Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
Lisuda Vastgoed B.V., uit Ermelo, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting DOEH uit Ermelo
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
"Namens mijn cliënte Lisuda Vastgoed B.V. richt ik mij tot u middels onderhavig pro forma beroepschrift. Cliënte heeft mij verzocht namens haar beroep in te stellen tegen bijgevoegd besluit d.d. 4 juli 2024. Het betreft een beslissing op bezwaar van het college van de gemeente Ermelo. Het bezwaar is gericht tegen het opleggen van lasten onder dwangsom d.d. 20 maart 2024.”Daarmee is de identiteit van degene namens wie het beroep wordt ingesteld, namelijk Lisuda Vastgoed B.V., komen vast te staan.
“Gronden van beroep.”Hoewel dit stuk begint met de woorden:
“Namens mijn cliënte [restaurant] richt ik mij tot u middels onderhavig beroepschrift. Cliënte heeft mij verzocht namens haar beroep in te stellen tegen bijgevoegd besluit d.d. 4 juli 2024.”eindigt de eerste alinea als volgt:
“Ik diende al eerder pro forma beroep in, de zaak is bij u bekend onder bovenvermeld zaaknummer (ARN 24 / 5510).”Hieruit blijkt dat met dit stuk wordt voortgebouwd op het eerder door Lisuda Vastgoed B.V. ingestelde beroep, dat bij de rechtbank is geregistreerd onder zaaknummer ARN 24 / 5510 GEMWT. De rechtbank oordeelt daarom dat aannemelijk is dat sprake is van een verschrijving in de eerste zin van het aanvullende processtuk, en dat de beroepsgronden zijn aangevoerd door degene die het pro forma beroepschrift heeft ingediend, Lisuda vastgoed B.V. Het betoog van het college (en ook de derde-partij) slaagt daarom niet. Eiseres is ontvankelijk in deze procedure.
Het invorderingsbesluit
“vastgesteld, net als in de controle van 3 oktober 224, dat niet is voldaan aan de twee lasten onder dwangsom van 20 maart 2024.”