Tijdens de zitting heeft eiseres haar beroepsgrond over het opleidingsniveau niet langer gehandhaafd, zodat deze beroepsgrond geen nadere bespreking behoeft.
Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de geduide functies in ieder geval voor wat betreft het opleidingsniveau van eiseres als passend zijn aan te merken.
SBC code 111220 medewerker intern transport
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat deze functie vanwege haar medische problemen niet geschikt is. Medische informatie waaruit dat volgt, heeft zij niet overgelegd. Andere aanknopingspunten ontbreken.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
SBC code 315133 administratief medewerker
4.4.
Het UWV stelt zich op het standpunt dat deze functie passend is. Volgens de arbeidsdeskundige b&b beheerst eiseres het Nederlands voldoende om de werkzaamheden te kunnen verrichten. Eiseres heeft immers van 1994 tot en met 2006 gewerkt in productiewerk waar zij werkinstructies in het Nederlands kreeg. Verder heeft eiseres gedurende zeven maanden een taalcursus gevolgd en woont zij al (ruim) 28 jaar in Nederland. Zij beschikt ook over het opleidingsniveau dat nodig is voor het kunnen verrichten van deze functie, die eenvoudige en routinematige taken bevat. Voor zover er toch taalproblemen zouden kunnen ontstaan, kan eiseres gebruik maken van vertaalapps zoals Chat GPT of Google Translate.
4.4.1.
De rechtbank volgt het UWV hierin niet.
4.4.2.
Uit het dossier volgt dat eiseres op 11 december 1993 naar Nederland is gekomen (arbeidsdeskundige rapportage van 7 juli 2003) en dat zij in ieder geval van 1994 tot haar uitval op 19 maart 2002 heeft gewerkt. Daarna heeft zij haar werkzaamheden deels hervat, totdat zij in september 2003 opnieuw is uitgevallen. Hieruit volgt dat eiseres in ieder geval (met onderbrekingen) negen jaar heeft gewerkt, en geen twaalf jaar (aaneengesloten), zoals de arbeidsdeskundige b&b heeft gesteld.
4.4.3.
Dat eiseres bij de bedrijven waar zij productiewerk heeft verricht werkinstructies in het Nederlands heeft gekregen, heeft de arbeidsdeskundige niet aannemelijk gemaakt. Dat de bedrijven waar eiseres heeft gewerkt in Nederland gevestigd zijn, is daarvoor onvoldoende. Niet valt uit te sluiten dat, gelet op de aard van het (productie)werk en de bedrijven waar eiseres heeft gewerkt, de instructies (ook) in het Turks zijn verstrekt of grotendeels non-verbaal. Daar komt bij dat, zoals eiseres heeft gesteld, zij ‘thuis’ alleen Turks spreekt.
Dat zij dan, bijna 25 tot 30 jaar geleden, een (korte) taalcursus heeft gevolgd (waarvan niet bekend is tot op welk taalniveau eiseres is opgeleid) en zij op haar werk instructies in het Nederlands heeft ontvangen, brengt niet met zich dat zij daardoor het Nederlands voldoende beheerst om eenvoudige werkinstructies te begrijpen.
De rechtbank wijst er in dit verband op dat eiseres nog regelmatig is aangewezen op de inzet van een tolk of brieven in het Turks. Dat volgt ook uit de feiten, zoals onder 2 weergegeven. Dit sluit ook aan bij de inhoud van verschillende rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, waarin in de loop der jaren meermalen is opgemerkt dat eiseres het Nederlands beperkt dan wel slecht beheerst.
4.4.4.
Anders gezegd, het gegeven dat eiseres op de datum in geding al bijna 30 jaar lang in Nederland is en in het verleden een taalcursus van zeven maanden heeft gevolgd en jarenlang heeft gewerkt, laat onverlet dat, zoals tijdens de zitting is gebleken ook niet in geschil is tussen partijen, de beheersing van het Nederlands door eiseres matig is. Dat is dus het feitelijke uitgangspunt.
