ECLI:NL:RBHAA:2008:BG1893
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekening van grondwaarde aan woondeel bij onroerende-zaakbelasting voor gemengd gebruik
De rechtbank Haarlem behandelde een geschil over de onroerende-zaakbelasting (OZB) voor een verzorgingshuis met aanleunwoningen, waarbij de vraag centraal stond in hoeverre de waarde van de kavel grond aan het woondeel kon worden toegerekend.
Eiseres was gebruiker van het object, dat een gemengd gebruik kende met een woondeel van 42,2% en een niet-woongedeelte van 57,8%. Verweerder had de grond volledig toegerekend aan het niet-woongedeelte, wat leidde tot een hogere aanslag. Eiseres stelde zich op het standpunt dat de grondwaarde pro rata naar rato van de gebouwwaarde verdeeld moest worden, conform de vuistregel van de Waarderingskamer en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank volgde eiseres en oordeelde dat de grondwaarde in de meeste gevallen naar rato van de verdeling van de waarde van de gebouwen verdeeld kan worden, tenzij er concrete argumenten zijn om hiervan af te wijken. Verweerders argumenten werden verworpen omdat deze niet strookten met de strekking van het amendement-De Pater en de waarderingsregels.
De aanslag werd verminderd met 42,2% van de totale waarde, wat neerkwam op een verlaging van de heffingsmaatstaf met € 3.862.566. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De aanslag OZB wordt verminderd door 42,2% van de grondwaarde toe te rekenen aan het woondeel, waardoor de heffingsmaatstaf daalt met € 3.862.566.