ECLI:NL:RBHAA:2008:BF3810
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Bruinsma
- R.G. Kemmers
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over schatting belastbaar inkomen op basis van Luxemburgse bankgegevens
Eiser, voormalig ondernemer en later bedrijfsleider, werd geconfronteerd met een verliesbeschikking over het jaar 2000, waarbij de Belastingdienst op basis van gegevens van de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux) het belastbaar inkomen corrigeerde. Eiser voerde aan dat een deel van de tegoeden op de Luxemburgse rekeningen niet van hem was, maar van een vriend uit China, en overhandigde verklaringen ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat eiser als rekeninghouder als rechthebbende moet worden aangemerkt, mede omdat hij onvoldoende bewijs leverde om het tegendeel aannemelijk te maken.
De rechtbank bevestigde dat de door België verkregen microfiches als bewijs mochten worden gebruikt, ondanks betwisting door eiser over de rechtmatigheid van de verkrijging. De bewijslast werd omgekeerd omdat eiser niet voldeed aan zijn informatieplicht. Verweerder maakte een redelijke schatting van de inkomsten op basis van het saldo van 1994 en een rendement. De rechtbank vond deze schatting niet onredelijk.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard omdat het verlies ten onrechte was vastgesteld; de rechtbank stelde het verlies opnieuw vast op ƒ 61.419. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 1.288. Het verzoek tot het horen van een getuige uit China werd afgewezen wegens onvoldoende relevantie. De uitspraak werd gedaan op 11 september 2008 door de Rechtbank Haarlem.
Uitkomst: De rechtbank stelde het verlies over 2000 vast op ƒ 61.419 en wees het beroep deels toe.