Werkneemster trad op 6 november 2023 in dienst bij werkgeefster met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die tweemaal stilzwijgend werd verlengd tot 19 oktober 2025. Werkneemster meldde zich ziek op 1 december 2024 en verrichtte geen werkzaamheden meer. Werkgeefster stuurde op 8 oktober 2025 een aanzegbrief via WhatsApp waarin werd meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd na 5 november 2025.
Werkneemster stelde dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend was voortgezet voor onbepaalde tijd en dat het ontslag niet rechtsgeldig was vanwege het opzegverbod bij ziekte en het ontbreken van toestemming van het UWV. Werkgeefster voerde aan dat de overeenkomst rechtsgeldig was geëindigd per 19 oktober 2025 en dat sprake was van een aanzegging, geen opzegging.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst per 19 oktober 2025 is geëindigd omdat werkgeefster ondubbelzinnig had medegedeeld de overeenkomst niet te verlengen. De te late aanzegging leidt wel tot een aanzegvergoeding, maar werkneemster had hier geen verzoek toe ingediend. De verzoeken van werkneemster tot loonbetaling en voortzetting werden afgewezen. Proceskosten werden aan werkneemster opgelegd.