ECLI:NL:RBHAA:2007:BB5147
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering aandelen voor successierecht op basis van intrinsieke waarde
De zaak betreft een geschil over de waardering van aandelen in een BV voor de bepaling van de belastbare verkrijging in het kader van het recht van successie na het overlijden van erflater. Eiser betwistte de door verweerder gehanteerde waardering en stelde een mix van intrinsieke waarde en de Discounted Cash Flow (DCF)-methode voor, met een subsidiaire korting van 20% op de intrinsieke waarde.
De rechtbank overwoog dat de activiteiten van de BV en haar dochtermaatschappijen voornamelijk bestaan uit exploitatie en beheer van onroerende zaken, waardoor de intrinsieke waarde doorslaggevend is voor de waardering. Het door eiser overgelegde DCF-rapport was onvoldoende onderbouwd en toonde discrepanties met de jaarstukken. Tevens ontbrak een concrete onderbouwing voor de voorgestelde korting.
De rechtbank stelde vast dat de waarde van de aandelen moet worden bepaald op de intrinsieke waarde, zoals berekend door verweerder, rekening houdend met een latentie van 6,25% voor de vennootschapsbelasting. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: De aanslag successierecht is verminderd op basis van de intrinsieke waarde van de aandelen, conform berekening van verweerder.