Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling
valse ziekmelding’ en van ‘
liegen, bedriegen en bedreigen’. Vanaf dat moment veranderd de toonsetting en wordt door [de verzoeker] aan [de verweerder] onder meer een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband aangeboden, waarbij er in de begeleidende brief d.d. 1 augustus 2025 (productie 5 bij verweerschrift) voor het eerst melding van wordt gemaakt dat er ook problemen zouden zijn met de houding en het gedrag van [de verweerder] en dat volgens [de verzoeker] sprake was van een valse en strategische ziekmelding. Vervolgens verhardt de communicatie steeds meer, wordt door een ieder van partijen een gemachtigde ingeschakeld en escaleert de situatie nog verder. Dat er vóór 11 juni 2025 nog geen sprake was van een verstoring in de arbeidsrelatie, lijkt [de verzoeker] bovendien ook zelf met zoveel woorden te bevestigen in haar brief van 25 augustus 2025, waarin zij (onder meer) schrijft: “
ik benadruk dat er géén sprake is van een relationeel conflict dat via mediation kan worden opgelost. Het probleem is van structureel bedrijfseconomische aard”.
Dat is allemaal te regelen” in de context van het gehele WhatsApp-gesprek te worden geplaatst, maar uit alle tussen partijen gevoerde correspondentie volgt ook niet dat [de verzoeker] niet akkoord was met het verzoek van [de verweerder] tot onbetaald verlof. Daarbij komt dat nergens uit volgt dat [de verweerder] in de periode van mei tot november 2025 zelf nog aan [de verzoeker] heeft bericht dat hij het verlof, dat hij eerder had aangevraagd, niet meer wenste op te nemen. Ook niet nadat [de verzoeker] [de verweerder] er bij WhatsApp-bericht van 20 oktober 2025 nog expliciet op attendeerde dat [de verweerder] in de periode november 2025 tot en met januari 2026 onbetaald verlof zou opnemen. Er vanuit gegaan mag dan ook worden dat er tussen partijen al definitieve overeenstemming over het opnemen van onbetaald verlof was bereikt. De omstandigheid dat [de verweerder] ziek is geworden voordat het onbetaald verlof in ging maakt op zichzelf daarnaast nog niet dat het onbetaalde verlof dus geen doorgang hoefde te vinden. Immers ook tijdens ziekte bestaat recht op (onbetaald) verlof en kan daartoe een wens bestaan.
toe te laten tot re-integratiewerkzaamheden’ ook dient te worden verstaan dat [de verzoeker] ‘dient mee te werken aan re-integratie c.q. te voldoen aan haar wettelijke re-integratieverplichtingen’. De beslissing van het kort gedingvonnis sluit immers exact aan bij de vordering zoals deze door [de verweerder] zelf onder I is ingesteld. Indien [de verweerder] deze vordering ruimer heeft bedoeld, had hij deze vordering zelf als zodanig dienen in te stellen. Uit de beoordeling en beslissing van de kantonrechter volgt, anders dan door [de verweerder] is gesteld, daarnaast ook niet dat de veroordeling onder 5.3. ruimer is bedoeld.
5.De beslissing
- een arbeidsdeskundige in te schakelen om een arbeidsdeskundig onderzoek te verrichten,
- [de verweerder] toe te laten tot re-integratiewerkzaamheden, voor zover de bedrijfsarts [de verweerder] daartoe in staat acht,