ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0367
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstand voor minderjarige met Nederlandse nationaliteit ter bescherming gezinsleven
Eiseres, moeder met Surinaamse nationaliteit verblijvend op grond van artikel 8 onder Pro f Vreemdelingenwet 2000, en haar minderjarige zoon, eiser met Nederlandse nationaliteit, vroegen bijstand aan. Verweerder kende eiser bijzondere bijstand toe, maar dit was volgens eiser onvoldoende. De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op 90% van de alleenstaandeoudernorm, omdat het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro dit vereist.
Eiseres heeft geen recht op bijstand omdat zij niet rechtmatig verblijft en niet met een Nederlander gelijkgesteld kan worden. Verweerder had ten onrechte artikel 6:20, vierde lid, Awb niet toegepast bij de bezwaarprocedure van eiser. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit van 18 augustus 2009 en veroordeelde verweerder tot betaling van een hogere bijstand aan eiser.
De rechtbank benadrukte het belang van het gezinsleven tussen eiser en zijn moeder, mede gezien de kwetsbare situatie van eiser met psychische beperkingen. Het publieke belang van het koppelingsbeginsel moet wijken voor het fundamentele recht op gezinsleven van eiser. De voorlopige voorziening draagt bij aan het voorkomen van onwenselijke scheiding door financiële problemen.
Uitkomst: Eiser krijgt bijstand tot 90% van de alleenstaandeoudernorm ter bescherming van zijn gezinsleven met zijn moeder; verzoek van eiseres wordt afgewezen.