ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2924
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kalden
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 31 lid 1 Vluchtelingenverdrag bij inreis met vervalst paspoort
In deze strafzaak is aan verdachte ten laste gelegd dat hij Nederland is binnengekomen met een vervalst paspoort. De raadsman van verdachte heeft een beroep gedaan op artikel 31 lid 1 van Pro het Vluchtelingenverdrag, stellende dat verdachte daardoor een rechtvaardigingsgrond toekomt en ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.
De politierechter heeft overwogen dat artikel 31 lid 1 Vluchtelingenverdrag Pro directe werking heeft en een vervolgingsbelemmering inhoudt indien van toepassing. De stelling van de officier van justitie dat dit artikel niet geldt bij gebruik van vervalste documenten is verworpen. De rechter baseert zich daarbij ook op de Vreemdelingencirculaire, waarin staat dat een asielzoeker zich binnen 48 uur moet melden en dat het gebruik van vervalste documenten is toegestaan mits dit onmiddellijk wordt gemeld.
De politierechter acht bewezen dat verdachte zich onverwijld bij de autoriteiten heeft gemeld en dat hij aan de voorwaarden van artikel 31 lid 1 Vluchtelingenverdrag Pro heeft voldaan. De vraag of verdachte daadwerkelijk als vluchteling kan worden aangemerkt en of hij een geldige reden had voor zijn onrechtmatige binnenkomst, wordt overgelaten aan de nog lopende asielprocedure.
Daarom is de zaak door de politierechter voor onbepaalde tijd geschorst en zal de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie worden beoordeeld nadat de asielprocedure is afgerond.
Uitkomst: De zaak is voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de uitkomst van de asielprocedure.