ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2706
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie en aftrekbaarheid van afwaardering bodemloze-put-leningen
Eiser heeft meerdere leningen verstrekt aan E B.V., die deze direct doorleende aan haar dochtervennootschap G B.V. Na het afhaken van een joint venture in 1999 werd duidelijk dat de activiteiten van G B.V. geen inkomsten zouden genereren, waardoor de leningen als bodemloze-put-leningen kwalificeren.
De rechtbank stelt vast dat deze leningen fiscaal niet als leningen maar als informele kapitaalstortingen moeten worden aangemerkt, waardoor de afwaardering niet aftrekbaar is van het resultaat uit werkzaamheid volgens artikel 3.92 Wet IB 2001. De civielrechtelijke kwalificatie als lening is niet doorslaggevend.
Eiser beroept zich subsidiar op het vertrouwensbeginsel vanwege een eerdere afwaardering in 2005, maar de rechtbank oordeelt dat hiervoor meer vereist is dan het enkele feit dat een eerdere aangifte is gevolgd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiser niet tot proceskosten. Het vonnis is gewezen door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 3 februari 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van de afwaardering op bodemloze-put-leningen af.