2.2.Aan de hand van de onderzoeksgegevens en conclusies van de sociale recherche is op 16 november 2022 een ‘Rapportage wijziging’ met werkprocesnummer: [nummer] opgemaakt (Rapportage wijziging) en is het college overgegaan tot - voor zover hier van belang - de onder het procesverloop weergegeven besluitvorming.
3. Het college stelt vast dat uit het rapport van de sociale recherche blijkt dat eiser in de jaren 2013 tot en met 2022 513 advertenties op Marktplaats heeft geplaatst. Gelet op de aard van en het aantal goederen en het aantal transacties (in 2022 opgelopen naar 90 transacties per jaar) stelt het college zich op het standpunt dat geen sprake is van de incidentele verkoop van privégoederen, maar van op geld waardeerbare activiteiten. Het had eisers duidelijk moeten zijn dat de activiteiten op Marktplaats van invloed konden zijn op het recht op bijstand. Eisers hadden de activiteiten van eiser uit zichzelf en volledig moeten melden bij het college. Door dit na te laten hebben eisers de inlichtingenverplichting geschonden. Omdat het recht niet kan worden vastgesteld, levert dat een rechtsgrond op voor intrekking en terugvordering van de bijstand. Het college is van mening daarvan op juiste gronden gebruik te hebben gemaakt. Aan het voortzetten van de bijstand na de heronderzoeken in 2013, 2015 en 2017 konden eisers niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de bijstand ongewijzigd zou worden voortgezet. Het heronderzoek is in omvang beperkt (over 1 tot maximaal 3 maanden worden bankafschriften opgevraagd), zodat de transacties op jaarbasis niet zichtbaar waren. Ook was de hoeveelheid transacties in 2015 en 2017 in verhouding tot de transacties in de andere jaren relatief beperkt. Bovendien is in de brief uit 2013 over voortzetting van de bijstand opgenomen, dat eisers verplicht zijn alles te melden wat van invloed kan zijn op hun bijstand. Als eisers niet al op de hoogte waren van deze verplichting, dan is deze passage klip en klaar. Het handelen van eiser strookt hier niet mee; 8 maanden na deze brief heeft eiser op 13 juni 2014 een bedrag van
€ 8.360 op zijn rekening ontvangen in verband met de verkoop van een horloge.
Anders dan eiser, vindt het college de overschrijding van de maximale verblijfsduur in oktober 2021 verwijtbaar. Plotselinge ziekte als corona is geen reden om de termijn van 4 weken terzijde te schuiven, gelet op de rechtspraak. Bovendien gold ten tijde van de overschrijding geen uitzondering vanwege de coronapandemie. Daar komt nog bij dat eiser vooraf ook geen toestemming voor het verblijf heeft gevraagd.
De brutering van de vordering over 2022 na afloop van het boekjaar heeft het college gehandhaafd.
Omdat het college het niet in alle maanden volstrekt duidelijk vindt dat eiser inkomsten heeft verdiend ter hoogte van de bijstandsnorm, is het college overgegaan tot matiging tot 50% van het totale terugvorderingsbedrag.
In het kader van de toetsing van gebonden besluiten en het evenredigheidsbeginsel vindt het college zijn eigen belang, om de bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) terecht te laten komen bij de inwoners van de gemeente die deze bijstand nodig hebben om te voorzien in hun levensonderhoud, zwaarder wegen dan het belang van eisers om de terugvordering ongedaan te maken. Het stelsel kan alleen stand houden als de bijstandsgerechtigden zich aan de regels houden en hun inkomsten opgeven. Ten overvloede heeft het college opgemerkt dat eisers na 10 jaar een verzoek om kwijtschelding kunnen doen.
4. Eisers betwisten in beroep dat sprake is van op geld waardeerbare activiteiten. Volgens hen hield eiser zich incidenteel bezig met de verkoop van privégoederen en kan gezien de aard van de goederen en het aantal transacties en advertenties in de jaren 2013 tot en met 2022 niet worden geconcludeerd dat de transacties niet voor eigen gebruik zijn. Zij hebben de inlichtingenverplichting niet geschonden.
Eisers stellen zich verder op het standpunt dat het college niet meer mag overgaan tot intrekking en terugvordering, omdat het college de situatie van eiser vanaf 2013 in stand heeft gelaten. Door eerder niet op te treden, terwijl het college zich nu baseert op de eerder ingeleverde informatie van eiser, is sprake van rechtsverwerking. Ook is sprake van verjaring, zo stellen eisers, in ieder geval wat betreft de terugvordering over de periode van januari 2013 tot en met 3 januari 2018. Intrekking en terugvordering zijn in strijd met het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat na de heronderzoeken uit 2013, 2015 en 2017, de bijstand van eisers ongewijzigd is voortgezet. De aanvraag van 20 december 2018 voor de individuele inkomenstoeslag is toegekend voor de periode van 20 december 2018 tot 20 december 2019. De aanvraag van 7 juni 2019 voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen 2019 is toegewezen na het in dat kader overleggen van de bankafschriften over maart 2019 tot en met mei 2019. Ook in het kader van de aanvraag kwijtschelding gemeentelijke belasting 2021 heeft eiser bankafschriften over november 2020 tot en met februari 2021 overgelegd en daarmee voldaan aan zijn informatieplicht in het kader van een aanvraag. Al die jaren is eiser in de veronderstelling geweest dat wat hij deed binnen de juridische kaders was. Hij is niet aangesproken op zijn handelen, terwijl het college daarvan al die tijd op de hoogte was, dan wel had kunnen zijn.
Verder zijn eisers van mening dat sprake is van een motiveringsgebrek, omdat het college niet heeft toegelicht waarom het bedrag van de terugvordering is gematigd met 50% en niet met een ander (hoger) percentage.
Subsidiair voeren eisers aan dat de terugvordering in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat eisers nimmer in staat zullen zijn om het teruggevorderde bedrag gedurende hun leven terug te betalen. Ook doen eisers een beroep op dringende redenen als bedoeld in artikel 58, achtste lid, van de Pw.
Ten aanzien van de maand oktober 2021 voeren eisers aan dat sprake is van een niet-verwijtbare overschrijding van de maximale verblijfsduur in het buitenland. Eiser moest in verband met een covid-infectie in een ziekenhuis in Turkije verblijven.
Verkoop goederen via internet (Marktplaats)
5. De rechtbank stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat eiser in de te beoordelen periode via Marktplaats goederen te koop heeft aangeboden en dat er bijschrijvingen hebben plaatsgevonden op zijn bankrekening en Paypalrekening. Ook niet in geschil is, dat eisers hiervan geen melding hebben gemaakt aan het college.