ECLI:NL:RBHAA:2006:AW4776
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P.M. van Rijn
- G. Guinau
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende samenhang tussen verkrijging onroerende zaak en kwijtschelding koopsom voor toepassing Successiewet
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de overdrachtsbelasting betaald bij de verkrijging van onroerende zaken in september 2002 in mindering kan worden gebracht op het recht van schenking over een kwijtschelding van de koopsom in februari 2003.
Eiser had in september 2002 onroerende zaken gekocht van zijn vader, waarbij een gefaseerde kwijtschelding van de koopsom was voorzien. Na de eerste kwijtschelding in september 2002 volgde een tweede kwijtschelding in februari 2003. De inspecteur legde aanslagen schenkingsrecht op, waarbij de faciliteit van artikel 24, vijfde lid, Successiewet slechts op de eerste kwijtschelding werd toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de verkrijging en de tweede kwijtschelding niet als een samenstel van rechtshandelingen kunnen worden beschouwd, omdat het voornemen tot kwijtschelding niet bindend was en de tweede kwijtschelding pas later definitief werd. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat geen toezegging van de inspecteur is gebleken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft zij de aanslag schenkingsrecht over de tweede kwijtschelding. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag schenkingsrecht blijft gehandhaafd.