4.4.5.
De rechtbank betrekt bij haar oordeel verder nog het volgende. Uit de resultaatfunctiebeoordeling volgt dat de SBC code 315133 een drietal functienummers kent, te weten 9011.0092.005, 9011.0092.006 en 9011.0092.007. De afzonderlijke functienummers kennen volgens de Arbeidsmogelijkhedenlijst één (beschikbare) arbeidsplaats en de SBC code als geheel kent (niet meer dan) drie arbeidsplaatsen. Naar het oordeel van de rechtbank moet dan ook per functienummer afzonderlijk worden beoordeeld of deze functie passend is. In functienummer 9011.0092.005 wordt van eiseres onder meer verwacht dat zij mondelinge en schriftelijke instructies begrijpt. Verder moet zij beoordelen wat wel of niet wordt ingeboekt wat – naar het oordeel van de rechtbank – veronderstelt dat zij de inhoud niet alleen kan lezen maar ook kan begrijpen en op basis daarvan de benodigde selectie kan maken. Van eiseres wordt ook verwacht dat zij aan de hand van de inhoud van een stuk de onderwerpregel van een e-mail kan invullen. Ook dat veronderstelt – naar het oordeel van de rechtbank – dat eiseres de inhoud van een stuk begrijpt. Tot slot wordt verwacht dat eiseres goed op de hoogte is van de medewerkers en de afdelingen binnen de organisatie (gemeente). Dat vereist – naar het oordeel van de rechtbank – dat eiseres met haar (directe) collega’s kan communiceren, wat – wederom naar het oordeel van de rechtbank – op zijn minst betekent dat eiseres zich in het Nederlands verstaanbaar kan maken. Voor de twee andere functienummers is dit niet anders.
De rechtbank ziet niet in hoe eiseres deze taken kan verrichten als zij het Nederlands niet (voldoende) beheerst. Het UWV voert weliswaar terecht aan dat voor sommige werkzaamheden eiseres wellicht gebruik kan maken van een vertaalapp [13] , maar dat laat onverlet dat het UWV niet inzichtelijk heeft gemaakt dat eiseres met deze app(s) haar matige beheersing van het Nederlands kan compenseren bij alle taken en werkzaamheden die bij de functie horen dan wel dat deze app(s) überhaupt geschikt en bruikbaar zijn bij alle werkzaamheden. Zo kan een app wellicht behulpzaam zijn bij de mondelinge en schriftelijke instructies, maar het UWV heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres, al dan niet met een app, gelet op haar beperkte beheersing van het Nederlands binnenkomende post kan ordenen op onderwerp. Het gaat dan volgens het resultaat functiebeoordeling om Wob [14] -verzoeken, vergunningaanvragen, offertes, startersleningen en belastingen.
Daarvoor is naar het oordeel van de rechtbank meer dan een matige beheersing van het Nederlands nodig, omdat het geen doorsnee stukken zijn en het enige beoordeling van de inhoud vergt.
4.4.
De rechtbank betrekt bij haar oordeel tot slot nog dat volgens vaste rechtspraak van de CRvB [15] uit artikel 9 vanPro het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit) volgt dat mondelinge beheersing van de Nederlandse taal wordt aangemerkt als een bekwaamheid die algemeen gebruikelijk is en binnen zes maanden kan worden verworven. In artikel 1 vanPro de Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden van 15 september 2004 [16] is vastgelegd dat onder mondelinge beheersing van de Nederlandse taal wordt verstaan het spreken daarvan voor zover dit nodig is bij functies waarvoor geen opleiding dan wel een opleidingsniveau tot afgerond basisonderwijs is vereist. Hieruit volgt dat ten aanzien van alle geselecteerde functies, waarvoor opleidingsniveau 2 is vereist, deze fictie niet geldt. Tijdens de zitting heeft het UWV erkend dat de arbeidsdeskundige b&b in de rapportage van 26 maart 2025 ten onrechte deze fictie als argument heeft gebruikt voor de stelling dat de taalvaardigheid van eiseres voldoende is voor de geduide functies.
