ECLI:NL:RBGEL:2026:482
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid en datum in geding bij WIA-uitkering
Eiser betwist de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 61,25% per 13 juli 2023. De rechtbank onderzoekt of het UWV de juiste datum in geding heeft gehanteerd en of de functie van huishoudelijk medewerker gebouwen terecht is meegenomen in de beoordeling.
De rechtbank stelt vast dat het UWV terecht is uitgegaan van de datum van 13 juli 2023 als datum in geding, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid wijzigt. De functie van huishoudelijk medewerker gebouwen was op die datum nog actueel en mocht daarom worden betrokken bij de beoordeling. De door eiser aangevoerde argumenten over de ouderdom van de functie en de toepasselijkheid van eerdere jurisprudentie worden verworpen.
Gelet op deze overwegingen is het beroep van eiser ongegrond en wordt het besluit van het UWV bevestigd. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt ongegrond verklaard.