ECLI:NL:RBHAA:2008:BF7504
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van de overwaarde van de echtelijke woning bij echtscheiding en uitvoering van huwelijksvoorwaarden
Partijen zijn gescheiden en het geschil betreft de verrekening van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning die op naam van de man staat. De man stelt dat de woning niet tot het verrekenbare vermogen behoort omdat deze met een lening op zijn naam is gefinancierd waarop niet wordt afgelost. De vrouw betoogt dat de woning wel tot het verrekenbare vermogen behoort omdat de rentelasten uit gezamenlijke inkomsten zijn betaald.
De rechtbank volgt de vrouw niet in haar interpretatie van artikel 1:136 BW Pro slotzin, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat rentebetalingen voor de financiering van een echtelijke woning als kosten van de huishouding gelden en niet tot verrekening leiden. De vrouw voert ook aan dat partijen tijdens het huwelijk als gemeenschap van goederen hebben gehandeld en dat de woning als gemeenschappelijk vermogen moet worden beschouwd, maar de rechtbank acht de bewijsvoering onvoldoende om dit aan te nemen.
Verder onderzoekt de rechtbank de financiering van de woning, de aflossingen op hypotheken en de rol van levensverzekeringen die aan de hypotheek gekoppeld zijn. De rechtbank stelt dat als de vrouw kan bewijzen dat partijen de woning gezamenlijk wilden bezitten, afwijken van de huwelijksvoorwaarden naar redelijkheid en billijkheid mogelijk is. De man moet bovendien duidelijkheid verschaffen over aflossingen en verpanding van polissen.
De rechtbank wijst de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek de vrouw te verplichten de woning te verlaten of gebruiksvergoeding te betalen na afloop van het recht op voortgezet gebruik. De vrouw krijgt een voorschot van € 240.000,- toegewezen op de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De verdere behandeling van de zaak wordt pro forma aangehouden om partijen gelegenheid te geven bewijsstukken aan te leveren en standpunten te concretiseren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vrouw een voorschot toe van € 240.000,- en houdt de verdere afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden pro forma aan.