ECLI:NL:RBHAA:2011:BR2437
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.A.M. van Brussel
- L.M. Kos
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beschikbaarheid voor arbeid en terugvordering WW-uitkering bij zelfstandige werkzaamheden en mensensmokkel
Eiser ontving vanaf 1996 arbeidsongeschiktheidsuitkering en vanaf 2004 een WW-uitkering. Verweerder beëindigde de WW-uitkering per 1 januari 2005 en vorderde €136.602,88 terug wegens vermeende zelfstandige werkzaamheden als masseur en betrokkenheid bij mensensmokkel, zonder melding aan verweerder.
Eiser betwistte dat hij vanaf 2005 daadwerkelijk als masseur werkte en stelde dat hij vanaf 2007 wel klanten had, maar beschikbaar bleef voor arbeid. Ook voerde hij aan dat de terugvordering onjuist was berekend omdat rekening gehouden moest worden met een strafrechtelijke ontnemingsvordering.
De rechtbank oordeelde dat zelfstandige werkzaamheden niet automatisch uitsluiten dat eiser beschikbaar was voor arbeid en dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd dat eiser vanaf 2005 daadwerkelijk als masseur werkte. De motivering van het besluit was ondeugdelijk en schond artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank wees erop dat verweerder het besluit mocht herstellen door nader onderzoek te doen naar de omvang van de werkzaamheden vanaf 2007 en de gevolgen voor de uitkering en terugvordering. De stelling dat de ontnemingsvordering terugvordering belemmert, werd verworpen op basis van vaste rechtspraak.
De uitspraak is een tussenuitspraak die verweerder zes weken geeft om het besluit te herzien met betrokkenheid van eiser en zijn gemachtigde.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging en terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, met opdracht aan verweerder het besluit te herstellen.