Dat het UWV deze fictie in onderhavige zaak niet kan toepassen, betekent dat het UWV aannemelijk zal moeten maken dat eiseres het Nederlands voldoende beheerst om deze functies te kunnen vervullen. Vooralsnog is daarvan geen sprake, ondanks de toelichting door de arbeidsdeskundige b&b in beroep.
4.5.
Gelet op het voorgaande heeft het UWV onvoldoende gemotiveerd dat de functie met SBC-code 315133 passend en geschikt is en aan de schatting ten grondslag kan worden gelegd. Er wordt daarom niet voldaan aan artikel 9, onder a, van het Schattingsbesluit, waaruit volgt dat er ten minste drie functies (SBC-codes) aan de beoordeling van de resterende verdiencapaciteit ten grondslag moeten liggen. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige (b&b) geen reservefunctie als alternatief heeft geduid.
4.6.
Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
5. Zoals hiervoor is overwogen, is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.
5.1.
De rechtbank ziet aanleiding om het UWV in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
5.2.
Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het UWV gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
5.3.
Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht. [17]
5.4.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
Beslissing
De rechtbank:
- draagt het UWV op binnen 2 wekende rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt het UWV in de gelegenheid om binnen 6 wekenna verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.V. van Weert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Voetnoten
1.Bij een kippenfabriek in Barneveld, 1994-1995; als inpakster bij een bedrijf in Veenendaal, 1995-1996; als inpakster bij Rebedex, 1997-2003.
2.Arbeidsdeskundige rapportage van 1 december 2005.
3.Te weten de functies SBC code 64122 machinaal metaalbewerker, SBC code 264140 samenstellen metaalwaren en SBC code 111180 productiemedewerker industrie
4.Rapportage bezwaararbeidsdeskundige van 28 september 2006. Door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is een eerder geduide functie (SBC 111180) verworpen van het niet voldoen aan de taaleis.
5.De arbeidsdeskundige b&b heeft de functie SBC code 111180 verworpen omdat eiseres niet voldoet aan het vereiste taalniveau. In de plaats daarvan is functie SBC code 272043 Productiemedewerker textiel (geen kleding) geduid.
6.In de medische rapportage van 26 februari 2020 noteert de verzekeringsarts dat eiseres de Nederlandse taal amper beheerst.
7.Arbeidsdeskundig rapport van 18 augustus 2020. De arbeidsdeskundige heeft de volgende functies geselecteerd: productiemedewerker industrie (SBC code 111180), monteur printplaten (SBC code 267051) en medewerker intern transport (SBC code 111220). De arbeidsdeskundige stelt vast dat eiseres eenvoudig Nederlands spreekt. Volgens de arbeidsdeskundige zijn de functies passend omdat op grond van het Schattingsbesluit functies geduid kunnen worden op grond van “fictieve” algemeen gebruikelijke bekwaamheden die binnen redelijke termijn (zes maanden) kunnen worden verworven, zoals eenvoudige, schriftelijke en mondelinge, beheersing van de Nederlandse taal en eenvoudig computergebruik.
8.Besluit van 19 augustus 2020.
9.Arbeidsdeskundig onderzoek in bezwaar van 8 maart 2021.
10.Het verzoek is neergelegd in het aanvullend bezwaarschrift in de bezwaarprocedure, die heeft geleid tot de beroepsprocedure met zaaknummer 24/3543.
11.Arbeidsdeskundige rapportage van 29 oktober 2024.
12.Arbeidsdeskundig onderzoek in bezwaar van 26 maart 2025.
14.Sinds 1 mei 2022 is de Wet openbaarheid van bestuur vervangen door de Wet open overheid (Woo), zodat voor Wob-verzoeken Woo-verzoeken gelezen moet worden.